Home

Achtergrond

Innovatieve landbouw koploper in octrooien

De Nederlandse agrosector is groot in innovatie. Octrooien zijn daarbij een belangrijk aspect. Uitvindingen worden daarmee openbaar gemaakt en uitvinders krijgen het alleenrecht op hun idee. Ook voor boeren biedt het mogelijkheden.

Innovatie en de Nederlandse landbouw zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Minister Schouten van LNV ziet in haar landbouwvisie een belangrijke rol weggelegd voor innovatie. De omslag naar kringlooplandbouw zal veel innovaties vragen en uitlokken, zo is te lezen. Ook de Europese Commissie ziet er het belang van in en trekt vanaf 2021 meer geld uit voor innovatie en onderzoek in de land- en tuinbouw.

De Nederlandse land- en tuinbouwsector is groot in innovatie. Octrooien dragen daaraan bij. Octrooien worden bijvoorbeeld aangevraagd voor drones die specifiek gebruikt worden in de landbouw. - Foto: Galama media
De Nederlandse land- en tuinbouwsector is groot in innovatie. Octrooien dragen daaraan bij. Octrooien worden bijvoorbeeld aangevraagd voor drones die specifiek gebruikt worden in de landbouw. - Foto: Galama media

Octrooien, ook wel patenten genoemd, zijn een belangrijke factor voor innovatie. Dat zit zo: uitvinders kunnen voor hun uitvinding een octrooi aanvragen. Daardoor krijgen ze het alleenrecht over hun idee. Daartegenover staat dat de uitvinding openbaar wordt. Anderen kunnen daardoor gebruikmaken van de nieuwe kennis die met het octrooi beschikbaar komt en zo wordt innovatie gestimuleerd.

3 voorwaarden voor een octrooi:

Nieuw

Inventief

Industrieel toepasbaar

Nederlandse land- en tuinbouw groot in octrooien

De land- en tuinbouw in Nederland is een grote aanvrager van octrooien. Uit de recentste cijfers over de periode 2008 tot 2012 blijkt dat 384 octrooien werden aangevraagd in de land- en tuinbouw, inclusief machinebouw. Alleen de agrofoodsectoren in de Verenigde Staten, Duitsland en Japan vragen meer octrooien aan dan de Nederlandse sector.

Vooral grote bedrijven als FrieslandCampina, Unilever en Lely zijn verantwoordelijk voor het aantal aanvragen. Ook kleinere bedrijven en particulieren in de sector zitten niet stil en beschermen hun uitvindingen, hoewel in minder grote aantallen dan de grote bedrijven. 50 octrooien werden in genoemde periode aangevraagd door land- en tuinbouwers.

De uitvindingen in de landbouw zijn zeer divers en lopen uiteen van een drone die kunstmest strooit of gewasbeschermingsmiddelen spuit, een methode om het vroegtijdig verkruimelen van diervoederbrokken te voorkomen tot een octrooi voor een nieuw soort mestscheider of een hulpmiddel voor het redden van vee uit water.

‘Een fantastisch mooi proces, maar je moet tegen een stootje kunnen’

Cor van Dongen kreeg een ongeluk toen hij een koe uit een sloot wilde halen. Dat zette hem aan het denken. Volgens hem moest het redden van vee makkelijker en veiliger kunnen. Hij bedacht de resQbelt en vroeg er octrooi op aan.

Cor van Dongen (63) is jongveeopfokker in Schiedam (Z.-H.). Een persoonlijk ongeluk toen hij een koe uit het water wilde halen, maakte dat hij een hulpmiddel bedacht dat een dergelijke actie makkelijker maakt. - Foto: Fred Libochant
Cor van Dongen (63) is jongveeopfokker in Schiedam (Z.-H.). Een persoonlijk ongeluk toen hij een koe uit het water wilde halen, maakte dat hij een hulpmiddel bedacht dat een dergelijke actie makkelijker maakt. - Foto: Fred Libochant

Wat was de aanleiding voor uw uitvinding?

“Toen ik een koe uit de sloot wilde halen, raakte de koe in paniek toen ze weer op de kant stond. Ik wilde de lijn waarmee ik de koe eruit had gehaald losmaken, maar ik belandde door de paniek van de koe onder het beest. Het is een wonder dat ik er zonder al te veel kleerscheuren vanaf ben gekomen, maar ik dacht wel: dit moet en kan anders. Het bleek ook nog eens veel vaker voor te komen dan ik dacht. Een tuig dat met een afstandsbediening van het dier los te koppelen is, was mijn idee. Ik besloot vrijwel meteen dat ik er een octrooi voor wilde aanvragen en dat heb ik toen met behulp van een octrooibureau gedaan.”

