Home

Achtergrond

Groot deel Deense landbouw drijft op subsidie

Veel boeren in Denemarken zouden het moeilijk krijgen zonder Europese subsidie. Dat blijkt uit berekeningen van het Deense centraal bureau van de statistiek, dat heeft gekeken naar het aandeel van de subsidies in de bedrijfsresultaten.

Hoe belangrijk zijn de Europese subsidies voor de landbouw in een land als Denemarken? Daarop heeft het statistische bureau van de overheid (Danmarks Statistik) zitten rekenen. Uitgaande van de uitkomsten van deze rekenarij kregen de voltijdsboeren in dit land in de periode 2012-2016 gemiddeld in totaal € 309.000 per bedrijf ofwel per jaar € 61.800. In dezelfde vijfjarige periode boekten de fulltime-boeren gemiddeld een bedrijfsresultaat dat exact even hoog uitviel.

Subsidies voor Europese boeren

De Europese Commissie heeft ook gerekend op de betekenis van de subsidies voor de boeren. In dit geval voor alle boeren in de EU. Deze cijfers brengen tot uitdrukking welk aandeel de subsidies hebben in het zogenoemde brutofactorinkomen, dat wil zeggen de inkomsten waaruit alle kosten worden vergoed: lonen, pacht, rente en andere productiekosten. De cijfers van de commissie betreffen het gemiddelde van de jaren 2011-2015. Het subsidie-aandeel voor Denemarken bedraagt in die periode ruim 40%. Het gemiddelde voor de EU-28 is 27%. Nederland moet het stellen met slechts 12%. Kampioen-subsidieontvanger is Slowakije met 90%.

Verdeling van sectoren

Dat de Nederlandse agrariërs duidelijk minder op subsidies drijven, komt omdat er veel bedrijfstakken zijn die op inkomenssteun helemaal geen aanspraak kunnen maken, zoals de tuinbouw en de bloembollenteelt. De Deense landbouw wordt gedomineerd door akkerbouw, rundveehouderij en varkenshouderij. De varkenshouders hebben bovendien praktisch allemaal een akkerbouwtak.

Hoe kleiner het bedrijf, hoe belangrijker de subsidie

Voor de melkveehouders en akkerbouwers was volgens Danmarks Statistik de subsidie van doorslaggevend belang voor de financiële ontwikkeling. Tevens geldt dat hoe kleiner het bedrijf, hoe belangrijker de subsidie is. Los daarvan definieert Danmarks Statistik het bedrijfsresultaat als het bedrag dat overblijft na aftrek van de beloning van de arbeidsinzet van de eigenaar en alle kosten, inclusief de financieringskosten. Afzonderlijk bekeken boekten gangbare melkveehouders een bedrijfsresultaat dat minder dan half zo groot was als het subsidiebedrag. Voor deze categorie landbouwondernemers bedroeg de subsidie overigens gemiddeld € 336.000 per bedrijf. Dat komt neer op € 67.200 per jaar. Ook bij de akkerbouwers, bioboeren en varkenshouders met een akkerbouwtak was het gemiddelde bedrijfsresultaat lager dan de ontvangen subsidie, zij het niet zo laag als in de melkveesector.

Bedrijfsresultaten niet super

De bedrijfsresultaten voor de gangbare melkveehouderij, varkenshouderij en akkerbouw waren niet super in de 5 jaar voor 2017 en liepen sowieso sterk uiteen. Gemiddeld boden de resultaten niet voldoende ruimte voor de beloning voor arbeid waarop de eigenaars volgens de Deense normen aanspraak zouden moeten kunnen maken, constateert Danmarks Statistik. Dat wijst erop dat veel Deense boeren het moeilijk zouden krijgen als de subsidie wegvalt. Uiteraard gaat het om gemiddelden. Daarmee is dus niet gezegd dat alles op individueel bedrijfsniveau er hetzelfde uitziet.

In het algemeen geldt echter volgens Danmarks Statistik dat bedrijven met 1 tot 5 fulltimers (inclusief de eigenaar) zonder subsidie een klein negatief bedrijfsresultaat zouden hebben geboekt. Bedrijven met meer dan 10 fulltimers zouden echter gemiddeld € 215.000 winst hebben geboekt zonder subsidie.

Of registreer je om te kunnen reageren.