Home

Achtergrond 2 reacties

Op termijn lagere mestkosten door fosfaatreductieplan

Via het sectorplan fosfaatvermindering moet de Nederlandse melkveehouderij in 2017 8,2 miljoen kilo minder fosfaat gaan produceren. Dit heeft gevolgen voor de mestmarkt, maar het is niet te verwachten dat het effect dit voorjaar al groot zal zijn.

Met stoom en kokend water heeft de melkveehouderij samen met de zuivelsector, Rabobank, het ministerie van Economische Zaken en veevoersector (Nevedi) vorig jaar een sectorplan ontwikkeld om in 2017 de fosfaatproductie van de melkveehouderij te verlagen. De uitdaging is groot: de sector moet de fosfaatproductie met 8,2 miljoen kilo fosfaat verlagen om weer onder het sectorale plafond van 84,9 miljoen kilo fosfaat te komen. Als dit niet lukt, dreigt Nederland geen nieuwe derogatie voor verruimde mestenormen te krijgen voor de periode van 2018 tot 2021, waardoor de gebruiksnormen voor dierlijke mest voor deze bedrijven dalen van 250 of 230 kilo naar 170 kilo stikstof uit dierlijke mest. Er staat dus veel op het spel. De Europese Commissie is streng; ze wil pas in gesprek over een nieuwe derogatie als de fosfaatproductie weer onder het plafond is.

Forse overschrijding van fosfaatplafond

In 2016 werd er - volgens de voorlopige cijfers van CBS - door de totale Nederlandse veehouderij 78,1 miljoen ton mest geproduceerd met daarin 507,5 miljoen kilo stikstof en 177 miljoen kilo fosfaat. De melkveehouderij produceerde hiervan 299,8 miljoen kilo stikstof en 93 miljoen kilo fosfaat. Een forse overschrijding van 9,5%, ofwel 8,1 miljoen kilo van het door de sector zelf opgelegde fosfaatplafond van 84,9 miljoen kilo.

De bedoeling van het fosfaatreductieplan is dat er 8,2 miljoen kilo fosfaat minder wordt geproduceerd. Dat is 4,6% van de totale fosfaatproductie.

Er wordt wel wat mest naar de opslag in akkerbouwgebieden gereden, maar de opslagen zitten al redelijk vol. - Foto: Hans Prinsen
Er wordt wel wat mest naar de opslag in akkerbouwgebieden gereden, maar de opslagen zitten al redelijk vol. - Foto: Hans Prinsen

Effect reductieplan lijkt beperkt

Het effect van het fosfaatreductieplan op de mestmarkt lijkt voor 2017 nog beperkt. Het hangt vooral af van de snelheid. Als de doelstelling gerealiseerd wordt, zal er zeker effect zijn. Hans Verkerk, secretaris van de sectie mestsstoffendistributie van Cumela Nederland, verwacht dat het fosfaatreductieplan het aanbod van rundveemest op de mestmarkt tot een derde kan verlagen ten opzichte van 2016, ervan uitgaande dat het plan ook gerealiseerd wordt en goed werkt. "Wordt het plan echter pas later in het jaar geëffectueerd, dan zal het effect ook lager zijn, tot wellicht maar 10% minder aanbod op de mestmarkt. De overspanning op de mestmarkt zal hierdoor afnemen”, aldus Verkerk.

Tempo speelt een rol

Wiebren van Stralen, mestspecialist van LTO Nederland, verwacht dat het effect van het fosfaatreductieplan op de mestmarkt beperkt zal zijn. “Het hangt vooral af van het moment waarop melkveehouders hun veestapel gaan krimpen. Als dit vrij snel gebeurt, in het uitrijseizoen van dit voorjaar, zal het effect hebben op de mestmarkt. Maar als de inkrimping later plaatsvindt, zal het effect beperkt zijn.” Bovendien hangt het er ook vanaf welke melkveehouders hun dieren gaan afstoten. Als bedrijven die normaal veel mest moeten afvoeren, vroeg veel koeien afstoten, zal dit meer effect hebben dan wanneer dit bij bedrijven gebeurt die de mest vooral op eigen grond plaatsen.”

