Home

Achtergrond

‘Boer moet weer waardering krijgen’

Een betere band tussen boer en burger moet tot meer waardering leiden voor de boer. Carla Dik-Faber (ChristenUnie) komt met een initiatiefnota en gaat in gesprek met boeren, natuurbeschermers en burgers om tot goede verbindingen te komen.

Het voedselsysteem moet anders. Daar zijn Tweede Kamerlid Carla Dik-Faber (ChristenUnie) en Niels Rook, directeur van de christelijke vakorganisatie CGMV het over eens. Maar hoe de omslag gemaakt kan worden, is nog een uitdaging.

Carla Dik-Faber van de ChristenUnie en Niels Roos, directeur van CGMV. - Foto: Paul Dijkstra
Carla Dik-Faber van de ChristenUnie en Niels Roos, directeur van CGMV. - Foto: Paul Dijkstra

Daarom willen ze morgen op het event GroenGelovig boeren, natuurbeschermers en burgers met elkaar in gesprek laten gaan om ideeën op te doen. “Voedsel is heel populair. Er zijn veel kookprogramma’s, en programma’s zoals dat van Yvon Jaspers over de boerderij doen het goed. Maar het frustrerende is dat de boer er nog niets van ziet: iedereen heeft er een mening over, maar dat vertaalt zich nog niet in kennis van een boerenbedrijf of een eerlijke prijs. Dat is wel de volgende stap die we moeten zetten. Dat is ook een van de onderdelen van mijn initiatiefnota: de verbinding tussen boer en burger moet beter”, aldus Dik-Faber.

Boeren, natuurbeschermers en consument met elkaar in gesprek

“Boeren, natuurbeschermers en consument hebben allemaal een mening over elkaar, maar ze spreken weinig mét elkaar. Via GroenGelovig willen ChristenUnie en vakorganisatie CGMV deze partijen met elkaar in gesprek brengen over het thema voedsel”, legt Dik-Faber uit. “Boeren voelen zich vaak in een hoek gezet, terwijl ze zelf juist vinden bij de top te behoren op het gebied van milieu en dierenwelzijn. Natuurbeschermers vinden dat boeren onvoldoende oog hebben voor biodiversiteit. En dan is er nog de consument, die als burger een sterke mening heeft over voedselproductie, maar als consument vaak niet bereid is om de prijs te betalen voor de extra eisen die ze willen stellen. De 3 partijen praten te weinig met elkaar”, vindt Dik-Faber.

Producten uit de regio

De politica ervaart dat consumenten eigenlijk niet meer weten waar hun eten vandaan komt. “Maaltijden die passen bij de seizoenen zijn we allemaal kwijtgeraakt. Ik zou het goed vinden als we meer uit de regio gaan eten. Het is ook erkenning van onze boeren en tuinders. Waarom zou je boontjes uit Marokko eten, als we hier prima Nederlandse boontjes hebben? Als je mee-eet uit de regio en met de seizoenen, heeft dat ook een milieuvoordeel. Je hebt het transport van het voedsel niet en bovendien is de CO2-voetafdruk van onze boeren lager dan die in andere landen.”

De Nederlandse boer is toch juist gebaat bij een groot afzetkanaal?

Dik-Faber: “Het voordeel van korte ketens is dat de boer een betere prijs krijgt voor zijn product. Ik zie dat er steeds meer streekproducten worden aangeboden, maar het blijft toch een beetje een nicheproduct. Mensen vinden een streekproduct iets bijzonders en daardoor zijn ze bereid om er extra voor te betalen. Ik zou willen dat daarnaast ook een regioproduct in het aanbod komt. Maar hoe ga je dat regelen? Met GroenGelovig gaan we werken aan concrete ideeën om dit op te lossen. Hoe kun je een product uit de regio en passend bij de seizoenen zodanig labelen dat mensen dat kopen in plaats van een stukje vlees uit Argentinië?”

Is dit niet een risico voor de Nederlandse landbouw, die op export is gericht?

Dik-Faber: “Ja, daarom versta ik onder regio ook de Noordwest-Europese markt. Maar wat mij opvalt, is dat we heel goed zijn in export, en vervolgens bulk importeren. Onze goede spullen gaat naar het buitenland, de boeren krijgen daarvoor niet de waardering die ze verdienen, en we halen producten van ver weg die niet eens volgens onze normen zijn geproduceerd. Dat is echt de keerzijde van het economisch model waar we nu in zitten. Het is de wereld op zijn kop. Uiteindelijk zie je dat boeren niet de betere prijs voor hun product krijgen met dit systeem. Met korte ketens zie ik kansen om het voor de boer, het milieu en de consument beter te maken.”

