Home

Achtergrond

‘Boer moet zich voorbereiden op waterschaarste’

Hans Oosters, voorzitter van de Unie van Waterschappen trekt lessen uit de droge zomer. “We moeten beseffen dat schoon, bruikbaar water een schaarste wordt.”

Waterschappen komen in actie bij wateroverlast en droogte. Ze bepalen waar overtollig water heen gaat en stellen waar nodig onttrekkingsverboden in.

Hans Oosters (56) ziet dat de waterschappen afgelopen droge zomer veel moeite hebben gedaan om water naar de juiste plekken te brengen. In de toekomst moeten zowel boeren als waterschappen op extreme situaties voorbereid zijn. - Foto: Roel Dijkstra
Hans Oosters (56) ziet dat de waterschappen afgelopen droge zomer veel moeite hebben gedaan om water naar de juiste plekken te brengen. In de toekomst moeten zowel boeren als waterschappen op extreme situaties voorbereid zijn. - Foto: Roel Dijkstra

Unie is stem van waterschappen

De Unie van Waterschappen (UvW) vertegenwoordigt de waterschappen in nationale watervergaderingen, zoals de Landelijke Commissie Waterverdeling, die deze zomer de droogte in de gaten hield. Waterschappen handelen autonoom, met het advies van de watercommissie in de hand. Hans Oosters is sinds 2015 voorzitter van de Unie van Waterschappen en al bijna 13 jaar dijkgraaf van Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard (Z-H). Op de dag van het interview werd bekend dat Hans Oosters per 1 februari 2019 zijn taken voor de waterschappen neerlegt, hij wordt dan commissaris van de Koning in Utrecht.

Wat voor zomer was het voor de waterschappen?

“Het neerslagtekort is een crisis waar je 24 uur per dag mee bezig bent, zoet water heeft heel veel functies. De landbouw natuurlijk, maar ook de scheepvaart en de natuur. De waterschappen hebben in crisisteams gewerkt. Anders dan met een enorme hoosbui en daaropvolgende wateroverlast, is droogte een sluipende calamiteit. Je ziet het van tevoren aankomen. Maar daardoor is het ook minder snel opgelost.”

“De grondwaterstanden zijn nog steeds laag, ondanks de regen die vrijwel overal gevallen is. Vooral de hoger gelegen gebieden hebben nog last van het tekort. Het gaat nog wel maanden duren voordat dit volledig hersteld is.”

Wat zijn de lessen uit de zomer van 2018?

“We moeten beseffen dat water een schaars goed is, schoon en bruikbaar water is iets om te koesteren. Deze zomer heeft mensen, boeren en de waterschappen daarvan bewust gemaakt.

Voor de waterschappen was het een zomer van uitproberen. In 2003 en meer recent in 2013 hebben waterschappen allerlei ideeën opgedaan om in perioden van droogte het water op peil te houden. Die maatregelen hebben we deze zomer uit kunnen proberen. Zoals het water inlaten vanuit de Lek naar de Hollandse IJssel en via de Stichtse Rijnlanden naar de waterschappen in het westen van het land. Of het werken met bellenschermen om de zouttong vanuit zee terug te dringen.”

Wat betekent deze ervaring voor de komende jaren?

“Het beeld van afgelopen zomer, met heftige neerslag van 80 millimeter in een keer, maar wel met een onderliggend neerslagtekort, dat gaan we de komende decennia meer zien. En daar moeten we naar gaan handelen.”

Het moet niet zo zijn dat elke zomer als calamiteit wordt bestempeld

“We moeten nu verder gaan kijken hoe we in de toekomst met droogte om kunnen gaan. Het moet niet zo zijn dat elke zomer als calamiteit wordt bestempeld. Dat is ook voor de waterschappen niet werkbaar. Het is dus zaak om zoveel mogelijk water vasthouden, om tekorten te kunnen compenseren en iedereen van het nodige schone water te voorzien.”

Wat is daarvoor nodig?

“Het vasthouden van water vergt nog wat aanpassingen aan het watersysteem, de grote omslag hebben we al gemaakt. Dat geeft de mogelijkheid om water langer vast te houden. Na de stortbuien in mei, hebben we in polders, die eigenlijk bedoeld zijn voor een teveel aan water, het water geborgen.”

En wie bepaalt dan waar het water heen gaat?

“Waterverdeling is een lastig proces. Nederland is misschien klein, maar heel divers. Hogere zandgronden, veen, dijken en lage polders. Elke regio heeft zo z’n uitdagingen op watergebied. Waterbeheer is maatwerk. Per dag wordt gekeken waar het water nodig is. Er zijn vast boeren die te weinig water tot hun beschikking hebben gehad deze zomer door deze beslissingen. De frustratie daarover begrijp ik, maar ik heb de indruk dat waterschappen zoveel mogelijk de boeren tegemoet zijn gekomen. Beregeningsverboden werden zo snel mogelijk weer ingetrokken. Maar we kunnen nooit iedereen tevreden stellen.”

