Home

Achtergrond

Veel vragen Brabants beleid nog onbeantwoord

Brabantse veehouders weten zich nog geen raad met het nieuwe beleid. Dat bleek op een drukbezochte informatiebijeenkomst in Oirschot. Er zijn nog talloze vragen onbeantwoord.

Tussen woede en berusting zweeft de gemoedstoestand van de veehouders over het besluit van de provincie Noord-Brabant om de transitie van de veehouderij te versnellen. Een aantal pleit voor burgerlijke ongehoorzaamheid; gewoon niets doen. Anderen willen in verzet komen en gaan procederen, en een derde groep wil vooral weten wat ze moeten doen om aan de regels te voldoen.

In een zaaltje in Oirschot lieten donderdagavond meer dan 130 veehouders zich bijpraten. Een vergelijkbare bijeenkomst in Deurne, een week eerder, bracht ook al 180 man op de been.

Wanneer is stal verouderd?

Dringende vraag vanuit de zaal is: wanneer is een stal verouderd? John van den Hombergh, specialist milieu en huisvesting van Voergroep Zuid: “De twintig jaar voor een rundveestal, of de vijftien jaar voor andere stallen begint te tellen vanaf het moment waarop de vergunning onherroepelijk is geworden. Als er tegen de stal geprocedeerd is, geldt de uitspraakdatum van de Raad van State. Latere vergunningen die verleend zijn voor een stal gelden alleen als startmoment van een nieuw stalsysteem, als ook daadwerkelijk het stalsysteem gewijzigd is.”

Gewoon niets doen is geen optie, aldus Van den Hombergh. “De stallen voldoen dan niet meer aan de gestelde eisen en je loopt het risico dat de provincie gaat handhaven. Je neemt dan een groot risico met je bedrijf.”

‘Staldering een van de belangrijkste problemen’

Volgens bedrijfsadviseur Jan Pijnenburg van DLV Advies zal de staldering een van de belangrijkste problemen worden. Om te kunnen uitbreiden moeten veehouders straks binnen hun eigen regio voor 110% van de oppervlakte van de nieuw te bouwen stal een oude stal laten slopen. Dat kan alleen via het provinciale stalderingsloket, maar dat is er nog niet. Medio september moet het volgens de provincie open gaan. Onduidelijk is nog of de aanvragen op volgorde van binnenkomst worden behandeld, of dat er andere toetsingscriteria zijn. Pijnenburg betwijfelt ook of er wel voldoende aanbod van oude stallen in de zes verschillende regio’s zal zijn.

Lees ook het interview met advocaat Niels Crooijmans: ‘Een op de tien veehouders komt door dit besluit onder de armoedegrens’

Geen stalderingsloket

Doordat er nu nog geen stalderingsloket is, komen sommige veehouders die verder willen nu al voor problemen komen te staan, aldus advocaat Niels Crooijmans. “Ze krijgen van de gemeente te horen dat ze niet gestaldeerd hebben, en dat is verplicht. Maar ze kunnen dat niet, want er is geen stalderingsloket! Als je vervolgens de provincie vraagt wie de schade van de vertraging gaat betalen, weten ze het niet. Men is veel te laat begonnen met het inrichten van dat loket. Het lijkt erop dat de provincie op slot zit tot het stalderingsloket echt functioneert.”

Nog een knelpunt

Crooijmans ziet nog een knelpunt. Een stal die de laatste drie jaar wel in gebruik is geweest, maar niet de volle veebezetting had, mag volgens hem waarschijnlijk maar worden meegeteld voor het percentage dieren dat daadwerkelijk in de stal stond. Een stal van 400 vierkante meter met 100 dierplaatsen waar maar 50 plaatsen daadwerkelijk gebruikt werden in de laatste jaren, geldt voor de staldering als een stal van 200 vierkante meter.

Of registreer je om te kunnen reageren.