Home

Achtergrond 4 reacties

Zeldzaam pleidooi voor conventionele biobrandstoffen

Conventionele biobrandstoffen kunnen helpen klimaatverandering tegen te gaan, boeren een vaster inkomen te bieden en het platteland ontwikkelen.

Dat blijkt uit een rapport van denktank Farm Europe. De organisatie noemt biobrandstoffen ‘een kwestie van veiligheid en duurzaamheid’.

Conventionele biobrandstoffen, die meestal worden vervaardigd uit mais en suikerriet, liggen al jaren onder vuur. Volgens critici is het onverantwoord voedselgewassen te laten eindigen in de verbrandingsmotor van een auto of truck. Honger is nog verre van uitgebannen en de vraag naar voedsel groeit sneller dan de productie. Volgens Farm Europe, een denktank onder leiding van een oud topambtenaar van de Europese Commissie, is de kritiek op Europa niet van toepassing.

Bio-ethanolfabriek in Rotterdam

Farm Europe schrijft in een rapport dat er geen voedsel versus brandstof dilemma is. Integendeel. In de EU worden, volgens de schrijvers, mais en koolzaad gebruikt voor de productie van respectievelijk bio-ethanol en biodiesel. Laatstgenoemde is, anders dan in de VS, in de EU het grootste product. Eén van de grootste bio-ethanolfabrieken van de EU staat in Rotterdam, maar Nederland is geen grote producent van biodiesel.

Vervanging sojaproducten

De rapporteurs merken op dat mais en koolzaad uit de aanvoerketen van brandstof kunnen worden gehaald wanneer de marktdynamiek, bijvoorbeeld stijgende prijzen, hierom vraagt. Farm Europe benadrukt ook dat de opkomst van teelt van energiegewassen een belangrijk bijeffect heeft. Bij de productie komt een eiwitrijk veevoerproduct vrij, meestal DDG genoemd. De productie van DDG vervangt deels de import van sojaproducten uit Zuid-Amerika.

Voordelen

Dat heeft volgens Farm Europe twee belangrijke voordelen. Het spaart het milieu, want in Brazilië wordt nog altijd ontbost om de sojateelt te kunnen uitbreiden. Meer inzet op biobrandstoffen verzwakt dus de druk op het Amazone-regenwoud.

Ten tweede wordt de EU strategisch minder afhankelijk van een leverancier ver weg. Importafhankelijkheid kan pijnlijk uitpakken als bijvoorbeeld de sojaoogst in Brazilië zou mislukken. De biobrandstoffenindustrie is volgens Farm Europe goed voor circa 13 miljoen ton eiwitrijk product per jaar. De EU importeerde tussen 2013 en 2015 jaarlijks voor 36,1 miljoen ton aan soja-equivalenten.

Inzetten op frituurvet

De EU wil nu inzetten op zogeheten geavanceerde of tweede generatie biobrandstoffen. Het gaat dan om brandstoffen niet op basis van voedselgewassen, maar bijvoorbeeld jatropha of frituurvet. Het aandeel van conventionele brandstoffen in het transport moet terug van 7% naar 3,8% in 2030. Als de EU het aandeel van biobrandstoffen in het transport juist opvoert tot 15%, aldus Farm Europe, kunnen miljoenen tonnen soja minder geïmporteerd worden.

Alternatieve inkomstenbron boeren

Naast dit grote ‘klimaatvoordeel’, ziet Farm Europe een groot voordeel voor het platteland en boeren. Het biedt het een extra of alternatieve inkomstenbron. Door de mogelijkheid te switchen kunnen boeren ook kiezen welke markt voor hen het beste uitpakt: de brandstofmarkt of de voedselmarkt.

Laatste reacties

  • arink

    Kunnen de heren niet rekenen of zo?
    Als we daar in Europa de ruimte voor hadden dan zou dit allang gebeuren.

  • info36

    Dat hebben we ook want de voedselprijzen zijn al jaren dramatisch laag.

  • DJ-D

    Moeten de vegetariers dan aan het gras i.p.v. soja?

  • WGeverink

    Zolang er maar geen marktverstorende subsidie aan te pas komt is het goed.

Of registreer je om te kunnen reageren.