Home

Achtergrond

‘Nederlands vee moet terug in top 3 diergezondheid’

Jeannette van de Ven is de nieuwe LTO-portefeuillehouder Gezonde Dieren. Ze is geen vechter, wel een volhouder die inzet op bedrijfshygiëne en vermindering van het aantal contactadressen in alle sectoren.

“De gezondheidsstatus van het Nederlandse vee moet over de hele linie naar een hoger plan worden getild. Niet alleen op papier, een hogere status moet ook daadwerkelijk betekenen dat de dieren gezonder zijn met alle voordelen van dien.” Aan het woord is Jeannette van de Ven, sinds 1 februari de portefeuillehouder Gezonde Dieren bij LTO. Ze steekt haar ambities niet onder stoelen of banken, al begrijpt ze als geen ander dat het werken aan een hogere gezondheidsstatus een proces van de lange adem is.

Waarom bent u geschikt als portefeuillehouder Gezonde Dieren?

“Toen ik gevraagd werd, heb ik direct argumenten aangevoerd waarom ik niet geschikt zou zijn. Ik vind het lastig om op het scherpst van de snede te onderhandelen en hecht heel veel waarde aan de relatie. ‘Je moet iemand zoeken die veel harder en zakelijker kan zijn’, gaf ik aan. Volgens LTO was dat te organiseren naast mij, LTO zocht juist iemand die kan verbinden. Zowel de dierlijke sectoren onderling als ook de verbinding tussen dierhouderij en maatschappij.”

Waarom was LTO op zoek naar een ‘verbinder’?

“Vanwege de grote mate van individualisering in de veehouderij. De ondernemer van nu is niet meer de ondernemer van 15 jaar geleden; 25 jaar geleden hadden we het nog niet eens over ondernemers maar over boeren. Zowel het opleidings- als kennisniveau is enorm toegenomen. Veehouders zijn zakelijker en daarbij wil iedere sector zich steeds nadrukkelijker profileren, een bepaalde mate van uniciteit uitstralen. Daar is op zich niets mis mee, en ik ben zeker niet iemand die overal nog even een plasje overheen wil doen. Maar ik denk wel dat het gemeenschappelijke stuk de laatste jaren een ondergeschoven kindje is geweest.”

Waarom is de naam van de portefeuille veranderd van Diergezondheid naar Gezonde Dieren?

“Omdat alleen diergezondheid of dierenwelzijn de lading niet dekt. Onder Gezonde Dieren verstaan we diergezondheid, dierenwelzijn, een gezond economisch renderend bedrijf en aandacht voor de volksgezondheid. Er is duidelijk een link met de maatschappij. Gezonde dieren zijn de spil. Je kunt nog zo’n mooie sector hebben, maar als de maatschappij je uitkotst dan heb je een probleem. Ik heb dat aan den lijve ondervonden. ”

Q-koorts is van grote invloed geweest op uw vorming als bestuurder?

“Ja. Ik heb het LTO-bestuur voorgehouden dat Q-koorts tegen me gebruikt kan worden tijdens onderhandelingen. Een verwijzing naar hoe het met Q-koorts met betrekking tot de volksgezondheid is geëscaleerd, is snel gemaakt. Mensen zouden kunnen denken dat ik daardoor sec minder hard aan de kant van de veehouders sta.”

Uw eerste vergadering als voorzitter was een dag na het ruimen op uw eigen bedrijf?

“Ja, het was een zware vergadering, maar toen heb ik wel mijn draagvlak verdiend. Ik heb destijds gezegd: ‘als ik dit overleef, kan ik echt alles’. Wel is het zo dat het bestuurlijke werk ook een goede afleiding vormde, terwijl veel collega’s gedwongen met veel spanning, verdriet en onzekerheid thuiszaten.”

Nederland is flink teruggezakt als het gaat om diergezondheidsstatus ten opzichte van omliggende landen. Wat gaat u daaraan doen?

“Ik vind dat je voor alle sectoren de hoogst mogelijke status moet ambiëren, maar dat moet wel echt effectief een goede status zijn. Je wordt niet blij van een status die alleen op papier waarde heeft. Het zou mooi zijn als we weer bij de top 3 van landen met hoogste diergezondheidsstatusin de EU zouden behoren. Tegelijk besef ik dat dit voor een aantal sectoren een grote uitdaging vormt. Voor een aantal ziektes is dat binnen de sector te regelen. Bijvoorbeeld als er sprake is van een groot gemeenschappelijk belang als voedselveiligheid of volksgezondheid.”

Bij het IBR- en BVD-dossier duurt het wel heel lang voordat alle neuzen dezelfde kant op wijzen!

“Je ziet inderdaad dat het heel lastig wordt als er geen sprake is van één groot gemeenschappelijk belang. Niet iedereen heeft hetzelfde gevoel van urgentie en daarbij vormt financiering dan een grotere uitdaging. Dit soort processen kosten veel tijd. Ik heb ook zeker niet het idee dat ik in één keer de wereldproblemen kan oplossen, maar ik wil de wereld wel een beetje beter proberen te maken.”

Geld blijft een probleem?

