Home

Achtergrond 3 reacties

‘Beoordeel vrijhandel op wat we hebben verloren’

Ooit emigreerde hij vanuit het Drentse Ruinerwold naar Canada. Nu is Jan Slomp voorman van de National Farmers Union (NFU) in dat land. Hij is uiterst kritisch over vrijhandel en schetst een somber beeld van de gevolgen daarvan voor het boereninkomen.

Terwijl de meeste boerenorganisaties in Noord-Amerika de loftrompet blazen over het vrijhandelsakkoord Nafta, knarst in Canada één opvallende stem. Jan Slomp had ooit een gemengd bedrijf in Drenthe. Nu is hij leider van de National Farmers Union in Canada. Steeds meer boeren begrijpen dat we met een kluitje in het riet worden gestuurd.”

Jan Slomp vertrok in 1989 uit Drenthe naar Canada. Tot 2015 was hij melkveehouder in Alberta, nu houdt hij 20 koeien in Brits Columbia. Hij is voorzitter van de Canadese boerenbond National Farmers Union. - Foto: Jan Slomp
Jan Slomp vertrok in 1989 uit Drenthe naar Canada. Tot 2015 was hij melkveehouder in Alberta, nu houdt hij 20 koeien in Brits Columbia. Hij is voorzitter van de Canadese boerenbond National Farmers Union. - Foto: Jan Slomp

Eerder dit jaar verscheen een ontnuchterend opinie-artikel van zijn hand in enkele Canadese regionale media: ‘Judge free trade by what we lost’, ofwel: beoordeel vrijhandel op wat we hebben verloren. Slomp probeerde boeren en burgers wakker te schudden uit de algemeen aanvaarde opinie dat vrijhandelsverdrag Nafta sinds 1994 alleen maar goed is geweest voor de landbouw en het Canadese platteland. Want, kijk naar exporten. Die zijn toch enorm toegenomen?

Slomp gelooft er niet in. Hij heeft lang genoeg in Canada meegelopen om ook de andere kant van het exportsucces te zien. Hij werkte decennialang in Alberta. Nu heeft hij een kleiner bedrijf met 20 koeien op Vancouver Island. “De mooiste plek van Canada.” Afgelopen december werd Slomp voor de tweede keer voorzitter van de Canadese NFU. In een mix van Engels en Nederlands verklaart hij: “De politiek wil niet erg goed naar ons luisteren.”

Wat voor soort bedrijf had u in Nederland?

“We hadden tot 1989 een gemengd bedrijf met melkkoeien en fokzeugen in Ruinerwold, Drenthe. Het land lag verspreid over 13 verschillende plekken. Eind jaren tachtig zijn we een keer naar Canada gegaan. Ik was vooral op zoek naar redenen waarom we die kant niét op zouden hoeven. Maar het drong al snel tot me door: ik was gek als ik niet emigreerde. Je kon er goed geld lenen en tegelijkertijd een mooi rendement maken. In de melkveehouderij was in Canada nog iets moois op te bouwen.”

Uw opiniestuk was niet erg vrolijk. U benoemt de afnemende levenskwaliteit op het platteland. Is het zo erg?

“Afgezien van producten waarvoor een marktordening geldt, zoals melk, en een korte opleving na 2009, is het somber gesteld met het boereninkomen in Canada. Plattelandsgemeenschappen lijden aan chronische stagnatie. Dat werd even gecamoufleerd door de groei van niet-agrarische banen, maar ook dat is voorbij. In Canada spreekt men amper over die krimpende plattelandseconomie. Maar al vier decennia verliezen we dealerships, treinservices, verwerkers, essentiële dienstverlening en winkels. Dat bedoel ik met: een dalende levenskwaliteit.”

Beetje makkelijk om Nafta de schuld te geven?

“De Noord-Amerikaanse vrijhandel met de Verenigde Staten en Mexico heeft gezorgd voor één soort boerderij in Canada: alles gericht op goedkoop produceren en exporteren. Vroeger hadden we een breder pallet aan bedrijfsmodellen. Die focus op export én import gaat ten koste van regionale voedselvoorziening. Het gaat ook ten koste van gemengde teelten en van de mogelijkheid om op ons eigen platteland meer banen te creëren. Zo verdween al de traditionele augurkenteelt aan de Saint Lawrence Seaway.”

Groeiende exporten en goedkoper importeren: is dat geen win-winsituatie?

“Nee, ik zie verliezers. Voor de export moet je vaak concessies doen aan prijs en kwaliteit. Dat is zelden in het belang van de boer. Ik lever liever kwaliteit voor een goede prijs. Het is precies zoals we in de jaren tachtig in Drenthe zeiden wanneer iemand een nieuwe schuur bouwde. Hoe groot moet die aardappelopslag zijn? Genoeg om een topoogst op te slaan, maar tegelijkertijd mag je hopen dat je hem nooit verder dan 70% vult. Want dan weet je zeker dat je een goede prijs pakt.”

