Home

Achtergrond 3 reacties

Zo staan deze projecten voor mestverwerking ervoor

Provincies, gemeentes, milieuorganisaties, burgers. Iedereen praat mee over mestverwerkingsprojecten. Dat leidt bijna altijd tot vertraging en frustratie. En regelmatig tot een gang naar de rechter.

In het kort:

  • 5% meer mestaanvoer in 2017
  • 12 miljoen kilo fosfaat geplande investeringen in mestverwerking in 2018   
  • 40% minder mestexport naar Duitsland in eerste helft 2018
  • Mestverwerkingstraject duurt vaak jaren
  • Nieuwe politieke verhoudingen hebben invloed
  • Steeds meer aanvragen voor mestverwerking

Nederland kampt met een mestoverschot en mest afvoeren wordt almaar duurder. Als gevolg hiervan ontstaan steeds meer initiatieven om mest te verwerken. Maar het duurt vaak lang voor zulke projecten van de grond komen en soms worden ze zelfs helemaal stopgezet.

De redenen lopen uiteen: politieke weerstand, protesten van burgers en milieuorganisaties of een te optimistische eigen begroting.

Boerderij neemt 3 langlopende projecten onder de loep:

➤ Mace in Oss
➤ Biomineralen in Roosendaal
➤ Greenferm in Apeldoorn

En 2 projecten die al zijn gestart:

➤ Bio-energiecentrale Harderwijk
➤ Eraspo in Asten

Veel druk op mestmarkt

Het Nederlandse mestoverschot is een groeiend probleem. Tussen 2016 en 2017 steeg de mestaanvoer met 5% tot 38,61 miljoen kilo fosfaat. Dat blijkt uit cijfers van Bureau Mest Afzet (op basis van 75 operationele installaties). Aanvoercijfers over 2018 zijn nog niet bekend.

De druk op de mestmarkt vertaalt zich in een sterk toenemende animo voor extra verwerkingscapaciteit. Dit jaar staan investeringen voor 12 miljoen kilo fosfaat gepland. Dat is maar liefst 3 keer zoveel als in 2017.

➤ Mace: plan kostte al € 1 miljoen

Mestcoöperatie Mace probeert al sinds 2009 in Brabant mestverwerking op te tuigen. Dat begon in Elsendorp.

Op verzoek van de wethouder zocht de coöperatie echter een nieuwe locatie in Gemert. Dat leek te lukken, maar de gemeenteraad lag dwars. “Vooral vanwege verkiezingen die toen aanstaande waren”, zegt Mace-voorzitter Frans Meulenmeesters.

De nieuwe locatie werd Landhorst, in agrarisch gebied. Ook hier ging het mis. Er kwamen tegenlobby’s en dit keer speelden provinciale verkiezingen een rol. De nieuwe D66-gedeputeerde wilde geen mestverwerking in het buitengebied. Meulenmeesters: “Zij zou een industrieterrein voor ons zoeken. Dat werd Oss.”

Mace bestaat alleen nog maar op papier

Sindsdien zijn 3 jaar verstreken en Mace bestaat nog steeds alleen op papier. De gemeente Oss sloot mestverwerking uit op het industrieterrein, de rechtbank schoot een milieuvergunning op kleine details af en er zijn veel burgerprotesten.

Bovendien moest Mace in 2017 terug naar de tekentafel vanwege strenger Brabants mestbeleid. Soms tot wanhoop van Meulenmeesters. “Dit plan heeft al € 1 miljoen gekost en er staat nog niks.”

Provincie grijpt in

Toch gloort er hoop. De provincie heeft de gemeente Oss onlangs overruled: mestverwerking op het industrieterrein mag gewoon. Ook de milieuvergunning is aangepast en opnieuw ingediend.

Meulenmeesters: “We zijn nog met 184 boeren die 460.000 ton mest willen verwerken. We kunnen niet anders. Als de mestafzetprijzen zo hoog blijven, blijven we geen boer meer. Er is geen alternatief.”

➤ ‘Als eerste met waterschap mest verwerken’

Jan Bakker heeft samen met het Gelderse waterschap Vallei en Veluwe bio-energiecentrale Harderwijk laten bouwen: een co-vergister die eind november in gebruik wordt genomen. “Er gaat straks niks meer terug naar de Nederlandse landbouw.”

Mestverwerking met een overheid, opvallend of niet?

“Ja, ik ben de eerste ondernemer die dit doet. Het idee ontstond in 2011 na een bijeenkomst waarbij ik een bestuurslid van het waterschap sprak. We zagen allebei de voordelen: een mooi duurzaam project, mest die uit de markt gehaald wordt en als gas voor het openbare net gebruikt wordt en minder CO2-uitstoot.”

Jan Bakker (57) is directeur van het gelijknamige bedrijf in Oldebroek (Gld.). - Foto's: Ruud Ploeg
Jan Bakker (57) is directeur van het gelijknamige bedrijf in Oldebroek (Gld.). - Foto's: Ruud Ploeg

Hoe ziet het project eruit?

