Home

Achtergrond 4 reacties

Poolse boer kan Nederlandse mest goed gebruiken

De Nederlandse mestexporteur Thomas Kanters en de Poolse akkerbouwer Mariusz Skwarek werken voor het tweede seizoen samen. Kanters levert een gecomposteerde mestmix op maat aan Skwarek voor het tweede jaar op rij.

Met eigen ogen wilde akkerbouwer Mariusz Skwarek uit het district Konin in Zuidwest-Polen zien hoe de mest exportwaardig wordt gemaakt. Hij nam deel aan een studiereis in januari en kwam samen met nog 25 andere boeren en beleidsmedewerkers naar Nederland. Deze studiereis vond plaats op initiatief van de Nederlandse mestexporteur Thomas Kantersen enkele mestverwerkers en mestexporteurs uit Noord-Brabant.

Polen in de mestverwerkingsloods van varkenshouder Robbert van der Heijden in Heesch. De Poolse akkerbouwer Mariusz Skwarek maakte deel van een groep Polen die in januari Nederlandse mestverwerkers bezochten. De toer is mede georganiseerd door Kanters en De Boer op Advies in samenwerking met de Nederlanse ambassade in Polen. Foto: Bert Jansen
Polen in de mestverwerkingsloods van varkenshouder Robbert van der Heijden in Heesch. De Poolse akkerbouwer Mariusz Skwarek maakte deel van een groep Polen die in januari Nederlandse mestverwerkers bezochten. De toer is mede georganiseerd door Kanters en De Boer op Advies in samenwerking met de Nederlanse ambassade in Polen. Foto: Bert Jansen

Mest scheiden

Het eerste bedrijf waar Kanters Skwarek rondleidde, is een varkensbedrijf dat zelf mest scheidt. De dikke fractie gaat naar een composteerder en een biogasinstallatie. De dunne fractie wordt gefilterd en met behulp van omgekeerde osmose ontstaat er 50% loosbaar water en 30% mineralenconcentraat.

Vol interesse bekijkt Skwarek de zeefbandpers in de schuur van varkenshouderij Heijderhoeve in Heeswijk-Dinther (N.-Br.). De dikke fractie valt op een hoop aan de achterzijde van de loods. Eigenaar Robbert van der Heijden legt uit dat de vaste mest een goede bodemverbeteraar is, rijk aan organische stof en sporenelementen en een goed alternatief is voor kunstmest. De dikke fractie van Van der Heijden is een van de ingrediënten voor het gehygiëniseerde compostmengsel waar Skwarek nu voor het tweede jaar mee werkt. Hij neemt wat van de rulle vaste varkensmest in zijn hand en voelt.

Skwarek: “Dit is het tweede seizoen dat ik mestproducten uit Nederland koop. Ik wil graag zelf zien hoe het gemaakt wordt.” Hij gebruikt een gecomposteerde mestmix met een droge stofgehalte van 50%. Het mengsel wordt op maat gemaakt en bevat 22P, 15-17N en 10K. Skwarek is een van de eerste Poolse klanten die Kanters aan zich wist te binden.

Klik op de rode iconen voor meer informatie.

Zo min mogelijk kunstmest

Skwarek wil zoveel mogelijk ecologisch telen omdat hij verwacht dat zijn producten dan beter te exporteren zijn naar het buitenland. Hij teelt tarwe, bonen, peterselie en koolraap. “De consumenten vragen steeds vaker om een natuurlijk geteeld product. Ook in Polen groeit dit bewustzijn bij de consument. Zij willen gezondere voeding en letten daar steeds meer op. Bij mij in het dorp zijn veel mensen ziek. Dat opent de ogen. Ik wil daarom zoveel mogelijk natuurlijk werken en daar hoort ondermeer zo min mogelijk kunstmest bij. Ik ben daarom twee jaar geleden gestart met het aanwenden van dierlijke mestproducten uit Nederland op mijn bouwland.”

‘Ze geloven niet dat zo weinig product, zoveel resultaat kan geven’.

Medio januari is voor de tweede maal een vracht gelost bij Skwarek op het land. “De mensen uit de omgeving komen naar me toe om te vragen wat die dampende hopen op het land zijn”, vertelt hij lachend. “Ze geloven niet dat zo weinig product, zoveel resultaat kan geven.” Het geconcentreerde mestproduct vervangt deels de kunstmest en de gewone stalmest die Skwarek voorheen gebruikte. “Ik hoef nu 8 keer minder stalmest aan te voeren terwijl het resultaat met de gecomposteerde mest veel beter is.” Hij zegt al te kunnen merken dat schimmels het afgelopen seizoen veel minder kans kregen. “De Nederlandse compost is gehygiëniseerd en dus vrij van ziekten. Dat scheelt veel.” De dierlijke mestproducten moeten er ook voor zorgen dat de 50 hectare die Skwarek in eigendom heeft, aangevuld met pachtgrond, weer in goede conditie komt. “Door het veelvuldig gebruik van kunstmest, is het bodemleven gebrekkig. We hebben organische stof nodig om de bodem weer vol leven en gezond te krijgen.”

Contact met akkerbouwers

In Nederland wil Skwarek contacten opdoen en leren van de Nederlandse akkerbouwers. “De Nederlandse akkerbouwers maken heel veel gebruik van dierlijke mestproducten. Daarmee lopen ze voorop. Daarbij komt het meest gezonde voedsel uit Nederland. Dat maakt het voor mij interessant om in Nederland te zijn en Nederlandse mestproducten te gebruiken op mijn land.”

