Home

Achtergrond 1 reactie

Zo werken boeren aan schoner water

Waterkwaliteit heeft de volle aandacht. Er zijn al ruim 250 projecten binnen het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. Maar er moet ook veel gebeuren.

2 boeren vertellen over hun deelname aan projecten voor schoner water:
‘Afspoeling belangrijkere oorzaak vervuiling dan drift’
‘Mais werd te royaal bemest’

De landbouw staat voor een enorme opgave. De Nederlandse waterkwaliteit moet uiterlijk 2027 op orde zijn. Dat is vastgelegd in de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Maar de waterkwaliteit voldoet nu nog lang niet aan de norm. En daar is de landbouw voor een groot deel debet aan.

Ongeveer de helft van het oppervlaktewater in boerengebied voldoet nog niet aan stikstof- of fosfaatnormen zoals die door de waterschappen vastgesteld zijn. Dat blijkt uit cijfers op 173 meetlocaties van het Meetnet Nutriënten Landbouw Specifiek Oppervlaktewater (MNLSO). Grootste knelpunten zijn de Brabantse zandgebieden (stikstof) en het veen in West-Nederland (fosfaat), aldus Deltares – onderzoeksinstituut op het gebied van water en ondergrond. Ook in de Gelderse Vallei, Zuidoost-Brabant en Noord-Limburg is er een probleem met fosfaat. Het mestbeleid heeft in deze gebieden nog onvoldoende resultaat.

Daarnaast zijn er hier en daar nog te veel gewasbeschermingsmiddelen of resten daarvan in het oppervlaktewater te vinden. En niet alleen de kwaliteit, ook de kwantiteit schept problemen. Hevige regenbuien en lange droogteperiodes komen vaker voor. Daar kunnen boeren uiteraard niks aan doen, maar een goed antwoord daarop is wel in het belang van de sector.
Artikel gaat verder onder de foto‘s

De nieuwe wasplaats in het Drentse Wapse is een Deltaplanproject. De boeren hier hoeven nu niet meer op hun eigen erf machines schoon te spuiten. Het afvalwater wordt apart opgevangen en verwerkt. - Foto: Frank Uijlenbroek
De nieuwe wasplaats in het Drentse Wapse is een Deltaplanproject. De boeren hier hoeven nu niet meer op hun eigen erf machines schoon te spuiten. Het afvalwater wordt apart opgevangen en verwerkt. - Foto: Frank Uijlenbroek

Lees meer over de spuitplaats in Wapse: 
Moderne spuitplaats vangt residu en middelenresten op

Deltaplan

De sector pakte zelf de handschoen op. LTO nam in 2013 het initiatief voor het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW). Het doel: economisch duurzame bedrijven die de waterkwaliteit verbeteren en inspelen op klimaatverandering. “Ons eerste doel was bewustwording creëren, boeren en overheden bij elkaar brengen, lokale boerenprojecten opzetten en kennis delen en opdoen”, vertelt Geert de Groot, DAW-programmamanager namens LTO.

Die projecten gaan over thema’s als afspoeling, uitspoeling, bodemdaling, maar ook verzilting. Het is maatwerk waarbij boer én waterschap samen rond de tafel zitten en van elkaars kennis profiteren.

Nu, 5 jaar later, zijn al ruim 250 lokale boerenprojecten opgezet. Het aantal deelnemers varieert van enkele tot soms wel een paar honderd. En er zijn ook al fraaie resultaten geboekt.

Stroperige projectsubsidies

Boeren die in Deltaplanprojecten actief zijn, komen voor Europese POP-subsidie in aanmerking. Hiervoor moeten ze bij de provincie aankloppen. Cofinanciering door bijvoorbeeld waterschappen is daarbij al geregeld. In totaal is zo jaarlijks € 65 miljoen beschikbaar. Volgens LTO gaat dit nog zeer stroperig. Aanvragen kosten veel tijd en passen niet bij de dynamiek van een boerenbedrijf.

Voor één thema is binnen het Deltaplan al apart geld gereserveerd: kwetsbare grondwaterbeschermingsgebieden op zandgronden. Dit gaat om 34 gebieden (bijna 1.000 boeren) in Limburg (12), Noord-Brabant (8), Overijssel (6), Gelderland (4) en Drenthe (4). Voor dit beschermingsplan is tot 2023 € 11 miljoen beschikbaar.

In Noord-Brabant valt het project F2Agri op. Hierin nemen een coöperatie van boeren, bierbrouwer Bavaria en ZLTO maatregelen om het gezuiverde afvalwater van Bavaria te hergebruiken in de land- en tuinbouw. Zo kunnen boeren op hoge zandgronden zich beter wapenen tegen lange droge periodes.

