Home

Achtergrond 3 reacties

Zweden: Streng op welzijn, makkelijk qua milieu

Zuid-Zweden als alternatief voor Nedersaksen en Denemarken. Het land biedt kansen voor veehouders, maar het bedrijvenaanbod is ook kleiner.

Boeren die emigreren zoeken het vaak dichtbij: Nedersaksen, Noordrijn-Westfalen of Denemarken. Maar een veel onbekendere markt ligt niet veel verder weg: Zuid-Zweden. De dichtstbijzijnde stad Malmö ligt op nog geen 800 kilometer afstand van Utrecht. De meeste veebedrijven liggen iets noordelijker, maar evengoed binnen een straal van 400 kilometer van Malmö.

Boerderij trok in november naar Zuid-Zweden, reed van Malmö naar het noordelijkere merengebied, bezocht meerdere Zweedse boeren en sprak met emigratiebegeleider Claudia Gloudemans van Interfarms, die al jaren in het Zweedse Hjo woont. “Een veehouder/vakman die zijn grondpositie op orde heeft, heeft in Zweden in principe onbeperkte mogelijkheden.”
Artikel gaat verder onder dit kaartje.

Veel stoppers

Zweedse veebedrijven én aanverwante partijen (voerleveranciers, verwerkers, loonwerkers) bevinden zich bijna allemaal in Zuid-Zweden. Dat bosrijke en dunbevolkte gebied loopt grofweg van Malmö in het zuiden tot de bovenkant van het merengebied/Stockholm. In die regio zijn veel potentiële stoppers. De meeste eigenaren zijn tussen de 55 en 65 jaar en hebben vaak geen opvolger. De reden is simpel: in Zweden is werk genoeg en lonen liggen super hoog. Dan lonkt het boerenleven niet. Er staan nu al meer bedrijven te koop en dat zal de komende jaren toenemen.

Eigen vermogen van 25% meenemen

Maar er zijn kanttekeningen. Wie een Zweeds bedrijf wil kopen, moet in vergelijking met Denemarken veel eigen vermogen meenemen: 25%. Ook moet het bedrijvenaanbod nog wat meer loskomen, omdat veel Zweden graag op het eigen erf willen blijven en niet verkopen. Dat komt echter steeds minder vaak voor.

Zuid-Zweden is fraai, ligt niet extreem ver weg en kan een aantrekkelijke bestemming zijn voor (melk-)veehouders. Foto's: Theo Brummelaar
Zuid-Zweden is fraai, ligt niet extreem ver weg en kan een aantrekkelijke bestemming zijn voor (melk-)veehouders. Foto's: Theo Brummelaar

Niet veel kouder dan in Nederland

Wat in Zuid-Zweden opvalt, is dat de temperaturen niet veel lager zijn dan in Nederland. Het is kouder, maar het verschil is niet groot. Voor akkerbouwers is dit koudere klimaat niet ideaal, maar veehouders kunnen er qua stallenbouw op inspelen door klimaatmaatregelen te nemen. Temperaturen onder de -15 graden komen zeker voor, maar niet vaak, zeggen veehouders. In de zomer is het meestal rond de 25 graden.

Waar de meeste veehouders zitten ligt de grondprijs rond de € 13.500 per hectare

Hoogste grondprijs tot € 30.000

In Zuid-Zweden verschilt het bodemtype van (zware) klei tot zand en humus. Klei komt het vaakst voor. De beste gronden bevinden zich rond Malmö. Daar zitten de meeste akkerbouwers. Grondprijzen liggen hier ook het hoogst: € 25.000 tot € 30.000 per hectare. Ter hoogte van het Zweedse merengebied – waar de meeste veehouders zitten – wordt € 12.000 tot € 15.000 per hectare betaald.

Zweedse grondhonger is niet te vergelijken met de Nederlandse

Pachtprijzen tot maximaal € 500

De pachtprijzen variëren van € 220 (merengebied) tot € 300 à € 500 per hectare in de regio Malmö. Er is echter een EU-pachtsubsidie van rond de € 200 per hectare. Volgens Gloudemans stijgen Zweedse grondprijzen de laatste jaren wel, maar gestaag. De Zweedse grondhonger is niet te vergelijken met de Nederlandse of Deense.

Veel veldkavels

De verkaveling is vaak wel minder. Zuid-Zweden is geen Flevopolder. Melkveebedrijven hebben gemiddeld 5 tot 7 veldkavels en er zitten ook stenen in de grond. De reden van het hoge aantal veldkavels is dat Zweden bijna één groot dennenbos is. Boeren hebben bijna altijd bosland in hun bezit en dat zit tussen de percelen in. Dit heeft ook een voordeel. De houtkap zorgt voor extra inkomsten.

