Home

Achtergrond 869 x bekeken

Discussie EU-landbouwbeleid nadert ontknoping

De Europese landbouwministers praten maandag 19 maart voor de derde achtereenvolgende keer over het nieuwe landbouwbeleid vanaf 2020.

Basis voor de discussie vormt het stuk van de Europese Commissie, dat eind vorig jaar werd gepubliceerd. Maar over de omvang van de begroting hebben ze het niet. Dat laten ze over aan de regeringsleiders.

De Bulgaarse landbouwminister Rumen Porodzanov heeft zijn collega’s voorgelegd om aanstaande maandag tot overeenstemming te komen over de plannen van de Europese Commissie voor de hervorming van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Hoewel de meeste lidstaten positief staan tegenover de richting die de Europese Commissie kiest, is het nog niet zeker dat er maandag ook daadwerkelijk een conclusie wordt getrokken.

De landbouwministers kunnen wel praten over de koers, maar als het gaat over het geld dat daarvoor nodig is moeten ze het voortouw laten aan de regeringsleiders, die praten over het meerjarig financieel kader voor de periode van 2020-‘27.

Europees landbouwcommissaris Phil Hogan presenteerde eind november vorig jaar zijn plannen voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2020. De eerste keer dat de Europese lidstaten daarop konden reageren was al bij de Europese raad van begin december. Meteen toonden de landbouwministers argwaan over de grotere rol die de lidstaten krijgen. Het gevaar ligt op de loer dat lidstaten de ruimte krijgen om hun boeren te bevoordelen door extra steun. Hogan moest tegenover de landbouwministers alle zeilen bijzetten om uit te leggen dat dat niet zijn bedoeling is en dat hij ook voldoende waarborgen inbouwt om dat te voorkomen.

Hogan: lidstaten meer ruimte voor eigeninvulling

Ondertussen wil hij wel dat lidstaten meer ruimte krijgen voor een eigen invulling. Hogan vindt het niet van deze tijd dat in Brussel wordt vastgelegd hoe boeren aan eisen moeten voldoen. Lidstaten moeten eigen plannen maken, die worden goedgekeurd in Brussel.

Hogan suggereerde ook om de directe inkomenstoeslagen aan te pakken, waarbij hij mogelijkheden zijn om kleinere bedrijven naar verhouding meer te betalen dan grotere bedrijven. Bovendien houdt hij de optie open om een maximum te stellen aan de inkomenstoeslag per hectare.

Schouten: minder nadruk op boereninkomen, meer op innovatie

Carola Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit vindt dat in het Europese landbouwbeleid minder nadruk moet liggen op inkomensondersteuning maar meer op innovatie, een duurzame voedselzekerheid en voedselveiligheid. En dat kan met minder geld, zo zegt zij in navolging van het regeerakkoord tussen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie.

Binnen de regeringsfracties wordt genuanceerd gedacht over de omvang van de landbouwbegroting. Het CDA heeft bij monde van Pieter Omtzigt in het debat over de meerjarenbegroting van de Europese Unie aangegeven dat de Nederlandse inzet (een lagere bijdrage aan de Europese Unie) niet over de rug van de Nederlandse boeren mag gaan. Omtzigt: “De vorige keer realiseerde Nederland een kleine miljard euro minder afdracht, maar de Nederlandse landbouw moest daarvan het grootste deel ophoesten. Het creëerde een fors ongelijk speelveld in de Europese Unie. Onze landbouw mag niet eenzijdig de dupe zijn.”

Minister-president Mark Rutte gaf Omtzigt geen gelijk in die visie en hij omzeilde de vraag van Omtzigt met de opmerking dat hij het van groot belang vindt dat er draagvlak is voor “deze enorm grote post in de begroting.” Hij doelde op het bedrag dat de Europese Unie reserveert voor de landbouw.

De VVD vindt dat het wel een tandje minder kan met de Europese bijdrage aan de landbouw. Woordvoerder Anne Mulder vindt – met het kabinet – dat de bijdrage van Nederland aan de Europese Unie sowieso omlaag moet.

Europees Parlement wil hogere nationale bijdrages

Dat is een standpunt dat overigens weinig weerklank krijg. Landbouwminister Schouten maakte deze week duidelijk dat Nederland met dat standpunt alleen Luxemburg aan haar zijde vindt. Dat is in het Europese krachtenveld geen doorslaggevende positie. In het Europees Parlement is er juist een tegengestelde richting waarneembaar. Het parlement sprak deze week uit dat de nationale bijdrages wel omhoog kunnen van 1 naar 1,3% van het bruto binnenlands product. Het parlement wil dat het gat dat ontstaat door het vertrek van het Verenigd Koninkrijk, financieel moet worden opgevuld door een hogere bijdrage van de 27 achterblijvende lidstaten.

De belangrijkste voorstanders van die positie zijn de lidstaten die netto-ontvanger zijn, met name de Oost-Europese lidstaten. Er is binnen de lidstaten wel een zekere verdeeldheid over de manier waarop het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid moet bijdragen aan het boereninkomen aan de ene kant en de zorg voor de leefomgeving aan de andere kant. Nederland vindt dat inkomensondersteuning gekoppeld moet worden aan de zorg voor klimaat, natuur en milieu.

In met name Oost-Europese landen is er een sterke lobby voor het gelijktrekken van de hectaresteun in de lidstaten. Nederland is tegen het op die manier gelijktrekken van de steun, juist omdat er in landen grote verschillen zijn in onder meer kosten voor grond en arbeid.

Europese Commissie wil doorpakken

Landbouwministers praten wel over de inhoud, maar niet over het beschikbare budget voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Daarover zal meer duidelijkheid komen op 2 mei. Dan komt Europees begrotingscommissaris Günther Oettinger met zijn voorstellen voor de inkomsten en uitgaven voor de Europese begroting in de periode 2020-‘27.

Daarvoor zal Europees landbouwcommissaris Phil Hogan nog met een nader voorstel komen om de boer te beschermen tegen oneerlijke handelspraktijken. Oneerlijke handelspraktijken waren mede aanleiding voor het rapport van de Commissie Veerman, gericht op de versterking van de positie van de boer in de keten.

De discussie over de Europese begroting (tussen Europese Commissie, lidstaten en Europees Parlement) moet begin 2019 tot een afronding komen. Dat is althans het voornemen van de Europese Commissie. Als dat lukt, wordt in elk geval een fikste vertraging voorkomen die kan ontstaan door de Europese verkiezingen (juni 2019) en de vorming van de nieuwe Europese commissie daarna.

Of registreer je om te kunnen reageren.