Home

Achtergrond

Bodemdaling vraagt nieuwe aanpak

Op veel plekken in Nederland daalt de bodem. De oorzaken zijn divers en de gevolgen ingrijpend.

In Friesland, Zuid-Holland, Drenthe, het zuidwesten van de Noordoostpolder en boven Amsterdam is oxiderend en inklinkend veen de boosdoener. In Groningen en Noordwest-Friesland is het mijnbouw: winning van aardgas en zout. En in het ‘jonge’ Zuid-Flevoland rijpt de klei na de inpoldering nog steeds na.

Bodemdaling is een sluipend probleem in grote delen van Nederland en boeren krijgen er steeds meer last van. De politieke aandacht ervoor neemt toe. Vooral door de aardbevingen in Groningen, maar ook door de hoge CO2-uitstoot in veenweidegebieden. Zo bracht landbouwminister Schouten in het kader van bodemdaling onlangs nog een werkbezoek aan het Groene Hart.

Verlagen waterpeil stopt bodemdaling niet

Toch leidt al die aandacht niet overal tot maatregelen. In veenweidegebieden geldt de vuistregel dat de bodem elk jaar ongeveer 1 centimeter zakt. En op sommige plekken is dat zelfs 3 centimeter. Voor overheden is het een zoektocht; het middel (ingrijpen) is soms erger dan de kwaal (bodemdaling), merkt Daan Henkens, beleidsadviseur bodem van de Unie van Waterschappen.

In het zuidwesten van de Noordoostpolder spelen bodemdaling en vernatting boeren parten. Ondanks de recente droogte is het er nog steeds erg nat. Foto: Ton Kastermans
In het zuidwesten van de Noordoostpolder spelen bodemdaling en vernatting boeren parten. Ondanks de recente droogte is het er nog steeds erg nat. Foto: Ton Kastermans

Waterschappen experimenteren met alternatieve strategieën, vertelt hij, maar passen in de praktijk vaak nog de oude tactiek toe en verlagen om de zoveel jaar het waterpeil. Henkens: “Dat is geen structurele oplossing. Het stopt bodemdaling niet. Het is dweilen met de kraan open.”

Daar komt bij dat provincies en Rijk voorzichtig zijn om met de kennis en technische oplossingen van waterschappen aan de slag te gaan. Dat komt ook doordat die kennis nog te versnipperd is en gestructureerde kennisdeling pas de laatste jaren een beetje op gang komt, aldus Henkens.

‘Niemand wil de kwaaie pier zijn en zeggen dat sommige gebieden niet meer geschikt zijn voor landbouw’

Niet langer geschikt voor landbouw

En dan is er nog de gebiedsinrichting. Er staan veel (verschillende) belangen op het spel. En dat wreekt zich in de discussie over bodemdaling in veenweidegebieden. “Niemand wil de kwaaie pier zijn en zeggen dat sommige gebieden niet meer geschikt zijn voor landbouw”, aldus Henkens. “De praktijk is dat in bepaalde delen van Groot-Mijdrecht, de polders bij Moordrecht of in de Middelburg-Tempelpolder het waterpeil nu al niet meer omlaag kan. Daar barst de veenlaag bijna open waardoor het zoute grondwater de sloten inloopt en vervolgens het water ‘besmet’.” Daar zijn de grenzen van het watersysteem bereikt en wegen de baten niet meer tegen de kosten op.

Lees verder onder het kader.

‘Dit wordt steeds meer het putje van de Noordoostpolder’

De percelen van Marit van Boheemen en haar buren worden de laatste 10 jaar steeds natter. Het begon met kleine hoekjes, maar nu gaat het vaak om percelen tot wel 5 hectare. De bodem daalt in dit deel in het zuidwesten van de Noordoostpolder. Gemiddeld met ruwweg 1 centimeter per jaar. “Wij zitten op een toplaag van 25 tot 100 centimeter klei”, vertelt van Boheemen. “Maar daaronder zit altijd veen. En dat veenpakket is variërend 1 tot 5 meter dik. Het proces van de klei-inklinking is na de inpoldering wel voorbij. Het is echt het veen dat nu oxideert en dat gaat harder dan in de rest van de polder.” Het bedrijf van Van Boheemen ligt al op één van de lagere punten in die polder. De laagste plekken liggen 5 tot 5,5 meter onder NAP. “Door de veenoxidatie wordt dit steeds meer het putje van de Noordoostpolder.”

Marit van Boheemen.
Marit van Boheemen.