Misschien moeten we concluderen dat zulke beekdalen minder geschikt zijn voor landbouw en meer voor natuur

“In de hoger gelegen gebieden in het zuiden en oosten van het land, is de uitdaging het grootst. In Limburg zijn al eerder de meanders, bochten in de rivieren, hersteld om water te bergen. Voor de aanliggende landbouwgronden is dat een goede oplossing gebleken, tijdens de droogte hadden de boeren profijt van dit nabije water. Maar in 2016 bleek dat systeem een bottleneck bij een hoosbui. Daar moeten we opnieuw naar kijken. Misschien moeten we concluderen dat zulke beekdalen minder geschikt zijn voor landbouw en meer voor natuur.”

Betekent dat er op zulke plaatsen dan geen landbouw meer mogelijk is?

“Wellicht kunnen de landbouwgronden in die beekdalen wel geruild worden voor hoger gelegen natuurgronden, maar daar moet breed naar gekeken worden. In Brabant en Limburg heeft het tot oplossingen geleid die voor beide partijen werken.”

Voor de verdeling van water wordt gebruik gemaakt van de verdringingsreeks, in de derde en vierde categorie valt de landbouw, maar hier is nogal eens onduidelijkheid over. In de laatste categorie van de reeks valt de landbouw, en in de derde categorie de kostbare gewassen. Wie bepaalt wat een ‘kapitaalintensief’ gewas is?

“De verdringingsreeks is ingesteld door het Rijk. De eerste prioriteit is de veiligheid en het voorkomen van onomkeerbare schade. Waterschappen bepalen zelf, in samenspraak met boerenorganisaties, welke gewassen wel of niet beregend mogen worden en de prioriteit van het ene gewas boven het andere. Dat zorgt voor onderlinge verschillen.”

En hoe zit dat met voetbalvelden? Die mochten plaatselijk wel beregend worden, terwijl het grasland niet mocht.

“Dat is ook een keuze die in samenspraak met verschillende partijen gemaakt is. Een waterschap kan afspraken hebben met gemeenten daarover. Bovendien is de impact op de watervraag voor het beregenen van een grasveld van een halve hectare veel kleiner dan wanneer een boer zijn grasland beregent.”

Gelukkig kon nog wel op veel plaatsen van het grondwater gebruik worden gemaakt voor beregening, blijft dat altijd mogelijk in droge zomers?

“Vooral de hoger gelegen gronden zijn echt afhankelijk van regen, zodra dat niet valt, is grondwater een goede optie. Zolang de peilen weer herstellen na een droge zomer. Als ook deze winter niet voldoende neerslag valt, blijft het effect van afgelopen zomer volgend seizoen merkbaar. Dat is zorgelijk.”

Hoe kunnen boeren zich voorbereiden op meer droge zomers?

“Zoals ik al zei is het vasthouden van water belangrijk, zowel onder als boven de grond. Dat kan door het waterschap, maar ook boeren kunnen daar hun steentje aan bijdragen. Water moet in de bodem blijven zitten, het is belangrijk dat boeren zich met een goede droogte-bestendige bodem bezig gaan houden. Boeren weten zelf het beste hoe dat kan. Daarnaast kunnen ze nadenken over de gewassen die ze telen op welke gronden.”

Wat kunnen boeren van de waterschappen verwachten in droge perioden?

“Er zijn natuurlijk voor de hand liggende methoden. Het slootwater langer op een hoog peil houden. In de lager gelegen gebieden heeft de stand van het oppervlaktewater direct invloed op de stand van het grondwater. Dus daar kun je mee sturen.”

Een droge periode sluipt er langzaam in, daar kun je je op voorbereiden

“En zoals ik al zei, een droge periode sluipt er langzaam in, daar kun je je op voorbereiden. In een veenpolder kan het peil verhoogd worden om de grond goed nat te houden en zo het effect van de droogte op de kwetsbare grond te verminderen.”

Is daarvoor dan wel genoeg water, om al die peilen maar omhoog te brengen?

“Zulke maatregelen zullen inderdaad niet overal mogelijk zijn. Wederom is het hier lastiger op de hoger gelegen gronden. Het grondwater zit daar dieper en er zijn geen rivieren waarin water geborgen kan worden.”

“Het is de taak van de waterschappen om boeren zo goed mogelijk te bedienen, maar we moeten wel rekening houden met andere functies van water. Oplossingen liggen mijns inziens ook grotendeels in innovatie. Met technische maatregelen is veel mogelijk, daarin willen we samen met de boeren gaan zoeken naar goede oplossingen voor de lange termijn.”

Of registreer je om te kunnen reageren.