“Het collecteren ervan is na het wegvallen van de productschappen in veel sectoren een probleem geworden. In de zuivel gaat het redelijk gemakkelijk, maar in bijvoorbeeld de pluimvee- en varkenssector is er gewoon niets. Willen we diergezondheid en dierenwelzijn een belangrijke plek geven in onze sectoren dan moet er gewoon geld zijn. Hetzelfde geldt trouwens voor kennis en onderzoek.”

Moet het aanpakken van ziektes als IBR en BVD niet sneller?

“Vaak zie je dat het toch echt tijd nodig heeft. Zo vroeg ik 4 jaar geleden aan geitenhouders of we niet preventief het antibioticagebruik moesten gaan bijhouden. Een deel zei nee, onder het mom van geen slapende honden wakker maken. Ik had er geen goed gevoel bij, maar besloot het te laten rusten. Maar dan komt wel de volhouder in me boven. Een paar jaar later vroegen jongere geitenhouders me waarom we dit nooit waren gaan monitoren, dan kun je immers beter sturen en eigen cijfers hoef je niet direct aan de grote klok te hangen. Ik legde hen uit dat het hun ouders waren die daar een aantal jaar eerder nog geen oren naar hadden. ‘Dat zou ons pap goed geweest kunnen zijn’, lachte een van de geitenhouders. Zo zie je dat het tijd kost om mensen mee te nemen in een proces, bewustwording.”

Op welke punten gaat u komende periode focussen?

“Als eerste het belang van bedrijfshygiëne. Een tweede punt is het heen en weer gesleep met vee. Dat vind ik zorgwekkend. Een derde belangrijk punt, en dat is wellicht het moeilijkst te verwezenlijken, is proactief werken in plaats van reactief.”

Zegt u eigenlijk dat de structuur die na de varkenspest in de varkenssector is ingevoerd ook in andere sectoren zou moeten worden ingevoerd. Dus 1-op-1-relaties en een maximaal aantal contactadressen?

“Als ik nu ja zeg, kan ik niet nog niet alle consequenties per sector overzien. Maar die denkrichting spreekt me zeker aan.”

Hoe wilt u bedrijven aansporen meer werk te maken van bedrijfshygiëne?

“Ik denk niet dat je dit kunt afdwingen. Maar als de je risico’s bij diergezondheid op een eenvoudige manier wilt verkleinen, is dit het eerste wat je kunt doen en het levert ook nog eens direct geld op. Ondernemers moet je kunnen overtuigen dat er in het gebruik van bedrijfskleding en schoeisel meerwaarde zit. Bedrijven met een heel hoge diergezondheidsstatus doen het financieel vaak erg goed.”

Afnemers nemen steeds meer eisen op in hun leveringsreglement. Is dit wenselijk?

“In de basis zijn deze reglementen gebaseerd op en bedoeld voor het naleven van de Europese richtlijnen voor voedselveiligheid. Het is heel handig dat je daar dingen aan toe kunt voegen, maar je moet wel iedere keer een kritische afweging maken of de kerstboom niet te zwaar wordt opgetuigd. Dan loop je het risico draagvlak voor het kwaliteitssysteem te verliezen. Alternatief is om te wachten op wetgeving, maar dat valt in de praktijk bijna nooit gunstiger uit.”

‘Wachten op wetgeving valt bijna nooit gunstiger uit’

Maakt u zich zorgen over de huidige schaalvergroting in de veehouderij?

“Over de reacties vanuit de maatschappij, ja. Want we zien gewoon heel weinig draagvlak voor grote bedrijven. Als je stelt dat schaalvergroting automatisch zorgwekkend is voor de diergezondheid, nee. Want je ziet heel vaak bij bedrijven die doorgroeien, dat ze investeren in innovaties en bedrijfshygiëne hoog in het vaandel hebben staan.”

Over het algemeen kan schaalvergroting dus gewoon doorgaan?

“Maatschappelijke acceptatie houdt een keer op. Ik denk dat er echt wel fysieke grenzen zijn. Zeker in Nederland waar we met veel mensen en veel dieren op een postzegel zitten. Dan kun je wel roepen, ‘de bedrijven in Brazilië zijn nog veel groter’, maar daar heeft de maatschappij geen boodschap aan.”

Wie moet grenzen stellen?

“Het zou sterk zijn als de sector dit op basis van signalen uit de maatschappij zelf zou kunnen. Ik ben bang dat als we niets regelen, de overheid een de grens gaat aangeven. De vraag is of het goed is daar concrete aantallen aan te koppelen. Ik vind dat een moeilijk punt omdat het aantal niets zegt over de manier van houden. Dus de input vanuit maatschappij is in dezen erg belangrijk.”

Geschreven door Robert Bodde en Jan Willem Veldman

Van Hoof blijft verantwoordelijk voor IBR/BVD-dossier

Oud-portefeuillehouder Diergezondheid Toon van Hoof blijft verantwoordelijk voor het IBR/BVD-dossier totdat het geïmplementeerd is. Van de Ven voelt niet de behoefte uitspraken te doen over dit dossier dat grotendeels op financiering door verschillende partijen lijkt vast te zitten. Invoering van het bestrijdingsprogramma is al verschillende keren uitgesteld. Nu hebben de Nederlandse zuivelondernemingen, verenigd in de Nederlandse Zuivelorganisatie (NZO) afgesproken de bestrijding van IBR en BVD per 1 januari 2018 verplicht te stellen in hun leveringsvoorwaarden.

Of registreer je om te kunnen reageren.