“De co-vergister staat op het industrieterrein van Harderwijk, op de grond van het waterschap. Het is een vergister voor 100.000 ton. Daarvan is 65% drijfmest die we uit onze eigen klantenkring halen, in eerste instantie van melkveehouders. De overige 35% bestaat uit co-producten zoals bietenpulp of graanresten.

De mest wordt gescheiden met een zeefbandpers. Er ontstaan dan 3 stromen: de dikke fractie gaat voor export weg, de dunne fractie gaat naar de rioolwaterzuivering van het waterschap en het gas leveren we aan Essent. Dat gaat rechtstreeks naar het openbare net. Zo ‘draaien’ 5.500 huizen in Harderwijk op onze mest.”

Verliep het vergunningentraject voorspoedig?

“Ja, we hebben samen de vergunningen in 2014 ingediend en er zijn geen bezwaren geweest. We hebben er ook een goed bouwkundig team opgezet en niets aan het toeval overgelaten. Alles is onder dak geplaatst om geuroverlast te vermijden. Als de installatie straks draait, is er ruim een jaar aan gebouwd.”

De nieuwe co-vergister van Jan Bakker en waterschap Vallei en Veluwe. Die bevindt zich op het terrein van het waterschap.
De nieuwe co-vergister van Jan Bakker en waterschap Vallei en Veluwe. Die bevindt zich op het terrein van het waterschap.

Hoeveel kostte dit project?

“De totale installatie kost € 16 miljoen. Op de exploitatie zit een SDE-subsidie. Het waterschap en ik steken er allebei evenveel geld in. We hebben berekend dat we de investering in 9 jaar kunnen terugverdienen, al kan dat in het slechtste geval ook 12 jaar zijn. Een voordeel is dat we het gas voor de eerste 4 jaar al voor een vaste prijs hebben verkocht.”

Minder mest naar het buitenland

De druk op de mestmarkt komt van 2 kanten: enerzijds neemt de Nederlandse aanvoer toe en anderzijds neemt de mestexport juist af (bron: RVO.nl).

In de eerste helft van dit jaar werd bijna een kwart minder mest geëxporteerd dan in 2017: 16,6 miljoen kilo fosfaat. Dat had deels met de slechte weersomstandigheden te maken, maar de grootste ‘boosdoener’ is Duitsland. In dat land zijn de mestregels aangescherpt. De afzet naar Duitsland daalde in totaal met 40%.

Andere landen konden dat niet compenseren. De tegenvallende export leidt tot nog meer druk op de Nederlandse markt.

➤ Biomineralen bv: ‘oude’ vergunning koesteren

Biomineralen bv en afvalenergiecentrale Suez willen sinds 2013 in Roosendaal (Noord-Brabant) een biomineralenfabriek (mestkorrels) bouwen op een industrieterrein, naast snelweg A17.

Het al vergunde plan heeft capaciteit voor 150.000 ton dikke fractie en gaat uit van een luchtwasser. Later volgde op eigen initiatief een verbetering: geen lucht wassen, maar drooglucht verbranden bij Suez zelf.

“Daarmee zijn geur en eventuele zoönoses helemaal geen thema’s meer. Een plus qua volksgezondheid. Ook zou de capaciteit 120.000 ton worden, omdat de verbrandingscapaciteit van lucht een beperkende factor is”, aldus initiatiefnemer Lodewijk Burghout.

Protest tegen verbeterd plan

Er is echter protest tegen mestverwerking in Roosendaal. Ook tegen het verbeterde plan. De door het college van B&W afgegeven vergunning is – zonder succes – aangevochten door de gemeenteraad. En milieuorganisaties en enkele burgers maken bezwaar.

Die bezwaren vonden afgelopen zomer geen gehoor bij de rechtbank. In januari wacht alleen nog een zitting bij de Raad van State. Die lijkt niet onoverkomelijk. Wel kostte het hele traject de initiatiefnemers al meer dan € 500.000.

Groen licht voor vergunning met luchtwasser

De situatie is nu zo dat de vergunning voor de verbranding van drooglucht nog vertraagd kan worden. Terwijl Biomineralen en Suez met hun oude vergunning voor de luchtwasser al groen licht hebben.

“We koesteren daarom onze oude vergunning”, zegt Burghout. “We gaan ervan uit dat het goed komt, maar als we nog jaren moeten wachten, is dat anders. Het houdt een keer op. Dan bouwen we onze fabriek met luchtwasser.”

➤ ‘We moesten onze daken landschappelijk inpassen en natuur aanleggen’

Mestverwerkingsbedrijf Eraspo in Asten (Brabant) – dat compostmest produceert en exporteert – wilde in 2000 2 nieuwe hallen bouwen en een bestaande hal reviseren. Het duurde echter tot 2011 voordat de gebouwen er daadwerkelijk stonden.

Waarom duurde het zo lang?

Mededirecteur van Eraspo Gera Swinkels: “In 2000 vroeg mijn vader de eerste vergunning aan. Het plan ging uit van 45.000 ton mestverwerking. Dat zou op onze huidige locatie kunnen, in agrarisch gebied. Dat wilde de gemeente liever niet. Die zag ons liever op een industrieterrein.

