Home

Achtergrond 3 reacties

Dit verandert er in het nieuwe mestbeleid

Het nieuwe mestbeleid heeft vooral gevolgen voor teelten op zand en löss. Minister Schouten wil daarnaast inzetten op maatwerk en vakmanschap. Wat verandert er allemaal?

Per 1 januari 2018 is het mestbeleid opnieuw aangescherpt. Met de invoering van het zesde actieprogramma nitraatrichtlijn worden vooral maatregelen genomen in de gebieden en teelten waar nog niet aan de normen voor grond- en oppervlaktewater wordt voldaan.

Bekijk welke wijzigingen wanneer ingaan   

Over het actieprogramma is veel discussie geweest met de Europese Commissie, met name over de invoering van het fosfaatrechtenstelsel voor de melkveehouderij.

Afgelopen jaren bestonden de milieumaatregelen vooral uit generieke landelijke maatregelen. Zo werden gebruiksnormen steeds verder aangescherpt. Het nieuwe beleid neemt vooral specifieke maatregelen voor bepaalde regio’s, grondsoorten en teelten. De meeste maatregelen worden genomen in het zuidelijk zand- en lössgebied, omdat het grondwater daar nog te veel nitraat bevat.

In 2018 nog weinig verandering in mestbeleid

Los van de invoering van het fosfaatrechtenstelsel voor de melkveehouderij zijn er dit jaar nog weinig grote veranderingen in het mestbeleid. De meeste maatregelen worden vanaf 2019 of nog later van kracht.

Wel wordt dit jaar al begonnen met diverse pilots om de bewustwording en de kennis en vaardigheden rond mestgebruik te verbeteren, zoals bij de KringloopWijzer in de melkveehouderij. De pilot met de KringloopWijzer die te maken heeft met fosfaatrechten gaat voorlopig niet door, vanwege fraude met registratie van melkvee.

Organisaties als LTO en NAJK willen ook aansturen op meer kennis en vakmanschap bij de boeren, zodat nog efficiënter met mest kan worden omgegaan. Dat biedt voordelen voor het gewas en de waterkwaliteit.

Aanpassing mestregels in meerdere stappen

Maatregelen en aanpassingen in het zesde actieprogramma worden niet allemaal direct ingevoerd. Hieronder een overzicht van belangrijke maatregelen per jaar van inwerkingtreding:

2018

  • Invoering fosfaatrechten melkvee;
  • Start pilot voor gebruik KringloopWijzer voor maximaal 700 melkveebedrijven (de pilot voor het bedrijfsspecifiek ‘afrekenen’ van fosfaatrechten is ingetrokken vanwege fraude met registratie van melkvee). Voortzetting van andere pilots zoals bedrijfsspecifiek bemesten in lössgebieden en Kunstmestvrije Achterhoek;
  • Start en voortzetting van kennisprojecten uit- en afspoeling van meststoffen.

2019

  • Strengere eisen vanggewas in of na mais op zand en löss;
  • Aanpassingen uitrijdperiodes voor vaste mest op gras (klei en vee) en voor drijfmest op bouwland;
  • Verruiming regels scheuren grasland;
  • Lagere gebruiksnorm groenbemester op zand en löss na uitspoelingsgevoelig gewas;
  • Graszaadstoppel mag als groenbemester;
  • Scherpere normen frites-biet-graan-regeling.

2020

  • Vastleggen sectorplafonds fosfaat in Meststoffenwet;
  • Aanpassing fosfaatklassen en gebruiksnormen fosfaat, regeling voor meer fosfaat bij hoge opbrengst vervalt.

2021

  • Verplichte rijenbemesting kunstmest en drijfmest in mais op zand en löss;
  • Verlaging stikstofgebruiksnorm voor mais na scheuren grasland
  • Verplicht vanggewas voor 31 oktober na consumptie- en fabrieksaardappelen op zuidelijk zand en löss;
  • Maatregelen afspoeling in ruggenteelt op klei en löss;
  • Eventueel extra maatregelen in drinkwaterwinningen op zand en löss.

2022

  • Start zevende actieprogramma inclusief uitvoering van de evaluatie stelsel van stikstofgebruiksnormen en –werkingscoëfficienten.
  • Bufferstroken verbetering oppervlaktewater specifiek per gebied (eerder indien mogelijk en nodig).