Het tempo waarin het fosfaatreductieplan wordt uitgevoerd speelt ook een belangrijke rol. “Hoe later ze dat doen, hoe minder effect het heeft op het aanbod op de mestmarkt van dit jaar. Iedere koe die niet in de eerste maanden weggaat, maar bijvoorbeeld pas in het derde kwartaal, draagt nog maar voor de helft bij aan de reductie. Daarmee wordt de doelstelling dus bij voorbaat niet gehaald”, zegt Cumela-secretaris Verkerk.

'Gehele mestmarkt blijft gespannen'

De snelheid waarmee boeren dieren afvoeren heeft vooral invloed op de hoeveelheid mest die in het najaar nog in de putten en silo’s aanwezig is, zegt Oene Oenema, voorzitter van de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet (CDM). Hij wijst erop dat hoewel het fosfaatreductieplan heel belangrijk is om de mestproductie onder het fosfaatplafond te brengen, het maar een beperkt effect heeft op de gehele mestmarkt. “Die blijft gespannen zolang de mestverwerkingscapaciteit beperkt is en de kosten van mestverwerking relatief hoog zijn.”

Oenema verwacht dat de maatregel de druk op de mestmarkt enigszins zal verlagen, maar tempert de hoop dat het grote gevolgen zal hebben. “Ook bij een mestproductie gelijk aan of net onder het mestplafond, kan globaal 50% van de mest worden afgezet op de bedrijven waar de mest wordt geproduceerd, en 25% op andere bedrijven in Nederland. Circa 25% van de mestproductie moet worden verwerkt of geëxporteerd. Juist die mest die niet op de eigen bedrijven kan worden afgezet, geeft druk op de mestmarkt, omdat er relatief veel kosten mee zijn gemoeid”, zegt Oenema.

Ruud Huirne, directeur Food & Agri van Rabobank Nederland zal tijdens het Boerderij Nationaal Mestcongres zijn visie geven op de huidige ontwikkelingen in de mestwereld. (Zie kader onderaan de pagina.) - Foto: Joris Telders
Ruud Huirne, directeur Food & Agri van Rabobank Nederland zal tijdens het Boerderij Nationaal Mestcongres zijn visie geven op de huidige ontwikkelingen in de mestwereld. (Zie kader onderaan de pagina.) - Foto: Joris Telders

Geen grote prijsdaling verwacht

Of het fosfaatreductieplan ook daadwerkelijk zal bijdragen aan lagere mestafzetkosten, is nog koffiedik kijken. Een grote prijsdaling verwacht Oenema niet. “Je zou het kunnen vergelijken met de mestmarkt in 2014, toen de fosfaatproductie nog onder het fosfaatplafond zat. Toen waren de mestafzetkosten ook hoog. Verkerk van Cumela durft nog geen voorspelling te geven van het effect op de prijs. “Hier spelen meerdere factoren een rol. Ook de mestverwerkingspercentages en de ontwikkeling van de mestverwerkingscapaciteit, de variaties in de omvang van andere sectoren en de weersomstandigheden tijdens het uitrijseizoen spelen hier een belangrijke rol bij”, aldus Verkerk.

Mestafzet €2 tot €3 goedkoper

Harry Luesink, mestdeskundige van Wageningen Economic Research, verwacht op de korte termijn geen grote effecten van het fosfaatreductieplan op de mestmarkt. Maar vanaf 2018, als de doelstelling van ruim 8 miljoen kilo fosfaatreductie gerealiseerd is, zal het volgens hem zeker effect hebben op de prijsontwikkeling. “De druk op de mestmarkt was in 2015 en 2016 hoog. De verwachting is dat de mestmarkt met het fosfaatreductieplan ongeveer in evenwicht komt, waarbij naast de afzet op eigen grond, er voldoende plaatsingsruimte bij andere boeren én voldoende verwerkingscapaciteit en export is”, zegt Luesink. Dit zal een prijsdaling tot gevolg hebben, omdat er op dit moment nog best wat mest boven de markt hangt waar nu €25 tot €26 per kuub voor moet worden betaald.

Luesink verwacht dat op termijn de mestafzetprijzen enkele euro’s zullen dalen, naar gemiddeld €14 tot €15 per kuub varkensmest, terwijl de prijs nu gemiddeld rond de €18 ligt. De prijs voor de afzet van rundveemest zal volgens Luesink ook tussen de €2 en €3 per kuub dalen.

