Home

Achtergrond

Vergoeding hoogspanningsmast ter discussie

Nederland staat vol hoogspanningsmasten. Meestal op boerenland. Er is een vergoeding, maar die varieert sterk.

Sinds 2013 is er een overeenkomst tussen LTO en TenneT, de beheerder van het hoogspanningsnetwerk in Nederland, over onder andere de vergoeding die boeren ontvangen als ze te maken krijgen met een of meerdere hoogspanningsmasten op hun land. Dit tarief geldt voor alle grondeigenaren of gebruikers, dus ook voor niet-LTO-leden. Deze regeling geldt echter alleen voor nieuw aan te leggen hoogspanningsleidingen en masten. Alle hoogspanningsverbindingen van voor 2013 vallen buiten deze afspraken. Het gevolg hiervan is dat er in de loop van de tijd grote verschillen zijn ontstaan in de jaarlijkse vergoedingen die boeren ontvangen. Sommigen krijgen niets, omdat ooit de vergoeding eenmalig is afgekocht, anderen krijgen jaarlijks een schadevergoeding.

Kamervragen

Dit grote verschil is ook doorgedrongen tot de Tweede Kamer en dat leidde eind februari tot Kamervragen aan de minister van Economische Zaken. Kern van de Kamervragen is dat verwacht wordt dat de minister iets doet aan de ongelijkheid en in overleg treedt met TenneT om de onkostenvergoeding landelijk gelijk te trekken. Vandaag, dinsdag 28 maart, gaf minister Henk Kamp van Economische Zaken antwoord. Hij wil de verschillen in vergoedingen voor hoogspanningsmasten niet gelijktrekken.

Kees van Rooijen is binnen LTO Nederland verantwoordelijk voor het Dossier Leidingen en onderhandelaar namens LTO met TenneT. “Die Kamervragen komen niet zomaar uit de lucht vallen”, zegt Van Rooijen. “Toen we in 2013 een deal sloten met TenneT, hebben we meteen gezegd dat we terug zouden komen op een goede regeling voor oude contracten. We willen dit in de komende tijd graag met TenneT in de minne oplossen. Wat LTO betreft, moet zoveel mogelijk geüniformeerd worden.”

Boeren ontvangen een vergoeding als ze te maken krijgen met een of meerdere hoogspanningsmasten op hun land. Foto: Michel Zoeter
Boeren ontvangen een vergoeding als ze te maken krijgen met een of meerdere hoogspanningsmasten op hun land. Foto: Michel Zoeter

Onderhandeling over oude contracten

De reden dat het gesprek over de oude contracten vier jaar na het afsluiten van de overeenkomst nog niet is begonnen, heeft volgens Van Rooijen te maken met de complexiteit. TenneT heeft vele rechtsvoorgangers die allemaal op hun eigen wijze zaken vastlegden en wel of niet archiveerden. Daarnaast waren er geen landelijke tariefafspraken tussen toenmalige netwerkbeheerders. Van Rooijen: “Het is een enorm klus voor TenneT om dat te inventariseren, ik heb er wel begrip voor dat ze daar tijd voor nodig hebben. We hebben het op de agenda gezet voor het volgende overleg en TenneT heeft gezegd dat het zich hierop gaat voor bereiden.”

Bij TenneT wil men niet reageren op de mogelijke gevolgen van de Kamervragen. “Er zijn verschillen in onkostenvergoedingen”, erkent Angélique Avink, teammanager afdeling grondzaken van TenneT.
“Er zijn afspraken uit verschillende periodes, door toenmalige netwerkbeheerders gemaakt. We baseren ons op de gemaakte afspraken binnen die bestaande overeenkomsten. Op de Kamervragen ga ik niet inhoudelijk in, mocht er politiek een verandering komen, dan zien we dat onze kant wel opkomen en gaat TenneT bekijken wat de impact is.”

Ondermijning draagvlak

Of het nodig is om alle oude contracten open te breken, kan Kees van Rooijen niet zeggen. Wel is het volgens hem nodig om tot een algemene regeling voor de duur van de contracten te komen – hij wil af van eeuwigdurende contracten – en daarnaast eenduidige vergoedingen voor de hoogspanningsmasten. “In redelijkheid zou de leidingbeheerder dat moeten willen aanpassen om het draagvlak voor nieuwe leidingen niet te ondermijnen.” Van Rooijen erkent wel dat om dit te bereiken er goodwill van TenneT nodig is. “Het zijn contracten die in principe staan.”

