Home

Achtergrond 1 reactie

Belangenclubs zoeken samenwerking

De structuur van de belangenbehartiging in de landbouw verandert. Intensiever samenwerken staat centraal met als doel een betere lobby voor de boer.

De structuren in lobbyland zijn aardig opgeschud. Per 1 januari is de fusie tussen de LTO vakgroep Varkenshouderij en de Nederlandse Vakbond Varkenshouders (NVV) een feit. Tien jaar geleden werd een dergelijke fusie voor totaal onmogelijk gezien. En 12 jaar nadat LTO Nederland uit elkaar klapte toen ZLTO onder leiding van Antoon Vermeer de stekker eruit trok, gaan de regionale LTO’s nu toch weer intensiever samenwerken.

Samenwerking met andere clubs

Met de nieuwe structuur lijkt de deur ook open te staan om intensiever te gaan samenwerken met andere vakgroepen of belangenorganisaties. Hoewel voorzitters van de Nederlandse Melkveehouders Vakbond (NMV) en de Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV) positief zijn over samenwerking met LTO, zien zij beiden nog geen reden tot fuseren.

Rolverdeling in de belangenbehartiging

Belangenorganisaties zijn er in allerlei vormen en maten: verenigingen, vakbonden, producentenorganisaties en brancheorganisaties. Wie doet en mag wat?

Kortgezegd zijn verenigingen en vakbonden als LTO, NAV en NMV er voor hun leden; ze verdedigen hun belangen. Dat is onder andere zichtbaar in uitwerking van de lobby in de Haagse politiek. De grootste boerenorganisatie, LTO, heeft fulltime een lobbyist in dienst. Ook in Brussel en op regionaal niveau laten deze organisaties de stem van de boeren horen.

Daarnaast wordt LTO vaak betrokken bij besluiten van het ministerie van Landbouw. Recentelijk moest de sector ‘op het matje komen’ bij minister Carola Schouten, vanwege de kalverfraude. LTO neemt dan een standpunt in namens de boeren.

Algemeenverbindendverklaring

Producentenorganisaties zijn sectorspecifiek. De POV is er alleen voor de varkenshouders. Als de organisatie door de overheid wordt erkend, krijgt zij meer macht: via een algemeenverbindendverklaring (AVV) kunnen maatregelen worden afgedwongen in de gehele sector. Ook bij de boeren die geen lid zijn.

Brancheorganisaties hebben deze zelfde mogelijkheid. BO’s zijn breder dan alleen de landbouwsector. Boeren kunnen hier niet direct lid van worden, hun belang wordt vertegenwoordigd door het bestuur van de belangenclubs. Andere leden van belangenorganisaties zijn verwerkende bedrijven en coöperaties. Zo is FrieslandCampina lid van ZuivelNL en is aardappelcoöperatie Avebe lid van de BO Akkerbouw.

Brancheorganisaties houden zich veelal bezig met keurmerken, duurzaamheid, voedselveiligheid en de marktpositie van de keten.

Zwaar weer

De LTO-organisaties hadden het afgelopen jaren zwaar. De organisatie kwam in sommige dossiers aardig klem te zitten doordat regionale vakgroepen andere standpunten innamen. Het gezag van dé landbouworganisatie nam af. Het ledenaantal daalde, waardoor de kosten van de organisaties op termijn niet meer te betalen zouden zijn. Bij ZLTO en LTO Noord werd fors bezuinigd. Een fusie tussen de regionale organisaties is niet aan de orde. Maar beter samenwerken willen de organisaties wel. Het doel hiervan: een efficiëntere, goedkopere organisatie met een sterker geluid in Den Haag en Brussel.
Artikel gaat verder onder de foto.

'Ouderwets' actievoeren is er steeds minder bij. Hier een actie van mekveehouders, georganiseerd door NMV en DDB, tegen lage melkprijzen, 31 mei 2016 in Amsterdam toen daar een informele landbouwraad werd gehouden. LTO-voorzitter Calon wil ook meer activisme, maar dan vooral via lobbywerk en rechtszaken. - Foto: ANP
'Ouderwets' actievoeren is er steeds minder bij. Hier een actie van mekveehouders, georganiseerd door NMV en DDB, tegen lage melkprijzen, 31 mei 2016 in Amsterdam toen daar een informele landbouwraad werd gehouden. LTO-voorzitter Calon wil ook meer activisme, maar dan vooral via lobbywerk en rechtszaken. - Foto: ANP

Rechtzaak

LTO Nederland nieuwe stijl is inmiddels een paar maanden actief en moet de sectorale belangen beter behartigen en activistischer optreden. Dat gebeurt nu, zegt voorzitter Calon van LTO Nederland met enige trots (lees onderaan dit artikel meer hierover). Het activistische karakter bestaat niet uit acties of demonstraties, maar uit rechtsgang, zoals de rechtszaak tegen de NVWA in verband met de fipronil-crisis.

