Home

Achtergrond 14 reacties

Grote verschillen Pw-getal bodem-mengmonster

Boerderij liet 1 bodem-mengmonster door 7 bodemlaboratoria analyseren. De Pw-waarde van het mengmonster liep uiteen van 37 tot wel 75.

Boerderij heeft 1 bodem-mengmonster door 7 bodemlaboratoria laten analyseren. Ook hebben de laboratoria het betreffende perceel zelf bemonsterd. In theorie moet een homogeen mengmonster bij elk grondlaboratorium dezelfde gehaltes opleveren, maar de waardes en adviezen blijken enorm te verschillen. Vooral gehaltes van fosfaat (Pw en P-PAE), organische stof en diverse sporenelementen liggen ver uiteen. De verschillen in gehaltes zitten vooral tussen de laboratoria.

De gehalten tussen het mengmonster en het grondmonster gestoken door de buitendienstmedewerker van een laboratorium verschillen namelijk niet veel van elkaar (zie tabel). Volgens de laboratoria zijn de verschillen vooral te wijten aan de verschillende analysemethodes die de laboratoria hanteren.

Mengmonster naar alle bodemlaboratoria

Bij grondruil constateren telers en veehouders dat bodemanalyses van de 2 ruilpercelen nogal eens verschillen. Vaak zijn de bodemanalyses van beide boeren niet van hetzelfde jaar, verschilt de grondsoort of zijn de grondmonsters beoordeeld door 2 verschillende bodemlaboratoria. Reden voor Boerderij dit eens wat gestructureerder te onderzoeken.

Boerderij benaderde de 5 bodemlaboratoria die door de Raad van Accreditatie (RvA) zijn geaccrediteerd. Dat zijn ALNN, Dumea, Eurofins Agro, Groen Agro Control en Roba Lab. Daarnaast is het ook mogelijk de grond te laten bemonsteren door Gaia Bodemonderzoek en Lufa NRW. Deze 2 zijn niet door de RvA geaccrediteerd. De analyses van Lufa en Gaia Bodemonderzoek zijn in Nederland uitsluitend adviserend te gebruiken en niet rechtsgeldig voor de mestwet.

7 bodemlaboratoria

Boerderij benaderde 7 laboratoria. 5 laboratoria zijn door de Raad van Accreditatie (RvA) geaccrediteerd, 2 niet.

RvA geaccrediteerd

  • Agrarisch Laboratorium Noord Nederland (ALNN) in Ferwert (Fr.) analyseert voer, mest en grond. ALNN is in 1996 opgericht. Vanuit Drachten (Fr.) verhuisde het laboratorium in 1997 naar Warga (Fr.) en in 2007 naar Ferwert.
  • Dumea Agro Advies in Ootmarsum (Ov.) is ontstaan vanuit Terra Agribusiness BV, een landbouwkundig onderzoek- en adviesbureau opgericht in 1996. Om voor de landbouw het hele traject van monstername, analyse en advies in eigen beheer te houden, heeft Terra Agribrusiness de samenwerking gezocht met het laboratorium van Dumea in Wijhe (Ov.). Daaruit is in 2016 Dumea Agro Advies ontstaan.
  • Eurofins Agro is het bekendst en heeft veruit het grootste marktaandeel in Nederland. Eurofins in Wageningen is een groot mondiaal bedrijf met meer dan 400 laboratoria in 44 landen. In 2013 nam Eurofins het agrolab BLGG AgroXpertus over. Eerder had Eurofins al het laboratorium Zeeuws Vlaanderen overgenomen.
  • Groen Agro Control in Delfgauw (Z.-H.) is in 2017 gestart met grond- en gewasonderzoek voor de akkerbouw, veehouderij en vollegrondsgroenteteelt. Het bedrijf nam de activiteiten over van laboratorium Eijkpunt in de Hoeksche Waard. De nieuwe activiteit sluit aan op het op glasteelten gerichte onderzoek in voedingsoplossingen en het onderzoek naar plantenziekten door het bedrijf.
  • ROBA Laboratorium in Deurne (N.-Br.) is gestart als bodem- en nematodenlaboratorium in Helmond. Sinds 1999 is ROBA Laboratorium gevestigd in Deurne en voert een breed spectrum aan analyses uit voor de agro-, feed- en foodsector. Sinds enkele jaren is Van de Meerakker Service bv partner van ROBA Laboratorium op het gebied van onder andere grondmonstername.

