Home

Achtergrond 2 reacties

Hoekige PvdA‘er in een snoeiharde wereld

Boerderij interviewt deze zomer oud-Kamerleden. Twaalf jaar Kamerlidmaatschap leverde Harm Evert Waalkens geen vrienden op, maar daarvoor zat hij ook niet in de politiek. Het waren mooie jaren, maar zijn blik op Den Haag is er cynischer door geworden.

Twaalf jaar zat biologisch veehouder Harm Evert Waalkens voor de PvdA in de Tweede Kamer. Met een korte onderbreking van negen maanden in 2002, tekent hij aan. Hij had die tijd niet willen missen, maar als hij in Den Haag moet zijn, voelt hij naar eigen zeggen een gezonde weerstand om het parlementsgebouw aan het Plein binnen te treden. Er is daar weinig meer waarmee hij een verbinding voelt, al is hij zijn partij nog steeds trouw.

Kamerleden met gevoel voor de sector

Waalkens probeerde de traditie voort te zetten die de Partij van de Arbeid jarenlang had in de Tweede Kamer, met kandidaten die gevoel hadden voor of met de sector. Waalkens noemt Eisso Woltjer, Servaas Huys en Jan van Zijl (respectievelijk Europarlementariër en Tweede Kamerleden) die voor de sociaal-democraten op het landbouwdossier actief waren in Brussel en Den Haag, toen hij op het toneel verscheen.

Waalkens was bestuurlijk actief geweest in de regio, onder andere als voorzitter van de afdeling Beerta van de Groninger Maatschappij van Landbouw. Hij was als vertegenwoordiger van de landbouw betrokken geweest bij de onderhandelingen over de Blauwe Stad.

“Mij werd door de boeren aangerekend dat het plan doorging. Maar als onderhandelaars hadden we een mandaat. En als je iemand een klus toevertrouwd, moet je wel achter hem blijven staan. Naar mijn idee hadden we goede afspraken gemaakt.” Het vertrouwen in Waalkens was tot het nulpunt gedaald en hij besloot per direct al zijn functies neer te leggen.

Eigengereide sociaaldemocratische boer

Hij was een eigengereide sociaaldemocratische boer, die niet in de gemeenteraad of Provinciale Staten had gezeten, toen hem werd gevraagd of hij in het Europees Parlement of in de Tweede Kamer wilde gaan zitten. Het werd de Tweede Kamer. Brussel was hem te ver weg. “Als jij naar Brussel gaat, is het enkele reis”, maakte zijn vrouw Reina duidelijk.

Zijn overstap naar de Tweede Kamer ervoer hij als “een cultuurschok van de bovenste plank. Ik had geen enkele politieke ervaring. Ik werd in het begin badend in het zweet ’s nachts wakker als ik debatten moest voorbereiden. Ik was koud binnen of ik kreeg per kerende post de landbouwbegroting op mijn bureau: Red je er maar mee. Het heeft zeker een half jaar geduurd voordat ik mijn draai had gevonden. Gelukkig had ik goede medewerkers in Den Haag.”

Binnen de fractie was hij op landbouwgebied min of meer een eenling. ”Ik was degene die er volgens de anderen verstand van had.”

Harm Evert Waalkens (links) in de Tweede Kamer in debat (2003), met naast hem Janneke Snijder-Hazelhoff (VVD) en Bas van der Vlies (SGP). - Foto: Lex van Lieshout/Benelux Press
Harm Evert Waalkens (links) in de Tweede Kamer in debat (2003), met naast hem Janneke Snijder-Hazelhoff (VVD) en Bas van der Vlies (SGP). - Foto: Lex van Lieshout/Benelux Press

Stijfkoppig

Waalkens kon met zijn hoekige karakter, de haren ten berge doen rijzen. ”Van mijn collega-boeren kreeg ik vaak het verwijt dat ik ze voor het lapje hield met mijn socialistische praatjes. Maar ik wist vanuit de praktijk hoeveel spankracht in de sectoren en bij boeren en boerinnen is om te vernieuwen en te innoveren. De agenda was en is veel te behoudend.”

