Home

Achtergrond

Waarom de schapensector zal blijven krimpen

Het aantal schapen in Nederland is afgelopen jaar licht toegenomen, zo blijkt uit cijfers van het CBS. Desondanks gaat de sector uit van een verdere daling in de komende jaren.

De schapensector gaat verder krimpen. Daarover lijken vriend en vijand het eens. Vergrijzing, de alsmaar toegenomen regeldruk en ‘kafkaiaanse toestanden’ zijn debet aan deze ontwikkeling. Voor komende 10 jaar wordt gesproken van een krimp van nog eens 10 tot 20% minder schapen in Nederland.

Daling professionale schapenhouders

Een lichte toename van het aantal schapen in Nederland afgelopen jaar kan deze trend niet keren. En dan is er nog de wolf. LTO-vakgroepvoorzitter Schapenhouderij, Saskia Duives-Cahuzak denkt dat wanneer de wolf zich op grotere schaal op de Nederlandse zandgronden gaat vestigen, zonder ingrijpen, de helft van de sector als verloren kan worden beschouwd.

Ondanks de verwachte daling van het aantal schapen telde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) afgelopen jaar toch meer schapen, in totaal 798.833 schapen. In 2016 waren dit er nog 783.906. Het aantal bedrijven daalde van 8.525 naar 8.434. Ofwel 91 schapenhouders stopten ermee. Het gaat hier om bedrijven ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (KvK). Het CBS stopte in 2016 met registratie van hobbybedrijven die niet staan ingeschreven bij de KvK. Daardoor is een vergelijking met eerdere jaren niet goed mogelijk. Door aanpassing van de systematiek daalde het aantal in de CBS-telling meegenomen schapenbedrijven met een kwart en het aantal schapen en lammeren met 17%.

Grote schapenhouders zien geen mogelijkheid zich te wapenen tegen de wolf. - Foto: Jan Willem van Vliet
Grote schapenhouders zien geen mogelijkheid zich te wapenen tegen de wolf. - Foto: Jan Willem van Vliet

Ondanks een daling van het aantal professionele houders ging het aantal dieren in 2017 dus licht omhoog. Spectaculaire cijfers zijn het echter niet. Het gaat om 437.746 (+4.000) ooien, 27.855 (net geen 5.900 meer) rammen en 333.232 lammeren (bijna 5.000 meer). Opvallend is wel dat de stevige daling van het aantal schapen in Nederland afgelopen jaar niet is doorgezet. Wat mogelijk heeft geholpen is dat een aantal melkveehouders recent weer is gestart met het houden van schapen vanwege een tekort aan fosfaatrechten. Toch gaat een beperkt aantal van dit soort initiatieven de neergaande trend niet keren. Niet alleen LTO is deze mening toegedaan, zo blijkt uit een rondgang door de sector. Kijk om je heen naar de gemiddelde leeftijd van schapenhouders en je weet genoeg, zo laten handelaren en schapenhouders weten. De vergrijzing zet door en de grotere schapenbedrijven groeien niet hard genoeg om deze daling op te vangen. De verwachting is dus dat zowel het aantal bedrijven als het aantal schapen verder zal afnemen.

Terugkeer van de wolf in Nederland

Daarnaast dreigen er nieuwe problemen als gevolg van de komst van de wolf. Media melden steeds vaker wolven binnen de grenzen van Nederland en ook neemt het aantal aanvallen op lammeren toe. Grote schapenhouders zoals Andries Kingma uit Aduard en Klaas Gast uit Uithuizen, geven aan dat het voor schapenhouders onbetaalbaar is om zich wapenen tegen de wolf. Een vergoeding voor geleden schade vinden ze oké, maar zo geeft Kingma aan: “je moet niet onderschatten hoe demotiverend het werkt als een deel van je lammeren op deze manier wordt afgeslacht.”

Schapenhouders in Duitsland en Frankrijk zijn om deze reden gestopt. De foto’s van afgeslachte en zwaargehavende lammeren liegen er dan ook niet om. Daarbij komt een wolf in de regel terug, zo geeft LTO-vakgroepvoorzitter Duives-Cahuzak tijdens het tonen van foto’s aan. “De wolf is een opportunist.” Niet voor niets adviseert ze eigenaren van getroffen kuddes om de dieren zo snel mogelijk te verplaatsen.

Om het wolvenprobleem opnieuw onder de aandacht te brengen, stuurde LTO recent nog een brief naar de provincies. Zij gaan uiteindelijk over het beleid ten aanzien van de wolf en moeten daar volgens LTO paal en perk aan stellen. De vakgroepvoorzitter hekelt de stevige lobby vóór de komst van de wolf waarin een romantisch beeld wordt gecreëerd van de natuur. Dat beeld staat volgens haar ver van de praktijk. “Ik denk dat veel natuurliefhebbers zich niet realiseren wat een schade de wolf kan aanrichten. Mensen stonden niet voor niets te juichen toen in de 19e eeuw de laatste wolf in Nederland werd geschoten.”