Het is niet alleen bodemdaling die percelen natter maakt. Het waterpeil rond het 2 kilometer verder gelegen eiland en werelderfgoed Schokland wordt kunstmatig hoog gehouden. Van Boheemen merkt dat dit gevolgen heeft voor haar bedrijf. Er is een flinke toename van kwel. Ook is er een derde probleem: door een wijziging in de waterafvoer rond Marknesse wordt meer water via het bestaande watersysteem in haar omgeving afgevoerd. “Verderop staan twee grote duikers, maar die zijn naar mijn idee niet meer toegerust op de huidige afvoer.”

Peilgestuurde drainage

Van Boheemen en haar buren zijn in overleg met het waterschap over de bodemdaling en de vernatting. Het waterschap doet bijvoorbeeld in het gebied een proef met peilgestuurde drainage met een pompput en drains om de 6 meter. Zelf probeert van Boheemen de grond in ieder geval zo vlak mogelijk te houden. “We investeren fors in drainage en kijken of het rendeert door dwars op de drains sleuven met zand te leggen om water makkelijker bij de drains te laten komen”. Maar het is voor Van Boheemen geen structurele oplossing. Het liefst zou ze een onderbemalingsgebied met een 20 centimeter lager waterpeil zien, maar dat ligt weer lastig bij het waterschap dat één peil wil.

Grote gevolgen voor de opbrengsten

Ondertussen heeft de vernatting steeds grotere gevolgen voor de opbrengsten. De jaarlijkse schade is onderhand tienduizenden euro’s groot. “Met de zaaiuien haalden we in 2017 de helft van de normale opbrengst en een derde van het aardappelperceel had schade. Bij de bieten lag de opbrengst vorig jaar voor het eerst ook fors – 20% – lager”, zegt Van Boheemen. “Het wordt ieder jaar lastiger. We hopen dat we de komende jaren niet ook problemen met winterpeen krijgen.”

Discussie openbreken

De Unie van Waterschappen wil af van het ad-hocbeleid van peilverlaging en zoekt een duurzame oplossing met het Rijk, provincies, gemeentes én boeren. Unie-bestuurder en akkerbouwer Dirk-Siert Schoonman is helder: “Het beleid van automatisch zakken is voorbij. Wij hebben de kennis om aan te geven welke veenweidegebieden wél of niet nog decennia vooruit kunnen. Daarmee kunnen we de discussie openbreken. Maar het is niet aan ons om er besluiten over te nemen.”

Het Friese veenweidegebied. Bodemdaling is vooral een probleem in de Noord- en West-Nederlandse veengebieden. Maar de bodem zakt ook in de gebieden waar veen geen hoofdrol speelt. In Groningen en Noordwest-Friesland zakt de bodem door de gas- en zoutwinning. In Zuid-Flevoland daalt de bodem door de narijping van klei.
Het Friese veenweidegebied. Bodemdaling is vooral een probleem in de Noord- en West-Nederlandse veengebieden. Maar de bodem zakt ook in de gebieden waar veen geen hoofdrol speelt. In Groningen en Noordwest-Friesland zakt de bodem door de gas- en zoutwinning. In Zuid-Flevoland daalt de bodem door de narijping van klei.

Bodemdaling hoog op de agenda in Friesland

Friesland heeft een groot veenweidegebied van 70.000 hectare. De bodem daalt er gemiddeld 1 centimeter per jaar; daar zitten uitschieters tussen. In Friesland staat bodemdaling hoog op de agenda en de provincie heeft in 2015 al een veenweidevisie opgesteld. Aan de uitvoering daarvan moet nog hard gewerkt worden. In de tussentijd vinden veel proeven plaats om daling te remmen, vertelt LTO‘er Bouwe Bakker. “We werken met onderwaterdrainage, andere vormen van maisteelt, maar ook alternatieve teelten zoals lisdoddenteelt. Daarnaast doen we CO2-metingen van grasland.”

180.000 hectare veenweidegebied in het Groene Hart

Met 180.000 hectare is veenweidegebied in het Groene Hart nog groter. De bodemdaling is er even groot. “Via het Veenweiden Innovatiecentrum investeren wij sterk in innovaties zoals onderwaterdrains, natte teelten of modellen waarin energietransitie of CO2-reductie een rol spelen”, zegt Gerbrant Corbee van waterschap Rijnland. “En in polders waar de veenbodem nu al bereikt is, werken we met het gebied aan ander landgebruik.”

Bodemdaling door gaswinning

Ook in gebieden waar veen geen hoofdrol speelt, kan de bodem flink dalen. In Groningen bijvoorbeeld, waar de gaswinning zijn stempel drukt. Hierdoor daalt de bodem tientallen centimeters. Inklinking van diepere veenlagen in hetzelfde gebied versterkt dat effect nog.