De melkveehouderij biedt vooral kansen voor emigranten. Milieuregels zijn veel minder streng. Voor varkenshouders is arbeid een aandachtspunt; er is vaak veel grond.
De melkveehouderij biedt vooral kansen voor emigranten. Milieuregels zijn veel minder streng. Voor varkenshouders is arbeid een aandachtspunt; er is vaak veel grond.

Weinig milieubeperkingen

Zuid-Zweden biedt in de eerste plaats vooral kansen voor melkveehouders. Bedrijven hebben hier gemiddeld 90 melkkoeien. Meestal met ruim voldoende grond (wel minder grasopbrengst; 9 à 10 ton per hectare). Natuurgebieden zijn geen obstakel zoals in Nederland. De Zweedse milieuvergunning tot 400 melkkoeien is beperkt en er zijn maar enkele voorwaarden, zoals: 8 maanden mestopslag en tot 22 kilo fosfaat per hectare uitrijden. “Dat laatste geldt voor het hele bedrijf. Er mag dus gemiddeld worden. Voor kunstmest is er helemaal geen beperking. Er zijn veel minder regels dan in Nederland”, aldus Gloudemans.

‘Ammoniak, geur of fijn stof zijn hier geen thema’s’

Uitrijverbod mest

De normen worden echter wel iets strenger. In nitraatgevoelige gebieden mogen boeren tussen 1 november en 28 februari geen mest uitrijden. In andere gebieden mag dit wel, mits direct ondergeploegd. Die gebieden worden echter kleiner. Een mestboekhouding is hoe dan ook niet nodig. Boven de 400 melkkoeien wordt een milieuvergunning vooral bureaucratischer. Gloudemans: “Geen extra milieuregels, wel meer controles. Ammoniak, geur of fijn stof zijn hier overigens geen thema’s.”

Slachtkoeien brengen in Zweden veel op: € 1.500 tot € 2.000 per dier

Term bouwblok bestaat niet

Welstandscommissies zijn er ook niet. Daarnaast bestaat de term bouwblok niet en zijn bouwvergunningen in Zweden niet nodig. Dat geldt wél voor een welzijnsvergunning. En welzijn staat hier hoog op de agenda. Vijf maanden weidegang is verplicht, mestkelders zijn vanwege de ammoniaklucht verboden en ligboxen moeten liefst 1,25 meter breed zijn. Het maakt stallenbouw naast klimaatmaatregelen duurder dan in Nederland. Daar staat ook een plus tegenover. Slachtkoeien brengen in Zweden relatief veel op: € 1.500 tot € 2.000 per dier. Puur omdat het Zweeds vlees is.

Varkens houden mét grond

Er zijn niet veel varkenshouders die emigreren naar Zweden. Toch zijn er kansen, al is de situatie totaal anders dan in Nederland. Bedrijven zijn kleiner en hebben vaak meerdere locaties (risico op ziekte-insleep). Ook zitten er meer uren in een kilo vlees en ligt de kostprijs door strenge welzijnseisen, zoals verplicht stro, gemiddeld € 0,15 per kilo hoger dan hier. Daar staan echter veel voordelen tegenover. De opbrengstprijs ligt vaak meer dan € 0,15 per kilo hoger en de Zweedse consument is chauvinistisch als het om voedsel gaat.

Eigen varkensvoer telen

Ook zijn milieuregels soepel. Maar de belangrijkste troef is land. Zweedse varkenshouders hebben vaak veel grond en telen hun eigen voer en zetten mest af op eigen land. En anders betalen akkerbouwers er graag voor. “Voor Nederlandse varkenshouders is het vooral de vraag of de extra arbeid bij ze past en of ze land wíllen bewerken.”

Akkerbouwers hebben het botgezegd altijd minder dan in Nederland. Granen vormen de hoofdmoot. Het koudere klimaat en de korte oogstperiode zijn niet ideaal.
Akkerbouwers hebben het botgezegd altijd minder dan in Nederland. Granen vormen de hoofdmoot. Het koudere klimaat en de korte oogstperiode zijn niet ideaal.

Korte oogstperiode

Voor akkerbouwers is het een ander verhaal. Het koudere klimaat en de korte oogstperiode drukken de opbrengsten. Ook zitten er veel stenen in de grond.

“Dit is geen akkerbouwland”, zegt Gloudemans. “Graan is hier uit noodzaak de hoofdtak voor telers. In de streek rond Malmö zitten bietentelers omdat daar een fabriek zit, maar dan houdt het qua gewassen wel op.”