Grootste bedreiging: de wolf?

Hoewel de wolf absoluut een bedreiging kan vormen voor de schapensector, wordt er verschillend gedacht over hoe ver het gaat komen. Schapenhandelaar Manfred Blonk uit Harmelen denkt dat er uiteindelijk wel wordt ingegrepen. “De aaibaarheidsfactor van een lammetje is altijd nog hoger dan die van een wolf”, aldus Blonk. Als grootste bedreiging voor de schapensector ziet hij toch echt de vergrijzing en de toegenomen regeldruk. Veel schapenhouders op leeftijd komen er gewoon niet meer uit en gooien er het bijltje bij neer. “In de afgelopen jaren zijn we een halve helpdesk geworden”, legt Blonk uit. Waar mogelijk probeert de handel te helpen, maar duidelijk is dat voor een deel van de schapenhouders de lol er wel af is.

Het zou volgens Blonk goed zijn om als sector om tafel te gaan zitten en met een plan te komen hoe de daling van het aantal schapen te stoppen. Hij merkt zelf dat het aantal schapen in de wei de afgelopen jaren enorm is afgenomen. Vanwege de mestwetgeving zijn veel melkveehouders gestopt met het houden van schapen. Dit terwijl een deel van hen over voldoende gras beschikt om schapen te houden. De overheid zou daar volgens hem wat aan kunnen doen, bijvoorbeeld door een vrijstelling in de mestwetgeving op te nemen voor het houden van 20 of 30 schapen. Volgens hem voldoende voor een melkveehouder om er nog wat aan te verdienen en de maatschappij ziet weer meer dieren in de wei. “Of hebben we liever een weiland vol zonnepanelen?”

LTO-vakgroepvoorzitter Duives-Cahuzak geeft ook aan dat de regels er bij met name veel kleine schapenhouders voor hebben gezorgd dat ze er het bijltje bij neer hebben gegooid. En dan zijn er volgens haar nog de ‘kafkaiaanse toestanden’. Ze noemt als voorbeeld het korten van een veehouder met € 13 op zijn vergoeding voor Agrarisch Natuurbeheer vanwege een fout in de registratie. “Alleen de brief opstellen kost waarschijnlijk al meer.” Dan is er nog de I&R waar nog steeds fouten in zitten die voor vervuiling van de database zorgen. Met name voor schapenhouders die zonder managementprogramma werken is het volgens haar vrijwel onmogelijk om alles op de juiste manier te registreren. Daarbij geeft ze aan dat de database wordt gebruikt voor zaken waar die niet voor bedoeld is. “Iedereen begrijpt dat I&R nodig is met het oog op gezondheid van mens en dier, maar dan moet je dit instrument niet voor andere zaken als bijvoorbeeld de graasdierpremie gebruiken. Goed voorbeeld in de rundveehouderij is de koppeling van I&R aan fosfaat. Je ziet wat er dan kan gebeuren.”

"Alleen spreken in zaaltjes? Nee, dat gaan we anders doen", aldus Duives-Cahuzak. - Foto: Van Assendelft Fotografie
"Alleen spreken in zaaltjes? Nee, dat gaan we anders doen", aldus Duives-Cahuzak. - Foto: Van Assendelft Fotografie

‘Met wol valt wel degelijk wat te verdienen’

Saskia Duives-Cahuzak (58) is sinds vorig jaar september LTO-vakgroepvoorzitter Schapenhouderij. Ze studeerde onder meer diergezondheid aan Wageningen Universiteit en houdt voor de verkoop van wol 100 Shetland-schapen in het Brabantse Vlijmen. Ze mikt daarbij op de verkoop aan wolwinkels in het hogere segment. Ze herkent zich niet in de gedachte van veel schapenhouders dat wol al lang niets meer oplevert. “Met wol valt wel degelijk wat te verdienen, je moet er alleen tijd en energie in steken.” Momenteel probeert ze in samenwerking met kuddes met Kempische Heideschapen een groter wolinitiatief van de grond te tillen. Wat betreft haar werk als vakgroepvoorzitter wijkt ze af van de lijn van haar voorgangers. Leden hoeven niet langer te rekenen op een roadshow langs verschillende zaaltjes in het land voor tekst en uitleg. Excursies naar verzamelcentra en slachterijen, dingen laten zien en vooral praktisch bezig zijn, vindt ze van belang. Natuurlijk kan er na een bedrijfsbezoek nog even gezeten worden, “Maar alleen spreken in zaaltjes? Nee, dat gaan we anders doen.” De leden lijken hier wel mee te kunnen leven. Over de opkomst tijdens de eerste excursies was ze in ieder geval tevreden. Zowel jong als oud gaf acte de présence.

