Home

Achtergrond

‘Succes efficiënte vleesketen belemmert productvariatie’

Verdienen aan dierenwelzijn blijft lastig. Toch is er meer potentie dan wordt benut, stelt hoogleraar Hans van Trijp namens de Raad voor Dierenaangelegenheden.

Extra maatregelen op het gebied van dierenwelzijn terugverdienen is moeilijk. Ondanks meerdere initiatieven op dit vlak, blijkt het nog altijd lastig om dierenwelzijn te verwaarden. In 2012 stelde de Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) al een rapport op over de winstgevendheid van dierenwelzijn. Daaruit bleek dat er zeker commerciële mogelijkheden zijn om dierenwelzijn te vermarkten. Bij een evaluatie in 2015 constateerde de RDA echter dat er nog te weinig voortgang is op dit vlak. De Raad onderzocht hoe dierenwelzijn via de markt kan worden verbeterd en welke rol de overheid hierin moet spelen.

Toenemend aantal vegetariërs en flexitariërs

Hans van Trijp is hoogleraar Marketing en Consumentengedrag aan de Wageningen Universiteit en voorzitter van het forum dat de RDA-zienswijze ‘Dierenwelzijn te koop’ heeft opgesteld. Veel consumenten voelen zich volgens hem ongemakkelijk bij het dierwelzijnsniveau van de vleesproducten die nu in de schappen liggen.

“Je ziet dat consumenten steeds meer kiezen voor biologisch en vleesvervangers. Het aandeel vegetariërs en flexitariërs neemt toe. Mensen zijn bezorgd over het welzijn van dieren, maar kunnen deze bezorgdheid niet kwijt binnen het huidige assortiment, met een groot aanbod regulier vlees en een klein aandeel biologische producten met een veel hogere prijs”, stelt Van Trijp.

‘Ontwikkelingen in dierenwelzijn aan de aanbodkant lopen achter bij de vraag’

Hoewel er stappen worden gezet in het tussensegment, lopen de ontwikkelingen achter bij wat er op basis van vraag van de consument mogelijk is. “De vraagkant kan wel wat peper gebruiken, bij het aanbod moet het zand uit de machine worden gehaald; de overheid kan best wat meer faciliterend optreden bij het experimenteren met diervriendelijke producten. Voor de afstemming kan de machine wel wat olie gebruiken; er zijn nog veel belemmerende of tegenstrijdige regels en wetten die verbetering van dierenwelzijn in de weg staan”, vindt Van Trijp.

Hans van Trijp is hoogleraar Marketing en Consumentengedrag aan de Wageningen Universiteit en voorzitter van het forum dat de zienswijze ‘Dierenwelzijn te koop’ van de Raad voor Dierenaangelegenheden heeft opgesteld. - Foto: Koos Groenewold
Hans van Trijp is hoogleraar Marketing en Consumentengedrag aan de Wageningen Universiteit en voorzitter van het forum dat de zienswijze ‘Dierenwelzijn te koop’ van de Raad voor Dierenaangelegenheden heeft opgesteld. - Foto: Koos Groenewold

Hoe komt het dat kansen voor het vermarkten van dierenwelzijn niet worden benut?

“Nederland heeft een heel sterke vleesketen, die sterk is ingericht op efficiëntie en effectiviteit. Die sector is van groot belang voor Nederland, laat dat duidelijk zijn. Maar de sterke sector belemmert tegelijkertijd ook de kansen om een breed palet van onderscheidende producten te vermarkten.”

Moet de hele vleesketen dan veranderen?

“De RDA pleit er nadrukkelijk niet voor dat de hele vleesketen nu rigoureus op de schop moet. Het zou wel goed zijn als er meer differentiatie komt, waarmee naast de consument die kiest voor het gangbare product, ook de consument die meer wil op het gebied van dierenwelzijn binnenboord wordt gehouden. Vleesproductie met extra aandacht voor dierenwelzijn kan naast de reguliere gangbare productie komen.”

Is er vanuit het buitenland ook meer vraag naar vlees met een hoger dierenwelzijn?

“De vraag die er in Nederland is, is er zeker ook in het buitenland. Er zijn zeker kansen voor producten die gericht zijn op een nichemarkt in Europa. Dat wordt nu ook al geleverd, maar het potentieel is groter.”

Zou het niet beter zijn als de ondergrens voor dierenwelzijn gewoon omhooggaat, zoals sommige supermarkten nu alleen nog vlees verkopen met minimaal één ster van de Dierenbescherming?

“Dat zou de meest effectieve manier zijn om het dierenwelzijn te verbeteren. Maar het is niet de meest logische stap, omdat de overheid dierenwelzijn via marktwerking wil regelen. Dan kun je geen ondergrens in de markt leggen. Dat moeten marktpartijen zelf doen.”

Het initiatief de Kip van Morgen werd afgeschoten door de Autoriteit Consument en Markt. Wat vind u daarvan?

“Je wil niet dat de overheid stappen van de retail op dit vlak hindert. Als bedrijven met klanten afspraken maken over dierenwelzijn, is dat ook marktwerking.”

‘De overheid moet paal en perk stellen aan de wildgroei aan keurmerken’

Welke rol zou de overheid wel kunnen spelen om dierenwelzijn te verbeteren?

