Home

Achtergrond 1 reactie

‘Economisch voordeel met bodem als basis’

In het project Bodem Voordeel Flevoland werken 6 koppels van veehouders en telers samen met Countus en CLM aan een betere bodemvruchtbaarheid.

Het project Bodem Voordeel Flevoland draait nu ruim een half jaar. In dit project optimaliseren 6 koppels van melkveehouders en akkerbouwers hun samenwerking. Het doel is een betere bodemvruchtbaarheid in Flevoland. Maar de samenwerking biedt ook economische en sociale voordelen. “Het idee is dat we gemengd vooruitgaan. Met vooral oog voor de lange termijn”, zegt Jaap Gielen van accountants- en adviseursbureau Countus dat de koppels onder meer bedrijfseconomisch ondersteunt.

‘Als de akkerbouwer en veehouder de handen ineenslaan slaan, zijn ze efficiënter’

Waarom is dit project nodig?

“De Flevolandse klei is natuurlijk heel goede grond. Het is vooral een echte akkerbouwregio met zeer hoge grondprijzen. Dat betekent dat telers en ook melkveehouders flink moeten boeren om euro’s te verdienen. Daarbij speelt de geliberaliseerde pacht ook een negatieve rol. Dat is een systeem van de hoogste bieder en de korte termijn. Samen leidt dit al jaren tot steeds intensiever grondgebruik en toenemende verdichting van de bodem. Dat heeft negatieve gevolgen voor de organische stof in die bodem. Omdat de boeren op hun eigen bedrijf al tegen de grenzen van hun efficiencywinst lopen, kan een samenwerking een kans zijn. Als de akkerbouwer en veehouder de handen ineenslaan slaan, zijn ze efficiënter. Daar profiteren de boeren én de bodem van.”

Artikel gaat verder onder de foto.

Naam: Jaap Gielen (54). Bedrijf: Countus. Functie: specialist melkveehouderij. - Foto: Ton Kastermans Fotografie
Naam: Jaap Gielen (54). Bedrijf: Countus. Functie: specialist melkveehouderij. - Foto: Ton Kastermans Fotografie

Maar samenwerking is niet nieuw toch?

“Nee, we vinden het wiel niet opnieuw uit. Akkerbouwers en veehouders wisselen al langer grond, voer en mest uit. Bewustzijn van de teruggang van de Flevolandse bodem is er ook. Er wordt steeds meer organische stof aangewend. Maar met een goed ingerichte samenwerking kunnen ze regionale kringlopen beter sluiten en bodemvruchtbaarheid verbeteren. In dit project krijgen de koppels op veel vlakken steun en advies van Countus, CLM en Aeres Hogeschool Dronten.”

Waar moesten koppels aan voldoen?

“De intentie om een samenwerking te verkennen. En de nieuwsgierigheid en inbreng die nodig is om dit in de praktijk in te richten. Daarbij is transparantie over de eigen bedrijfscijfers een plus, maar geen verplichting. In de ideale situatie vergelijken veehouders en akkerbouwers zelf hun saldo’s en overige cijfers. Maar Countus kan ook economische vergelijkingen maken. Daarvoor putten we in Flevoland uit een databank van ongeveer 750 akkerbouw- en 150 melkveebedrijven.”

Dat klinkt wat vrijblijvend.

“Dat is het niet. De veehouders en akkerbouwers zijn niet ‘gematcht’. Ze moesten zich als koppel aanmelden. Dat maakte de drempel al hoger. Bovendien gaat de samenwerking niet alleen over meer euro‘s. De koppels denken ook na hoe ze bodemgezondheid kunnen verbeteren.”

Wat voor koppels doen mee?

“Dat varieert. De deelnemende veehouders hebben 60 tot 150 melkkoeien, terwijl de akkerbouwers 30 tot 100 hectare hebben. Daarnaast zitten 3 koppels in de Noordoostpolder, terwijl de andere 3 in Zuidoost-Flevoland zitten. Dat geeft qua gewassen al verschillen. Bovendien is de klei in het zuidoosten van de polder zwaarder. Dat vraagt maatwerk per koppel.”

‘De winst kwam uit op € 300 tot € 400 per hectare’

Wat zijn de resultaten tot nu toe?

“Die zijn heel divers. Een aantal koppels zit in de verkennende fase. Daar kost de uitwisseling van voorwaarden meer tijd. Of de zoektocht naar een goed gezamenlijk bouwplan met de juiste vruchtwisseling. Maar voor sommige koppels is de samenwerking economisch al doorgerekend. De winst kwam daar uit op € 300 tot € 400 per hectare. Zowel voor de veehouder als de akkerbouwer. Dit is inclusief aanvoerkosten van extra organisch materiaal dat nodig is om de positieve organische stofbalans van het melkveebedrijf ook binnen de samenwerking op het totale areaal te behouden. Organische stof blijft essentieel voor een duurzame bodem.”

