Home

Achtergrond

Verder zonder btw-landbouwregeling

Met ingang van 1 januari 2018 gaat een aantal belangrijke fiscale veranderingen in. Een overzicht in 2 delen. Hier het eerste.

Het nieuwe kabinet heeft heel veel plannen op belastinggebied. Sommige veranderingen gaan al in 2018 in. En ook het voorgaande kabinet heeft allerlei belastingwijzigingen doorgevoerd die van kracht worden. Zo is er een eind gekomen aan de landbouwregeling voor de btw.

1. Afschaffen landbouwregeling in de btw

Een maatregel die in 2016 al was aangekondigd is de afschaffing van de landbouwregeling in de omzetbelasting. Deze wijziging gaat op 1 januari 2018 in. Alle landbouwondernemers moeten in het vervolg een btw-administratie voeren en aangiften omzetbelasting in gaan dienen. Dit hoeft overigens niet nadelig te zijn. Als er geïnvesteerd wordt in het bedrijf, dan is het in de meeste gevallen juist voordelig om btw-ondernemer te zijn.

Let wel op bij de overgang naar het verplichte ondernemerschap. De herzieningstermijnen zijn van toepassing. Dat houdt in dat alsnog een deel van de omzetbelasting teruggevraagd kan worden voor investeringen die de afgelopen 5 of 10 jaar zijn gedaan. Voor melkveehouders is verder nog van belang dat er op dit moment een proefprocedure loopt of (jong)vee ook onder de herzieningsregeling valt. Hou dus ook rekening met een herziening op (jong)vee.

2. Btw op oninbare vorderingen terugvragen

Als een debiteur niet betaalt dan kan de btw eerder en sneller teruggevraagd worden. Het is al erg genoeg dat een afnemer niet betaalt, daarom is het goed dat de btw-teruggave eenvoudiger is geworden. U krijgt als crediteur uiterlijk 1 jaar (vroeger 2) na het opeisbaar worden van een vordering recht op teruggaaf. U hoeft ook niet langer een apart teruggaafverzoek in te dienen. Het bedrag van de teruggaaf kan gewoon in mindering gebracht worden op de periodieke btw-aangifte.

De termijn van 1 maand geldt nog steeds. Dat betekent dat de btw-teruggaaf binnen 1 maand na afloop van het tijdvak – waarin duidelijk is dat de factuur niet meer betaald zal worden – in de aangifte moet worden verwerkt. Als de oninbare vordering op een later tijdstip alsnog wordt betaald, moet u de eerder op de aangifte in mindering gebrachte btw opnieuw op de aangifte voldoen.

3. Belasting op spaargeld en verpachte grond

In 2017 werd een nieuw systeem van vermogensrendementsheffing op privévermogen ingevoerd. Voor wie relatief weinig vermogen heeft, betekende dat minder belasting betalen. De heffing op hogere vermogens werd echter verhoogd. Dit nieuwe systeem wordt ook in 2018 toegepast. Wel zijn de percentages van de belastingheffing in box 3 aangepast aan de gemiddelde ontwikkeling van spaarrentes en beleggingsresultaten uit de afgelopen jaren. Ook gaat de vrijstelling iets omhoog. Deze veranderingen pakken goed uit voor de kleine spaarder in 2018. Hetzelfde geldt voor de verpachter van landbouwgrond. Ook daar zijn de rendementen laag en de belastingheffing relatief hoog.

4. Nog één jaar monumentenaftrek

Voor wie in een monumentale boerderij woont is er goed nieuws: de monumentenaftrek voor rijksmonumenten blijft nog één jaar bestaan. In 2019 komt hier een veel zuiniger regeling voor in de plaats.

Onderhoudskosten van monumentale boerderijen kunnen in 2018 nog voor 80% als fiscale aftrekpost opgevoerd worden. - Foto: Mark Pasveer
Onderhoudskosten van monumentale boerderijen kunnen in 2018 nog voor 80% als fiscale aftrekpost opgevoerd worden. - Foto: Mark Pasveer

Om nog in aanmerking te komen voor de ruimere regeling moet in 2018 het onderhoud gepleegd worden. En dan kan 80% van de onderhoudskosten van het monumentenpand als fiscale aftrekpost opgevoerd worden. Het gaat om de kosten voor het vervangen of repareren van onderdelen van monumentenpanden. Kortom, alles wat nodig is om het pand te behouden of te herstellen. Daar hoort dus ook achterstallig onderhoud bij. Kosten voor een verbetering horen er niet bij.

De monumentenaftrek geldt als het rijksmonument een eigen woning is in box 1 of als het pand deel uitmaakt van bezittingen en schulden in box 3.

Is het monumentenpand geen privébezit, maar ondernemingsvermogen? Dan gelden dezelfde regels als voor gewone bedrijfswoningen en is monumentenaftrek niet aan de orde. De onderhoudskosten kunnen gewoon van de winst afgetrokken worden.

Of registreer je om te kunnen reageren.