Home

Achtergrond 5 reacties

Grootste pijnpunt zonneparken blijft landbouwgrond

In Drenthe zijn volop plannen voor zonneparken, deels op landbouwgrond. En dat is een pijnpunt.

“De manier waarop in de provincie Drenthe nu wordt omgegaan met het fenomeen zonneparken kan leiden tot een veldslag.” Met deze stevige woorden opent Reinder Hoekstra, directeur van Natuur en Milieufederatie Drenthe, het publiek debat ‘Zonneparken passend bij Drenthe’.

Samen met provinciebestuurders, landbouw- en natuurorganisaties en projectontwikkelaars konden belangstellenden van gedachten wisselen. Het bleek een debatonderwerp waar grote behoefte aan was. Ruim 200 belangstellenden waren afgekomen op de door de Milieufederatie georganiseerde avond in het cultuurcentrum de Nieuwe Kolk in Assen. Er waren zelfs zoveel aanmeldingen dat een aantal mensen op een wachtlijst kwam omdat alle plaatsen in de zogeheten Rabozaal bezet waren.

Zonneparken op 3.000 hectare Drentse grond

Die belangstelling is ook niet vreemd. Het aantal plannen voor zonneparken in Drenthe is groot. Er is 3.000 hectare grond waarop zonneparken gepland zijn, 90% daarvan wordt ontwikkeld door projectontwikkelaars. Van die beoogde 3.000 hectare grond is maar liefst 80% reguliere landbouwgrond. Vooral dat laatste wringt.

Uit reacties van veel van de bezoekers blijkt dat ze het ontwikkelen van duurzame energie noodzakelijk vinden en ook toejuichen. Maar de plannen om vooral landbouwgrond te gebruiken voor de zonneparken stuit op veel verzet. “Leg eerst maar eens alle daken en restgronden vol”, vat een van de bezoekers het grootste bezwaar krachtig samen.

‘Als we dit niet goed organiseren, is er echt een veldslag op komst’

Ook Hoekstra voelt zich in een spagaat zitten als het om zonneparken gaat. Aan de ene kant is hij als aanvoerder van een milieuorganisatie blij met alle vormen van duurzame energie, maar de snelheid waarmee er een groot aantal zonneparken lijkt te komen, doet hem ook twijfelen.

Veel grondposities ingenomen door projectontwikkelaars

Hoekstra: “Er zijn in korte tijd veel grondposities ingenomen door projectontwikkelaars om zonneparken te ontwikkelen. Dat geeft ook aanleiding tot bezorgdheid. We weten allemaal nog hoeveel onrust het dossier windenergie opleverde in de provincie. Mensen voelden zich overvallen, kregen geen mogelijkheid te participeren en kwamen in protest.” Volgens Reinder Hoekstra is een strakke regie op dit dossier absoluut nodig. “Als we dit niet goed organiseren, is er echt een veldslag op komst.”

Uit reacties van veel van de bezoekers blijkt dat ze het ontwikkelen van duurzame energie noodzakelijk vinden en ook toejuichen. Maar de plannen om vooral landbouwgrond te gebruiken voor de zonneparken stuit op veel verzet. - Foto's: Hans Banus
Uit reacties van veel van de bezoekers blijkt dat ze het ontwikkelen van duurzame energie noodzakelijk vinden en ook toejuichen. Maar de plannen om vooral landbouwgrond te gebruiken voor de zonneparken stuit op veel verzet. - Foto's: Hans Banus

Snelheid in de energietransitie

Verantwoordelijk gedeputeerde van de provincie Drenthe, Tjisse Stelpstra, is niet van plan alles rondom de zonneparken meteen strak in te kaderen en de mogelijkheden van vestiging op landbouwgrond in te perken. Er moet op alle manieren snelheid in de energietransitie komen om de opwarming van de aarde tegen te gaan, is zijn mening. “Ik ga nu niet alles al in beton gieten. Het is een verantwoordelijkheid van ons als samenleving dit vraagstuk op te pakken, daarom kiezen we voor ‘bottom-up’. Het is aan de gemeentes die handschoen op te pakken.”

‘Natuurlijk zijn er randvoorwaarden, het is geen vrijheid blijheid voor projectontwikkelaars’

Dat de provincie op deze manier alles aan de markt overlaat, werpt Stelpstra verre van zich. “Natuurlijk zijn er randvoorwaarden, het is geen vrijheid blijheid voor projectontwikkelaars. Flauwekul, grondposities zijn geen ruimtelijke ordening!” De gedeputeerde is ervan overtuigd dat deze aanpak, die ruimte laat voor invulling door de gemeentes, juist dingen mogelijk maakt. “We hebben ook landbouwgrond nodig om de duurzame energiedoelen te bereiken.”

