Home

Achtergrond

Frankrijk zet paaltjes uit voor PO’s

Omdat lang niet altijd duidelijk is wat wel en niet mag bij producentenorganisaties (PO) in de land- en tuinbouw hebben de autoriteiten in Frankrijk nu een lange lijst met richtlijnen uitgegeven.

5 boeren of tuinders zijn voldoende voor een kwaliteitsgroep, 15 voor een groepering van kalverhouders maar 60 voor een organisatie van rundveeproducenten. Die cijfers staan in een gedetailleerd overzicht van de concurrentiedienst in Parijs over de eisen die in Frankrijk gelden om erkend te worden als producentenorganisatie of PO in de land- en tuinbouw.

Witlofzaak

Directe aanleiding voor het gedetailleerde overzicht is de min of meer beruchte witlofzaak, die overigens soms vanwege het Franse woord endive wordt aangeduid als het andijvieproces. Een aantal groeperingen van Franse witloftelers, producentenorganisaties dus, zijn inmiddels al 10 jaar geleden door de Autorité de la Concurrence veroordeeld tot € 4 miljoen boete wegens ongeoorloofde prijsafspraken. Die uitspraak werd oorspronkelijk vernietigd door de rechtbank in Parijs maar uiteindelijk besloot het Franse Hooggerechtshof een uitleg te vragen aan het Europese Hof van Justitie. Dat heeft in november uitgesproken dat producentenorganisaties in de agrarische wereld uiteraard zijn toegelaten, maar dat die alleen intern afspraken mogen maken, dus niet met elkaar samen. Deze maand zal de Franse rechter naar verwacht wordt de uiteindelijke boete voor de witlofkartels vaststellen.

Wat mag wel en niet?

Die kennelijke onduidelijkheid heeft de Autorité de la Concurrence doen besluiten op een rij te zetten wat wel en niet mag. Dat heeft ook te maken met een recente Topconferentie over de Voeding die nog eens heeft bevestigd dat de positie van boer en tuinder in de keten sterker moet worden. Iets wat ook president Emmanuel Macron al herhaaldelijk heeft beloofd. De richtlijnen van de concurrentiedienst laten daarbij zien dat de eisen voor PO’s van sector tot sector sterk uiteenlopen. Het principe is dat 5 boeren of tuinders die samen minstens € 1 miljoen omzet draaien een PO mogen vormen. Daarop gelden dan weer uitzonderingen voor bijvoorbeeld boeren in achtergestelde gebieden of telers van fruit en groente voor de verwerkende industrie, want dan geldt een minimum omzet van € 100.000. Voor PO’s die op nationaal niveau willen werken, ligt de lat veel hoger want die moeten minimaal 55% van de landelijke productiewaarde van het bepaalde product vertegenwoordigen.

Reeks eisen

De autoriteit geeft vervolgens een reeks eisen voor specifieke sectoren. Zo moet een PO in de rundvleessector minstens 60 leden met samen zeker 6.000 runderen omvatten. Bij kalverhouders zijn 15 leden en 3.000 dieren echter weer voldoende. Schapenhouders dienen 50 boeren en zeker 40.000 dieren om zich te verenigen maar in de biologische schapenfokkerij zijn 20 leden en 1.500 dieren genoeg. Boeren die geiten fokken hoeven niet meer dan 10 collega’s met samen 500 dieren bij elkaar te halen. Een PO in de varkenshouderij dient minstens 50 boeren met 200.000 dieren te omvatten, maar heeft aan 15 leden met 3.000 dieren genoeg als het om biologische varkens gaat. Bij vleeskuikens voert de autoriteit dan weer een nieuw criterium in, want hier gaat het om minstens 25 leden met een gezamenlijke oppervlakte van 20.000 vierkante meter terwijl eierproducenten een PO mogen vormen met 10 leden en 50.000 kippen of in de biologische sector slechts 5 leden en 12.500 leghennen.

Of registreer je om te kunnen reageren.