Het grote verschil in vergoedingen voor hoogspanningsmasten op het land is nu ook doorgedrongen in politiek Den Haag. Foto: Henk Riswick
Het grote verschil in vergoedingen voor hoogspanningsmasten op het land is nu ook doorgedrongen in politiek Den Haag. Foto: Henk Riswick

Vergoedingen bij aanleg leidingen

De vergoedingen die TenneT en LTO overeengekomen zijn, bestaan uit twee delen: een eenmalige afsluitvergoeding voor de eigenaar en een meewerkvergoeding voor de gebruiker voor het ter beschikking stellen van de grond tijdens de aanleg. Voor deze vergoedingen geldt dat ze geïndexeerd worden. De afsluitvergoeding is dit jaar bepaald op € 3,07 per m2 (dat was bij de start in 2013 € 2,69). De meewerkvergoeding is voor de dit jaar € 1,23
per m2 (in 2013: € 1,07).

Schadevergoeding

Daarnaast betaalt TenneT schadevergoedingen. In eerste instantie voor schade die ontstaat tijdens de aanleg, maar daar waar sprake is van bijvoorbeeld een mast ook eenmalig een schadevergoeding voor de waardedaling van de grond en een jaarlijkse schadevergoeding voor gederfde inkomsten als gevolg van de aanwezigheid van de hoogspanningsmast. Op de site van LTO Noord staan in Dossier TenneT per project de afgesproken vergoedingen.

TenneT is momenteel druk bezig met de aanleg van de 380 kV hoogspanningsverbinding tussen Doetinchem en het Duitse Wesel. Foto: Henk Riswick
TenneT is momenteel druk bezig met de aanleg van de 380 kV hoogspanningsverbinding tussen Doetinchem en het Duitse Wesel. Foto: Henk Riswick

Niet iedereen is tevreden te stellen

Dat de afspraken die LTO met TenneT heeft gesloten niet door alle boeren omarmd worden, geeft Van Rooijen ruiterlijk toe. “Het ligt er helemaal aan waar een perceel met een hoogspanningsmast erop ligt. Stel het perceel ligt net naast het dorp, dan zullen eventuele uitbreidingsplannen niet op die grond gerealiseerd worden.”

Op papier is daarvoor een schadeloosstelling aan te vragen, een toekomstschadevergoeding, maar voor de rechter bewijzen dat de nieuwe woonwijk, als de mast er niet gestaan had, juist op die grond was gebouwd, is heel moeilijk.

Toch is het algemene beeld van de overeenkomst met TenneT positief. “De bedragen zijn aanmerkelijk verhoogd, meer dan trendmatig”, aldus Kees van Rooijen van LTO-Nederland. Maar Van Rooijen weet ook dat volgens delen van zijn achterban er nog geen sprake is van een marktconforme vergoeding. In 2018 loopt de huidige overeenkomst af. Volgend jaar zal blijken hoe tevreden beide partijen zijn en of er een vervolgovereenkomst komt.

Naam: Frank van der Valk (47) Plaats: Voorhout, gemeente Teylingen Bedrijf: vaste plantenkwekerij op 3 hectare eigen grond met sierteeltgewassen zoals pioenrozen, irissen, yuka’s en hosta’s. Van der Valk teelt op open grond. Sinds 2001 gevestigd in Voorhout, de kweker moest verdwijnen uit Leiderdorp in verband met de hogesnelheidslijn. Foto: Frank van der Valk
Naam: Frank van der Valk (47) Plaats: Voorhout, gemeente Teylingen Bedrijf: vaste plantenkwekerij op 3 hectare eigen grond met sierteeltgewassen zoals pioenrozen, irissen, yuka’s en hosta’s. Van der Valk teelt op open grond. Sinds 2001 gevestigd in Voorhout, de kweker moest verdwijnen uit Leiderdorp in verband met de hogesnelheidslijn. Foto: Frank van der Valk

‘Bij al het werk kom ik dat kreng tegen’

Samen met tien buren, boeren en kwekers heeft Franck van der Valk het voor elkaar gekregen dat er in de politiek eindelijk aandacht is voor de grote vergoedingsverschillen voor bedrijven met een hoogspanningsmast op het land.
Van der Valk heeft zijn bedrijf in de bollenstreek en daar loopt een hoogspanningsleiding van IJmuiden naar Leiden, die net na de Tweede Wereldoorlog is aangelegd. Alle masten zijn destijds eeuwigdurend afgekocht voor een eenmalig bedrag van 200 gulden. “Er is toen waarschijnlijk een inschatting gemaakt met de manier van werken van destijds. Met de riek, het rooimes, het planten met de hand en transport met de kruiwagen. Dat is nu heel anders, het is niet meer van deze tijd. Ik moet alleen al tien keer per jaar met mijn rugketeltje Roundup of de bosmaaier onder de mast om het onkruid van mijn bedrijf weg te houden. En dat is niet het enige: met alles wat ik doe, kom ik dat kreng tegen.”
Van der Valk schat dat hij jaarlijks zeker € 500 tot € 600 kwijt is aan extra werk door die mast. “En dan reken ik geen hovenierstarieven.” Samen met collega’s is Van der Valk naar TenneT gestapt om duidelijk te maken dat het niet meer redelijk is. Daarnaast zijn er verschillen die niet te verklaren zijn, volgens de kweker. “Een akkerbouwcollega van mij zit een stukje verderop en krijgt wel een jaarlijkse vergoeding, terwijl het om dezelfde hoogspanningsleiding gaat, onbegrijpelijk. Het gesprek met TenneT leverde echter niets op. “Ze wilden niet eens erkennen dat er verschil zit in de vergoedingen.”
In de ogen van de plantenkweker vroegen hij en zijn collega’s echt niet te veel, ze wilden een hindervergoeding of onderhoudsvergoeding om de onkosten te dekken. Iemand is vervolgens de schade komen taxeren, maar daar is uiteindelijk niets mee gedaan. TenneT weigerde verder te praten, want dat was in het verleden afgekocht. “Onder het mom van contract is contract.” Toen er niet te praten viel met TenneT, heeft Van der Valk een mail gestuurd naar de griffie van de commissie EZ. “Maar we kregen het maar niet op de agenda.” Uiteindelijk kwam hij terecht bij PvdA’er Lutz Jacobi. “Nu staat het wel op de agenda.”
In een reactie laat TenneT weten de manier waarop Van der Valk met de problematiek is omgegaan, niet fraai te vinden, maar dat het inhoudelijk conform wet- en regelgeving is.