Sectoren zijn leidend

In de nieuwe structuur zijn de sectoren leidend. De 17 landelijke vakgroepen nemen de standpunten in. In het verleden moest dit worden kortgesloten met de regionale vakgroepen, maar die zijn er nu niet meer. De regionale organisaties LTO Noord, ZLTO en LLTB richten zich voornamelijk op regionale thema’s als ruimtelijke ordening en water en het verenigingsgevoel. Leden van de regionale organisaties zijn automatisch indirect lid van LTO Nederland.

Sollicitaties

Bij het inrichten van de nieuwe organisatie moest op alle functies opnieuw gesolliciteerd worden. Daarbij is gekeken naar de beste kandidaten, in plaats van een goede afspiegeling van de regio’s, zoals dat vroeger gebeurde. Bestuurders kunnen voortaan ook maximaal 9 jaar aanblijven, in plaats van 12 jaar, zoals in het verleden. Naast de bestaande vakgroepen van LTO, zoals de vakgroep akkerbouw en melkveehouderij, opereert ook een aantal andere organisaties onder de koepel van LTO.

Iedere 6 weken basisoverleg

De nieuwe Producenten Organisatie Varkenshouderi (POV) is er daar een van. Maar ook Glaskracht, de Nederlandse Fruitteeltorganisatie (NFO), bloembollenorganisatie KAVB en de biologische boeren werken onder de LTO-paraplu. Iedere 6 weken wordt een basisoverleg plant, dier en multifunctioneel (voor bedrijven met een neventak) gehouden om de standpunten goed op elkaar af te stemmen. Daarnaast zijn er 10 portefeuillehouders met sectorbrede thema’s, zoals de portefeuilles gezonde planten, gezonde dieren, integriteit, klimaat, en duurzame energie.

Begroting bijna vervijfvoudigd

Met de nieuwe samenwerking tussen LTO Noord, ZLTO en LLTB in LTO Nederland is de landelijke organisatie flink gegroeid. Het kleine kantoorpand in Den Haag is verruild voor een groter kantoor naast het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. De Haagse organisatie is uitgebreid van 6 tot ongeveer 25 mensen en de begroting is van € 1,5 miljoen naar € 6,5 miljoen gegroeid. Dat komt doordat de taken vanuit de regio’s nu meer naar het landelijk bureau zijn geschoven.

Voor leden verandert de contributie niet

Verdeling kosten

LTO Nederland wordt voor ongeveer 66% door LTO Noord bekostigd, voor 25% door ZLTO en voor
9% door LLTB. De kosten van de herstructurering worden betaald uit eigen vermogen en uit een bijdrage van LTO Bedrijven. Voor leden verandert de contributie niet. Iedere regio houdt vooralsnog zijn eigen contributieregeling, omdat de verschillen tussen de regio’s hierin te groot zijn.

Met de nieuwe structuur van LTO en de fusie tussen varkenshoudersvakbond NVV en de LTO-vakgroep, lijkt de deur open te staan voor samenwerking met andere vakgroepen.
Artikel gaat verder onder de foto.

Zo ziet LTO het graag: invloedrijke bestuurders op bezoek. Hier eurocommissaris Phil Hogan en minister Carola Schouten op weg naar het nieuwe kantoor van LTO Nederland in Den Haag, begin januari. - Foto: ANP
Zo ziet LTO het graag: invloedrijke bestuurders op bezoek. Hier eurocommissaris Phil Hogan en minister Carola Schouten op weg naar het nieuwe kantoor van LTO Nederland in Den Haag, begin januari. - Foto: ANP

Waakhond NMV

Voorzitter Harm Wiegersma noemt ‘zijn’ Nederlandse Melkveehoudersvakbond gekscherend de waakhond van LTO. “We kijken graag kritisch naar het werk van LTO. Het is natuurlijk niet zo dat LTO alle boeren vertegenwoordigt. We werken al wel veel samen, maar op sommige punten zijn we het gewoon oneens.”