Binnen de fractie kon de Groninger zich ook stijfkoppig opstellen, soms werd hij daarvoor door de fractievoorzitter op het matje geroepen. Maar hij liet zich niet overhalen om alleen vanwege het politieke doel de druk op een goed functionerende minister op te voeren. Dat was in de tijd van Cees Veerman, een CDA-landbouwminister waartegen hij oppositie behoorde te voeren, maar met wie hij het eigenlijk best kon vinden.

‘Van mijn collega-boeren kreeg ik vaak het verwijt dat ik ze voor het lapje hield met mijn socialistische praatjes’

Waalkens belandde midden in de nasleep van de herstructurering van de intensieve veehouderij en het mestdossier. “Ik kwam heel snel tot de conclusie dat we bezig waren met het creëren van een hele stapel aan uitzonderingen. Het fileermes werd zo gebruikt, dat er geen vlees meer overbleef. Ik kende de knelgevallenregelingen in de zuivel voor de superheffing. Met al die regelingen nam de oneerlijkheid alleen maar toe.”

Hij ziet de discussie nu terugkomen bij de invoering van de fosfaatrechten in de melkveehouderij. Wat hem betreft had Van Dam helemaal de koers op grondgebondenheid moeten leggen. Vergeet de derogatie, zegt hij resoluut, hoewel hij weet dat hij daar ook collega’s mee op de tenen trapt.

‘Vergeet de derogatie’

Eenmaal uit de Tweede Kamer belandde hij in een ‘zwart gat’. “Gelukkig had ik de boerderij. Mijn vrouw moest ook wennen. Die had in die twaalf jaar haar eigen leven ingericht en daar kwam ik opeens weer bij in.”

Het contact met de PvdA was ver weg. Hij had nog een overdrachtsdossier gemaakt voor zijn opvolger in de fractie. “Die moeite had ik me beter kunnen besparen.” Toen Martijn van Dam staatssecretaris werd, bood Waalkens aan hem van informatie te voorzien. “Daar ga ik zeker gebruik van maken, liet hij per e-mail weten. Van Dam moet nog contact opnemen.”

‘De georganiseerde dommigheid in de Tweede Kamer spat er vaak vanaf’

Waalkens lijkt cynisch te zijn geworden. “Het is een snoeiharde wereld, in ieder geval ook bij de PvdA. Ik kom nog wel eens in Den Haag, bij sociëteit De Witte. En dan kijken we van afstand hoe het toernooi zich ontwikkelt. De georganiseerde dommigheid spat er vaak van af.”

Hij vertelt over de pogingen die hij ondernam om de PvdA af te houden van het “volstrekt belachelijke’ standpunt over het kalf bij de koe. Hij kreeg bij de huidige fractie geen poot aan de grond. “En ja, ik ben cynisch geworden.” Maar toch: “Ik heb daar met genoegen twaalf jaar rondgelopen en me ingezet voor het brede landbouw- en voedseldossier.”

Samen met CDA‘er in de auto naar verkiezingsdebat
Als Kamerlid werkte Waalkens samen met onder andere de Kamerleden Joop Atsma (CDA), Janneke Snijder (VVD) en Gertjan Oplaat (VVD), die ook diepe wortels in de agrarische sector hebben.

Waalkens herinnert zich verkiezingsdebatten, waar hij vaak samen met Atsma naar toe ging. “Dan vroeg Joop mij vooraf in de auto hoe het precies zat en maakten we een opzet van het debat, en kon ik hem tijdens het debat met de feiten om de oren slaan.”

Sicco Mansholt (PvdA) was voor Waalkens een inspiratiebron, nadat hij in de jaren 70 en 80 veel met de oud-minister en Landbouw Commissaris had gesproken. “Mansholt leerde me: de armoede moet uit het platteland geholpen worden door het bouwen van een efficiënte primaire sector.”

Waalkens had als politicus te maken met ingrijpende crises: mond- en klauwzeer, vogelpest, Q-koorts en de naweeën van varkenspest en BSE.

Laatste reacties

  • jfvanbruchem1

    het salaris zal ook wel lekker geweest zijn.

  • haj146

    met de blauwe stad in je portefeuille bej ook wel een topper. Kan er niet bij waarom een veehouder PVDA stemt.

Of registreer je om te kunnen reageren.