Weer blijft doorslaggevend

Hoewel het fosfaatreductieplan in 2017 nog nauwelijks effect zal hebben op de mestmarkt, zijn er zeker ook andere factoren die een rol spelen. De ontwikkeling van de mestverwerkingscapaciteit speelt hierbij een belangrijke rol, zegt Luesink. “Er staan veel initiatieven op stapel. Als deze in gebruik worden genomen, zal de druk op de mestmarkt zeker afnemen. Bij voldoende mestverwerkingscapaciteit zal een deel van de mest waar nu geen bestemming voor is, dan verwerkt en geëxporteerd worden. Hierdoor komt de mestmarkt meer in evenwicht.”

Cumela en LTO benadrukken dat het weer tijdens het uitrijseizoen tot nu toe nog steeds het grootste effect op de mestmarkt heeft gehad. “Hoe beter de weersomstandigheden in de aanwendperiode, hoe meer mest er op een eenvoudige manier afgezet kan worden”, aldus Verkerk.

Gebruiksnormen blijven ongewijzigd

Oemema voegt eraan toe dat ook ontwikkelingen in andere sectoren een rol spelen. "Met de huidige varkensprijzen is er bijvoorbeeld enig optimisme in de varkenssector en zullen er minder bedrijven stoppen en meer bedrijven willen uitbreiden, al zijn de mogelijkheden hiertoe beperkt."

De gebruiksnormen blijven voor 2017 ongewijzigd, ondanks meerdere verzoeken van met name de akkerbouw voor het verhogen van de normen, omdat zij zich zorgen maken over de bodemvruchtbaarheid.

Geen derogatie

Mocht het fosfaatreductieplan van de melkveehouderij onvoldoende effect hebben, dan dreigt Nederland geen nieuwe derogatie te krijgen. Wageningen Economic Research, (voorheen LEI) becijferde eerder dat de totale mestafzetkosten voor de rundveehouderijsector dan met ongeveer €116 miljoen zullen toenemen en de afzetkosten voor de varkenshouderij met €3 miljoen zullen dalen, omdat melkveehouders voor de overdracht van de mestverwerkingsplicht ongeveer €3,50 per kilo fosfaat aan varkenshouders zullen betalen.

Voor de rundveehouderij komen daar nog €39 miljoen aan kosten bij voor de aanvoer van kunstmest. In de akkerbouw nemen de kunstmestkosten met €3 miljoen af. De benodigde mestverwerkingscapaciteit zal bij het wegvallen van de derogatie met ruim 75% moeten toenemen tot circa 41 miljoen kilo fosfaat.

Mestcongres speelt in op praktijk

Het Boerderij Nationaal Mestcongres staat in het teken van de praktische invulling van de ontwikkelingen op de mestmarkt. Tijdens deze tweede editie wordt voor zowel mestproducenten als -afnemers praktisch ingegaan op voor hen relevante punten van de mestproblematiek.

Ruud Huirne, directeur Food & Agri van Rabobank Nederland, zal zijn visie geven op de huidige ontwikkelingen in de mestwereld. Vervolgens geven mestverwerkers uitleg over welke mestverwerkingssystemen er op de markt zijn, hoe ze werken en wat ze kosten.

In de middag zijn er diverse praktijksessies. Een akkerbouwer vertelt wat voor hem belangrijk is bij de keuze voor dierlijke mest. Er wordt gekeken hoe mestafzet rendabel gemaakt kan worden. Ton Hendrickx, productmanager meststoffen van Cropsolutions geeft uitleg over welke mestsoort het beste bij welke grond past en varkenshouder John van Paassen vertelt over de mestverwerking op zijn bedrijf.

Het mestcongres is op donderdag 2 maart, in Arnhem. Meer informatie op boerderij.nl/nationaal-mestcongres.

Laatste reacties

  • alco1

    En al dat gedonder om aan een gedateerd fosfaatplafond te voldoen.
    En al dat gedonder om aan te lage diermest normen te voldoen.

  • deB.


    Gemaakt probleem wat er niet is op basis van feiten, waarmee de hele sector naar de haaien gaat!! Plezier en uitdaging is gewoon weg.... waar zijn we mee bezig????

Of registreer je om te kunnen reageren.