‘De situatie is al redelijk onherstelbaar. We hopen op nieuwe technieken’

Toch gaat de daling in Groningen volgens de Commissie Bodemdaling langzaam en gelijkmatig. Al zijn hier vraagtekens over, die door de aardbevingen van de laatste jaren alleen maar groter zijn geworden. Sinds het begin van de gaswinning zakt de bodem in Loppersum 0,6 centimeter per jaar, in het hart van het gebied is het maaiveld al een halve meter gedaald. Volgens dezelfde commissie is die daling gelijkmatig, maar LTO heeft hier twijfels over en vraagt om een breder onderzoek. Problemen met gebouwen, mestkelders en drainage staan pas sinds kort en na actiebijeenkomsten bovenaan de agenda.

Bodemdaling door zoutwinning

In Noordwest-Friesland is de zoutwinning een oorzaak van forse bodemdaling. De bodem van de zavelgrond daalt er harder dan het gemiddelde van 1 centimeter per jaar, in totaal 30 centimeter. Met verzilting tot gevolg. “Droge zomers zijn een probleem”, zegt LTO‘er Tineke de Vries. “De bodem is hier de laatste jaren alleen maar harder gaan dalen. Er vinden nu wel herstelmaatregelen plaats – drainage en bredere vaarten -, maar dat zijn geen structurele oplossingen. De situatie is al redelijk onherstelbaar. We hopen op nieuwe technieken.”

‘Boeren nemen hier zelf heft in handen’

In polder Lange Weide – tussen de Oude Rijn en de Hollandse IJssel – begint dit voorjaar de aanleg van het grootste onderwaterdrainageproject in Nederland om bodemdaling fors tegen te gaan. En opvallend: het is een boereninitiatief. “Er was veel draagvlak onder de melkveehouders hier. Er was het besef dat er iets moest gebeuren”, zegt Chris van Naarden van het regionale waterschap. “In 2020 moet het project afgerond zijn.”

Wie willen dit doen?

“Het gaat om een groep van 13 veehouders en 15 andere grondeigenaren verenigd in ANV Lange Ruige Weide. Samen willen ze dit typische melkvee- en veenweidegebied met kleine percelen, 12 tot 13% aan oppervlaktewater en smalle weggetjes behouden. Dat juichen wij toe.”

Hoe groot is de bodemdaling hier?

“Dit is een veenbodem met een dunne toplaag van klei. Door het veen daalt de bodem hier ruwweg met 0,7 tot 0,8 centimeter per jaar. En Lange Weide is één van de meest dalende polders in ons veenweidegebied. Wij zien flinke peilverschillen. In Lange Weide loopt een hoogwatervoorziening om de houten funderingen van de lintbebouwing te beschermen. Maar het waterpeilverschil met het boerengebied wordt steeds groter. Hierdoor ontstaan in de toekomst waterhuishoudkundige problemen Toen we dat bekendmaakten, namen de boeren zelf het heft in handen.”

Chris van Naarden.
Chris van Naarden.

Waarom onderwaterdrainage?

“Natte teelten waren het alternatief, maar dat is niet te combineren met melkveehouderij. Met onderwaterdrainage stroomt het water bij een hoge grondwaterstand via buizen naar de sloot en bij een lage stand en droogte en verdamping gebeurt het omgekeerde. Zo ontstaat er een meer gelijkmatige grondwaterstand. Dat remt de bodemdaling naar verwachting met 30 tot 50%. Drukdrainage met een pompput zou nog effectiever zijn. Dan rem je de bodemdaling zelfs met 75%. Maar die techniek is erg duur.”

Hoeveel betalen de boeren hiervoor?

“Dit is een project van 450 kilometer aan drainagebuizen op ruim 300 hectare land. Het kost tot € 2.300 per hectare. Het project heeft een Europese POP-subsidie gekregen waardoor boeren relatief weinig hoeven te betalen; eenmalig € 350 per hectare. Maar zoiets lukt niet overal. Met alleen een provinciale subsidie betalen boeren al gauw het dubbele.”

Gaat het waterschap resultaten meten?

“Ja, de effecten op het watersysteem gaan we zeker monitoren. De grondwaterstand in de zomer zal omhoog gaan waardoor meer water verdampt. We schatten dat er 10 tot – heel extreem – 30% meer water naar de polder aangevoerd zal worden. We gaan kijken of dat ook daadwerkelijk gebeurt.”

Of registreer je om te kunnen reageren.