Home

Achtergrond 1 reactie

Wetenschap biedt fokkerij nieuw perspectief

Met ‘genome editing’ kan heel gericht een eigenschap van een dier of plant worden veranderd, zodat het in volgende generaties overerft. De techniek is er, maar de vraag is of de maatschappij eraan toe is.

De koe kan dankzij slimme genetische technieken in een paar decennia hoornloos zijn. Het Kashmir-schaap kan over tien jaar nog meer en betere wol leveren. Varkensorganen kunnen in de toekomst worden gebruikt voor transplantatiedoeleinden bij de mens. Het is straks mogelijk de kip eieren te laten leggen, waarvan ook de mens met ei-allergie kan genieten. En malaria kan, dankzij de introductie van een genetisch aangepaste mug, zo goed als uitgeroeid zijn over tien jaar.

Het kan, maar gaat het ook gebeuren? De wetenschap is er klaar voor. De eerste kalveren waarbij de eigenschap voor hoornloosheid is ‘voorgeprogrammeerd’, zijn al geboren. Het is mogelijk om in vijf jaar de melkveestapel voor een groot deel hoornloos te maken, waar je met normale fokkerij zo’n twintig jaar over zou doen.

De plantenveredeling staat voor een volgende sprong in de ontwikkeling, diezelfde stap is ook mogelijk bij dieren

Wetenschappers uit alle werelddelen spraken vorige week in Rotterdam over de vraag wat de toepassing van moderne biotechnologie in dieren teweeg kan brengen. Welke perspectieven dienen zich aan, welke risico’s en welke gevaren? In de maatschappelijke en ethische discussie is biotechnologie bij dieren een stap verder dan de verandering van planten.

Genetische modificatie bij geteelde gewassen is weliswaar nog geen gemeengoed in Europa, in de VS en China heeft de teelt van gmo-gewassen sinds de introductie ervan een hoge vlucht genomen. Nu staat de plantenveredeling voor een volgende sprong in de ontwikkeling, en diezelfde stap is ook mogelijk bij dieren.

Mogelijkheden, ethiek en ‘jakkes-factor’

John Dupré is directeur van het Centre for Genomics in Society en professor filosofie aan de universiteit van Exeter. Op het symposium van de Commissie voor Genetische Modificatie liet hij zijn licht schijnen over de nieuwe mogelijkheden van de biotechnologie. Over de ethiek van de aanpassing van het dier aan de houderijsystemen en over de ‘jakkes-factor’.

Dupre krijgt de lachers op de hand, als hij zich afvraagt of we er via genetische modificatie in zullen slagen een rund te laten ontstaan, dat opgegeten wil worden. De opmerking is grappig bedoeld, maar er is wel een serieuze ondertoon voor Dupré.

“De argumenten voor de aanpassing van genetische eigenschappen bij dieren hebben hun basis vaak in de wereldwijde voedselbehoefte. Maar die redenering kan in strijd komen met het argument dat de veehouderij in het algemeen tot inefficiënt gebruik leidt van onze natuurlijke bronnen en mogelijk zelfs onethisch is.”

John Dupré, hoogleraar filosofie: "De 'jakkes-factor' ligt nu lager dan bij de eerste vormen van genetische modificatie." - Foto: Roel Dijkstra
John Dupré, hoogleraar filosofie: "De 'jakkes-factor' ligt nu lager dan bij de eerste vormen van genetische modificatie." - Foto: Roel Dijkstra

Onethisch?

“Dit is misschien niet het beste platform om te praten over de algemene ethiek van het vlees eten, maar die vraag komt onvermijdelijk op enig moment op tafel.”

De nieuwe biotechnologische technieken zoals Crispr/Cas9 maken het mogelijk om erfelijke eigenschappen bij planten en dieren aan of uit te zetten, of mogelijk zelfs te verwijderden. Hoever gaat dat door?

“De mate waarin we eigenschappen kunnen beïnvloeden is beperkt, ook al lijkt het alsof er eindeloos aan de erfelijke eigenschappen van planten en dieren kan worden gesleuteld, met een hoge mate van precisie en een steeds verder afnemende kans op ongewenste bijeffecten. Heel veel eigenschappen liggen op het genoom op heel veel verschillende plekken, waardoor het heel moeilijk of misschien wel onmogelijk is die eigenschappen te beïnvloeden. Daarbij komt dat ook de omgeving, het milieu, invloed heeft op de eigenschappen. Het spectrum van te veranderen eigenschappen is onzeker, maar het is kleiner dan door velen wordt verondersteld.”

