Home

Achtergrond 3 reacties

‘Industriële landbouw gaat de wereld niet voeden’

De industriële landbouw voedt de wereld niet en kan deze op termijn ook niet voeden, aldus Esmeralda Borgo en Tjerk Dalhuisen. Honger bestrijden is niet louter een kwestie van productie.

Sommigen beweren dat enkel de industriële landbouw de wereld kan voeden en honger kan vermijden. Dat beeld wordt vooral geschetst door grote bedrijven en voorstanders van een grootschalig, hoogtechnologisch, gespecialiseerd en op export georiënteerd model.

Maar klopt het wel? Is honger wel gevolg van een gebrek aan voedsel? Of heeft het eerder te maken met een slechte verdeling ervan? Is het industriële model wel houdbaar op termijn? Kan de productie ook verhoogd worden zonder de grenzen van de planeet te overstijgen?

Industriële landbouw produceert veel veevoer en biobrandstof

De industriële landbouw voedt de wereld niet en kan deze op termijn ook niet voeden. Momenteel komt 30% van het voedsel in de wereld van grote bedrijven en 70% van kleine boeren. De industriële landbouw produceert voor een groot deel veevoer en biobrandstof. De Nederlandse en Vlaamse landbouw drijft voor een groot deel op de import van dit veevoer.

‘Heel wat landen wereldwijd leven vandaag in een tijdelijke ‘food bubble’ van voedselzekerheid’

Het model is sterk afhankelijk van olie voor kunstmest, bestrijdingsmiddelen, irrigatie, machines en transport. Het put watervoorraden en bodems in verontrustend tempo uit en levert een grote uitstoot van broeikasgassen. Meer van hetzelfde is geen optie, zo stelden grote internationale onderzoeken van onder meer het International Assessment of Agricultural Knowledge, Science and Technology for Development (IAASTD) en het VN-rapport ‘Wake up before it’s too late’.

Het is gedaan met de exponentiële groei

Te gemakkelijk gaat men er ook vanuit dat de opbrengststijgingen van de vorige eeuw doorgezet kunnen worden. De cijfers wijzen erop dat het gedaan is met de exponentiële groei. De opbrengststijgingen vlakken in vele regio’s af, ook als gevolg van klimaatverandering en bodemdegradatie. De kwetsbare landbouwsystemen van genetisch uniforme monoculturen zijn gevoelig voor epidemieën en diverse stressfactoren.

De industriële landbouw produceert voor een groot deel veevoer en biobrandstof. De Nederlandse en Vlaamse landbouw drijft voor een groot deel op de import van dit veevoer. - Foto: ANP
De industriële landbouw produceert voor een groot deel veevoer en biobrandstof. De Nederlandse en Vlaamse landbouw drijft voor een groot deel op de import van dit veevoer. - Foto: ANP

Industriële landbouw is daarom op lange termijn niet vol te houden. Heel wat landen wereldwijd leven vandaag in een tijdelijke ‘food bubble’ van voedselzekerheid, interend op de bodems, de grondwaterreserves en de natuurlijke hulpbronnen.

Honger bestrijden is bovendien niet louter een kwestie van productie. Vandaag is er meer dan genoeg voedsel en toch is er honger. Honger heeft vooral te maken met politieke en economische factoren: armoede, discriminatie en toegang tot voedsel. Als we meer produceren, komt dat niet vanzelf bij diegenen die dat voedsel het meest nodig hebben. Het komt daar waar de productie voor de hoogste prijs verkocht kan worden.

Meer agrobiodiversiteit

Het wereldvoedselprobleem is meer dan honger bestrijden en calorieën garanderen. Meer mensen lijden aan obesitas en gebrek aan micronutriënten dan aan honger. Het debat over voedselzekerheid vraagt geen nadruk op meer van hetzelfde, wel op meer agrobiodiversiteit voor een gezond en divers voedselpatroon. Het omkeren van de genetische erosie van onze voedselgewassen is cruciaal, ook omdat het de veerkracht van ons voedselsysteem tegen externe schokken zoals klimaatverandering verhoogt.

‘Het omkeren van de genetische erosie van onze voedselgewassen is cruciaal’

Behoefte aan veerkrachtige bodems

Daarbij moet de biodiversiteit in z’n breedste betekenis gevrijwaard worden. Het ecosysteem met z’n insecten, bodemfauna en andere levensvormen voorziet immers in de ecosysteemdiensten die onze voedselproductie überhaupt mogelijk maken. We hebben behoefte aan veerkrachtige bodems met voldoende organische stof en bemestingsstrategieën met aandacht voor koolstofrijke, traag werkende bemesting, met organische meststoffen, compost of groenbemesters, zodat het bodemleven weer gezond en actief wordt.

Véél boeren nodig die ruimte bieden voor biodiversiteit

Gelukkig zijn er goede alternatieven voor een vernieuwde landbouw in balans met de natuur die wel de mensheid kan voeden, ook op lange termijn. De wereld kan op een agro-ecologische manier gevoed worden in een bredere strategie met beperkte inzet van land voor veevoer en grondige aanpak van voedselverspilling. Kortom, willen we de wereld adequaat voeden, vandaag en in 2050, dan hebben we vooral behoefte aan agro-ecologische voedselsystemen en boeren, véél boeren, die ruimte bieden voor biodiversiteit.

Esmeralda Borgo en Tjerk Dalhuisen zijn actief bij het Vlaams-Nederlandse netwerk Voedsel Anders

Tjerk Dalhuisen

Laatste reacties

  • farmerbn

    Weer een artikel van gefrustreerde ecolo's. Alles wordt erbij gehaald om hun zienswijze te promoten. Niet altijd met kennis. Er wordt bv afgegeven op de productie van veevoer alsof dieren gevoerd worden zonder bijdrage te geven om voedsel te produceren. Dieren leveren ook voedsel voor de mens maar waarschijnlijk zijn de schrijvers ook nog vegans.

  • John*

    dieren leveren ook voedsel voor andere gewassen, niet alleen voor de mens. Waarom vertellen ze niet dat biologische akkerbouwers schreeuwen om dierlijke mest of zelf 1/3 van de oogst op de composthoop gooien om er mest voor de overige gewassen van te maken? Of je nu die 1/3 op de composthoop gooit of er voedsel van laat maken door dieren levert wel degelijk een bijdrage aan de voedselketen.

  • alco1

    Er kunnen nog wel twee maal zoveel mensen gevoed worden.
    Daarin is de veehouderij circulair. 1/3 rechtstreekse voeding en 2/3 mest voor het volgende gewas.
    Het is de industriële luxe van de mens zelf die inbreuk maakt op de aarde.

Of registreer je om te kunnen reageren.