Home

Achtergrond 4 reacties

Mestbeleid worsteling tussen Brussel en boeren

De invulling van het mestbeleid vanaf 2018 is nog steeds niet bekend. Het is worstelen met draagvlak in de betrokken sectoren én acceptatie van de Europese Commissie.

Het is opnieuw spannend of Nederland vanaf 2018 weer derogatie krijgt. De onderhandelingen over de invulling van het zesde actieprogramma nitraatrichtlijn – het mestbeleid voor de periode van 2018 tot 2022, zijn nog in volle gang. Het ministerie van Economische Zaken zegt dat alles volgens schema verloopt, maar de doelstelling om in mei een plan te hebben, is niet gehaald. Goedkeuring van het zesde actieprogramma door de Europese Commissie is naast het verlagen van de fosfaatproductie van de veehouderij tot onder het fosfaatplafond voorwaarde van de Europese Commissie om in gesprek te gaan over een nieuwe derogatie. De fosfaatreductie is voor de Europese Commissie het belangrijkste onderdeel hierbij. Nederland moet eerst zorgen dat de fosfaatproductie weer onder het plafond komt, om ervoor te zorgen dat weer aan de huidige derogatievoorwaarden wordt voldaan. Nederland rapporteert maandelijks over het fosfaatreductieplan. Ook in Brussel zijn de signalen doorgedrongen dat de melkveehouderij op de goede weg is om het doel te behalen.

Verlies derogatie miljoenenstrop

De huidige derogatie loopt op 31 december af. Als er niets gebeurt, zullen de gebruiksnormen voor dierlijke mest voor alle bedrijven teruggaan naar de standaard Europese norm van 170 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare, in plaats van 230 of 250 kilo voor derogatiebedrijven nu. Verlies van derogatie zou een miljoenenstrop zijn voor de Nederlandse agrosector door afname van de plaatsingsruimte voor mest en extra aanvoer van kunstmest. Ook diverse natuur- en milieuorganisaties zijn voorstander van derogatie, omdat dit beter voor het milieu zou zijn dan verlies van derogatie.

Drijfmest injecteren. De huidige derogatie loopt op 31 december af. Als er niets gebeurt, zullen de gebruiksnormen voor dierlijke mest voor alle bedrijven teruggaan naar de standaard Europese norm van 170 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare. - Foto: Koos van der Spek
Drijfmest injecteren. De huidige derogatie loopt op 31 december af. Als er niets gebeurt, zullen de gebruiksnormen voor dierlijke mest voor alle bedrijven teruggaan naar de standaard Europese norm van 170 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare. - Foto: Koos van der Spek

Maar Nederland is voorlopig nog niet in de situatie dat de Europese Commissie in gesprek wil over een nieuwe derogatie. Het ziet er ook niet naar uit dat er deze maand nog een definitief actieprogramma zal komen. De eerste ambtelijke overleggen met de Europese Commissie zijn gevoerd, maar in Brussel blijft de stelregel dat pas besluiten worden genomen als er een definitief voorstel ligt. Ook bij de Commissie Milieueffectrapportage is nog geen concept plan voorgelegd om een milieueffectrapportage op planniveau op te stellen.

Norm oppervlaktewater eenvoudig gehaald

De Europese nitraatrichtlijn stelt dat het nitraatgehalte in het grondwater niet hoger mag zijn dan 50 milligram nitraat per liter water. Deze norm geldt ook voor oppervlaktewater, maar deze norm wordt in Nederland overal vrij eenvoudig gehaald. De derde voorwaarde is dat in het oppervlaktewater niet teveel voedingsstoffen mogen komen, waardoor de biodiversiteit achteruit gaat en soorten gaan woekeren (eutrofiëring). Strikte normen zijn hier vanuit Europa nooit aan gesteld, maar de Europese Commissie heeft aangegeven dat de Kaderrichtlijn Water, met als doel een gezonde ecologische toestand van het oppervlaktewater, de basis is voor de uitvoering van deze regel. Op deze manier gaat het zesde actieprogramma over grond- en oppervlaktewater.

Uitgangspunten mestbeleid

Hoofddoel van het zesde actieprogramma is om de nitraatbelasting van het grondwater afkomstig uit de landbouw te verminderen en eutrofiëring van het oppervlaktewater, voor zover veroorzaakt door stikstof en fosfaat uit de landbouw, tegen te gaan. De kwaliteit van grond- en oppervlaktewater moet voldoende zijn om te functioneren als bron van drinkwater voor mens en dier en zwem- en recreatiewater. De ecologische kwaliteit moet goed zijn. Verantwoord gebruik van meststoffen is hierbij het uitgangspunt. Maatregelen moeten landbouwkundig effectief en uitvoerbaar zijn en handhaafbaar en controleerbaar voor de overheid. Ook moeten de maatregelen voldoende zijn om opnieuw derogatie te krijgen in Brussel.

Hoewel de waterkwaliteit door de mestwetgeving de afgelopen jaren aanzienlijk is verbeterd, wordt de doelstelling van 50 mg nitraat per liter grondwater nog niet overal gehaald. Planbureau voor de leefomgeving (PBL) concludeert met anderen dat verder aanscherpen van de generieke normen waarschijnlijk onvoldoende effectief zal zijn om de doelstellingen te halen. Een regionale aanpak is daarom nodig.