'Er werden eigenschappen van de ene soort ingebouwd bij andere soorten'

Denkt u dat nieuwe technieken zoals Crispr/Cas9 door het grote publiek worden geaccepteerd?

“Bij de eerste vormen van transgene genetische modificatie speelt de ‘jakkes-factor’ een rol. Er werden eigenschappen van de ene soort ingebouwd bij andere soorten. Dat veroorzaakte een algemene afwijzende of misschien wel vijandige houding tegenover transgene technieken. Misschien liggen de nieuwe technieken minder gevoelig, omdat ze in het algemeen niet soortoverschrijdend zijn. Maar je kunt wel op een glijdende schaal terechtkomen.”

Kun je daar wat aan doen?

“Ten eerste moeten we af van het idee dat er magische aanpassingen in de erfelijke eigenschappen kunnen worden aangebracht. De wetenschap moet zorgvuldig uitleggen welke veranderingen realistisch zijn en die mogelijkheden moet je op hun merites beoordelen.”

'We hebben nu al dieren gefokt die meer lijden dan vorige generaties. Denk aan koeien de een heel hoge melkproductie hebben'

Moet je die vraag niet in het algemeen stellen bij de fokkerij?

“Misschien wel. We hebben nu al dieren gefokt die meer lijden dan vorige generaties. Denk aan de hond met de platte neus, of aan koeien de een heel hoge melkproductie hebben. Je zou met nieuwe genetische technieken dieren beter kunnen aanpassen aan de optimale houderij-omstandigheden. Bijvoorbeeld door hoornloze koeien te fokken. Die dieren hebben niet te lijden van het onthoornen. Maar je kunt je afvragen of je dan niet minder goede omstandigheden voor dierenwelzijn faciliteert. Van hoornloze koeien kun je er meer in een stal houden, waardoor de veedichtheid toeneemt.”

Dus toepassing van nieuwe technieken bij dieren kan, mits je de juiste ethische afweging maakt.

“Ja. En daarvoor is het nodig dat eerst de misverstanden over wat er met de nieuwe technieken kan en niet kan, worden weggenomen. Er zijn nog veel misverstanden. Ik denk dat er bij een goed begrip van wat het genoom is, geen algemene weerstand meer is tegen veranderingen in het genoom, al zullen er mogelijk wel specifieke zorgen zijn over het dierenwelzijn. En het zal nooit lukken de hele wereld te overtuigen. Er zullen altijd groepen zijn, die meer begrip hebben dan andere.”

Economische levensvatbaarheid

Naast de ethische vraag is er nog wel een ander aspect: de kosten. Niet alles wat met behulp van genome editing kan, is ook economisch levensvatbaar. Niet voor niets heeft de onderzoeksgroep Breed4Food (Wageningen Ur, CRV, Topigs, Hendrix Genetics, Cobb Europa) bij een doorrekening van de mogelijkheid om hoornloze koeien te fokken met behulp van genome editing, ook gekeken naar de kosten. De vraag is niet alleen of alles wat kan, ook moet mogen, maar ook of de kosten van de nieuwe techniek wel opwegen tegen de voordelen die je verkrijgt.

Han Mulder van Wageningen Universiteit liet tijdens het symposium een eenvoudige kostenberekening zien bij een hypothetische omvang van een melkveestapel met uiteindelijk 100.000 hoornloze koeien. Hij berekende dat kosten van genome editing moeten dalen tot onder € 58,80 per aangepaste uitgangscel waaruit een dier groeit, om op te wegen tegen de bespaarde kosten voor het onthoornen (€ 10 per koe). Genome editing daalt in een razend tempo in prijzen, zodat een dergelijke kosten/baten-analyse op korte of lange termijn haalbaar is.

‘Moet een dier worden aangepast aan het houderijsysteem?’

Het grote voordeel van zogenoemde genome editing is dat heel gericht een eigenschap kan worden aangepast. Maar dat werkt alleen maar met eigenschappen waarvan bekend is dat er één gen op het genoom voor verantwoordelijk is. Op die beperkingen wijst ook filosoof John Dupré. Hij stelt de vraag of een dier aangepast moet worden aan het houderijsysteem.

Als er eigenschappen in het geding zijn waarbij verschillende genen een rol hebben en daarbij op elkaar inspelen (zoals bijvoorbeeld bij sommige vormen van ziekteresistentie), wordt aanpassing van het genoom een stuk ingewikkelder, zo niet onmogelijk. De techniek heeft potentie bij dominante eigenschappen die wel voorkomen in een ras of soort, maar niet op grote schaal.