Een ander voorbeeld is het project Go-Fresh in Zeeland dat verzilting tegengaat. Samen met onderzoeksinstanties worden 3 methodes uitgeprobeerd:

  • De 1ste omvat het verhogen van de grondwaterstand door infiltratie van zoet oppervlaktewater en peilgestuurde drainage.
  • De 2de injecteert zoet water en onttrekt tegelijkertijd zout water aan de ondergrond.
  • De 3de methode gaat over lagere gebieden met zoute kwel waarbij slimme diepe drainage de dunne zoetwaterlens (toplaag boven het zoute water) beschermt. Zo moeten telers meer zoet water krijgen tijdens het groeiseizoen.
De zandgronden rond de Sallandse Heuvelrug zijn aangewezen als 1 van de 40 kwetsbare grondwaterbeschermingsgebieden. Uitspoeling is hier het thema. - Foto: Ruud Ploeg
De zandgronden rond de Sallandse Heuvelrug zijn aangewezen als 1 van de 40 kwetsbare grondwaterbeschermingsgebieden. Uitspoeling is hier het thema. - Foto: Ruud Ploeg

Tandje bijschakelen met aanpak waterkwaliteit

Projecten zijn er genoeg. Maar harde cijfers over de ‘nieuwe’ waterkwaliteit ontbreken nog. Het is daardoor onduidelijk of de landbouw op schema ligt voor 2027.

Maar daar komt snel verandering in. Binnen het Deltaplan worden knelpunten nu regionaal en lokaal geïnventariseerd. Daar rolt medio 2019 een prioriteitenlijstje met gebieden en meest effectieve maatregelen uit, klinkt het bij LTO. Die lijst zal niet vrijblijvend zijn.

Waterschappen brengen in kaart of het snel genoeg gaat en waar het hapert. Ook komt er een tussenevaluatie van het middelenbeleid (Tweede nota Duurzame Gewasbescherming). Daar komen doelen uit voor boeren en waterschappen.

Daarmee is niet gezegd dat de sector geen successen boekt, aldus Rien Klippel, beleidsadviseur van de Unie van Waterschappen. “Integendeel, de sector pakt waterkwaliteit serieus op. Maar er moet wel een tandje bij. We hebben met elkaar afgesproken dat in 2021 80% van de resterende waterkwaliteitsproblemen opgelost is. Dat is een forse opgave.”

Onderzoeksinstituut Deltares wil niet zeggen of de landbouwsector op schema ligt voor 2027. De organisatie stelt dat vanggewassen, rijenbemesting of zuiverende drainage zeker bijdragen aan een betere kwaliteit. Maar volgens Deltares is de spreekwoordelijke olifant in de kamer het meststoffenoverschot.

Extra boerenbeloning

De Groot van LTO ziet ondertussen meer mogelijkheden en ook voordelen voor deelnemers aan het Deltaplan. “Die boeren zijn proactief. Ze houden handhaving weg en kunnen weer ondernemen doordat ze goed bezig zijn met bodem en waterbeheer. Dat is ook veel beter voor het boerenimago. Door agrarische regelgeving richten boeren zich op ‘de achterkant van de bedrijfsvoering’ en steken ze energie in het voldoen aan mestnormen en richtlijnen. Die energie kunnen ze veel beter aan de voorkant – bodem en water – inzetten.”

De vraag is: kan daar een gunstig prijskaartje aan hangen? De Groot denkt van wel: “Onze projecten zijn nu nog deels gesubsidieerd, maar moeten uiteindelijk zonder kunnen. Daarom moeten we extra prikkels inbouwen; een beloning voor deelnemende boeren. Dat kan variëren van een lagere waterschapsbelasting, een iets hogere melkprijs, een lagere rente van de bank tot meer bemestingsruimte. Het is onze taak om ketenpartijen bij het Deltaplan te betrekken. Dat klinkt ambitieus, maar ik geloof er in.”

‘Afspoeling belangrijkere oorzaak vervuiling dan drift’

In het Noord-Friese akkerbouwgebied doet Tineke de Vries samen met 5 andere telers mee aan het project Perceelsemissie in de hand .

Sinds 2016 proberen ze zoveel mogelijk te voorkomen dat gewasbeschermingsmiddelen via afspoeling en uitspoeling in het oppervlaktewater terechtkomen. De Vries: “Uit waterschapsmetingen bleek indertijd dat er te veel middelen in sloten zaten. En ze wezen naar de landbouw. De algemene opinie was dat drift de boosdoener was, maar het bleek vooral afspoeling te zijn, zoals bodemherbiciden na plensbuien.”

De telers sloegen de handen ineen met het Friese waterschap. Ook omdat ze strengere regelgeving of middelverboden voor wilden zijn. De telers zochten naar snelle maatregelen die niet duur zijn maar wel effect hebben.