Niet door RvA geaccrediteerd

  • Gaia Bodemonderzoek in Doorn (U.) is een klein laboratorium dat bodembeheer en grondanalyses uitvoert voor bemestingsadvies in landbouw, groenvoorziening, sportvelden, moestuin, siertuin en stadslandbouw. In 1981 werd op het Louis Bolk Instituut een bodemlaboratorium opgericht dat zich specifiek richtte op de biologische landbouw. Dit laboratorium is in 1991 voortgezet als Gaia Bodemonderzoek.
  • Lufa NRW staat voor Landwirtschaftliche Untersuchings- und Forschungsanstalt Nordrhein-Westfalen. Het laboratorium is eind 19e eeuw opgericht en tegenwoordig gevestigd in Münster (D.). Het is eigendom van de Landwirtschaftskammer Nordrhein-Westfalen. Veel Duitse boeren in de deelstaat Noordrijn-Westfalen schakelen Lufa in. De analyses van Lufa zijn alleen rechtsgeldig voor de mestwet in Duitsland, niet in Nederland.

Onderzoeksmethode

Op donderdag 15 maart heeft Boerderij een homogeen mengmonster laten steken door een professionele monsternemer op een 3,6 hectare groot perceel zandgrond in Winterswijk-Meddo (Gld.). Volgens de eigenaar is het een mooi perceel goede esgrond. In 2017 stonden er suikerbieten op het perceel, dit jaar wordt er snijmais op geteeld. De monsternemer bemonsterde het perceel volgens een vast patroon viermaal in plaats van eenmaal, zodat voldoende grond verzameld was voor 1 groot mengmonster voor alle laboratoria. De grond van de 4 steeksessies is in een grote emmer gedeponeerd, en vervolgens geruime tijd goed gemengd, om een zo homogeen mogelijk mengmonster te creëren. Elk laboratorium ontving een sample van dit ene mengmonster. Omdat het perceel kleiner was dan 5 hectare, voldeed 1 bepaling.

Naar elk bodemlaboratoiurm is een bodem-mengmonster gestuurd. Ook is het perceel in Winterswijk-Meddo bemonsterd door een monsternemer van elk bodemlab. - Foto: Hans Prinsen
Naar elk bodemlaboratoiurm is een bodem-mengmonster gestuurd. Ook is het perceel in Winterswijk-Meddo bemonsterd door een monsternemer van elk bodemlab. - Foto: Hans Prinsen

Ook is het perceel tussen 15 maart en 21 maart bemonsterd door een monsternemer van elk laboratorium, om te kijken of de wijze van bemonsteren invloed heeft op de uitslag. Met andere woorden: liggen de waardes in lijn met die van het mengmonster. Alleen Gaia Bodemonderzoek heeft geen monsternemer gestuurd. Bij dit laboratorium moet de teler zelf een grondmonster steken of laten steken, en dit per post naar het laboratorium opsturen.

Waardes lopen ver uiteen

De bodemanalyses van de verschillende laboratoria laten zich niet zo gemakkelijk vergelijken, omdat ze voor bepaalde elementen verschillende eenheden hanteren. Zo wordt het gehalte aan sporenelementen bij sommige in milligram per kilogram grond weergegeven en bij andere in microgram per kilogram grond. Eurofins hanteert als enige sinds afgelopen jaar een geheel ander eenheid, namelijk gram per hectare. Volgens Eurofins spreekt telers deze eenheid meer tot de verbeelding dan gram per kilogram grond. Voor een overzichtelijke vergelijking in de tabel rekende Boerderij alle gehaltes om naar dezelfde eenheid.

De gehaltes van het mengmonsters verschillen enorm. Neem P-PAE (Plant Available Element). ­P-PAE is de hoeveelheid fosfaat beschikbaar voor de wortels van de plant. Volgens Groen Agro Control heeft de grond in het mengmonster een lage P-PAE waarde (1,7), terwijl Roba Laboratorium een hoge waarde 4,7 heeft gemeten.

P-AL is de vastgelegde voorraad fosfaat in de bodem. Dat is bij alle laboratoria hoog, uitgezonderd LUFA. Pw is de fosfaatfractie oplosbaar in water. Roba Lab en Groen Agro Control melden voor het mengmonster een Pw-getal van respectievelijk 37 en 55, terwijl andere een Pw-getal hoger dan 55 melden. Eurofins geeft in deze meting zelfs een waarde van 75.

De labs verschillen ook van mening over het N-leverend vermogen. Volgens Eurofins is dit slechts een schamele 45 kilo per hectare, terwijl volgens de andere geaccrediteerde labs de grond een N-leverend vermogen van rond de 110 à 119 kilo N per hectare heeft.