Landbouwgrond als allerlaatste optie

Landschapsarchitect en lid van het College van Rijksadviseurs, Berno Strootman, is het maar op een punt eens met Stelpstra, namelijk dat de verantwoordelijkheid bij ons allen ligt. “Maar er zijn betere oplossingen, laten we beginnen met zoveel mogelijk energie te besparen. Zonnepanelen in een weiland plaatsen is veel te gemakkelijk. Dat moeten we pas als laatste optie overwegen, na 2040 als het nodig blijkt. Het gaat niet goed met het landschap, een transitie naar verbetering wordt compleet doorkruist door de komst van zonnepanelen op het land. Dat moet je niet doen op goede grond, die grond gaat dood. Het is een vorm van industrie in een weiland, waarvan gezegd wordt dat het tijdelijk is. Tijdelijk is vaak heel permanent.”

‘De ruimte is schaars, we moeten ons als boeren richten op voedselproductie’

Ook met boeren die een zonnepark zien als een mooie inkomstenbron heeft Strootman niet veel op. “Ik begrijp dat boeren dat graag willen, maar boeren willen ook vaak extra woningen bouwen. Dat staan we toch ook niet toe?”

Een belangrijk aandeel in het probleem van zonneparken op landbouwgrond heeft de opzet van de SDE-regeling, de subsidie op hernieuwbare energietechnieken.
Een belangrijk aandeel in het probleem van zonneparken op landbouwgrond heeft de opzet van de SDE-regeling, de subsidie op hernieuwbare energietechnieken.

Probleem SDE-regeling

Een belangrijk aandeel in het probleem van zonneparken op landbouwgrond heeft de opzet van de SDE-regeling, de subsidie op hernieuwbare energietechnieken. Strootman: “Die regeling stimuleert zoveel mogelijk efficiency tegen een zo laag mogelijke prijs. Het gevolg is dat daken al snel oninteressant worden en men alleen kijkt naar grote lappen landbouwgrond. Juist de zonnepanelen op daken moeten we maximaal stimuleren.”

LTO wil landbouwgrond niet opofferen

Auke Jan Veenstra, programmamanager Klimaat & Energie bij LTO Noord, kan zich voor een belangrijk deel wel vinden in de redenering van Strootman. “De ruimte is schaars, we moeten ons als boeren richten op voedselproductie. Natuurlijk kunnen zonnepanelen interessant zijn voor boeren, maar niet in de eerste plaats. Eerst moet er gekeken worden naar andere opties, en naar landbouwgrond als laatste.”

Participatie als oplossing

Alle sprekers zijn het over een ding eens: om zonneparken te realiseren zal het nodig zijn om bewoners in de omgeving van het park te laten participeren, ze moeten ook een deel van de voordelen van zo’n park krijgen. Gedeputeerde Stelpstra: “Participatie is belangrijk voor de acceptatiegraad. Ik denk dat de helft van de revenuen in het gebied zelf zouden moeten blijven. Niet alleen de projectontwikkelaar moet profiteren.”

Laatste reacties

  • j.h.vonk@home.nl

    Zonneparken maak je op daken van industrie gebieden van ieder dorp en stad.

  • maiskolf

    Kan mooi op lage prutgrond . kun je anders toch geen goed gewas of saldo afhalen,
    niet op mooie landbouwgrond.
    Dan is die lage prutgrond mooi rendabel te maken.

  • agratax(1)

    Maak dan die prut gronden nog rendabeler door de panelen op een hoogte te zetten, dat er scharrelkippen, eenden o.i.d. gebruik kunnen maken van de grond onder de panelen. Zo snijden we 2 ruggen uit 1 varken. Hoe duurzaam is dat?

  • Gat

    Leg panelen op die grote industriehallen. Hectares groot en die zijn grootverbruikers. Stroom op de plek waar je nodig hebt. Industrie mag zelf ook zich inspannen voor die dingen, doen geen ene flikker. Boer moet Mar verduurzamen en landbouwgrond opofferen voor die flauwekul

  • marc512

    Leg ook EERST maar eens de boerderijdaken en daken van schuren vol alvorens de landbouwgrond op te offeren. Daar zijn nog heel wat meters te halen. En als je later meer grond nodig hebt om hetzelfde te kunnen produceren door de klimaatverandering, dan heb je nog wat!, niet als alles al vol ligt met zonnepanelen.

Laad alle reacties (1)

Of registreer je om te kunnen reageren.