De NMV kijkt met veel interesse naar de totstandkoming en de voortgang van de POV. De samenwerking van de melkveesector intensiveren in een producentenorganisatie of een andersoortige fusie ziet Wiegersma nog niet gebeuren. “Al sluit ik natuurlijk niks uit, samen kunnen we sterker staan. Maar dan moeten ook de ongeorganiseerden erbij betrokken worden, een producentenorganisatie voor melkveehouders is niet dekkend met alleen NMV en LTO.” Een valkuil voor een intensieve samenwerking is volgens Wiegersma bureaucratie. “Het moet nog wel om de leden blijven draaien. Er is minder speelruimte in zo’n grote organisatie.”

‘Akkerbouwers hebben soms heel andere belangen’

Onafhankelijke NAV

Vanwege het relatief kleine aandeel akkerbouw in de sector vindt Theun de Jong de Nederlandse Akkerbouw Vereniging (NAV) van groot belang. “Wij zijn echt onafhankelijk van de rest van de boeren, die voornamelijk uit veehouderij bestaat. Akkerbouwers hebben soms heel andere belangen, bijvoorbeeld bij het mestbeleid.”

Desondanks noemt De Jong de samenwerking tussen LTO en NAV goed. “Er is sprake van wederzijds respect, we werken samen waar we kunnen. LTO doet op regionaal gebied goede dingen. Omdat wij kleiner zijn, is dat voor ons niet altijd mogelijk.” Het vormen van 1 producentenorganisatie is nu niet aan de orde, denkt De Jong. “Natuurlijk is het in stand houden van de vereniging geen doel op zich, maar we bewijzen nu nog regelmatig waarom we van toegevoegde waarde zijn voor de akkerbouwers.”

Fosfaatdossier

De focus op samenwerking bij de gevestigde belangenorganisaties komt tegelijk met het ontstaan van gelegenheidsbelangenbehartigers. In het fosfaatdossier in de melkveehouderij ontstonden opeens nieuwe belangenorganisaties als Netwerk Grondig – voor de grondgebonden boeren – en groep ‘Innovatief uit de knel’, voor boeren die grote innovatieve stallen hebben gebouwd, maar deze niet vol kunnen zetten met vee door de fosfaatmaatregelen. Beide groepen vonden dat hun belangen onvoldoende werden behartigd door de bestaande belangenbehartigers. “LTO zit in een spagaat en moet zowel de belangen van intensieve als extensieve bedrijven behartigen. Maar je kan niet 2 heren bedienen”, zei Diana Saaman van Netwerk Grondig destijds over de reden dat Netwerk Grondig is opgericht.

Het aantal boeren neemt af, maar de organisatiegraad niet. LTO zegt nog altijd 72% van de boeren te vertegenwoordigen. De vraag is of de nieuwe structuren de kracht van de lobby weer kunnen versterken.

Belangenorganisaties niet altijd transparant over ledental

De boerenbelangenclubs laten zich graag horen, maar hoeveel boeren vertegenwoordigen zij eigenlijk? Niet alle organisaties geven hier duidelijke cijfers over.

LTO Nederland is de grootste. De koepelorganisatie bestaat uit LTO Noord, ZLTO en LLTB. Deze tellen respectievelijk ongeveer 35.000, exact 14.316 en ongeveer 2.400 leden in 2017. De organisaties tellen echter in personen, partners en maatschappen zorgen voor onduidelijkheid over deze cijfers. LTO Noord telt het aantal ‘slapende’ leden ook mee. Zonder deze staat de teller op ongeveer 25.000 boeren. Bij ZLTO zijn 7.126 boerenbedrijven aangesloten. LTO Nederland houdt een organisatiegraad aan van 72% van de boerenbedrijven.

NMV stelt ‘tussen de 2.000 en 3.000’ melkveebedrijven tot haar leden te mogen rekenen.

POV is vaag over haar ledental. Ze zeggen 80% van de varkenshouders te vertegenwoordigen. Bij Boerderij zijn gegevens bekend over november 2017: toen telde de POV 2.200 leden.

