Home

Achtergrond

Duitse kartelbewaker knijpt geen oogje toe

Privileges voor coöperatieve bedrijven bestaan niet. Concurrentie is geen kwestie van mogen, maar moeten.

Afbakening van de onderlinge gebiedsgrenzen is alleen toegestaan bij de afname van akkerbouwproducten. Het Bundeskartellamt gaf het Duitse landbouwcoöperatieve bedrijfsleven een lesje, op verzoek van Agravis in Hannover.

Wat mag een boerencoöperatie nu eigenlijk wel of niet, als het over onderlinge samenwerking en concurrentie gaat? Die vraag speelt in Duitsland sterk. Agrohandelsconcern Agravis Raiffeisen heeft tegen deze achtergrond een conferentie belegd en topman Andreas Mundt van de kartelbewaker - het Bundeskartellamt - uitgenodigd om de vraag te beantwoorden. Rond de 160 vertegenwoordigers van het landbouwcoöperatieve bedrijfsleven zaten in Hannover op het puntje van hun stoel. De Duitse kartelbewaker staat bekend als een instantie die bij de handhaving van de spelregels op de markt geen enkele concessie doet. Maar heeft een coöperatie als belangenorganisatie van individuele boeren mogelijk toch meer ruimte?

Geen privilege voor coöperaties

Mundt maakte meteen duidelijk dat er niet zoiets bestaat als een privilege voor coöperaties. Mundt: “Wel staat de wet agrarische producenten en producentenverenigingen binnen nauwe grenzen overeenkomsten over de productie en afzet toe, maar verder reikende afspraken over prijzen en distributiegebieden zijn taboe.”

In vroegere tijden bakenden de coöperaties hun gebieden onder elkaar af. Dat is tot op heden soms terug te vinden in de namen van de concerns met coöperatieve wortels. Zo bestaat er in de bietenverwerking nog steeds een concern Nordzucker en een concern Südzucker. De een beperkt de bietenafname tot de noordelijke helft van Duitsland en de andere tot de zuidelijke helft. Dat mag volgens Mundt ook nu nog, omdat de afname van akkerbouwproducten tijdens de oogst in kleine gebieden plaatsvindt. Dat wil zeggen: in een rond een fabriek geconcentreerde regio van een beperkte omvang.

Geen sprake meer van regionaal principe

Van een zogenoemd regionaal principe is echter voor het coöperatieve bedrijfsleven geen sprake meer. Concurrenten kunnen zich ongehinderd in elkaars historische gebieden vestigen. Zo moest Nordzucker een kleine tien jaar geleden van de kartelbewakers bij de overname van het Deense Danisco Sugar een van zijn fabrieken van de hand doen. Koper werd het Nederlandse Suiker Unie. Het had ook Südzucker kunnen zijn, ware het niet dat dit concern bij voorbaat al een dominante positie had op de markt.

Ook in andere sectoren zijn de meeste regionale coöperaties door fusies en overnames van het toneel verdwenen. Nog niet zo lang geleden bestond er in de zuivel bijvoorbeeld een concern als Nordmilch. In de vleessector heeft Westfleisch de consolidatiegolf echter overleefd, terwijl Nordfleisch en Südfleisch zijn overgenomen door het ook al Nederlandse Vion.

Concurrentiebeperkende voorwaarden?

De coöperatie zuivelsector heeft de speciale belangstelling van het Bundeskartellamt. Het is namelijk bezig met een onderzoek naar zaken als lever- en afnameplicht, de opzeggingstermijnen en de melkprijsvinding. Is hier nog sprake van concurrentiebeperkende voorwaarden? Conclusies kon Mundt de gespannen afwachtende toehoorders op dit punt echter nog niet geven.

Of registreer je om te kunnen reageren.