Home

Achtergrond

‘Geitensector moet aan de bak met bokjes’

Het gaat goed met de afzet van geitenzuivel, maar de afzet van bokjes laat te wensen over.

De melkgeitensector in Nederland draait crescendo. In rap tempo breiden bedrijven zich uit om aan de toenemende vraag naar geitenzuivel te kunnen voldoen. Neveneffect van deze ontwikkeling is een toename van het aantal geitenbokjes.

Hoewel de opkomst van het duurmelken het aantal geitenlammeren al flink heeft weten te beperken, moet er jaarlijks een ‘fatsoenlijke’ oplossing gevonden worden voor zo’n 75.000 geitenbokjes. Dat de huidige pak hem beet tien bokkenmesterijen niet de oplossing zijn, bleek recentelijk uit cijfers van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Uitvalpercentages boven 20 zijn voorzichtig uitgedrukt onwenselijk. De NVWA spreekt van een ‘schrijnende situatie’.

Zorgelijke situatie

LTO-vakgroepvoorzitter melkgeitenhouderij Jeanette van de Ven noemt de situatie die de NVWA omschrijft zorgelijk. Het is volgens haar niet uit te leggen dat het wel goed gaat met de afzet van geitenzuivel, terwijl de afzet van bokjes niet goed is geregeld. “Het is duidelijk dat we als sector aan de bak moeten.”

Wel geeft ze aan dat het afmesten van geitenbokjes een lastige tak van sport is die economisch moeilijk is rond te rekenen. Daarbij zijn mesters voor een deel afhankelijk van hun uitgangsmateriaal. Het is volgens haar aan de melkgeitenhouders om te zorgen voor de aanlevering van bokjes van onberispelijke kwaliteit. Het kan niet zo zijn dat melkgeitenhouders na het betalen van € 4 tot € 6 per bokje de verantwoording volledig bij de mesters leggen.

Zoeken naar oplossingen

Het beeld dat de NVWA schets, betekent trouwens niet dat het alleen maar kommer en kwel is bij de opfok van geitenbokjes. Verschillende partijen zoeken naar oplossingen. Sowieso is er een behoorlijke groep melkgeitenhouders – LTO denkt zo’n 35% – die de bokjes op het eigen bedrijf houdt. De bokjes worden in een paar weken tijd, net als op de meeste mesterijen, afgemest tot een gewicht van rond 8 kilo om vervolgens te worden geslacht.

Foto's: Bert Jansen
Foto's: Bert Jansen

Zuid-Europa is verreweg de belangrijkste afzetmarkt voor dit geitenvlees. Lucratief is deze handel niet. Als het meezit, houdt een geitenhouder een paar euro per bokje over, al mag de imagowinst niet worden onderschat. Groot voordeel van het houden van de bokjes op eigen bedrijf is ook dat er geen dieren van verschillende bedrijven met verschillende diergezondheidsstatussen worden gemengd. Dat is een belangrijke reden voor het relatief hoge uitvalspercentage op meerdere bokkenmesterijen, de beter presterende mesterijen daargelaten. De inzet van antibiotica is niet mogelijk vanwege de wachttijd in combinatie met de korte periode waarin de bokjes worden afgemest.

Nieuwe initiatieven

Wat nieuwe initiatieven betreft, is het rosébokkenproject (LTO) veruit het bekendst. Daarnaast zijn er een aantal kleinere initiatieven. Ook timmeren de biologische melkgeitenhouders aan de weg. Zo is binnen belangenorganisatie De Groene Geit afgesproken in 2018 minimaal 15% van de bokjes biologisch af te mesten. Vervolgens wordt dit percentage stapsgewijs verhoogd. Ook komt er een nieuwe coöperatie voor de afzet van biologisch geitenvlees.

Het rosébokkenproject draait al ruim zes jaar. Kort samengevat mesten negen melkgeitenhouders jaarlijks een kleine 1.000 geitenbokjes in vier maanden tijd op het eigen bedrijf af tot een gewicht van zo’n 30 kilo. Vervolgens slacht de Pali Group de bokjes en brengt de firma Ruig het vlees op de markt.

‘Slecht imago kan zomaar 3 cent in melkprijs schelen’

Op het melkgeitenbedrijf van Leon de Jong, een van de deelnemers aan het rosébokkenproject, lammeren vrijwel alle drachtige melkgeiten af in tien dagen tijd. Dat resulteert jaarlijks in 1.000 tot 1.100 lammeren, waarvan de helft bokjes.

