Home

Achtergrond

‘We moeten innovatie meer leidend maken’

Elies Lemkes wordt van ZLTO-directeur, lector in Den Bosch. Zij stelt: “De wetgever moet ruimte creëren om serieus te innoveren. Die is er nu te weinig.”

ZLTO-directeur Elies Lemkes-Straver verlaat na 6 jaar de boerenstandsorganisatie. Haar wacht vanaf deze maand een nieuwe uitdaging met het lectoraat Duurzaam Produceren aan HAS Hogeschool Den Bosch.

Waarom vertrekt u? Is de klus bij ZLTO geklaard?

“Ik heb het altijd goed naar mijn zin gehad bij ZLTO. Maar je moet altijd blijven stilstaan bij wat je verder nog wilt. Deze mogelijkheid om de leerstoel Duurzaam Produceren aan de HAS in te vullen deed zich voor. Met mijn achtergrond in de hightech en design en afgelopen jaren in onze sector, moest ik dit wel aanpakken. En wat betreft ZLTO, een organisatie is nooit af. Ik denk echter zeker dat we er goed voor staan. Ik zou met plezier door zijn gegaan in deze dynamische sector. Maar je moet keuzes maken.”

Is het vertrek ook het startsein voor een nieuwe reorganisatie? Opvallend is dat de directeur van LTO Noord, Roland Kip, precies op dezelfde dag vertrekt als u. Is een fusie aanstaande?

“Een fusie is absoluut niet aan de orde. Het is toeval dat Kip op hetzelfde moment vertrekt. Echt puur toeval, er zit volstrekt geen beleid achter.”
Artikel gaat verder onder de foto.

Elies Lemkes-Straver (60) is vanaf deze maand lector Duurzaam Produceren aan HAS Hogeschool Den Bosch. Tot eind vorige maand was zij 6 jaar lang directeur van ZLTO. Daarvoor was Lemkes directeur van de stichting Brainport Eindhoven. - Foto: Van Assendelft Fotografie
Elies Lemkes-Straver (60) is vanaf deze maand lector Duurzaam Produceren aan HAS Hogeschool Den Bosch. Tot eind vorige maand was zij 6 jaar lang directeur van ZLTO. Daarvoor was Lemkes directeur van de stichting Brainport Eindhoven. - Foto: Van Assendelft Fotografie

Waarom komt er eigenlijk geen fusie? Geeft 1 organisatie niet meer slagkracht?

“Waarom zou dat moeten? We hebben een krachtig model. De modernisering van LTO Nederland staat. Door de goede samenwerking met regionale LTO’s bereik je nu een optimum. Dat heeft een meerwaarde, dicht bij het lid zijn is cruciaal, net als korte lijnen in de provincies en gebieden.”

Zit NCB Ontwikkeling, waar ZLTO eigenaar van is, een fusie in de weg?

“Als je echt iets wilt, is niets onmogelijk, maar het is absoluut niet aan de orde. We hebben willens en wetens gekozen voor dit model. Groter is niet altijd beter.”

Hoe staat ZLTO ervoor bij uw vertrek?

“ZLTO heeft een geweldige ontwikkeling doorgemaakt en staat er heel goed voor. We hebben een heel sterke strategie.”

‘Je moet je aanpassen en niet blijven duwen, omdat je je zin niet krijgt’

Wat is die ZLTO-strategie?

“De belangenbehartiging in onze sector heeft te maken met een enorm veranderde omgeving. Toen ik begon was er geen eigen ministerie meer, geen productschappen. Dan kun je proberen op dezelfde manier te blijven voortgaan, maar dat werkt niet. Je moet je aanpassen, oplossingen bieden en niet blijven duwen, omdat je je zin niet krijgt. We hebben ons verbonden met de maatschappelijke thema’s klimaat, voedselzekerheid en gezondheid en vitaal platteland. We kunnen dat doen, omdat we in huis een heel mooi model hebben. We combineren lobby met projectontwikkeling en projectuitvoering en daarnaast geven we individuele adviezen aan boeren en tuinders. Geen papieren strategie, maar een die we echt uitvoeren.”
Artikel gaat verder onder de tweet.

Kent de achterban die maatschappelijke thema’s ook? We hebben nogal wat schandalen achter ons, mestfraude, koeienfraude en de fipronil-affaire. Bent u niet teleurgesteld in de sector?

“Schandalen zijn natuurlijk nooit goed. Na 6 jaar ZLTO constateer ik dat we een soort parallel spoor varen. Het ene spoor is regelgeving. Regelgeving loopt begrijpelijkerwijs achter de feiten aan. Daarnaast heb je het spoor van de innovatie. Die sporen bewandelen we beide, met grote nadruk op innovatie. We zouden het moeten aandurven om het spoor van innovatie meer leidend te maken. Het woord schandalen wil ik overigens niet meteen in de mond nemen.”

Hoe noemt u het dan wel? Fraude?

“Er is een vermoeden van fraude, het is nog niet bewezen. En als het werkelijk zo is dan is dat niet goed, daar zijn we duidelijk in. De mogelijke fraude zie ik in dat regelgevingsspoor, dat zeg ik niet om het goed te praten. Maar je hebt wel met ondernemers te maken. Als je 15 jaar moet wachten op het uitvoeren van een investering is dat een ondoenlijke situatie.”

‘Fraude is niet goed, maar ik begrijp de worsteling met regelgeving’

Is het dan een wanhoopsdaad, kunnen boeren gewoon niet anders?