TenneT krijgt toch onbeperkt recht van opstal op elektriciteitsmasten

Een hoogspanningsmast op je land staat er niet tijdelijk, maar in principe voor altijd. Dat blijkt uit een rechtszaak tussen twee landeigenaren rond Doetinchem – Landgoed Kasteel Keppel bv en Pallandt van Keppel Stichting – en TenneT.

De Raad van State (RvS) stelde onlangs TenneT in het gelijk in een zaak over de aanleg van een hoogspanningsleiding tussen Doetinchem en Voorst. De netwerkbeheerder krijgt een eeuwigdurend recht om hoogspanningsmasten op de grond van Keppel en Pallandt te hebben staan, het zogeheten recht van opstal.

Beide grondeigenaren hadden voorgesteld om het recht van opstal te beperken tot in beginsel 50 jaar, omdat dat de economische afschrijvingstermijn is voor de masten. Dat wilde TenneT niet. De grondeigenaren vinden dat de netbeheerder onvoldoende heeft geprobeerd ‘langs minnelijke weg’ tot overeenstemming te komen. Maar de rechters gaan daar niet in mee.
TenneT heeft wel degelijk een serieuze en redelijke poging gedaan overeenstemming te bereiken met Keppel en Pallandt. TenneT bood voor het vestigen van het recht van opstal afsluitvergoedingen van ruim € 19.000 en een schadevergoeding van € 5.000. Ook is door TenneT aangegeven waarom een beperking van dat recht geweigerd is. Beperking van het recht van opstal tot de economische afschrijftermijn zegt niets over de feitelijke gebruiksduur. Daarnaast stelt de RvS dat een zakelijk recht voor onbepaalde tijd – in dit geval op het kunnen gebruiken van de hoogspanningsmasten voor transport van elektriciteit – een beperking van het recht van opstal ongewenst maakt.

Hoogspanningsmasten kunnen belemmerend werken in de bedrijfsvoering. Foto: Herbert Wiggerman
Hoogspanningsmasten kunnen belemmerend werken in de bedrijfsvoering. Foto: Herbert Wiggerman

Boer is geen eigenaar van hoogspanningsmasten

Behalve dat hoogspanningsmasten belemmerend kunnen werken in de bedrijfsvoering had een boer uit Smallingerland een wel heel bijzondere ervaring met het drietal masten op zijn land. Hij kreeg van de plaatselijke belastingambtenaar een aanslag onroerendezaakbelasting over het jaar 2013 opgelegd voor de drie masten op zijn grond. Of hij maar € 3.000 per mast wilde betalen. Volgens de belastingambtenaar was de boer ‘genothebbende’ van de masten en moet er daarom belasting over betaald worden. De ambtenaar baseerde zich daarbij op artikel 5:20 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Volgens dat artikel omvat eigendom van grond onder meer de eigendom van gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd. De belastingambtenaar was van mening dat het recht van opstal in dit geval een zakelijk recht is om onroerende zaken in eigendom te hebben of te krijgen. Dus de hoogspanningsmasten zijn van bij de betreffende boer in de redenering van de ambtenaar.
In 2015 diende deze zaak in Groningen voor de rechtbank Noord-Nederland. De rechtbank oordeelde dat de gemeente Smallingerland ten onrechte geen oog had voor de Belemmeringenwet Privaatrecht die grondeigenaren verplicht in het kader van het publieke belang een object als een hoogspanningsmast te gedogen op de grond. Daarom geldt het zakelijk recht van opstal volgens het BW in dit geval niet. De boer is niet de ‘genothebbende’ van de masten en dus is er ten onrechte een WOZ-beschikking en een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd. De aanslagen zijn vernietigd.

Of registreer je om te kunnen reageren.