Waterkwaliteitsproblemen verschillen per regio

De partijen die aan tafel zitten over het zesde actieprogramma zijn het nog niet eens. De waterpartijen, Unie van Waterschappen en Vewin, hebben duidelijk andere wensen dan de landbouworganisaties als LTO en de vakbonden. Alle partijen zijn het er over eens dat er een regionale aanpak moet komen om vooral de gebieden aan te pakken waar de problemen het grootst zijn. “De waterkwaliteitsproblemen kunnen van regio tot regio verschillen, hetzij door verschillen in het bodem- en watersysteem, hetzij door andere typen van landbouw. Dit vraagt om een regionale differentiatie van de te nemen maatregelen”, aldus de Unie van Waterschappen. De wijze waarop dit moet gebeuren, is punt van discussie.

Het nitraatgehalte in het grondwater niet hoger mag zijn dan 50 milligram nitraat per liter water. Deze norm geldt ook voor oppervlaktewater, maar deze norm wordt in Nederland overal vrij eenvoudig gehaald.
Het nitraatgehalte in het grondwater niet hoger mag zijn dan 50 milligram nitraat per liter water. Deze norm geldt ook voor oppervlaktewater, maar deze norm wordt in Nederland overal vrij eenvoudig gehaald.

Waterorganisaties: doelen moeten gehaald

Unie van Waterschappen benadrukt het belang van het realiseren van de doelen van zowel de nitraatrichtlijn als de Kaderrichtlijn Water. Hierover zijn door de landbouw en watersector afspraken gemaakt via het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW). Alleen deze afspraken zijn volgens UvW niet voldoende, omdat deze vrijwillig zijn. UvW wil ook maatregelen opnemen in de wet. Bij Deltaplan Agrarisch Waterbeheer worden waterknelpunten, zowel op het gebied van kwaliteit als overlast en zoetwatergebruik aangepakt met maatwerk. “De DAW-maatregelen zullen weliswaar vrijwillig, maar niet vrijblijvend tot uitvoer moeten worden gebracht. Hiervoor zijn acties afgesproken in de Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater” legt UvW uit.

Vewin wil maatregelen in beschermingsgebieden

Vewin, de belangenorganisatie voor de waterwinbedrijven, vindt vooral dat er een breed gedragen beleid moet komen waarmee de knelpunten op het gebied van waterkwaliteit zo snel mogelijk worden opgelost. Voor Vewin ligt de prioriteit bij het wegnemen van normoverschrijdingen die gerelateerd zijn aan mestgebruik. Het gaat dan niet alleen om stikstof en fosfaat, maar ook om sulfaat, hardheid en zware metalen. Vewin zou hiervoor voor grondwaterbeschermingsgebieden graag extra maatregelen nemen. Deze maatregelen moeten volgens Vewin een mix zijn van vrijwillige en verplichte maatregelen die gebiedsgericht zijn.

Ook bij de regionale aanpak wil Vewin dat het Rijk een nationaal kader opstelt en de regie houdt. Vewin wil niet dat de invulling en uitvoering van de maatregelen geheel vrijwillig is en compleet wordt overgelaten aan regionale of lokale partijen, waarbij het halen van doelen uit de nitraatrichtlijn of de Kaderrichtlijn Water ook nog wordt uitgesteld naar het volgende actieprogramma.

Vewin en de Unie van Waterschappen willen verder gaan dan vrijwillige afspraken. - Foto Hans Prinsen
Vewin en de Unie van Waterschappen willen verder gaan dan vrijwillige afspraken. - Foto Hans Prinsen

Landbouwpraktijk in gevaar

LTO Nederland is groot voorstander van regionaal beleid en meer maatwerk met oog voor het vakmanschap van de boer. Bij het verder aanscherpen van normen komen de gewasopbrengsten echter in gevaar. LTO ziet liever een werkwijze die boeren stimuleert zo efficiënt mogelijk te bemesten, waarbij goede resultaten worden beloond. Maatwerk zorgt voor een betere naleving en meer draagvlak voor het mestbeleid. Dat is iets dat in het huidige beleid onder druk staat. “Sluit aan bij het vakmanschap van de boer en de boerentrots”, aldus Hans Huijbers van LTO Nederland.

Ook de NMV benadrukt dat boeren best bereid zijn stappen te zetten, maar hier moet wel wat tegenover staan. Door boeren ruimte te geven in de werkwijze, worden boeren meer gemotiveerd om stappen te zetten en worden doelen eerder gehaald.

Het ministerie en provincies lijken nog te worstelen met de wensen voor maatwerk. Voor overheden is het opleggen en aanscherpen van harde normen het makkelijkst, maar er is ook sympathie voor het deltaplan Agrarisch Waterbeheer, waarin doelen weliswaar vrijwillig zijn, maar waarbij meer oog is voor draagvlak van de uitvoerders: de boer. Voor het ministerie is het echter lastig hard te maken in Brussel dat deze werkwijze effectief is. En dat is wel nodig om goedkeuring te krijgen. LTO vreest dat het ministerie daarom toch liever kiest voor het aanscherpen van normen, waarvan het effect met wetenschappelijke rekenmodellen inzichtelijk wordt gemaakt. “Draagvlak is geen onderdeel van de rekenmodellen, maar het is wel cruciaal”, aldus Huijbers.