Artikel gaat verder onder de tweet.

Hoe halen koppels dat rendement?

“Platgezegd is de veehouder met mest en gras een organische stofleverancier, terwijl de teler een -verbrander is. Idealiter ontstaat een gezamenlijk bouwplan waarin grond samengevoegd wordt om tot een optimale teelt van voer en gewassen en goede bodemvruchtbaarheid te komen. In één praktijkvoorbeeld van een koppel zijn de laagsaldogewassen van de akkerbouwer (zoals tarwe) verdwenen. Daar is grasland voor in de plaats gekomen. De veehouder leverde op zijn beurt juist gras in. Daar kwamen hoogsaldogewassen zoals aardappels en uien voor in de plek. Dat heeft voor de teler veel voordelen. Door het extensievere bouwplan hebben zijn gewassen een beter saldo en zijn er meeropbrengsten. De veehouder heeft het voordeel van gegarandeerde mestafname door de akkerbouwer.”

En de bodemresultaten?

“De gevolgen voor de bodem zijn nog niet geheel doorgerekend door CLM. Dat onderzoek loopt, met hulp van studenten van Aeres Hogeschool. Maar het doel is helder. Verbetering van bodemvruchtbaarheid en -weerbaarheid zijn pijlers onder een langdurig bestaan van elke samenwerking.”

Een gezamenlijk bouwplan, de bodem. Zijn er meer winstpunten?

“Ja, veehouders en akkerbouwers kunnen ook beter samenwerken qua arbeid of uitruil van machines. De teler kan bijvoorbeeld grasinzaai voor zijn rekening nemen. Maar dan gaat het niet meer om grote bedragen.”

Zijn er andere aandachtspunten?

“Ja, de wet- en regelgeving. Bemestingsopties zijn vooral in het voorjaar door praktische omstandigheden soms beperkt. Als het zaaibed heel nauw luistert, zijn telers terughoudend met rundveemest. Bijvoorbeeld bij bieten en uien. Dan kiezen ze vaak nog voor kunstmest. Veehouderij en akkerbouw kunnen alleen meststoffen uitruilen als samenwerkende bedrijven met één mestnummer gaan werken. Maar dan vervalt derogatie en dat is onwenselijk voor de gebruiksruimte van dierlijke mest. Ook gewasderogatie zou in combinatie met een gezamenlijke mestboekhouding beter zijn.”

Hoe lang loopt dit project nog?

“We zijn nu halverwege het eerste jaar. En straks volgt een evaluatie. Maar de eerste resultaten lijken goed. Bovendien zijn er al nieuwe aanmeldingen van koppels. De provincie Flevoland – die het eerste jaar vanuit actieplan Bodem en Water heeft gefinancierd – ziet dat ook. Het is waarschijnlijk dat we komend jaar verder gaan met Bodem Voordeel Flevoland.”

Artikel gaat verder onder de tweet.

Bodem Flevoland al langer thema

De zorgen over de kwaliteit van de Flevolandse bodem zijn er al langer. Ook al heeft de polder een van de meest vruchtbare bodems in Nederland. In het voorjaar van 2015 liet het rapport ‘Van bodemdilemma’s naar integrale verduurzaming’ van de Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame Landbouw (RIDLV) aan duidelijkheid niets te wensen over: de kwaliteit van de bodem in Flevoland neemt structureel af. Die afbraak van de bodemvruchtbaarheid komt volgens het RIDLV onder meer door liberalisering van de pacht. Die leidt tot steeds kortere pachtperiodes met hogere grondprijzen. Hierdoor telen boeren gewassen die financieel het meest aantrekkelijk zijn. Door intensivering van teelten als peen en bloembollen, de inzet van zware machines en oogsten in een nat seizoen is veel schade toegebracht aan de bodemstructuur. Het RIDLV concludeerde toen dat het de agrarische keten aan regie ontbrak. Intensieve samenwerking zou een oplossing zijn.

Check de grond- en pachtprijzen, actuele koopaktes en andere agrarische transacties op boerderij.nl/landbouwgrond

Eén reactie

  • John*

    en dan nog het gras gaan bemesten met dunne fractie uit varkensmest en de keten is rond.. varkensmest naar grasland, dikke fractie en rundveemest naar de akkerbouwer. Met gewasderogatie lossen we het mestprobleem in Nederland op.

Of registreer je om te kunnen reageren.