Wat gebeurde er nadat u het octrooi aangevraagd had?

“In het aanvragen van een octrooi gaat al veel tijd zitten. Voordat je dat helemaal rond hebt, ben je zo een hele tijd verder. Eerst stoei je met het idee en ontwikkel je een eerste prototype. Daarna volgen nog vele prototypes, die je allemaal moet testen. Dat kost veel tijd. Uiteindelijk heb ik de brandweer als doelgroep benaderd en die was zeer enthousiast over het idee. Samen met de brandweer richt ik me vooral op het gebruik voor het redden van paarden. De resQbelt zit nu in de laatste ontwikkelingen, zodat de brandweer er binnenkort gebruik van kan gaan maken. Voor toepassing op runderen is een aangepaste versie van de resQbelt in ontwikkeling.”

Je loopt wel tegen zaken aan waar je geen kennis van hebt

Wat komt er verder allemaal kijken bij de ontwikkeling van een nieuw product?

“Het aanvragen van een octrooi is een ding, maar als je echt doorgaat met je idee, moet je met heel veel dingen rekening houden. Het product moet aan verschillende normen voldoen, je moet certificaten hebben, voldoen aan veel regels. Dat is niet erg, maar je loopt wel tegen zaken aan waar je geen kennis van hebt. Daarom is het belangrijk om mensen in te schakelen die je kunnen helpen. Op die manier leer je mensen wel kennen.”

Zou u hetzelfde nog een keer doen als u een nieuw idee heeft waarvoor u een octrooi wilt aanvragen?

“Ja, direct. Het inspireert enorm, je komt in een totaal andere wereld, leert heel veel en doet veel contacten op. Het is een fantastisch mooi proces, maar je moet wel tegen een stootje kunnen en doorzettingsvermogen hebben. Het is een proces van lange adem en zeer kapitaalintensief. Ik had gelukkig de mogelijkheid om het allemaal te kunnen betalen met hulp van diverse partijen, maar ik kan me voorstellen dat dat niet voor iedereen is weggelegd. Ik heb ook nog een graantje kunnen meepikken bij een innovatiesubsidie van de provincie waar ik op gewezen werd. Wanneer ik de resQbelts ga verkopen, verwacht ik break-even uit te komen en zwarte cijfers te gaan schrijven.”

Het aanvragen van een octrooi vraagt wel wat inzet. Het is niet iets wat je doet om alleen een leuk idee te beschermen. Het vraagt geld, tijd en inspanning om een uitvinding daadwerkelijk tot een succes te maken. Volgens Rudi Riemens, octrooigemachtigde bij octrooibureau EP&C, hebben de meeste uitvinders een commercieel idee achter het aanvragen van een octrooi. “Octrooien kosten nu eenmaal geld. Om die investering terug te verdienen, moet je er wel een businessplan aan hangen”, zo vertelt Riemens.

Met de kosten voor een octrooi doelt hij op de jaarlijkse bedragen die je als uitvinder betaalt voor het in stand houden van het octrooi. Die beginnen bij € 40 vanaf het vierde jaar en lopen op naar € 1.400 per jaar, maar Riemens wijst ook op de kosten voor het inzetten van een octrooibureau en de octrooiaanvraag. Een aanvraag kost € 80 voor een digitale en € 120 voor een schriftelijke aanvraag. Een verplicht onderzoek naar de stand van de techniek is nationaal € 100 en internationaal bijna € 800.

Tips

  • Bedenk voor de octrooiaanvraag welk businessplan er mogelijk is met je uitvinding
  • Houd rekening met de kosten van een octrooi(aanvraag) en verdere ontwikkeling
  • Maak je idee of uitvinding nergens openbaar totdat je een octrooi aanvraagt
  • Zoek uit of je in aanmerking komt voor innovatiesubsidies
  • Onthoud dat een octrooi geen garantie is voor succes

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) raadt aan om een octrooiaanvraag door een octrooibureau te laten doen. De omschrijving van de uitvinding moet namelijk technisch en juridisch kloppen om een octrooi te krijgen dat ook bij een rechter standhoudt. “Wij zijn in principe juridisch dienstverlener en werken op uurbasis. Hoeveel werk een aanvraag kost, hangt af van de uitvinding”, zo vertelt Bart Postmus, octrooigemachtigde bij octrooibureau NLO. De kosten voor een octrooigemachtigde variëren volgens RVO.nl van € 2.000 tot € 10.000.