Skwarek wil in de toekomst alleen nog werken met Nederlandse mestproducten, mits de kwaliteit zo goed blijft als nu. “Ik wil zo veel mogelijk ecologisch verantwoord gaan telen. Daar hoort deze natuurlijke bemesting bij. De bodem moet zo gezond mogelijk zijn om het gewas ook zo vitaal mogelijk te krijgen, zodat schimmelinfecties minder kans krijgen. Vooral de peterselie is een heel gevoelig gewas.”

Vertrouwen kweken

Thomas Kanters is mestexporteur en mede-eigenaar van Kanters-bedrijven in Uden (N.-Br.). Hij levert het gecomposteerde mestmengsel sinds twee jaar aan Skwarek. “We maken de mestmengsels van verschillende mestsoorten, afhankelijk van de behoefte van de klant.” Het meest exporteert hij gecomposteerde mestmengsel samengesteld uit kippen-, varkens-, rundveemest en champost. Kanters werkt sinds een paar jaar in Polen. Skwarek was een van zijn eerste klanten. Ze kwamen met elkaar in contact op een Poolse vakbeurs. “We hebben in twee jaar tijd op acht verschillende vakbeurzen gestaan in Polen. Daar ontmoeten we veelal onze potentiële klanten.”

Mariusz Skwarek (links): “Meest gezonde voedsel komt uit Nederland. De akkerbouwers gebruiken veel dierlijke mestproducten.”  Thomas Kanters: “De erkenning van de meerwaarde van dierlijke mest in het buitenland groeit.” Foto: Bert Jansen
Mariusz Skwarek (links): “Meest gezonde voedsel komt uit Nederland. De akkerbouwers gebruiken veel dierlijke mestproducten.” Thomas Kanters: “De erkenning van de meerwaarde van dierlijke mest in het buitenland groeit.” Foto: Bert Jansen

450 hectare in Polen

Kanters wil de Poolse akkerbouwers ook laten zien wat het Nederlandse mestproduct doet. Daarom heeft Kanters het beheer over 450 hectare akkerbouwgrond in Zuidwest-Polen. Deze grond wordt gebruikt voor demonstratieprojecten en proefvelden. “De akkerbouwers moeten het effect van bemesting met onze mestproducten zelf kunnen zien. Dat geeft vertrouwen.” Op de proefvelden geven zij rondleidingen en uitleg aan akkerbouwers en bemestingsadviseurs uit de regio. Met eigen ogen kunnen ze de verschillen in stand van gewas zien, de mestproducten en de bemeste grond beoordelen.

‘In grote delen van Europa gronden verarmen door gebrek aan organische stof uit dierlijke mest’.

Gronden verarmd

Vertrouwen krijgen is de grootste uitdaging, weet Kanters. “Dat kost veel tijd en moet groeien.” Het helpt volgens Kanters dat de Poolse akkerbouwers inmiddels zelf ook zien dat hun gronden zeer verarmd zijn. Het bodemleven houdt niet over. “Het besef groeit dat daar iets aan moet gebeuren. Wij kunnen daarbij helpen. Het is interessant om te zien dat in grote delen van Europa gronden verarmen door gebrek aan organische stof uit dierlijke mest, terwijl wij in Nederland een overschot hebben.” Volgens Kanters groeit de export van Nederlandse mestproducten gestaag. Het afgelopen jaar zette hij 25.000 ton verwerkte mestproducten af in Oost-Duitsland en Polen.

Erkende mestexporteurs

Om vertrouwen te krijgen bij Poolse akkerbouwers zoals Skwarek werkt Kanters met een certificaat van erkende mestexporteur van de NVWA. Ook kunnen de afnemers een laboratoriumtest laten doen. “Zij kunnen dan zelf de gehaltes laten controleren. Dat geeft vertrouwen. Boeren moeten het toch altijd eerst zelf zien voordat ze je geloven.” Ook Skwarek heeft het product zelf nog eens laten testen. “De gehaltes klopten precies met wat er in de papieren staat. Dat geeft vertrouwen.”

Kanters zegt dat de mestmengsels concurreren met kunstmest. Skwarek betaalde € 35 tot 50 per ton, inclusief transport en op het land gelost.

Taalbarrière

Kanters en Skwarek kunnen niet zelf met elkaar in gesprek gaan omdat ze elkaars taal niet spreken. Een Nederlands sprekende Poolse vertegenwoordiger werkt voor Kanters in Polen en onderhoudt het contact. Kanters: “De taal is een barrière. We kunnen niet zelf rechtstreeks met de boeren en bemestingsadviseurs in gesprek. Dat is jammer. We hebben inmiddels in Polen een redelijk netwerk opgebouwd van vertegenwoordigers. Dat werkt goed, al is het natuurlijk altijd prettiger als je wel direct in contact kan staan met je afnemers.” Thomas en zijn medewerker volgen al een Poolse taalcursus.

Dit artikel is gepubliceerd in Ambitie, hét uitdagende zakenblad voor topondernemers in de agrarische sector. Klik hier voor de digitale versie van de complete Ambitie. Nog geen toegang tot de digitale versie? Klik dan hier.

Laatste reacties

  • DJ-D

    Een nederlandse boer anders ook wel...

  • jan1953

    Grond nog hier nog schraler maken.??

  • koestal

    Dan kan nu de bruine vloot naar Polen,de Duitsers hebben net de tolheffing klaar !

  • Jaap39

    De pool wil zo min mogelijk kunstmest gebruiken.

    Wanneer wordt de wetgeving aangepast zodat we het product van deze varkenshouder op Nederlandse akkers aan kunnen wenden, zonder van kunstmest gebruik te moeten maken?

Of registreer je om te kunnen reageren.