Tineke de Vries (51) heeft in het Friese Hallum een akkerbouwbedrijf met 100 hectare land (suikerbieten, pootaardappelen, wintertarwe en wintergerst). - Foto: Anne van der Woude
Tineke de Vries (51) heeft in het Friese Hallum een akkerbouwbedrijf met 100 hectare land (suikerbieten, pootaardappelen, wintertarwe en wintergerst). - Foto: Anne van der Woude

Niet alle maatregelen even effectief

Als voorbeeld noemt ze de verdere uitdieping van buffergreppels voor sloten. Zo is er genoeg buffer voor een flinke regenbui van 20 tot 30 millimeter. Het graven van een met compost gevulde greppel voor de ruggen langs was een andere, minder geslaagde oplossing. Ook gebruikten de telers een drempelfrees in het aardappelperceel om dammetjes tussen ruggen te maken.

‘Afspoeling tegengaan is niet zo moeilijk als het lijkt’

“Veel maatregelen hielpen, maar tegelijkertijd was niet elke ingreep even effectief”, zegt De Vries. “Zo hadden we in het geval van de dammetjes problemen om met de selectiekar voor het pootgoed door het land te rijden. Maar de gemene deler was dat deze relatief simpele oplossingen elkaar samen versterkten.”

Betere waterkwaliteitscijfers kunnen de telers niet overleggen. Daarvoor zijn ze nog met te weinig. Maar als het aan De Vries ligt komt daar snel verandering in. “Komend jaar gaan we met groepen boeren via demo’s en veldexcursies perceelsemissie aanpakken. Afspoeling tegengaan is niet zo moeilijk als het lijkt.”

‘Mais werd te royaal bemest’

Bram Egberts al in 2010 door drinkwaterbedrijf Vitens en provincie Overijssel benaderd om samen met andere veehouders mee te doen aan het project Boeren voor drinkwater.

Hij is veehouder op de zandgronden rond de Sallandse Heuvelrug. “Dit is een kwetsbaar grondwaterbeschermingsgebied. De zandgrond is uitspoelingsgevoelig en houdt stikstof niet goed vast”, legt Egberts uit. “Vitens wilde graag met ons praten om de uitspoeling van nitraat naar grondwater zoveel mogelijk te reduceren. Vitens moet immers aan Europese nitraatnormen voldoen.”

Egberts en zijn collega’s hapten toe. Ze werken samen met overheden, een onderzoeksinstituut en een accountantsbureau. “Zelf kunnen we aan de hand van de KringloopWijzer al de ‘lekken’ op het bedrijf zien”, vertelt Egberts. “Aanvullend worden op mijn grond 2-jaarlijks meer dan 20 metingen gedaan. Vervolgens gaan we ‘repareren’.”

Bram Egberts (52) heeft in Hoge Hexel (Overijssel) een veebedrijf met 80 melkkoeien, 60 stuks jongvee, 34 hectare grasland en 6 hectare mais. - Foto: Ruud Ploeg
Bram Egberts (52) heeft in Hoge Hexel (Overijssel) een veebedrijf met 80 melkkoeien, 60 stuks jongvee, 34 hectare grasland en 6 hectare mais. - Foto: Ruud Ploeg

Overdadige eiwitvoeding koeien

Een van de ontdekkingen, aldus Egberts: “De mais werd te royaal bemest. Zeker op percelen mais na grasland kwam te veel stikstof vrij. De mais kon het maar tot zekere hoogte opnemen. Dat leidde tot extra uitspoeling.”

Een ander voorbeeld was de eiwitvoeding voor de koeien. “Die was overdadig en dat leidde tot een hoger ureumgehalte in de melk. De eiwitten werden zo niet optimaal benut en de stikstof kwam er daardoor aan de ‘achterkant’ weer uit.”

Ook liet Egberts meerdere jaren gras onderzaaien bij mais. Nog voordat het gewas zich sloot. Dat leverde een mooie groenbemester op nadat de mais er af was én minder uitspoeling. Bovendien krijgt de veehouder er meer organische stof in de bodem voor terug. Egberts moest er wel een loonbedrijf voor laten opdraven, maar doordat hij het samen deed met collega’s kon hij de kosten drukken.

Overschot afgenomen

Het zijn kleine beetjes, maar samen werpen ze wel degelijk hun vruchten af. Egberts merkt het op zijn eigen bedrijf. “Uit cijfers van de accountant blijkt dat het stikstofbodemoverschot tussen 2014 en 2016 enorm is teruggelopen, van 93 naar 2 kilo per hectare. Ook qua fosfaatoverschot zijn we in die periode flink vooruitgegaan. Onze winst is dat we minder mest hoeven af te voeren.”

Maar niet alleen de boer is tevreden. Vitens hoeft nu zelf geen maatregelen meer te nemen omdat de grondwaterkwaliteit bij Egberts inmiddels onder de Europese norm van 50 milligram zit. Ruim zelfs: 40 milligram. Ter vergelijking: in 2011 was dit 104 milligram.

De eerste 2 weken van mei is er een publiekscampagne Ons water. Waterschappen, ministeries, gemeenten, provincies en waterbedrijven willen burgers bewust maken van het belang van schoon water.

Eén reactie

  • koestal

    boeren doen hun best voor het milieu !

Of registreer je om te kunnen reageren.