Nieuwe technologieën: opwindend en controversieel tegelijk

De Commissie voor Genetische Modificatie (Cogem) geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de regering over verandering door de mens van erfelijke eigenschappen in planten en dieren. De Cogem hield twee weken geleden een symposium in de aanloop naar een advies dat later dit jaar zal verschijnen, over het gebruik van nieuwe technieken in de dierhouderij.

“Het is opwindend en controversieel tegelijk”, zegt Sybe Schaap, voorzitter van de Cogem. Sinds stier Herman (waarbij een eigenschap werd ingebouwd gericht op de productie van een medicijn uit melk) is de discussie nooit verstomd, niet in de maatschappij, noch in het parlement. En terwijl de wetenschap voortschreed, bleef het op de markt stil. Onderzoekslijnen werden stilgelegd, omdat de maatschappelijke weerstand te hoog bleek. Het tij lijkt nu te keren. In elk geval dienen zich met nieuwe technieken nieuwe mogelijkheden aan, die tegemoetkomen aan een deel van de weerstand.

Hereford-koeien, van nature zonder hoorns. De eigenschap hoornloosheid kan in melkvee worden ingebouwd, zonder de overige eigenschappen van melkvee te beïnvloeden. - Foto: Ronald Hissink
Hereford-koeien, van nature zonder hoorns. De eigenschap hoornloosheid kan in melkvee worden ingebouwd, zonder de overige eigenschappen van melkvee te beïnvloeden. - Foto: Ronald Hissink

Tien doses griepvaccin uit één ei

In Australië zijn ze al zover dat ze een kip eieren kunnen laten leggen, die uitermate geschikt zijn voor de productie van vaccins. Waar nu nog twee eieren nodig zijn om een dosis griepvaccin te maken, kan met de eieren van uit het Australische onderzoek een twintigvoudige productie worden bereikt; tien doses griepvaccin uit één ei. Toch is die kip nog niet op de markt. Het zou echter zo kunnen, zegt onderzoeker Tim Doran.

Doran ziet ook andere kansen: een verhoogde weerbaarheid van de kip tegen bijvoorbeeld aviaire influenza of andere kippenziektes. De kanttekening die hij maakt is dat de weerbaarheid van dieren een complex geheel is op het genoom, de verzameling van genetische eigenschappen. Het is niet een gen dat daarvoor bepalend is, maar een combinatie van op elkaar inwerkende genen, waarvan de precieze werking en plek in het DNA van de kip nog lang niet bekend zijn.

Kan een kip duurzaam resistent worden gemaakt?

Daar komt bij dat griepvirussen de eigenschap hebben snel te veranderen, om grip te blijven houden op hun slachtoffers. Dus de vraag is of een kip duurzaam resistent kan worden gemaakt. Op dat punt kan de fokkerijwetenschap in de dierhouderij nog veel leren van de veredelaars in de plantenteelt.

De Chinese onderzoeker Xiaolong Wang van de universiteit van Yangling, die zich vooral richt op schapen en geiten, heeft al veel onderzoek gedaan naar manieren om geiten en schapen meer vlees en wol te laten produceren. Met de groeiende werelbevolking zal zowel de vraag naar wol als vlees toenemen. Daar zal China een bijdrage aan moeten leveren.

Ongewenste bijeffecten

Een van de beperkingen bij de toepassing van nieuwe technieken is dat er ongewenste bijeffecten kunnen optreden. Maar, stelt Wang gerust, bij een grondige analyse van de dieren waarbij de techniek werd toegepast, kwamen geen ongewenste bijeffecten aan het licht. In elk geval niet meer onverwachte effecten dan die ook zouden optreden bij normale fokkerij.

Toch is voorzichtigheid geboden, dat vindt ook de Chinese overheid die nog lang niet toe is aan de toelating van de met Crispr/Cas9 ‘ontwikkelde’ dieren. Dat kan nog wel tien jaar duren, denkt Wang.

Eén reactie

  • NoordHollander

    op RMV deze week in Hardenberg in de CR Delta stand aldaar november 2017 waren twee zwartbonte kalveren te zien uit hun fokkerijprogramma. die door hun eigen exterieur meer vertellen dan dikke boeken vol theorie daarover, waardoor de leden en bewonderaars van dat systeem zeker overtuigd raken van de CRV fokkerijfilosofie zwartbont anno 2017!!

Of registreer je om te kunnen reageren.