Home

Achtergrond 1 reactie

EU werkt aan betere positie voor boer

De positie van de boer in de keten kan worden versterkt, aldus het rapport-Veerman. De Europese Commissie studeert op wetgeving. De prijsvorming moet inzichtelijker worden.

Aan het eind van de dag is één ding zeker: zonder boer geen eten. Met die eenvoudige, maar niet minder belangwekkende, constatering sloot de Agricultural Markets Task Force onder voorzitterschap van akkerbouwer, oud-minister en hoogleraar Cees Veerman in november vorig jaar zijn rapport af over de verbetering van de positie van de boer in de voedselketen.

Handzaam advies

Europees landbouwcommissaris Phil Hogan, die het in ontvangst nam, roemde de voortvarendheid waarmee Veerman en zijn mede-werkgroepleden de opdracht hadden opgepakt en de snelheid waarmee het onderzoek was afgerond. Veerman presenteerde een handzaam advies dat zonder bijlagen net vijftig pagina’s bevatte met heel concrete aanbevelingen.

‘De opbrengst van het land is er voor iedereen’

Bijzonder was ook het motto dat Veerman aan het rapport meegaf. Dat kwam rechtstreeks uit het Oude Testament: “De opbrengst van het land is er voor iedereen. Ook een koning wordt gediend met de opbrengst van het veld.” (Prediker 5:8). Niet vaak komen de christelijke waarden en normen zo nadrukkelijk naar voren in Europese adviezen en rapporten als in dat van de taskforce.

Boerenleven

Het proza in het rapport vloeide niet uit de pen van een beleidsambtenaar, eerder van een poëet. In dichterlijke zinnen schetste Veerman het boerenleven – de rust van de winter, de koorts van de lente, de mildheid van de zomer en de onrust van de herfst. Boer zijn is een uitzonderlijk beroep: boeren zorgen voor het voedsel van mens en dier, ze cultiveren het landschap, worstelen met de natuur en versterken de sociale samenhang van het platteland.

Redelijk boereninkomen

Naast de poëzie van het platteland is er echter ook het proza van de portemonnee: de boer moet gewoon eerlijk geld verdienen. Een redelijk boereninkomen is immers een van de opdrachten die de Europese Unie zichzelf heeft gegeven. Daarvoor is het nodig de agrarisch ondernemer in de markt een positie te geven die overeenkomt met het belang dat de sector vertegenwoordigt.

Dat hoeft de belastingbetaler geen geld te kosten, legde Veerman uit toen hij het rapport aan de Europese Commissie aanbood en aan de landbouwministers uitlegde. “Er is ruimte voor verbetering, zonder dat de landbouwbegroting omhoog moet.”

Vorige week stond het rapport-Veerman op de agenda van de landbouwcommissie van het Europees Parlement. En net als in de vergadering van de landbouwministers in december was er vooral lof.

Klik op de iconen voor meer informatie.

Suggesties van Veerman voor verbetering

Veerman doet een aantal suggesties voor de verbetering van de positie van de boer. Zo bepleit het rapport-Veerman de bestrijding van oneerlijke handelspraktijken, onder meer door de invoering van standaardcontracten waar boeren op kunnen terugvallen en door het vastleggen van maximale betalingstermijnen. De Europese Commissie gaat in opdracht van de Europese landbouwministers werken aan de ontwikkeling van standaardcontracten die ketenpartijen vrijwillig kunnen gebruiken.

Er zijn her en der in Europa initiatieven geweest om op vrijwillige basis tot afspraken te komen om oneerlijke praktijken te voorkomen of uit te bannen. Maar aan vrijwilligheid kleeft een groot nadeel: een vrijwillige afspraak is moeilijk af te dwingen als die niet wordt nageleefd. Wetgeving kan daarbij helpen of eventueel de aanstelling van een soort toezichthouder. In Nederland heeft CDA daar ook voor gepleit. Andere landen werken ook aan nationale wetgeving om oneerlijke praktijken tegen te gaan.

‘Meer steun aan boer is niet houdbaar’

Inkomenstoeslagen

Misschien belangrijker is de vergroting van de weerbaarheid van de boer. Waar inkomenstoeslagen eigenlijk bedoeld waren om inkomensklappen op te vangen, vormt die EU-steun nu eigenlijk een vast en ingecalculeerd bestanddeel van het inkomen, waardoor het buffervermogen teniet is gegaan.

De kwetsbaarheid voor grote weersinvloeden enerzijds en diepe prijsdalen anderzijds brengen boeren en tuinders vaker dan nodig in de knel. Er zijn opties om daar verbetering in te brengen. En dat is ook nodig vindt landbouwcommissaris Phil Hogan. Hij kan het bij zijn collega’s in de Europese Commissie niet langer verkopen dat er extra geld voor de land- en tuinbouw moet worden uitgetrokken. “Meer steun is niet houdbaar”, aldus Hogan vorige week. Boeren moeten zo weerbaar zijn, dat noodmaatregelen niet langer nodig zijn, vindt hij.

