Home

Achtergrond

Raadsels in de Groninger bodem

Welke gevolgen hebben gaswinning en aardbevingen voor de bovenste bodemlagen en de waterhuishouding in Groningen? Geologen Peter van der Gaag en Ko van Huissteden pleiten voor meer onafhankelijk onderzoek.

Op diverse plekken in Groningen melden boeren ongelijkmatige bodemdaling. Ze vrezen dat dit een gevolg is van de gaswinning. Maar onderzoek op twee agrarische locaties door Sweco in opdracht van de NAM, LTO, Commissie Bodemdaling en de Nationaal Coördinator wijst uit dat er heel andere oorzaken in het spel zijn. Genoemd worden dingen als het dempen van sloten, drainage en peilbeheer, oxidatie en krimp van veen en door samendrukking van ondiepe bodemlagen.

Geoloog Peter van der Gaag meent dat het onderzoek door Sweco niet nauwkeuring is en dat het de processen die zich in het boerenland afspelen, niet goed weergeeft. ”Hoe meet je dat er ongelijkmatige bodemdaling plaatsvindt en hoe onderscheid je dat van de bodemdaling door de gaswinning?”

‘Meer onderzoek nodig’

De geoloog vindt dat veel meer onderzoek nodig is, uitgevoerd door onafhankelijke partijen. “In de bovenste vijf meter onder het maaiveld zijn zoveel geologische processen én menselijke activiteiten gaande. Dat moet onderzocht worden. Zonder meten, boren en analyses kunnen niet zonder meer conclusies worden getrokken over wel of geen oorzakelijke verband tussen schade en aardbevingen.” Geoloog Ko van Huissteden onderschrijft het belang van meer onderzoek. “Mijn indruk is dat er er te snel gezegd wordt: dit heeft niks met aardbevingen of bodemdaling te maken. Je kunt niet zomaar uitsluiten dat het aan de gaswinning gerelateerd is.”

Nederland heeft wat onderzoek betreft weinig ervaring met aardbevingen, meent Van Huissteden. “Er zijn tot nu toe lichte aardschokken geweest. Maar je weet dat de aardschokken en trillingen in het soort slappe bodems met veel los zand zoals in Groningen, gevolgen kunnen hebben. Je ziet waterstanden veranderen en je ziet brak water dat vroeger zoet was. Dan moet je niet zeggen dat het niks met de aardgaswinning te maken heeft, dit moet je serieus onderzoeken. De inwoners van Groningen die waarnemingen in de bodem en het waterpeil doen, zijn niet gek. Hierom, maar ook puur als wetenschappelijke interesse, moet bodemdaling en verzilting goed onderzocht worden. De samenstelling van de bodem verschilt in het gebied. Dus de bodem kan nat of juist droog worden.”

Kritische geologen

Drs. Peter van der Gaag is onafhankelijk geoloog. Hij is sinds twintig jaar geïnteresseerd in de gevolgen van de aardbevingen in Groningen en doet regelmatig onderzoek voor boeren.

Dr. Ko van Huissteden is als geoloog werkzaam op de faculteit Aardwetenschappen bij de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij heeft daarnaast een eigen praktijk. Hij is op de hoogte maar niet actief bij betrokken bij de situatie in Groningen.

Knipklei of zwelklei

De grote discussie tussen de NAM en eigenaren van panden met schade gaat veelal over de vraag of de aardbevingen de oorzaak zijn. Wie buiten de door de NAM aangewezen ‘aardbevingscontouren’ woont, loopt kans dat de schade aangemerkt wordt als c-schade: niet veroorzaakt door aardbevingen.

Van der Gaag vindt contourlijnen onzin, hij is van mening dat altijd onderzoek moet worden gedaan naar de bodem ter plaatse, omdat bepaalde bodemsoorten de aardbevingen versterken. “Neem knipklei of zwelklei. Dat heeft het vermogen om water op te nemen. Droogt de klei, dan krimpt de laag. Bij wisselende grondwaterstanden in deze lagen van zwelkleilagen staat de ondiepe ondergrond dus voortdurend onder spanning.”

Van Huissteden onderschrijft het effect van klei. Hij legt uit dat verandering van waterstanden reactie kan geven in gebieden met knipklei, wat tot beweging in de bodem kan leiden. Knipklei zit volgens Van der Gaag op 20-70 cm onder het maaiveld, daar waar boerderijen op gefundeerd staan. De geoloog meent dat als er in een zwelkleigebied genoeg spanning tegen de fundering opgebouwd is, een lichte aardbeving al tot onevenredig grote schade kan leiden.

Beide geologen menen dat de grondwaterhuishouding in dergelijke gebieden van invloed is. Van der Gaag meent dat in knipkleigebieden de grondwaterhuishouding gelijk gehouden moet worden. Volgens hem zijn ook wierden en waddengeulen aardbevingsgevoeliger. Ook verweking (zand dat draagkracht verliest) en lateral spreading (oevers die naar elkaar bewegen waardoor grote scheuren in de grond ontstaan) zijn volgens Van der Gaag mogelijk het gevolg van aardbevingen. Zijn er veel sloten in de buurt van een boerderij, dan heeft deze boerderij, zo meent hij, een grotere kans op aardbevingsschade.

Foto: Mark Pasveer
Foto: Mark Pasveer

De toekomst

Waar het naar toe gaat met de bodem in Groningen, vergt ook meer en onafhankelijk onderzoek, meent Van Huissteden. “Over de bodemdaling in Groningen en bij Ameland, waar ook gaswinning was, zijn in het verleden in opdracht van de NAM voorspellende rapporten gemaakt. De modellen die daarvoor gebruikt zijn, hebben hun beperkingen en kwamen niet altijd even goed overeen met metingen.”

Doordat zowel de zoutwinning als de gaswinning doorgaan, blijven er aardbevingen plaatsvinden. Dat betekent volgens Van Huissteden dat we niet helemaal duidelijk hebben wat er nog in de ondergrond kan gebeuren. “Dat moet je onderzoeken. Het verbaast mij dat er niet serieuzer gekeken wordt naar wat er aan de hand is en wat voor schade dit tot gevolg kan hebben, zeker omdat het om veiligheid van burgers gaat.” Van Huisstede vindt dat we ‘een beetje onvoorzichtig bezig zijn’ met de bodem. “Dat er geen kritische noot komt vanuit het vakgebied, dat vind ik bijzonder. Je kunt best discussiëren over wat wel of niet aardbevingsschade is, maar je moet het eerst beter en onafhankelijker onderzoeken.”

Tiltmeters

Een half jaar geleden droegen Provinciale Staten van Groningen het college op voor een netwerk van tiltmeters in het bevingsgebied te zorgen. Tiltmeters zijn ontwikkeld voor het meten van de beweging in de bodem door aardbevingen, maar ook processen als verweking, effecten van grondwaterwinning en deformatie bij sloten en kanalen. Tiltmeters zijn tot nu toe niet in het bevingsgebied geplaatst, tot ergernis van Provinciale Staten van Groningen. Gedeputeerde Eelco Eikenaar besprak de opdracht met Nationaal Coördinator Groningen (NCG) Hans Alders. Die kondigde een onderzoek aan naar de effectiviteit van een dergelijk netwerk. Zowel Van der Gaag als Huissteden pleiten voor het gebruik van tiltmeters. Van Huissteden: “Direct doen, die tiltmeters. Volkomen terecht dat Provinciale Staten dat wil. Dan kun je tenminste nauwkeuriger zien wat er gebeurt in die bodem.”

Of registreer je om te kunnen reageren.