Rendement voor schapenhouders

Wat natuurlijk een belangrijke rol speelt in de toekomst van de Nederlandse schapenhouderij is het rendement dat de overgebleven schapenhouders weten te realiseren. De prijzen waren afgelopen jaren, op vorig jaar na, relatief goed, maar tegelijk zijn de kosten wel toegenomen. Denk alleen maar aan I&R-kosten en de bijdrage aan het diergezondheidsfonds. Daarbij is er veel concurrentie in grondgebruik, met name vanuit de melkveehouderij. Bekend is ook dat het rendement in de schapenhouderij achterblijft ten opzichte van andere takken van sport. Dat maakt dat het animo om schapen te gaan houden beperkt is, al starten er nog steeds jonge ondernemers.

Import lamsvlees stijgt

De krimp van de Nederlandse schapensector gaat hand in hand met een stijgende invoer van lamsvlees uit landen als Nieuw-Zeeland en het Verenigd Koninkrijk (VK). Zo nam de invoerwaarde van bevroren lamsvlees uit Nieuw-Zeeland toe van € 23,8 miljoen in 2015 naar bijna € 29 miljoen in 2016. Daarmee is Nieuw-Zeeland binnen deze categorie, met driekwart van de totale import, veruit de grootste leverancier van lamsvlees aan Nederland. Wat betreft de import van hele of halve vers gekoelde lammeren uit het VK gaat het om een stijging van de invoerwaarde van € 8,7 naar € 10,8 miljoen.

Wel is het zo dat ook de export van vers of gekoeld lamsvlees vanuit Nederland flink is toegenomen. Zo zijn België en Duitsland al jaren belangrijke exportmarkten voor Nederlandse lammeren. Ook de import van levende dieren uit het VK, vanwege een gunstige koers en een ruim aanbod, is afgelopen jaar van invloed zijn geweest op de prijsvorming van Nederlandse lammeren. Cijfers zijn helaas nog niet voorhanden. Nu laat de handel weten dat het aanbod in Engeland, net als hier, is gedaald waardoor de prijzen zijn gestegen. Dit maakt wel duidelijk wat de invloed van een Brexit kan zijn, al valt er nog weinig te zeggen over hoe de nieuwe handelsrelatie tussen Engeland en Europa eruit gaat zien.

Wat het rendement omhoog kan helpen is verdere professionalisering van de sector. Een paar honderd gespecialiseerde bedrijven is daar al volop mee bezig. Een deel met grote koppels schapen gecombineerd met een efficiënte werkwijze, een ander deel via natuurbeheer. Daarnaast is er nog een grote groep bedrijven met schapen als neventak. Vooral hier lijkt er nog veel te verbeteren, maar tegelijk is de ervaring binnen de sector dat juist binnen deze groep niet iedereen open staat voor aanpassingen in de bedrijfsvoering. LTO gaat dit desondanks wel proberen te bewerkstelligen. Professionalisering wordt een belangrijk thema in de nieuwe sectorvisie. Daarbij wordt er gesproken over een eigen kwaliteitssysteem voor de schapensector. Daarmee zou de sector kunnen laten zien wat ze doet en een instrument in handen hebben om zich daarmee te onderscheiden. Hoe en wat LTO precies voor ogen heeft moet nog blijken. De LTO-vakgroep Schapenhouderij presenteert haar nieuwe visie op de Dag van het Schaap op 9 juni in Ermelo.

Consumptie is beperkt

Wat betreft de consumptie van lamsvlees in Nederland verandert er, ondanks diverse initiatieven ter stimulering, niet veel. De consumptie van schapen en geitenvlees per hoofd van de bevolking is in 2016 licht gestegen van 1,2 naar 1,3 kilo, zo blijkt uit een berekening van Wageningen Research. Dat is niets in vergelijking met bijvoorbeeld pluimveevlees (22,2 kilo). Net als kalfsvlees (eveneens 1,3 kilo) blijkt lams- en geitenvlees in Nederland maar moeilijk aan de man te brengen. Opvallend is dat ook veel schapenhouders zelf geen lamsvlees consumeren.

Uit voorlopige CBS-cijfers blijkt dat in 2017 404.400 lammeren zijn geslacht goed voor 8.376 ton geslacht gewicht. In 1990 werden er nog 522.500 lammeren geslacht goed voor een geslacht gewicht van 12.351 ton. In 2013 lag de consumptie van lamsvlees ongeveer gelijk met de Nederlandse productie (8.836 ton). Dat zou betekenen dat Nederland inmiddels niet meer zelfvoorzienend is.

Of registreer je om te kunnen reageren.