Home

Achtergrond 2687 x bekeken 3 reacties

Extra rem op Brabantse mestverwerking

Brabantse aanscherpingen leiden tot hogere mestverwerkingsprijzen, tekort aan capaciteit en grotere verschillen in regels tussen provincies. De gevolgen blijven niet beperkt tot Brabant.

Provincie Brabant trekt de teugels nog harder aan voor de veehouderij. Werden vorig jaar de eisen aan stallen fors aangescherpt, nu is de mestverwerking aan de beurt. Die sector heeft al veel moeite om op stoom te komen en is nu met onmiddellijke ingang geconfronteerd met strengere eisen. Die zullen leiden tot minder snelle groei van de verwerkingscapaciteit en hogere kosten voor de boer. In andere provincies wordt de soep – gelukkig voor de veehouders – nog niet zo heet gegeten, blijkt uit een inventarisatie door Boerderij. Maar de gevolgen zullen ook daar merkbaar worden, doordat de druk zomaar niet van de mestmarkt komt.

Protesten tegen mestverwerkingsinstallaties en juridische procedures hebben veel vertraging opgeleverd voor het opschalen van mestverwerking. - Foto: Hans Prinsen
Protesten tegen mestverwerkingsinstallaties en juridische procedures hebben veel vertraging opgeleverd voor het opschalen van mestverwerking. - Foto: Hans Prinsen

De mestverwerkingsbranche zelf reageert opvallend laconiek. Die heeft inmiddels eelt op de ziel. Wel groeit de bezorgdheid over de toenemende verschillen in regels tussen de provincies.

De ZLTO is in ieder geval ziedend. De Brabantse boerenorganisatie vindt dat mestverwerking in de provincie extra lastig wordt, terwijl Brabant al ver achterligt met verplichte mestverwerking.

Scherpere regels mestbewerking in Brabant

Mestverwerkers in Noord-Brabant hebben per 25 april te maken met strengere regels. Gedeputeerde Staten van Brabant heeft de regels voor mestbewerking aangescherpt vanwege het potentiële risico voor de volksgezondheid van de uitstoot van stof met resten van bacteriën en virussen (bio-aerosolen) bij mestverwerking, als daar geen emissiebeperkende maatregelen worden genomen.

De aanscherping bestaat uit meerdere onderdelen:

  • Verplicht mest hygiëniseren door deze te verhitten tot minimaal 70 graden;
  • De uitstoot van stof zo veel mogelijk beperken en meten;
  • Op- en overslag van mest mag voortaan alleen nog binnen gebeuren, bij voorkeur in een luchtdicht systeem of een luchtdicht afgesloten ruimte.

De provincie wil uit voorzorg naar een systeem waarbij er geen uitstoot van stof meer is: het zogenaamde ‘potdicht-principe’. Omdat dat praktisch niet mogelijk is, moeten mestverwerkers de maximale maatregelen nemen voor zover technisch, bouwkundig en economisch mogelijk, om de uitstoot te beperken.

Meer tijd bestaande situaties

Bestaande mestverwerkers hoeven niet direct maatregelen te treffen. Pas bij nieuwe vergunningen wordt getoetst aan de beleidsregel. Voor nieuwe activiteiten gelden de nieuwe eisen, bij bestaande mestverwerkingsinstallaties wordt de economische haalbaarheid voor een deel meegewogen volgens de provincie.

Voor mestverwerking op bedrijfsniveau verleent de provincie alleen nog vergunningen voor verwerking van maximaal 25.000 kuub bedrijfseigen mest per jaar. Hiervoor geldt ook dat de op- en overslag van de mest niet in de open lucht mag plaatsvinden.

Veebedrijven die de mest met een mobiele mestscheider scheiden krijgen in de meeste gevallen geen aanvullende eisen. Dat valt meestal niet onder bevoegd gezag van de provincie, maar onder de gemeente.

De nieuwe regels maken mestverwerking in Brabant opnieuw ‘lastiger’ volgens Herman Litjens, specialist omgevingsbeleid van de ZLTO. “Als de voorspelbaarheid van vergunningen moeilijker wordt door scherpere regels wordt de financiering ook lastiger rond te krijgen.”

Werken in nieuwe situatie

Christ Verkooyen van mestverwerker en loonbedrijf Gebr. Verkooyen in Langeweg verwacht dat eventuele nieuwbouw lastiger wordt. Voor zijn bestaande mestverwerkingsinstallatie zal vooralsnog weinig veranderen. Voor zijn mobiele mestscheider ziet hij ook geen problemen omdat die niet onder de nieuwe regels valt. Berry Oudenhoven van mestverwerker Cleanergy in Wanroy voorziet niet meteen problemen, maar heeft wel moeite met de verschillen tussen provincies: “Het is in Brabant veel strenger dan in Limburg, dat is toch wel vreemd in één land.” Ook andere verwerkers reageren vooralsnog terughoudend. Eerst maar eens zien wat het gaat betekenen.