Consumentenprijs

Het deel van de consumentenprijs dat in handen van de boer terechtkomt, is te klein, betoogde voorzitter Martin Merrild van Europese koepel van landbouworganisaties Copa Cogeca vorige week in een hoorzitting in het Europees Parlement. Van de broodprijs komt maar 8% bij de boer, terwijl het grootste deel van de grondstof van de boer komt. Het deel van consumentenprijzen dat bij de boer komt, daalde van 1995 tot 2011 van 31% tot 21%.

Hoe de precieze cijfers zijn, is overigens nog niet eenvoudig te achterhalen. Vandaar dat Veerman in zijn rapport ook voorstelde de prijsvorming in de keten beter in kaart te brengen en te openbaren. Dat kan door verplichte prijsregistratie, zoals dat ook in de Verenigde Staten gebeurt. Kennis over prijsvorming maakt de boer als marktpartij minder kwetsbaar voor machtige afnemers.

Boeren zijn de meest kwetsbare groep in die keten, constateerden de Europese landbouwministers afgelopen december bij de behandeling van het rapport-Veerman.  Illustratie: Herman Roozen
Boeren zijn de meest kwetsbare groep in die keten, constateerden de Europese landbouwministers afgelopen december bij de behandeling van het rapport-Veerman. Illustratie: Herman Roozen

Boer: grote risico’s, weinig macht

Het gaat niet alleen om de cijfers of de verdeling van de marges: de stabiliteit en duurzaamheid in de voedselketen zijn van strategisch belang voor de Europese Unie als geheel en voor de Europese consument en de boer. Boeren zijn de meest kwetsbare groep in die keten, constateerden de Europese landbouwministers afgelopen december bij de behandeling van het rapport-Veerman. Waar de boer de grootste risico’s draagt, komt het profijt juist steeds meer verderop in de keten terecht.

Bundeling van krachten

Om de marktmacht van de boeren te vergroten, is het nodig dat ze gezamenlijk een vuist kunnen maken. In Nederland is de bundeling van krachten in coöperaties een gekende optie. Maar in landen waar de herinnering aan collectieve staatsbedrijven nog vers is, loopt het niet over van enthousiasme voor dat soort samenwerkingsverbanden. Vandaar dat de Europese landbouwministers de ondersteuning van de oprichting van producentenorganisaties – inclusief coöperaties – in de lidstaten van de Europese Unie toejuichen.

Tegelijk moet de wetgeving op het gebied van mededinging verduidelijkt worden. Inkopers kunnen wel samenwerken, maar als boeren de handen ineenslaan, vrezen ze de mededingingsautoriteit, zei VVD’er Jan Huitema vorige week in Brussel. “Boeren zien de bomen door het bos niet meer. Zo snel als mogelijk moeten de regels worden aangepast”, liet hij als coördinator van de liberale fractie in het Europees Parlement weten.

Boeren moeten eigen risico’s inschatten

Termijncontracten kunnen boeren helpen om prijsrisico’s af te dekken.

In de graanhandel zijn termijncontracten gebruikelijk, maar ook in vleessectoren en zuivel kunnen termijncontracten hun werk doen, betoogt Joost Pennings, hoogleraar aan de universiteiten van Wageningen en Maastricht.

Pennings zegt dat termijncontracten niet alleen werk kunnen doen als risicospreiding. Omdat de termijnmarkten betrekking hebben op echt product, geven ze ook bruikbare informatie over de prijs. Of boeren in staat zijn risico’s te beheren, heeft vooral te maken met de vaardigheid om een eigen risicoprofiel te maken, zegt Pennings.

Als boeren een conflict hebben met hun afnemer over prijs of kwaliteit van het product, is het niet altijd mogelijk een alternatief te kiezen. Melk en vleesvee worden aan zuivelfabriek of slachterij geleverd, fruit en groenten gaan via een groothandel naar de supermarkt. De producten worden gekeurd en betaald op basis van de (vaak onafhankelijke) kwaliteitsbeoordeling. Voor boeren is er dan praktisch geen mogelijkheid meer naar andere afnemers te zoeken als er een conflict ontstaat. Bij granen en producten die kunnen worden opgeslagen hebben boeren meer macht, omdat ze de mogelijkheid hebben naar andere afnemers te zoeken.

De afhankelijkheid kan oneerlijke handelspraktijken in de hand werken, constateert Veerman in het rapport. Met standaardcontracten zouden primaire producenten beter beschermd kunnen worden.

Eén reactie

  • Farmer4life2

    Goed verhaal. Ik mis vooral het voorbeeld van 5 grote inkopers van supermarkten in heel Europa.

    Ten tweede onderschat een coöperatie ook niet. Zij zullen altijd hun eigen marge beschermen. Zie RFC maar ook DOC als voorbeeld.

Of registreer je om te kunnen reageren.