“Een ondernemer zoekt een uitweg, die wil door met zijn onderneming. Als je daar in gebonden wordt, probeer je zo goed mogelijk je bedrijf te voeren en dat blijkt dan soms onmogelijk en vervolgens ga je dingen aftasten. Ik kan me de worsteling levendig voorstellen. Fraude is niet goed, maar ik begrijp de worsteling met regelgeving in relatie tot het doorontwikkelen van het bedrijf. Het is confronterend te horen dat bijvoorbeeld een net gebouwde stal niet geëxploiteerd kan worden op een goede manier vanwege de regelgeving.”

Worden de schandalen in uw ogen opgeklopt?

“Het is belangrijk om de feiten goed op een rij te hebben. We zagen bij de mestfraude dat de begincijfers nogal afweken van latere cijfers, dus we zijn voorzichtig geworden en pakken het eerste nieuws niet meteen op. Fipronil is een voorbeeld van een heel erg opgeklopt onderwerp.”
Artikel gaat verder onder de tweet.

Zit regelgeving de innovatie in de weg? Bijvoorbeeld in Noord-Brabant? Adviseert u uw leden ‘te goed’ met hun uitbreidingsplannen?

“Nee, we adviseren juist realistisch. Daarvoor hebben we adviesdiensten in huis, ook voor individueel advies. Er moet ruimte zijn voor groei op een verantwoorde manier. Als een boer wil uitbreiden, gaan we altijd in gesprek door te wijzen op de noodzaak van een dialoog met de omgeving. Als het ons niet lukt een boer te overtuigen, wie dan wel? Maar door al het framen in de media over megastallen en dierenmishandeling, kun je het de burger niet kwalijk nemen dat die daarin meegaat. Het is alleen niet eerlijk. We moeten het echte verhaal zelf vertellen.”

Gaat de sector zich aanpassen aan de wetgeving of wordt de wetgeving opgerekt?

“Ik denk dat de wetgever ruimte moet creëren om serieus te innoveren. Die is er nu te weinig. Als je nieuwe bedrijfsmodellen of concepten wil uitproberen, moet daar ruimte voor zijn, zowel in ruimtelijke ordening als in inrichting van je bedrijf. Dat is nu heel strak gebonden. Je moet durven om een soort nieuwe experimenteeromgeving te creëren, op een verantwoorde en veilige manier.”

‘We luisteren nu meer naar de leden’

Heeft u in uw 6 jaren bij ZLTO bereikt wat u wilde bereiken?

“Als ik kijk naar mijn opdrachten die ik kreeg toen ik binnenkwam zeker. In het kader van transitie moest ik verbindingen maken met andere sectoren om de innovatie te stimuleren. Daarin zijn belangrijke slagen gemaakt. De tweede opdracht was om de organisatie meer naar buiten te keren, dat is ook veel meer gebeurd. Zo hebben we letterlijk onze gebouwen in Den Bosch en Colijnsplaat opengesteld voor andere bedrijven. We hebben de Proeftuin Precisielandbouw gelanceerd. We nemen deel aan samenwerkingsverbanden als Biobased Delta en AgriFood Capital en samen met de provincie Brabant en het ministerie doen we Agri meets Design. Ook de derde opdracht die er later bij kwam is geslaagd: de reorganisatie nadat het dividend van Vion wegviel. We luisteren nu meer naar de leden en de markten en leveren meer maatwerk.”

Groei gaat nu om de inhoud

Groei van een boerenbedrijf is volgens Elies Lemkes niet hetzelfde als groei in schaal.

“Het kan bij groei ook gaan om een ander product of andere kwaliteit. Het gaat niet meer om de omvang maar om de inhoud. Een boer is op zich ook niet gericht op groei om de groei. Een boer is nu gericht op groei omdat dat de enige manier is om het bedrijf te kunnen blijven exploiteren. Het zal steeds meer gaan om toegevoegde waarde die betaald moet worden door de afnemer.”

Maar dat alles wel met een kleinere organisatie.

“We hadden voor de reorganisatie meer dan 200 mensen, nu zijn dat er 140. Er is een efficiencyslag gemaakt, we werken gerichter. De samenwerking tussen bestuur en werkorganisatie is verder verstevigd. We hebben een platte organisatie waarin iedereen meewerkend voorman of -vrouw is.”

Levert de nieuwe aanpak meer leden op?

“Het aantal leden daalt. Maar dat heeft te maken met een daling van het totale aantal bedrijven. Relatief gezien hebben we het goed op orde, we dalen minder snel dan het aantal bedrijven. We investeren veel in relatiebeheer, steken forse energie in het werven en behouden van leden. Daarnaast zijn we een jongerenprogramma begonnen met ZAJK en BAJK.”

‘Boeren zijn nu vaak schietschijf, maar daar komt een verandering in’

Toen u begon noemde u de sector ondergewaardeerd, is dat nog steeds zo?

“Ja, nog steeds. Kijk je naar de statistieken, dan worden we wel gewaardeerd. Er is dus een paradox. We zijn niet voor niets een Dutch Agri Food Week begonnen, waarmee we de sector in de spotlights zetten. Mensen zouden zich meer mogen realiseren dat boeren een grotere bijdrage aan de maatschappij leveren dan alleen voedsel. Kijk eens naar het platteland – twee derde van Nederland – daar zorgen onze boeren voor. Boeren zijn nu vaak schietschijf, maar daar komt een verandering in, daarvan ben ik overtuigd.”

Of registreer je om te kunnen reageren.