“Om het proces te versnellen zou de vraagkant wel wat peper kunnen gebruiken. De overheid heeft hier niet direct een rol bij, maar het is wel de taak van de overheid om de consument goed te informeren over de keuzemogelijkheden die er zijn. Transparantie in de voedselketen en goed onderwijs over voedsel spelen hier een belangrijke rol. De overheid moet zelf het goede voorbeeld geven en paal en perk stellen aan de wildgroei aan keurmerken die het onoverzichtelijk maakt.”

Wat kan de overheid hierbij doen? Een politieke meerderheid is hier niet voor.

“Er zijn nu heel veel keurmerken, dat zou vereenvoudigd moeten worden. Op voedsel mogen dierenwelzijnsclaims worden gelegd, maar wel met een wetenschappelijke basis. Zonder wetenschappelijke onderbouwing is er sprake van misleiding van de consument.”

Hoe kun je wetenschappelijk bewijzen dat iets goed is voor het welzijn van het dier?

“Dat is zeker lastig. Er zijn wetenschappelijk wel parameters voor dierenwelzijn, maar een volledig eenduidige definitie voor dierenwelzijn is een utopie. We kunnen de lat ook zodanig leggen dat er misschien niet voor 100% wetenschappelijke consensus is, maar wel 80% verbetering op dierenwelzijn. Dat zou ook al een verbetering zijn.”

‘Dierenwelzijn is een geloofskenmerk; je kunt het niet proeven’

Is dit voldoende om de consument te overtuigen dat hij meer moet betalen voor een product?

“Dierenwelzijn is een ‘geloofskenmerk’; je kunt het aan het product niet zien, je kunt het niet proeven. De consument moet erin geloven. Dat is lastig. Het is als producent makkelijker de consument te overtuigen als je dierenwelzijn kan combineren met iets tastbaars, zoals een betere smaak.”

Hoe kan de boer inspelen op meer differentiatie van het product?

“Het is heel lastig om als individuele partij een goede stap te zetten, een goede samenwerking is nodig om een nieuw initiatief op te zetten. Het is beter om een nieuwe keten op te zetten, dan mee te fietsen in een bestaande gangbare keten, omdat je dan al snel in de gebaande paden terechtkomt.”

Is het juist niet praktisch om mee te gaan in de bestaande logistiek?

“Veel ondernemers dromen ervan om met hun product naast het gangbare product in het supermarktschap te komen. Toch blijkt dat niet ideaal. De verleiding om voor de lage prijs te gaan is heel erg groot. Mensen blijken erg veel moeite te hebben met het maken van een keuze voor dierenwelzijn, terwijl het product duurder is en verder niet te onderscheiden. Het product kan beter in een apart schap in de supermarkt liggen.”

‘De vleessector is te veel gefocust op efficiëntie, effectiviteit en lage kostprijs’

Is de agrarische sector op dit vlak anders dan andere sectoren?

“Ja. Kijk eens naar de autobranche. Er zijn heel veel verschillende auto’s, met allemaal verschillende eigenschappen. Ieder merk heeft een range aan types, om onderscheidende wensen te bedienen. De vleessector is nog te veel gefocust op efficiëntie, effectiviteit en lage kostprijs. Bovendien is het erg lastig om merken te introduceren in de vleessector. De supermarkt speelt hierbij ook een belangrijke rol. Voor een supermarkt is het namelijk niet aantrekkelijk om veel verschillende merken in de schappen te hebben. Daar komt bij dat het om een versproduct gaat. Dat maakt het logistiek ook lastiger om je onderscheidend te maken.”

Klimaatbeleid staat nu vol in de aandacht. Milieumaatregelen zijn vaak strijdig met dierenwelzijnsmaatregelen. Wat vindt de consument belangrijker?

“De zienswijze roept op om onderzoek te laten doen naar (oplossingen voor) tegenstellingen tussen milieu, humane gezondheid en dierenwelzijn. Op milieugebied is het nog niet zo makkelijk scoren bij de consument. Dat effect gaat vaak over de lange termijn, terwijl dierenwelzijn direct zichtbaar is. Als je wilt differentiëren in je aanbod, moet je ook om kunnen gaan met deze tegenstrijdigheden.”

‘We kunnen op gebied van kwaliteit en welzijn de proeftuin voor Europa worden’

Hoe ziet u de toekomst voor vlees met een hoger dierenwelzijn?

“Ik verwacht dat de concurrentiepositie voor de Nederlandse vleessector op het gebied van efficiëntie en lage prijs op termijn zal verslechteren ten opzichte van andere landen. Ik denk dat het onderscheidend vermogen van de Nederlandse vleessector meer zit in kwaliteit en welzijn. We kunnen op dit gebied de proeftuin voor Europa worden. Samenwerking met maatschappelijke organisaties is hierbij een optie. Wacht hierbij niet tot 100% consensus is bereikt. Dat lukt namelijk toch niet. Maar kijk naar de punten waar de vleessector en de maatschappelijke organisaties het wel eens zijn en zet stappen op die punten.”

Adviesorgaan over dierenwelzijn
De Raad voor Dierenaangelegenheden (RDA) is een onafhankelijke raad van deskundigen die het ministerie van Economische Zaken gevraagd en ongevraagd advies geeft over dierenwelzijnsvraagstukken. De Raad telt 35 leden. Hans van Trijp is hoogleraar Marketing en Consumentengedrag aan de Wageningen Universiteit. Hij was hoofdonderzoeker voor het rapport over de rol van de overheid bij het beter verwaarden van dierenwelzijn.

Of registreer je om te kunnen reageren.