40 gebiedsplannen

Om de waterkwaliteit in 40 grondwaterbeschermingsgebieden te verbeteren (zie kaartje hieronder), gaan het landbouwministerie, het Interprovinciaal Overleg (IPO), Vewin (drinkwaterbedrijven) en LTO Nederland aanvullend beleid maken. Voor de gebieden worden met boeren afspraken gemaakt over extra maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren. Hoewel de afspraken worden gemaakt op basis van vrijwilligheid, zit er een stevige stok achter de deur: 1 juli moeten de plannen er liggen. Als 30 juni 2019 blijkt dat de vrijwillige maatregelen onvoldoende werken, volgen wettelijke maatregelen.

Dit verandert er in het nieuwe mestbeleid

Fosfaatplafonds wettelijk vastgelegd

In het zesde actieprogramma blijft verwerkte dierlijke mest die buiten de Nederlandse landbouw wordt afgezet, meetellen voor het fosfaatproductieplafond van de veehouderij. De Europese Commissie ging niet akkoord met het voorstel om deze mest (deels) niet mee te laten tellen, omdat deze mest niet in het Nederlandse milieu komt. In plaats van verruiming van de productieruimte scherpt de Commissie het beleid zelfs aan: de sectorale fosfaatplafonds worden nu voor het eerst ook opgenomen in de wet.

Wel wordt bij de berekening van de mestproductie van de melkveehouderij rekening houden met natuurlijke variaties in het fosfaat- en stikstofgehalte van ruwvoer. Naast het invoeren van de fosfaatrechten voor melkvee blijven de dierrechten voor varkens en kippen behouden. De Europese Commissie ging wel akkoord met het voortzetten van de pilot voor het gebruik van mineralenconcentraat uit dierlijke mest als kunstmestvervanger.

Beperkte aanscherping gebruiksnormen

Er komt geen algehele aanscherping van de stikstofgebruiksnormen. De minister deelt de visie van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) dat hier landbouwkundig geen ruimte voor is. Wel wordt de stikstofgebruiksnorm voor mais na het scheuren van grasland op zand en löss verlaagd met 65 kilo. Dit gaat per 1 januari 2021 in.

Kom ook naar het Nationaal Mestcongres op 20 februari! Bekijk het programma.

De stikstofgebruiksnormen voor groenbemesters worden in 2019 verlaagd, als ze geteeld worden na uitspoelingsgevoelige gewassen op zand- en lössgrond. De aanpassing van de stikstofgebruiksnormen hebben vrijwel geen gevolgen voor de totale plaatsingsruimte van dierlijke mest.

Groenbemesters moeten uiterlijk 16 september worden gezaaid. Graszaadstoppel mag voortaan ook worden gezien als groenbemester, met bijbehorende gebruiksnorm.

Aanscherping aardappelteelt

Akkerbouwers op in het zuidelijk zand- en lössgebied moeten uiterlijk 31 oktober een vanggewas of wintertarwe inzaaien na de teelt van consumptie- en fabrieksaardappelen als er op 16 september geen groenbemester is ingezaaid. Deze regel gaat in 2021 in.

Dan geldt ook de verplichting om drempeltjes aan te leggen in percelen met ruggenteelt, om te voorkomen dat het water bij ‘normale’ regenval naar lagergelegen delen van een perceel stroomt voordat het wegzakt, maar dat het egaal over het perceel wegzakt.

De tijdelijke equivalente maatregel opbrengstafhankelijke stikstofgebruiksnorm bij bovengemiddelde gewasonttrekking blijft voorlopig. Wel komt er in 2019 een korting op.

Aanscherping maisteelt

In de maisteelt op zand en lössgrond wordt de teelt van een vanggewas per 1 januari 2019 verplicht. De teler heeft drie mogelijkheden: onderzaai van gras of een ander vanggewas of het inzaaien van een vanggewas na de maisteelt, mits dit uiterlijk 1 oktober is ingezaaid. Ook de teelt van een navrucht met een hoge stikstofopname, zoals wintertarwe, is toegestaan, mits dit in oktober wordt ingezaaid.