Akkoord zesde actieprogramma moet er komen

Of er snel een akkoord komt over het zesde actieprogramma is de vraag. “Makkelijk zal het niet gaan, maar het moet”, aldus Leo Joosten van LTO Nederland. Unie van Waterschappen verwacht dat er sneller een akkoord zal zijn als het ambitieniveau hoger is, dan wanneer het lager is. Vewin vindt dat het ministerie de verantwoordelijkheid heeft voor het opstellen van het actieprogramma. Hiervoor is volgens de organisatie geen akkoord nodig van de betrokken partijen, maar Vewin onderschrijft de ambitie van EZ om tot een zo breed mogelijk gedragen plan te komen. Om in aanmerking te komen voor derogatie is snel duidelijkheid essentieel.

 Vooral de akkerbouw krijgt te maken met extra maatregelen. Het ministerie overweegt de uitrijdperiode van dierlijke mest te verkorten. Van Dam overweegt zelfs de uitrijdperiode voor vaste mest aan te passen. - Foto: Hans Prinsen
Vooral de akkerbouw krijgt te maken met extra maatregelen. Het ministerie overweegt de uitrijdperiode van dierlijke mest te verkorten. Van Dam overweegt zelfs de uitrijdperiode voor vaste mest aan te passen. - Foto: Hans Prinsen

Vooral aanpassingen akkerbouw verwacht

Hoe het zesde actieprogramma er precies uit gaat zien, is nog niet bekend. Deelnemers aan het overleg op het ministerie mogen – in het kader van de onderhandelingen – geen details prijs geven. Toch zijn er al wat denkrichtingen bekend. Staatssecretaris Martijn van Dam heeft in december op hoofdlijnen zijn plannen bekend gemaakt. Het ministerie overweegt vooral in de akkerbouw extra maatregelen te nemen, omdat met name bij bouwland in het zuidelijk zand- en lössgebied de normen worden overschreden. Daarbij wordt gedacht aan verder aanscherpen van de gebruiksnormen, maar ook aan het tegengaan van uitspoeling van nutriënten. Dat kan door in te grijpen in het bouwplan. Een intensief bouwplan met uitspoelingsgevoelige gewassen als mais en aardappelen heeft een hogere uitspoeling naar het grondwater dan teelten met een lang groeiseizoen zoals wintertarwe of gras. De inzet van landbouworganisaties is om vooral maatwerk mogelijk te maken en normen niet verder aan te scherpen. Het aanscherpen van generieke normen wordt mogelijk als stok achter de deur gehouden voor het zevende actieprogramma, als het maatwerk onvoldoende effectief blijkt.
Een eventuele verschuiving van de uitrijdperiode van dierlijke mest moet minder doelmatig bemesten in het voorjaar voorkomen en de groei van vanggewassen in het najaar een extra stimulans geven. Mogelijk komt hier een uitbreiding van de verplichte mestopslagcapaciteit van 7 naar 8 maanden. Ook overweegt Van Dam de uitrijdperiode voor vaste mest aan te passen.

Laatste reacties

  • oorspronkelijk

    velen hebben gelijk
    blauw en andere giftige algen ontstaan door fosfaat tekort
    hoe is dit te managen
    hier moet ook weer sprake zijn van twee sporen beleid
    natuur blijft moeilijk te beheren
    want alles moet in evenwicht zijn
    we kunnen een onderdeel zijn van egalisatie fosfaat stromen
    overleg en no pay no cure een voorwaarde

  • DJ-D

    Als ze verstandig zijn halen ze drinkwater gewoon regionaal uit de gracht en sloten dichtbij de steden, want die boeren die smeren maar wat raak.

  • EMERGO!

    Vreemd dat heer Romeijn op dit forum nog geen week geleden meldde, dat derogatie nagenoeg zeker was. Een schot voor open doel.
    Als ik dit artikel lees, denk ik dat we weer veel te hoog van de Lto toren blazen en wederom de huid verkocht hebben voor de beer is geschoten.
    Jammer die eensgezindheid binnen zo'n organisatie!

  • A4

    Het ministerie overweegt vooral in de akkerbouw extra maatregelen te nemen, omdat met name bij bouwland in het zuidelijk zand- en lössgebied de normen worden overschreden. Daarbij wordt gedacht aan verder aanscherpen van de gebruiksnormen, maar ook aan het tegengaan van uitspoeling van nutriënten.

    Beregening?
    Niemand hoor je er over maar het vele beregenen waarbij na een uur de drain al gaan lopen dat is het probleem.
    Veel bemesten is niet het probleem, veel beregenen wel.
    Veel controle op drie spetters in de sloot! Veel beregenen geen probleem?


Of registreer je om te kunnen reageren.