Wat klopt er nog meer niet aan Nafta?

“De deregulering die Nafta meebracht, heeft ervoor gezorgd dat grote private bedrijven de verwerking domineren en het verhandelen van onze producten. Amerikaanse vleesverwerkers drukken de prijzen voor varkensboeren, omdat onze regionale slachters zijn verdwenen. Vroeger hadden boeren de macht over de Canadian Wheat Board. In de tijd dat de Wheat Board bestond, van 1938 tot 2012, betaalde het zelfs in zijn allerslechtste jaar nog 88% van de marktprijs uit aan boeren. In 2014 kregen we nog 42%. Voorbij zijn erf heeft een boer niets meer te zeggen.”

Waarom is die invloed zo groot?

“Vroeger controleerden boeren gezamenlijk het treintransport naar de haven, net als de verkoop en overslag. Dat ging zo efficiënt mogelijk, om de prijs voor de boer zo hoog mogelijk te houden. Nu zijn de spoorlijnen geprivatiseerd en kiest de spooronderneming zelf wie ze eerst bedient. Als ze meer verdient met een lading olie, blijft ons graan liggen.

Hetzelfde liedje in de haven: na het einde van de Canadian Wheat Board zijn Cargill, Louis Dreyfus en Richardson Grain erin gestapt. Alle overslagkosten, inclusief hun lagere efficiëntie, worden op de boer afgewenteld. Farmers lose big time.”

Boerenbestuurders laten het kennelijk ook gebeuren.

“Het probleem in Noord-Amerika is dat veel zogenoemde agrarische lobby-organisaties eerder voor de industrie opkomen, dan voor de boer. De regering in Ontario luistert graag naar deze ‘commodity organizations’. Maar daarin voert de handel, en niet de producent, de boventoon. De handel trekt misschien profijt uit die groeiende export, maar wij niet. Ons belang is breder dan alleen rundvlees of soja. Het probleem is dat de politiek niet goed naar ons wil luisteren.”

‘Het probleem in Noord-Amerika is dat veel zogenaamde agrarische lobby-organisaties eerder voor de industrie opkomen dan voor de boer’

Toch gaat u door. U bent onlangs herkozen als voorzitter van de Canadese NFU, een organisatie met 6.000 boerenleden.

“Het heeft mijn hart. Ik waarschuw voor wat ik zie. Ik vind dat we ons moeten richten op de Canadese consument, niet op iets anders. En ik voel dat vrijhandel niet meer aan de basis is te verkopen. Dat betekent niet dat we zo xenofobisch moeten worden als Donald Trump. Hij mobiliseert die angst voor buitenlanders met een valse agenda. Maar die ontevredenheid, ook op het Canadese platteland, is legitiem. Steeds meer boeren begrijpen dat ze met een kluitje in het riet worden gestuurd.”

‘We moeten ons richten op de Canadese consument’

Bent u bang voor president Donald Trump?

“Ik vind het eng dat onze premier Justin Trudeau zichzelf op de borst slaat als liberaal. Dan denk ik bij mezelf: gaan we nou nóg meer weggeven? Ze zien niet dat je de boerenstand om zeep helpt, als je de boel blijft marginaliseren.”

Laatste reacties

  • Bennie Stevelink

    Het verhaal van Jan Slomp toont aan hoe belangrijk sterke, grote coöperaties zijn in een vrije markt. In een beschermde markt kun je wel zonder coöperaties, maar in een vrije markt zijn ze onmisbaar voor het belang van de boer.

  • WGeverink

    Hoewel het nergens op lijkt wat Harper gedaan heeft heeft the Canadian wheat board zichzelf al lang daarvoor de doodsteek toegebracht. Zelf had ik graag gezien dat boeren handel konden doen met een klant over de grens. Het is prima dat het graan dan als CWB graan het land moet verlaten en dat er wat betaald moet worden voor de administratieve rompslomp zolang de boer verder zijn winst mag houden. CWB blij en boer blij had het kunnen zijn. Wat doet de CWB? Ze gooien boeren die een beetje van hun eigen graan exporteren om een punt te maken zonder pardon in de gevangenis. Dat terwijl een boer uit Ontario met een vracht graan wel ongehinderd door de drie western provincies rijdt om zijn graan in Montana te verkopen. Toen lag er op een gegeven moment een stem formulier in de bus. De arrogante vraag ging ongeveer van wat willen jullie? De CWB er in of er uit? Niemand wilde de CWB er uit maar wilden gewoon wat meer vrijheid, flexibiliteit en eerlijkheid binnen het monopoly. Maar toen ze de vraag zo stelden met al hun arrogantie en minachting heb ik zoals velen het hokje aangekruistk voor er uit.

  • koestal

    De invloed van boeren is blijkbaar in Canada ook tanende ,net als in Nederland

Of registreer je om te kunnen reageren.