Ook is er variatie in het organisch stofgehalte. LUFA meldt een organisch stofgehalte van 2,1%, terwijl Groen Agro Control een organisch stofgehalte van 4,6% heeft bepaald. Na inzage van de resultaten, heeft Groen Agro Control het mengmonster overigens opnieuw geanalyseerd. Toen kwam het organisch stofgehalte op 3,1% uit.

Omdat dit bodemonderzoek een eenmalige bepaling is, is het niet statistisch betrouwbaar en mag op basis van deze 2 metingen niet geconcludeerd worden dat een bepaald laboratorium altijd met een lagere of hogere waarde komt dan een ander. Het kan een volgende keer compleet andersom zijn.

Analysemethodes labs verschillen

De verschillen in gehaltes zijn volgens de laboratoria vooral toe te schrijven aan de verschillende analysemethodes. 5 laboratoria zijn geaccrediteerd door de Raad van Accreditatie (RvA). Dat wil zeggen dat de onderzoeksmethodieken die de laboratoria hanteren, voldoen aan de norm ISO 17025. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) accepteert de bodemanalyses van deze laboratoria voor de uitvoeringsregeling meststoffenwet, voor als de teler bijvoorbeeld via de Gecombineerde opgave extra stikstof- of fosfaatruimte wil aanvragen via de equivalente maatregelen, extra stikstofruimte in suikerbieten, fritesaardappelen, tarwe en gerst op klei via de stikstofdifferentiatie en de veehouder voor de derogatie.

De ISO-norm schrijft echter niet voor dat alle laboratoria exact dezelfde onderzoeksmethode moeten hanteren. De analysemethode moet óf conform de norm zijn, óf gelijkwaardig aan, met statistische onderbouwing.

Verschillende methodes

Neem het organisch stofgehalte. Eurofins bepaalt dat via Near Infra Red Sensing (NIRS), ALNN, Roba Lab en Dumea door gloeiverlies en Groen Agro Control door de dichromaat-methode.

Of P-AL. Eurofins bepaalt dat met een klassieke bepaling én een NIRS-bepaling, terwijl Roba Lab, Dumea, Groen Agro Control en ALNN dat door extractie met de chemische oplossing ammoniumlactaat bepalen.

Pw-getal tot slot. Roba Lab, Groen Agro Control en Dumea bepalen dat getal daadwerkelijk via extractie. Eurofins daarentegen bepaalt de Pw niet, maar berekent deze vanuit P-PAE en de P-AL. Ook bij ALNN is de Pw een afgeleide waarde uit beide andere P-getallen.

Sporenelementen

Voor sporenelementen gebruikt elk laboratorium zijn eigen specifieke methode. Reden ook dat bijvoorbeeld bij koper en mangaan de eenheden een factor 10 tot soms wel 100 verschillen. Zo melden Groen Agro Control en ALNN een kopergehalte van respectievelijk 7,1 en 6,3 milligram per kilogram grond, terwijl Eurofins en Dumea waardes van 0,098 en 0,037 milligram koper per kilogram grond melden. Roba zit een factor 10 hoger met 0,19 milligram koper per kilogram grond. Ondanks de grote spreiding tussen de waardes concluderen alle 5 laboratoria op basis van hun eigen gevonden gehalte dat het kopergehalte in het perceel goed tot iets aan de hoge kant is.

Bij mangaan hetzelfde verhaal, maar minder extreem. Daar verschillen de uitkomsten met een factor 10.

Magnesiumwaardes

Verwarring kan ook ontstaan bij vergelijking van de magnesiumwaardes van verschillende laboratoria. Eurofins, Roba Lab en Dumea drukken het magne­siumgehalte uit in milligram magnesium per kilogram grond, terwijl ALNN, Groen Agro Control en Gaia Bodemonderzoek op hun rapport het gehalte magnesium-oxide per kilogram grond vermelden. Dat verschilt een factor 0,6 met magnesium. Groen Agro Control, ALNN en Gaia Bodemonderzoek vermelden alle 3 een gehalte van 96 milligram, maar voor de Boerderij-vergelijking is in de tabel de omgerekende waarde 58 gram vermeld.

Tot slot, Eurofins kwalificeert de staat van het bodemleven als laag, terwijl Gaia Bodemonderzoek concludeert dat het met het bodemleven wel snor zit.

15 kuub meer mest per hectare

Vroeger was een bodemanalyserapport vooral een adviesinstrument. Hoeveel moet ik bemesten? Tegenwoordig is het meer een instrument om de aanwending van dierlijke mest te beteugelen.