ZLTO beschouwt de nieuwe regelgeving in Brabant voor nu als een gegeven. Veel zal afhangen van de toepassing van de nieuwe regels bij de huidige mestverwerkingsinstallaties. Discussie kan ontstaan over wat de best haalbare methode is en wat is economisch haalbaar, verwacht specialist omgeving Herman Litjens. “Andere provincies zijn in ieder geval een stuk realistischer”, aldus Litjens.

Pittige eisen en hogere prijzen

Loonwerkersorganisatie Cumela ziet de extra eisen voor Brabantse mestverwerkers als ‘pittig’ en vreest dat het lastig wordt voor bedrijven om eraan te voldoen. Het kan de prijzen voor mestverwerking regionaal hoger maken. Volgens voorzitter Jaap Uenk van de sectie Meststoffendistributie van Cumela was de druk op de mestmarkt al opgelopen voor de aanscherping van de Brabantse eisen. Met name voor varkensmest is de behoefte aan nieuwe mestverwerking nog steeds groot. Anders blijft de afhankelijkheid van weer en de concurrentie van rundveemest elk jaar weer opspelen.

Vergunningen lastig

“De vergunningen voor mestverwerking zijn in alle provincies nog steeds een groot probleem”, benadrukt Uenk, “Tal van initiatieven moeten nog beginnen, met name in Oost Nederland. Er zijn situaties waar één recreatiebewoner een nieuwe vergunning met verbeterde technieken tegenhoudt.” Hij doelt op Agrogas in Varsseveld. Dat initiatief van zo’n 80 veehouders in de Achterhoek heeft na jarenlange procedures een vergunning op basis van een aanvraag uit 2013. Een nieuwe aanvraag met nieuwe technieken is gedaan in 2017, maar het is de vraag of die wordt doorgezet vanwege nieuwe bezwaren. “Aan procedures gaan we ten onder”, stelt voorzitter Henk Rougoor. Agrogas is in 2004 begonnen als Biogasvereniging Achterhoek en wil op een locatie in Varsseveld 100.000 ton mest en maximaal 40.000 ton overige producten gaan verwerken.

Procedures remmend

Een ander groot initiatief in Oost-Nederland is de mestverwerking en productie van Groen Gas van Twence. Medio 2017 zou al een mestverwerkingsinstallatie gebouwd worden in Zenderen. Maar vele bezwaren later is het proces flink vertraagd door tal van juridische procedures. “Aan eisen zoals in Brabant worden ingevoerd voldoen we feitelijk al”, vertelt Arno Brandwagt, accountmanager bij Twence, “Transport wordt binnen afgehandeld en de luchtwassers gaan verder dan de wettelijke eisen. We willen 100% voorkomen dat de omgeving last heeft of krijgt van onze mestverwerking. Dat hebben we laten toetsen door de GGD en RIVM.” Maar ondanks zulke maatregelen is de in eerste instantie verleende vergunning afgeschoten door de Raad van State met als reden dat het bestemmingsplan niet toereikend was. Dat wordt nu aangepast met medewerking van de provincie Overijssel. Maar voor alles rond is en een eventuele nieuwe inspraakronde is afgesloten is het al 2019. Dan zou de installatie nog aan het eind van 2019 in bedrijf kunnen zijn voor de verwerking van 250.000 ton mest.

Meeste verwerkers in Zuid-Nederland

Volgens de Landelijke inventarisatie mestverwerking 2017 was de operationele capaciteit bijna 33 miljoen kilo fosfaat in 2017. Bijna de helft, 16 miljoen kilo fosfaat, ligt buiten de mestconcentratiegebieden Zuid en Oost. Daarvan is echter 9 miljoen kilo toe te schrijven aan de verbranding van pluimveemest in Moerdijk. In concentratiegebied Zuid was de operationele verwerkingscapaciteit bijna 13 miljoen kilo fosfaat, waarvan circa 8 miljoen in Brabant. Mestregio Oost telde in 2017 nog duidelijk de laagste capaciteit met minder dan 4 miljoen kilo. In deze regio is de behoefte aan extra verwerkingscapaciteit het grootst. Maar ook in Zuid is er nog behoefte aan flink wat verwerking van varkensmest. Mestverwerking leunt nu nog te veel op de export van dierlijke mest. Export naar Duitsland loopt daarbij terug, omdat ook daar de mestregels flink aangescherpt worden.

Haalbaarheid eisen

De strengere Brabantse eisen lijken vooralsnog voor grote verwerkers makkelijker haalbaar dan voor kleinere. Voor die laatste drukken de extra kosten op minder kuubs. De kosten per kuub stijgen dan sneller. Maar ook grote verwerkers krijgen lastig vergunningen rond, binnen en buiten Brabant. Noodzakelijke uitbreiding is door de Brabantse aanscherping nog lastiger geworden.