Strikte eisen gesteld bij verlenen van octrooi

Octrooien worden niet zonder meer verleend. Ze moeten voldoen aan 3 eisen: de uitvinding moet nieuw, inventief en industrieel toepasbaar zijn. Of de uitvinding hieraan voldoet, bepalen de octrooiverlenende instanties die op nationaal, Europees of wereldniveau opereren. In Nederland is dat het Octrooicentrum Nederland. Recent kwam het octrooi op broccoli met een lange steel in het nieuws. Het Europees Octrooi Bureau (EOB), de Europese octrooiverlenende instantie, verwierp het octrooi van Monsanto, inmiddels Bayer. Het EOB concludeerde dat de broccoli het resultaat is van ‘puur klassieke veredeling’ en daarom niet te octrooieren is. Echter kwam er op 5 december een uitspraak van de Kamer van Beroep van het EOB dat deze beslissing op losse schroeven zet. Volgens de uitspraak zou het niet-octrooieren van planten en dieren in strijd zijn met de wet van octrooieren.

Een belangrijk aspect in de octrooiaanvraag is of de uitvinding helemaal nieuw is. Hierbij geldt dat het idee nergens openbaar is gemaakt voordat de octrooiaanvraag is ingediend. “Een octrooiverlener gaat in een onderzoek na of het idee ergens al openbaar gemaakt is. Indien dat het geval is, wordt het octrooi niet verleend. Je mag van een octrooiverlener echter geen 100% garantie verwachten. Als een concurrent na de verlening van het octrooi kan aantonen dat het idee al wel eerder openbaar was, wordt de concurrent in het gelijk gesteld”, zo legt Riemens uit.

‘Octrooi is mooie manier om je idee te beschermen’

Melkveehouder Bert Jan Nagel bedacht de veevangwagen. Hiervoor vroeg hij een octrooi aan. Dat octrooi beschermde zijn idee toen een machinefabrikant met zijn uitvinding aan de haal ging.

Bert Jan Nagel (49), melkveehouder in Leimuiden (Z.-H.), voor de zelfbedachte veevangwagen. Vanwege land dat ver van zijn huis ligt, bedacht hij het hulpmiddel dat het makkelijker maakt om in je eentje koeien te kunnen vangen in de wei. - Foto: Fotopersburo Dijkstra
Bert Jan Nagel (49), melkveehouder in Leimuiden (Z.-H.), voor de zelfbedachte veevangwagen. Vanwege land dat ver van zijn huis ligt, bedacht hij het hulpmiddel dat het makkelijker maakt om in je eentje koeien te kunnen vangen in de wei. - Foto: Fotopersburo Dijkstra

De aanleiding voor zijn uitvinding is dat Nagel zelf veel land heeft dat ver van zijn huis ligt. Daar lopen vaak koeien. Nagel ondervond dat het op die stukken land een probleem is om koeien te vangen, zeker als je alleen bent. Daarom bedacht de veehouder de veevangwagen. “De veevangwagen is met de trekker mee te nemen naar de percelen. De wagen maakt het makkelijker om de koeien te vangen, te behandelen en eventueel te laden in de veewagen, zonder hulp van anderen.”

De huidige veehouderij is namelijk niet de grootste vetpot

Nagel besloot een octrooi aan te vragen op zijn uitvinding toen een vriend hem op de mogelijkheid wees. Volgens Nagel is een octrooi een mooie manier om een idee te laten beschermen, tegelijkertijd biedt het ook commerciële mogelijkheden. “De huidige veehouderij is namelijk niet de grootste vetpot”, legt de veehouder uit.

Toen de intentie om een octrooi aan te vragen er was, schakelde Nagel een octrooibureau in die de octrooiaanvraag geregeld heeft. Vervolgens benaderde Nagel een landbouwmachinefabriek voor een eventuele samenwerking. Daar kwam uit dat het bedrijf de veevangwagen heeft gemaakt. De samenwerking zette Nagel echter stop, want de fabrikant ging aan de haal met het idee. “Ik heb er een advocaat op moeten zetten. Dat is ook de reden waarom de veevangwagen nog niet op de markt is gekomen.”

De ontwikkeling van de veevangwagen ligt nu even stil, maar Nagel heeft wel plannen om in de toekomst het hulpmiddel op de markt te brengen. “Mijn neef is werktuigbouwkundige en wellicht dat het op die manier verder uitgewerkt kan worden.”

Een octrooi is geen garantie voor succes. Postmus van NLO ziet dat kleine bedrijven of particulieren vaak de boer op gaan naar grote bedrijven om investeringen op te halen of hun idee te verkopen. “Het is echt de tijd van de startups. Hun businessmodel valt of staat met een octrooi. Grotere bedrijven vinden hen vaak alleen interessant als er een octrooi aan hun idee hangt”, aldus Postmus. Het ligt echter aan de markt of een idee wel of niet commercieel slaagt.

Of registreer je om te kunnen reageren.