Een Pw-getal van 37 of 75 maakt nogal uit. In de praktijk betekent dat een verschil van 7 kuub drijfmest extra per hectare mogen aanvoeren.

Het Pw-getal varieert tussen de 37 en 75. Een verschil van 7 kuub meer mest mogen uitrijden. - Foto: Hans Banus
Het Pw-getal varieert tussen de 37 en 75. Een verschil van 7 kuub meer mest mogen uitrijden. - Foto: Hans Banus

Bij een Pw-getal hoger dan 55 mag slechts 50 kilo fosfaat per hectare uit dierlijke mest worden uitgereden. Dit staat gemiddeld voor 33 kuub rundveedrijfmest. De aanvoer aan stikstof is dan gemiddeld 132 kilo en aan kali 178 kilo. Bij een Pw-getal tussen de 36 en 55 mag 60 kilo fosfaat per hectare uit dierlijke mest worden aangewend. Dit is 40 kuub rundveedrijfmest, wat staat voor 160 kilo N en 216 kilo K. De gunstigere bodemanalyse betekent een financieel voordeel van € 126 per hectare. Akkerbouwers krijgen circa € 10 per kuub rundveedrijfmest toe.

7 kuub drijfmest extra betekent ook 28 kilo zuivere stikstof minder in de vorm van kunstmest. Uitgaande van een kunstmestprijs van € 300 per ton voor een 15-0-15 NPK-blend, komt dit neer op € 56 per hectare. Samen dus € 126 per hectare. Een bodemanalyse geldt voor 4 jaar. Voor deze 3,6 hectare is dat over 4 jaar dus een besparing van € 1.814.

Voor na 2020 wordt het financiële voordeel nog groter. De fosfaatnorm bij een Pw-getal tussen de 36 en 45 gaat omhoog van 60 naar 70 en dat voor een Pw-getal hoger dan 55 omlaag van 50 naar 40. Een verschil of je per hectare 42 kuub rundveedrijfmest mag uitrijden, of 27 kuub. Een verschil van 15 kuub rundveedrijfmest, in euro’s goed voor € 259 per hectare. Over 4 jaar een financieel voordeel van € 3.730 voor deze 3,6 hectare.

Pw-getal onstabiel

Judith van de Mortel, lector ‘Een gezonde plant op een vitale, duurzame bodem’ aan de HAS Hogeschool ‘s-Hertogenbosch en Venlo, is niet verbaasd over de grote variatie in het Pw-getal van het mengmonster. “Het Pw-getal is een erg onstabiel kengetal. Zou je tienmaal het mengmonster laten analyseren door hetzelfde laboratorium, dan krijg je 10 verschillende waardes. P-PAE en P-AL zijn veel nauwkeuriger vast te stellen.” Woordvoerders van de laboratoria bevestigen dit overigens ook.

In 2010 is op basis van adviezen van de Technische Commissie Bodembescherming en van de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet door de overheid besloten de vaststelling van de fosfaattoestand van de bodem te baseren op het Pw-getal voor bouwland en het P-AL-getal voor grasland. Van de Mortel vindt het Pw-getal vanwege zijn inherente spreiding geen goed kengetal om de mestwetgeving voor bouwland aan op te hangen. “Het Pw-getal heeft een natuurlijke spreiding tot wel 20%, terwijl de mestwetgeving keiharde Pw-grenzen hanteert.”

Nieuw fosfaatgetal voor bouwland na 2020

Ook bij de overheid is dat besef inmiddels doorgesijpeld. In het kader van het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn wordt nu nagegaan of een gecombineerde fosfaat-indicator op basis van P-AL en P-PAE kan worden gebruikt als uitgangspunt voor het bepalen van de fosfaattoestand van de bodem. Per 1 januari 2021 moet deze gecombineerde indicator als basis dienen voor de mestgift voor zowel gras- als bouwland. De gecombineerde indicator geeft informatie over zowel de voorraad aan fosfaat in de bodem, als over de (directe) beschikbaarheid van fosfaat voor de landbouwgewassen. In mais- en grasland is daar al ervaring mee opgedaan. Voor bouwlandgewassen (met uitzondering van mais) zijn er echter nog geen bemestingsadviezen voor fosfaat gebaseerd op de gecombineerde fosfaatgetallen. Die zijn wel nodig om die gecombineerde indicator toe te kunnen passen.