‘Er zijn veel hobbels die vestiging onmogelijk maken’

Een mestverwerkingsinstallatie van de grond krijgen stuit op veel obstakels. Daarover kan initiatiefnemer van Mineralen Afzet Coöperatie Elsendorp (Mace), Frans Meulenmeesters, meepraten. Sinds de oprichting in 2008 is Mace al bezig een geschikte locatie te vinden om jaarlijks zo’n 500.000 ton mest te verwerken van ruim 200 veehouders. In Gemert-Bakel zorgde de massale weerstand van omwonenden voor een streep door de plannen. In Landhorst hetzelfde verhaal.

Naam: Frans Meulenmeesters (60). Plaats: Elsendorp (N.-Br.). Organisatie: Mace. Functie: initiatiefnemer. - Foto: Bert Jansen
Naam: Frans Meulenmeesters (60). Plaats: Elsendorp (N.-Br.). Organisatie: Mace. Functie: initiatiefnemer. - Foto: Bert Jansen

Ondertussen besloot de provincie Noord-Brabant dat mestverwerking beter op centrale locaties op industrieterreinen ondergebracht kon worden. Met Mace werd in 2016 afgesproken dat ze zich zouden richten op een locatie op het industrieterrein Elzenburg in de gemeente Oss. Door fouten van de provincie is echter de omgevingsvergunning midden 2017 vernietigd door de rechtbank. Oss heeft zich in september 2017 tegen de komst van de mestverwerker gekeerd.

Het wordt u niet gemakkelijk gemaakt.

“Helaas, er zijn veel hobbels die tot nu toe vestiging onmogelijk maken. Maar we zijn nog steeds zowel met de provincie als met de gemeente in gesprek.”

Wat moet er nu nog gebeuren?

“Oss wil eigenlijk dat er een MER komt. Wij hebben echter een zeer degelijk onderzoek dat volgens ons ook voldoende duidelijkheid biedt over de gevolgen van de komst van Mace in Oss. De nieuwe Brabantse eis om overslag binnen te doen hadden wij in ons plan al meegenomen. Het enige probleem voor ons was dat we in Oss gebruik willen maken van transport over water en spoor. Het is lastig om dat te overkappen. Maar we hebben al een alternatief, via een transportband met afzuiging worden schip en trein geladen. De afgezogen lucht komt terug in het bedrijf en vervolgens via een zuiveringsinstallatie gereinigd. Volgens mij hebben we alles nu onder controle.”

Maar wat als Oss bij zijn standpunt blijft en Mace niet wil binnen de gemeentegrenzen?

“Er ligt een uitspraak van Provinciale Staten waarin de gedeputeerde Spierings een volmacht krijgt om in Oss de komst van onze mestverwerker af te dwingen. Maar dat hebben we liever niet, het zou mooi zijn als we er in gezamenlijk overleg uitkomen.”

Centrum Mestverwaarding naar Vlaams voorbeeld

Het Nederlands Centrum voor Mestverwaarding (NCM) moet een centrale rol gaan spelen in de mestverwerking in Nederland. Verbeteren van afzet van producten uit mestverwerking is een belangrijk doel van de organisatie. De organisatie is gestart op 1 januari 2018 en de opzet is geïnspireerd op het Vlaamse Coördinatiecentrum Mestverwerking (VCM), een samenwerkingsverband van overheden en bedrijfsleven in Vlaanderen. Jan Roefs is directeur van de NCM en verantwoordelijk voor het opstarten van de organisatie. Daarin worden ook de meeste activiteiten van het Projectbureau Lokale Mestverwerking en Bureau Mestafzet samengevoegd. Een van de taken die inmiddels is gestart, is de jaarlijkse inventarisatie mestverwerking.

Het NCM moet het onafhankelijke en centrale aanspreekpunt worden op het gebied van mestverwerking en -afzet. Voor informatie en om bijvoorbeeld knelpunten te delen die dan opgepakt worden. Een van de opdrachten is het opstellen van een kennis- en innovatieagenda, waar de overheid zijn beleid voor onderzoek en innovatie op zal baseren. Roefs benadrukt dat het NCM geen lobbyorganisatie is en ook geen commercieel advies- of onderzoeksbureau. Het NCM is nog in opbouw. Er zijn diverse partijen vertegenwoordigd: het ministerie van LNV, de provincies Noord-Brabant, Limburg, Overijssel en Gelderland, LTO Nederland, Producenten Organisatie Varkenshouderij, de voersector (Nevedi) en de slachterijsector (COV). Met diverse andere partijen, zoals de NZO en loonwerkerskoepel Cumela, een belangrijke speler op de mestmarkt, vindt het gesprek momenteel plaats.

Mede-auteurs: Wim Esselink en Mariska Vermaas

Laatste reacties

  • Gat

    Tsss en dan roepen inzetten op mestverwerking en dan mes in je rug steken. Walgelijk volk.

  • el

    Ze hebben maar 1 doel, boeren wegpesten!

  • j.h.vonk@home.nl

    Hoe krijg je haat en nijd onder de bevolking.
    Demonstratie en vecht partijen tussen verschillende bevolking groepen.

Of registreer je om te kunnen reageren.