‘Akkerbouwers kunnen zich in de korte oogstperiode weinig pech veroorloven’

Veel zelf doen

De Zuid-Zweedse infrastructuur verschilt sterk van de Nederlandse. Afstanden zijn groot en dat maakt transport duur. Voerleveranciers, loonwerkers of monteurs zijn prijzig. Ook zijn er minder dierenartsen. Afhankelijkheid heeft in Zweden een prijskaartje én kost tijd. Zweedse boeren doen om die reden veel zelf. Gloudemans: “Dat moet wel. Zeker akkerbouwers kunnen zich in de korte oogstperiode weinig pech veroorloven. Maar goed onderhoud houdt de kostprijs op bedrijven ook laag. Loonwerkers zijn minder snel beschikbaar. Mest uitrijden of hakselen kan altijd, maar maaien wordt al lastiger. En loonwerkers die op het bedrijf komen voeren, zie je hier echt niet.”

Duur voer

Voerleveranciers – er zijn er vier – zijn ook duur. Maar doordat Zweedse boeren veel eigen land hebben, kunnen ze het meeste voer vaak zelf telen. In vergelijking met Nederland wordt dan ook weinig voer aangekocht. De kosten zitten vooral in eigen gezinsarbeid.

Afhaalplicht Arla

Aan de afnemerskant geldt voor melkveehouders dat Arla een afhaalplicht heeft. Die betaalt in de regel iets minder dan FrieslandCampina. Kleinere alternatieven – Falköpping, Skåne, Gäsene – zijn er ook. Die betalen meer, maar het is lastiger om hier bij te komen.

‘Boeren krijgen hier nog veel waardering’

Goede sociale voorzieningen

In Zuid-Zweden is het leven rustig en gemoedelijk. Het verenigingsleven is vergelijkbaar met Nederland, maar afstanden zijn groter en een ‘kroeg op het plein’ ontbreekt. “Zweden zijn kalm, bescheiden en stipt. Als je geen drukke betweter bent, word je snel geaccepteerd. En boeren krijgen hier nog veel waardering”, vertelt Gloudemans die de sociale voorzieningen als extra troef noemt. “Wij betalen geen ziektekostenverzekering of schoolgeld, de kinderopvang is enorm goedkoop en zwangerschapsverlof is hier één jaar.” Een nadeel is er ook. Emigranten moeten rekening houden met donkere winters en lichte zomers. “Eind december wordt het hier om 15.00 uur al donker.”


De Zweedse veehouderij en akkerbouw in cijfers

Zweedse melkveehouders zitten vooral in het zuiden van het land. Zweden telt ongeveer 4.000 veehouders en 350.000 melkkoeien. Het gemiddelde bedrijf heeft zodoende 88 melkkoeien. De melkaanvoer in 2016 bedroeg 2,8 miljoen ton. Arla is de grootste zuivelverwerker met krap 65% van de markt. Daarnaast zijn er enkele kleinere verwerkers. Varkenshouders zitten ook vooral in Zuid-Zweden. In totaal zijn er nog zo’n 1.000 bedrijven. Die houden samen 2,5 miljoen vleesvarkens en 110.000 zeugen. Het land telt 10 slachterijen. Die bevinden zich allemaal in het zuiden van het land. De Zweedse akkerbouwers zitten veel meer over het hele land verspreid. Granen vormen de hoofdmoot met 1,01 miljoen hectare. Ruim 24.000 bedrijven hebben granen in het bouwplan. Op grote afstand volgen winterkoolzaad (105.000 hectare), suikerbieten (31.000 hectare) en aardappelen (25.000 hectare). Dit blijkt uit cijfers van het Zweedse landbouwministerie over 2016 (veehouderij) en 2017 (akkerbouw).

Check de grond- en pachtprijzen, actuele koopaktes en andere agrarische transacties op boerderij.nl/landbouwgrond

Laatste reacties

  • John*

    zouden daar ook akkerbouwers te vinden zijn die het akkerbouw gedeelte voor de varkenshouder willen verzorgen in ruil voor de mest en een vergoeding voor de geproduceerde tarwe en gerst? het voordeel is dat zij dan vaker aardappels of bieten kunnen telen op eigen grond.

  • gerben5

    Hoezo raakt je van de leg van een paar middagen geen varkens?

  • WGeverink

    Ik denk dat je Zweden vooral moet zien @john als een herkansing voor Nederlandse varkenshouders die zin hebben om opnieuw te beginnen op het punt voordat het met de nederlandse varkenshouderij mis begon te lopen en ze draagvlak begonnen te verliezen.

Of registreer je om te kunnen reageren.