Daarnaast meldt het zesde actieprogramma Nitraatrichtlijn overigens ook dat ‘oude’ bodemanalyses van voor 1 januari 2021 op basis van Pw na 1 januari 2021 nog 4 jaar rechtsgeldig blijven. Dit alles moet overigens nog wel in wetgeving worden vastgelegd.

Het bezwaar ‘grote spreiding’ dat kleeft aan het ‘onstabiele’ Pw-getal, geldt in mindere mate trouwens ook voor de nieuwe gecombineerde indicator. De P-AL-getallen liggen bij alle laboratoria redelijk op één lijn (hoogste 94, laagste 79, verschil 18%), maar tussen de P-PAE-getallen zit best grote spreiding, tot wel 140% tussen de hoogste (Roba Lab) en de laagste (Groen Agro Control). Een extra keer de grond laten bemonsteren, eventueel door een ander laboratorium, kan dus lonen.

Laatste reacties

  • Frederiqe

    JA HOOR DAAR GAAN WE WEER

  • kootst

    @Boerderij
    Voor een overzichtelijke vergelijking in de tabel rekende Boerderij alle gehaltes om naar dezelfde eenheid ...............
    Waar staat die tabel ???

  • Beheerder
    Redactie

    @koots: zie link in artikel en link onderaan het artikel. Bij deze ook nog de link naar tabel => https://www.boerderij.nl/PageFiles/217149/Download-hier-tabel-Bodemonderzoek-Boerderij.pdf

    Reactie gewijzigd door een beheerder

  • hollandagri

    en zo is het zelfde met de ammoniak metingen van mestaanwendingen , en stalsystemen

  • deB.


    Het mooie van dat alles is.... het gaat een kant op bij voorbaat!!
    Alles minder, krimpen enz ten nadele van de grondeigenaar!!!! krommer kan het niet

  • landboer

    Ook even met een mestmonster doen!

  • deB.


    Nee dat kan dan weer niet, want dan kunnen die verrekte boeren( zoals er tegen ons wordt aangekeken) weer veeel meer mest kwijt...en dat mag niet van het linkse gedrocht.

  • C0

    mestmonsters is al eens door de NVV gedaan ook hier waren grote verschillen per laboratorium

  • farmerbn

    Dus altijd bij meerdere labo's laten analyseren. Pak je de meest gunstige en de andere uitslagen gooi je weg.

  • Gat

    Eurofins heeft baat bij lage pal getal en lage mestmonsters. Des te meer kan de akkerbouwer aanvoeren en veehouder Mar afvoeren. En eurofins Mar vrachten analyseren. Is ook gewoon kassa voor hen.

  • mtseshuis

    @Gat, raar dat Eurofins dan als hoogste uit de bus komt..... Je zou eerder andersom concluderen: Aangezien Eurofins de meeste grondmonsters onderzoekt zou je haast denken dat ze van de overheid geld toegestoken krijgt om zo hoog mogelijke uitslagen te produceren. Dan zijn ze het snelst van de veehouders af...

  • Gat

    Mtseshuis, met grondmonsters waar steek je. Werk bij akkerbouwer steek ook paar honderd ha per jaar. Volgens analyse goed om waspeen te telen. Zet je er waspeen wil ie niet groeien om de aaltjes die volgens uitslag goed waren.

  • Meralco

    Volgens het artikel heeft het Pw getal een spreiding van 20 procent terwijl de mestwet absolute grensgetallen hanteert. Die 20 procent geldt bij meting, bij berekening is de spreiding mogelijk kleiner. Beide methodes, meting en berekening zijn toegelaten.

    Een Pw van 61 zou bij een volgende meting van hetzelfde monster, door hetzelfde laboratorium 55 kunnen zijn!

    Ambtenaren werken graag met absolute getallen. Dat de werkelijkheid daar geen boodschap aan heeft, deert hun kennelijk niet.

  • MBMB

    Ik klaag al meer dan 10 jaar over de onverklaarbare PAL gehaltes. Nauwelijks mest aangewend, torenhoge PAL. Zeg maar hoe dit kan. Ik word er natuurlijk wel op afgerekend. Dit jaar waren ALLE percelen enorm verhoogd in PAL en heb ik geweigerd om de aanzienlijke rekening nog te betalen zonder redelijke verklaring. Let wel: ik heb door de jaren heen al 3 laboraroria ingeschakeld en steeds weer andere getallen. Na meer dan 20 jaar bemonstering weet ik heel zeker dat er geen relatie is tussen bemesting en de hoogte van de PAL. Lekker dan!

Laad alle reacties (10)

Of registreer je om te kunnen reageren.