Vanaf 2021 wordt bovendien rijenbemesting verplicht in mais op alle zand- en lössgronden voor alle verpompbare dierlijke mest en kunstmest. Deze aanpassing wordt later doorgevoerd om de sector de tijd te geven zich hier op in te stellen. Bij het NAJK zijn zorgen over het milieueffect hiervan. De strikte data en de beperkte beschikbaarheid van machines kan ertoe leiden dat er bemest of gezaaid wordt op te natte percelen met negatieve gevolgen voor de bodem en met uitspoeling tot gevolg.

Mest uitrijden op bouwland. Een algehele aanscherping van de normen komt er niet. Wel mag er minder mest op mais na gras. - Foto: Sytze Bakker
Mest uitrijden op bouwland. Een algehele aanscherping van de normen komt er niet. Wel mag er minder mest op mais na gras. - Foto: Sytze Bakker

Uitrijdperiodes veranderen

Op grasland op klei- en veengrond wijzigt de uitrijdperiode van vaste dierlijke mest per 2019 van 1 februari tot en met 15 september naar 1 december tot en met 15 september.

Het uitrijden van drijfmest op bouwland verschuift vanaf 2019 twee weken naar achteren: van 1 februari tot en met 31 augustus naar 15 februari tot en met 15 september. Drijfmest mag op grasland van 16 februari tot en met 31 augustus worden uitgereden.

Fosfaattoestand bodem

De klassen voor de fosfaattoestand van de bodem worden verfijnd, waarbij ook de gebruiksnormen worden aangepast. De klasse ‘neutraal’ wordt in tweeën gesplitst. In 2020 gaan de gebruiksnormen op fosfaatarme gronden omhoog, en op sommige fosfaatrijke gronden juist omlaag:

 

Doel van deze aanpassingen is dat boeren de grond laten bemonsteren, want niet-bemonsterde grond valt automatisch in de klasse ‘hoog’. Deze maatregel kan ertoe leiden dat de totale plaatsingsruimte voor mest in Nederland daalt. Voor veehouders met fosfaatrijke gronden kan het tot gevolg hebben dat ze niet meer voldoen aan de eisen voor grondgebondenheid en dus extra grond moeten huren of kopen of vee afstoten. Voor bouwland in fosfaatklasse ‘hoog’ komt er in 2020 5 kilo per hectare extra fosfaatruimte voor bodemverbetering via organische stof uit vaste mest, compost of mogelijk dikke fractie van rundveemest.

Verdere maatregelen in volgend actieprogramma nodig

De maatregelen die nu in het zesde actieprogramma worden genomen, zijn volgens deskundigen van WUR en van de Unie van Waterschappen nog niet voldoende om aan de Europese waterdoelen van de nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn te voldoen, waardoor verdere maatregelen in het volgende actieprogramma nodig zijn.

Maatwerk en vakmanschap

Minister Schouten wil de komende tijd een fundamentele herbezinning over het mestbeleid. De huidige regelgeving is te complex geworden, waardoor uitvoering en controle erg lastig is. Ze wil een wezenlijk eenvoudiger systeem met minder regeldruk en lasten voor zowel de boer als de overheid.

Verder aanscherpen van landelijke normen lijkt niet meer effectief, waardoor via maatwerk en vakmanschap op het erf efficiënter met mineralen gewerkt moet gaan worden.

Claude van Dongen, LTO Portefeuillehouder bodem en water, is positief dat het zesde actieprogramma een kanteling maakt van generieke maatregelen naar regionaal maatwerk. Hij vindt dat er meer oog moet komen voor vakmanschap waarbij boeren zelf gemotiveerd worden om efficiënter met mineralen om te gaan.

Mede-auteur: Wim Esselink

Laatste reacties

  • KGB

    Weet iemand hoe er CCM geteeld moet worden mbt groenbemester-eisen???

  • koestal

    strenger ,strenger,strengst.ga eens controleren bij de uitlaat van een rioolzuiverings installatie na een forse regenbui.

  • Tinus1

    @KGB te kleine teelt, niet interessant. Terwijl het één van DE oplossingen is voor o.a. krachtvoervervanger rundvee, EOS verhoging akkerland en circulaire landbouw intensieve veehouderij. Maar dat wordt even vergeten.

Of registreer je om te kunnen reageren.