NAV zegt in eerste instantie geen uitspraken te doen over ledenaantallen. Desgevraagd kan voorzitter Theun de Jong melden dat 600 akkerbouwers lid zijn. 10% van de bedrijven, maar een groter percentage gerekend in areaal.

Brancheorganisatie Akkerbouw vertegenwoordigt meer akkerbouwers, zo’n 70%.

NAJK vertegenwoordigt de jonge boeren. Specifieker dan de op de site vermelde 8.000 kon bestuurder Sander Thus niet zijn. Dit zijn niet alleen jonge boeren, ook studenten die geïnteresseerd zijn in de landbouw kunnen zich bij het NAJK aansluiten.

Calon: ‘We willen meer sectoraal geluid’

De structuur en de cultuur van LTO Nederland zijn veranderd, zegt voorzitter Marc Calon.

De regionale LTO’s gaan intensiever samenwerken. Is een totale fusie niet beter?

Calon: “Vanuit LTO Noord is die wens er wel. Maar wij kunnen niet zeggen tegen de regionale organisaties: hef jezelf op. Dat moeten ze zelf doen. Het is ook de vraag of het verstandig is.”

Is het verstandig?

“Als ik het voor het zeggen zou hebben, zou ik het niet doen. Er zit heel veel emotie en betrokkenheid in de regio. Bij de LLTB zijn 1.000 van de 2.000 leden op de jaarvergadering, een enorme betrokkenheid. Betrokkenheid van de leden is heel belangrijk.”
Interview gaat verder onder de foto.

LTO-voorzitter Marc Calon zit niet te wachten op tien standpunten uit de landbouw. Hij wil dat de landbouworganisaties niet uit elkaar worden gespeeld. - Foto: Jan Willem van Vliet
LTO-voorzitter Marc Calon zit niet te wachten op tien standpunten uit de landbouw. Hij wil dat de landbouworganisaties niet uit elkaar worden gespeeld. - Foto: Jan Willem van Vliet

Dat kan toch ook landelijk?

“Nee, want dan mis je de verbinding met de regio. Er zijn ook veel regionale vraagstukken, zoals over ruimtelijke ordening en water. MKB Nederland heeft de regio’s opgeheven en heeft daar nu veel last van. Bij ons blijven de regionale organisaties bestaan voor het regionale werk.”

Hoe voorkomt u dat sectoren tegenover elkaar komen te staan?

“Door erover te praten en samen een besluit te nemen. Je zal best situaties hebben waarin sectoren tegenover elkaar staan. Maar als ze van tevoren met elkaar overleggen, kun je veel problemen voorkomen. Dat geldt ook voor samenwerking met de vakbonden. In het mestoverleg hebben we hen uitgenodigd voor vooroverleg en onze visie op tafel gelegd. Dat heeft heel goed gewerkt. Die vakbonden waren toen blij dat we ze meenamen. Wij weten meer en kunnen meer, omdat we een beter apparaat hebben.

De vakbonden kunnen allemaal prima een eigen standpunt hebben, maar ik ben er niet op uit dat je vanuit de landbouw 10 standpunten krijgt. Dat is hartstikke dom. Het mestoverleg werd een afgang voor toenmalig staatssecretaris Van Dam. Hij probeerde ons tegenover elkaar uit te spelen, maar dat lukte niet door het vooroverleg.”

Is het geen tijd om de vakbonden in te lijven?

“Of de vakbonden uiteindelijk bij ons komen, moeten ze zelf weten. Zolang ze vinden dat ze een eigen geluid moeten geven omdat LTO ze niet goed vertegenwoordigt, moeten ze dat doen. Maar bij de NVV is het helder; zij gaan samen met de LTO-vakgroep Varkenshouderij in POV.”

U zegt dat ook de cultuur verandert.

“We willen meer sectoraal geluid en we willen meer activisme. Dat laatste doen we ook. In de pluimveehouderij dagen we de NVWA voor de rechter in verband met de fipronil-crisis. We hebben veel gelobbyd, en er zijn toch dingen gebeurd die wij niet leuk vinden en dat vechten we aan. Maar we strijden met open vizier. We hebben directeuren en de minister laten weten dat we dit gaan doen.”

Mede-auteur: Mariska Vermaas

Eén reactie

  • koestal

    Marc Calon is druk bezig om de landbouworganisaties uit elkaar te spelen,doet graag beschuldigingen in Nieuwsuur.

Of registreer je om te kunnen reageren.