Home

Achtergrond 1 reactie

ZOB-vrijwilligster neemt na 25 jaar afscheid

De organisatie Zorg om Boer en Tuinder (ZOB) bestaat 30 jaar. ZOB-vrijwilligster Agnes te Molder uit Aalten begeleidde 25 jaar boeren en boerinnen die op een kruispunt in hun leven staan. Ze nam onlangs afscheid. “De ZOB is harder nodig dan ooit.”

Nee, ze geeft geen advies. Zelfs niet als daar nadrukkelijk naar wordt gevraagd. Agnes te Molder luistert, vraagt af en toe door, legt haar hand op een schouder. Ze loopt een tijdje mee op met boeren en boerinnen die in moeilijkheden verkeren. Dat tijdje kan trouwens lang duren. Ze noemt een voorbeeld van een varkenshouder waar ze 3 jaar lang regelmatig op bezoek ging. Eerst wekelijks, later om de maand. Nee, er is geen tijdslimiet voor haar begeleiding. Natuurlijk niet. De hulpvrager staat centraal. Ze zegt pas definitief gedag als ze zeker weet dat de boer in kwestie stevig genoeg in zijn schoenen staat om zijn eigen weg uit te stippelen.

Afscheid na 25 jaar

Als vrijwilliger bij Zorg om Boer en Tuinder (ZOB) heeft Agnes te Molder uit Aalten (Gld.) tientallen boeren en boerinnen begeleid. Ze heeft dat bijna 25 jaar gedaan. Onlangs, tijdens de viering van het 30-jarige bestaan van de ZOB, heeft ze afscheid genomen. Kostte haar best veel moeite. Maar ze wil graag meer tijd vrijmaken voor haar kinderen en kleinkinderen. Bovendien, de ZOB heeft op dit moment voldoende vrijwilligers. Ik ben heus niet onvervangbaar, zegt ze.

Persoonlijke ervaring met stoppen

Te Molder (67) wil er niet te lang bij stilstaan, ook zij en haar man zijn met hun bedrijf gestopt. In hun geval om gezondheidsredenen. Dat is bijna 25 jaar geleden gebeurd, maar ze herinnert zich nog elk detail. Bijvoorbeeld het geluid van de veewagen waarmee in de nacht van 12 mei 1994 de koeien werden opgehaald. Die herinnering emotioneert haar nog steeds.

De persoonlijke ervaring met begeleiding op een cruciaal moment in ons leven heeft mij enorm geholpen om boeren bij te kunnen staan die het even niet meer weten

Haar persoonlijke ervaring met het stoppen van de boerderij is een belangrijke drijfveer geweest om actief te worden in de ZOB. “Mijn man en ik zijn toen goed begeleid door een sociaaleconomisch voorlichter van onze standsorganisatie. Hij hield ons een spiegel voor, vroeg naar onze dromen. Zijn begeleiding heeft ons de kracht gegeven om de knoop door te hakken. De persoonlijke ervaring met begeleiding op een cruciaal moment in ons leven heeft mij enorm geholpen om boeren bij te kunnen staan die het even niet meer weten.”

Agnes te Molder: “Wij zien nu ook jonge, goed opgeleide boeren die er geen zin meer in hebben.” - Foto: Hans Prinsen
Agnes te Molder: “Wij zien nu ook jonge, goed opgeleide boeren die er geen zin meer in hebben.” - Foto: Hans Prinsen

Eigen broek ophouden

‘Erover praten helpt echt’ is de lijfspreuk van de ZOB. Dat klinkt zo logisch als wat, maar boeren die om wat voor reden niet meer verder kunnen, houden liever hun mond. Te Molder snapt dat best. “Boeren en tuinders hebben geleerd om hun eigen broek op te houden. Dat is ze met de paplepel ingegoten. Aan hen de taak om de boerderij, die soms al generaties in de familie is, verder uit te bouwen. Als dat niet lukt, om wat voor reden dan ook, gaat dat knagen. De boer voelt dat hij faalt. Ik snap dat heel goed. Tijdens het gesprek laat ik hem zijn verhaal vertellen. Vaak komt dan alles naar boven. Dat geeft opluchting. Ik hoor dan vaak zeggen: ‘jij snapt het tenminste’. Herkennen en erkennen, daar gaat het samengevat om.”

Maatwerk is geboden

Haar kerntaak is om de hulpvrager bij te staan in zijn of haar zoektocht naar een nieuw toekomstperspectief. Misschien kan het bedrijf op een andere manier toch worden voortgezet of biedt het inkomen uit een deeltijdbaan uitkomst. Elke situatie is anders, zegt ze. Daarom is maatwerk geboden. “Mijn vraag is altijd: wie kan jou hierbij het beste helpen? Niks beter dan dat de boer mensen uit zijn eigen netwerk inschakelt. Als ZOB-vrijwillige kan ik hierin bemiddelen.”

ZOB is harder nodig dan ooit

Te Molder weet nog dat de ZOB bij de oprichting dacht zich binnen 10 jaar te kunnen opheffen. De realiteit is anders. “We zijn harder nodig dan ooit. In de beginjaren ging het vaak om individuele problemen rond schulden en gezondheid. Nu komen hele groepen in de knel, bijvoorbeeld de melkveehouders met onvoldoende fosfaatrechten. En vergeet niet de maatschappelijke kritiek op de landbouw. Dat doet veel pijn. Ik kom jonge, goed opgeleide boeren tegen die er geen zin meer in hebben.”

Meer informatie: www.agrozorgwijzer.nl

Eén reactie

  • koestal

    Ik heb geen ZOB hulp gehad ,wist niet van het bestaan ,wel een adviseur van LTO ,koste me voor een middag praten 3000 Euro. Dus ik heb maar bedankt voor LTO

Of registreer je om te kunnen reageren.