Vanuit het buitenland wordt met enige jaloezie gekeken naar de Nederlandse agroketen. Moeten we dat dan afbreken?

Rook: “Een belangrijk effect van het stelsel dat gericht is op massa, is dat de boer voor zijn kilo aardappelen nagenoeg niets krijgt. Moet je dat accepteren? Je moet kijken naar eerlijkheid en rechtvaardigheid. De speler in de keten die er de meeste tijd in steekt, krijgt de laagste prijs. Het is allemaal heel mooi dat de agroketen hier heel goed is ingericht, maar uiteindelijk eten de boeren hier geen brood van. Dat is zwaarder dan een neveneffect. Is dat de vorm van beschaving die we bereikt hebben? Dat we massa produceren en de boer afschepen met een stuiver? Daar ligt mijn punt.”

‘Er worden massa’s goed voedsel geproduceerd, maar de boer wordt afgescheept met een stuiver. Is dat de maatschappij die we willen?’

Welke rol speelt voor u het geloof in deze discussie?

Rook: “Vanuit onze identiteit hebben we zorg voor de schepping. Geloven doe je met je hart en je hoofd. Op deze manier willen dit samen met boeren en natuurbeschermers handen en voeten geven.”

Dik-Faber: “We bidden ieder dag: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’. Maar hoe dankbaar zijn we daar nog voor? Als mensen door de supermarkt lopen, zullen ze daar niet vol dankbaarheid lopen. Terwijl de generatie van mijn ouders nog honger heeft gehad. Het besef dat voedsel iets is dat de aarde voortbrengt en dat het uiteindelijk uit Gods hand komt en dat we daar dankbaar voor moeten zijn, dat zijn we helemaal kwijt. Het is niet zo vanzelfsprekend dat er boeren zijn die er elke dag weer de schouders onder zetten voor ons voedsel. De fysieke afstand tussen stad en platteland is in Nederland heel klein, maar de emotionele afstand is heel erg groot geworden.”

Maakt het de discussie makkelijker door deze alleen met gelovigen te voeren?

Rook: “Wat helpt is dat je een gezamenlijk vertrekpunt hebt: het geloof in Jezus Christus als Heer van ons leven. Dat geeft een soort vertrouwen om deze discussie met medegelovigen te voeren en het gesprek aan te gaan over de portemonnee van de boer, het hart van de natuurbeschermer en het hoofd van de consument.”

Welke rol kan de politiek hierin spelen?

Dik-Faber: “Boeren die initiatieven willen nemen om de afstand tussen boeren en burgers te verkleinen door nevenactiviteiten op het bedrijf te beginnen, lopen vaak tegen regelgeving aan.”

‘Er zit een enorme potentie in de verbrede landbouw, daar zou ik graag een welwillende overheid bij willen zien’

“Een boer die een boerderijcamping wil beginnen, mag in veel gemeenten maar 15 plaatsen maken. Maar daarmee krijg je je businesscase niet rond. Of iemand die een boerderijwinkel wil beginnen, maar tegen de geurcirkels aan loopt. Er zit een enorme potentie in de verbrede landbouw, daar zou ik graag een welwillende overheid bij willen zien.”

Wat kunnen supermarkten doen om de voedselketen te verbeteren?

“Supermarkten zouden zich met elkaar moeten gaan vergelijken bij de mate van voedselverspilling en bij het aanbod van voedsel uit de regio. De plannen liggen er dat supers transparant gaan maken hoeveel voedsel ze verspillen, waardoor er een gezonde competitie komt. Maar ik zou ze willen uitdagen om ook eens te laten zien hoeveel producten ze uit de regio halen.”

U komt nu met een initiatiefnota, is dat niet vreemd voor een regeringspartij?

“In het regeerakkoord staat een korte passage over de relatie tussen boer en burger. Deze passage wil ik graag verder uitwerken. Ik vind het mooi om daar input aan te leveren. Er staat in het regeerakkoord ook een alinea over de marktpositie en het inkomen voor de boer. Maar via verbinding tussen boer en burger en het verkorten van de keten kun je de boer ook een betere inkomenspositie geven door betere prijsvorming.”

Chistenen in gesprek over voedsel

Het symposium GroenGelovig over een toekomstgerichte landbouw en voedselvoorziening wordt vrijdag 15 juni gehouden in Ede. Op het symposium zullen onder andere Hans Huijbers (ZLTO), Marc van den Tweel (Natuurmonumenten) en minderbroeder Ragnel van het Franciskaner klooster in Megen spreken. Daarna gaan boeren, natuurbeschermers en burgers met elkaar in gesprek over hoe het voedselbeleid verbeterd kan worden. Dit moet leiden tot nieuwe goede ideeën voor de deelnemende organisaties.

Of registreer je om te kunnen reageren.