We kregen een locatiemogelijkheid op 5 hectare grond. Maar dat vond de gemeente toch te veel, omdat voor onze hallen weinig personeel nodig is. Dat was waarschijnlijk niet aantrekkelijk voor de lokale economie.”

Gera Swinkels (32) is mededirecteur van Eraspo (Eerste Astense Potgrond) in Asten (Noord-Brabant). - Foto's: Bert Jansen
Gera Swinkels (32) is mededirecteur van Eraspo (Eerste Astense Potgrond) in Asten (Noord-Brabant). - Foto's: Bert Jansen

Een impasse dus?

Ja, in het begin wel. Het probleem is eigenlijk dat we te industrieel voor het agrarisch gebied zijn en te agrarisch voor het industrieterrein. Gelukkig is de provincie tussenbeide gekomen en kwamen we tot een compromis. We mochten toch op onze bestaande locatie bouwen.”

Maar u mocht niet zomaar bouwen.

“Nee, de gemeente wilde alleen een bouwvergunning afgeven als we onze daken landschappelijk zouden inpassen. Dat betekende een golvend dak dat alle 3 losse hallen overspant. Dat had een flink prijskaartje van meerdere tonnen. We hadden er een extra hal van kunnen bouwen.”

Het terrein van mestverwerker Eraspo in Asten. 3 hallen zijn via een opvallend, golvend dak met elkaar verbonden. Dat was een harde eis van de gemeente, anders zou geen vergunning worden verleend.
Het terrein van mestverwerker Eraspo in Asten. 3 hallen zijn via een opvallend, golvend dak met elkaar verbonden. Dat was een harde eis van de gemeente, anders zou geen vergunning worden verleend.

Was dat de enige vergunningseis?

“Nee, landschappelijke inpassing hield ook in dat we een stuk natuur moesten maken. Dat varieerde van een paddenpoel tot glooiende groenstroken. Het ziet er mooi uit hoor, maar die halve hectare hadden we ook functioneel kunnen maken. Bijvoorbeeld door wat snijmais te telen.”

Waren er andere obstakels?

“Niet echt. We zijn in het hele traject nooit bij de rechter of de Raad van State geweest. Bezwaren van burgers of milieuorganisaties waren er niet of nauwelijks. Dat is ook zo vreemd: een vrij soepel traject dat 11 jaar duurt, is niet normaal. Bij het aanvragen van een vergunning kan er maar reactie na reactie komen. Regels zijn goed, maar ik vind dat de overheid te ver van de werkmaatschappij af staat.”

➤ Greenferm: te optimistisch begroot

Soms kunnen projecten om heel andere redenen vertraging oplopen. Dat geldt voor mestverwerkingsproject Greenferm in Apeldoorn (Gelderland) dat al in 2012 op de tekentafel lag.

De voorwaarden kloppen. De locatie – een industrieterrein tussen snelwegen A1 en A50 in – is goed, er zijn nauwelijks bezwaren van burgers en milieugroeperingen, er is politieke steun voor de vergunningen en geuroverlast is geen thema, omdat het geen vergisting betreft.

Bank stapte uit

Het liep echter stuk op de financiering. De 4 aandeelhouders – 1 kalverhouder en 3 duurzame-energiepartijen – hadden te optimistisch begroot; de afzet van de dikke fractie pakt duurder uit dan gedacht. “De bank trok de handen van het project af”, vertelt Willem Berkhof van het gelijknamige mestdistributiebedrijf.

Zijn bedrijf – eerder al aan het project verbonden als transporteur – nam 75% van de aandelen over en moest opnieuw het vertrouwen van de bank winnen. Dat lijkt nu te lukken. De planning is dat de bouw van de mestfabriek in januari begint. Binnen een jaar moet die fabriek in gebruik genomen zijn.

‘Mestverwerker verkleint risico’s op hoge prijzen’

250 boeren hebben ingetekend voor 310.000 ton drijfmest. Daarvan blijft ruim 60.000 dikke fractie over die geëxporteerd wordt. De dunne fractie gaat naar de rioolwaterzuivering van waterschap Vallei en Veluwe.

Berkhof is blij dat er schot in de zaak zit: “Het is voor boeren van groot belang dat dit soort initiatieven het haalt. Het verkleint risico’s op hoge prijzen op de vrije mestmarkt.”

Laatste reacties

  • farmerbn

    Super bedrijf die van Eraspo.

  • Marco22

    Bizar dat een of andere ambtenaar zo'n dak kan afdwingen. Alleen om zijn of haar stempel op achter te laten.
    Van die mensen die net niet goed genoeg zijn voor het bedrijfsleven.

  • boerkebrabant

    misschien iets voor het openbaar ministerie om te onderzoeken waarom mace na 11 jaar nog geen vergunning heeft, dit grapje van de politiek kost ons elke dag 20.000 euro

Of registreer je om te kunnen reageren.