Hoewel de één 100 lammeren op een dag als horror in de oren klinkt, houdt het De Jong naar eigen zeggen juist scherp. Gedurende tien dagen staat alles in het teken van het aflammeren. Door extra personeel en regelmatig bezoek van dierenarts en voerleverancier probeert hij de lammerperiode zo goed mogelijk door te komen en dat leidt tot een beperkt uitvalspercentage.

Leon de Jong (44) heeft in Kaatsheuvel (Brabant) een bedrijf met 1.500 melkgeiten. De melk gaat naar CBM, de bokjes worden in eigen beheer gemest, een deel van de geitenlammeren wordt opgefokt voor derden.
Leon de Jong (44) heeft in Kaatsheuvel (Brabant) een bedrijf met 1.500 melkgeiten. De melk gaat naar CBM, de bokjes worden in eigen beheer gemest, een deel van de geitenlammeren wordt opgefokt voor derden.

Sinds kort probeert De JOng een deel van zijn bokjes af te mesten tot 40 kilo. Dat is nog weer een tikkeltje zwaarder dan eerder toen de lammeren tot 30 kilo werden afgemest. De praktijk moet uitwijzen of met afgemeste bokjes van 40 kilo betere resultaten kunnen worden geboekt.

Over de vergoeding van rond € 70 per bok is hij tevreden. Natuurlijk haalt hij hiermee de kosten er niet uit, maar wat voor hem het belangrijkste is, is dat de melkprijs overeind blijft. Een slecht imago kan de sector volgens hem zomaar 3 cent in melkprijs schelen. Dan is de rekensom snel gemaakt.

Dat betekent niet dat hij denkt dat het afmesten van rosébokken de enige weg is die naar Rome leidt, al zou uitbreiding van het aantal deelnemers het project zeker vooruithelpen. Nee, voor de afzet van bokjes zijn volgens hem alle drie bestaande mogelijkheden nodig:

  1. de afvoer van de geitenbokjes die niet kunnen meekomen voor de slacht en afvoer naar de petfood-industrie;
  2. het in een paar weken afmesten van bokjes, hetzij op eigen bedrijf of op een bokkenmesterij, tot een gewicht van 8 kilo met als eindbestemming de Zuid-Europese markt;
  3. het afmesten van rosébokken waar hij samen met een aantal collega-geitenhouders ruim zes jaar geleden mee is gestart.

Rosébokkenproject stagneert

Hoewel het rosébokkenproject veel positieve reacties krijgt, lijkt het project te stagneren. Grootste probleem is dat het de initiatiefnemers niet lukt om meer collega-melkgeitenhouders mee te krijgen. Projectleider en oud-dierenarts Geert Booijink spreekt van ‘een moeizaam proces’.

Het probleem lijkt hem vooral te zitten in de beperkte opbrengst. Met een opbrengstprijs van tussen € 60 en € 70 per bok kunnen net aan de huisvestings- en voerkosten worden gedekt. Wat volgens Booijink ook meespeelt, is dat er goed wordt verdiend aan de verkoop van geitenmelk, zodat de post omzet en aanwas van ondergeschikt belang lijkt.

Ervaring opgedaan met afmesten geitenbokjes

Positief aan het project is wel dat er in de afgelopen jaren veel ervaring is opgedaan met het afmesten van geitenbokjes. Hier kunnen collega-geitenhouders hun voordeel mee doen. Daarbij zijn de reacties over de kwaliteit en smaak van het vlees dat via het project op de markt komt erg positief.

Desalniettemin is duidelijk dat het rosébokkenproject alleen het ‘bokjesprobleem’ niet gaat oplossen. Dit terwijl de maatschappelijke druk zienderogen toeneemt. Meerdere trajecten zijn nodig om de afzet van geitenbokjes in goede banen te leiden.

Het ‘goed’ afmesten van bokjes tot 8 kilo op het eigen bedrijf lijkt de eenvoudigste oplossing om een maatschappelijke discussie voor te blijven. Als de sector gebruik wil blijven maken van bokkenmesterijen moet het gemiddelde uitvalspercentage op deze bedrijven duidelijk naar beneden.

Of registreer je om te kunnen reageren.