Home

Achtergrond 7 reacties

Kwart boeren heeft zeker geen opvolger

De meeste boeren van 51 jaar en ouder hebben waarschijnlijk wel een opvolger. Die is kritischer dan ooit en kiest bewust.

Van de boeren weet 40% zeker dat er een bedrijfsopvolger is. Naast deze 'zekerweters’ zegt 21% dat er waarschijnlijk wel’ een opvolger is. Vrijwel altijd is dat iemand uit de familie, meestal een eigen kind. Een kwart van de boeren heeft zeker geen opvolger. Dat blijkt uit een online onderzoek van Boerderij onder zijn abonnees. De resultaten hebben betrekking op boeren van 51 jaar en ouder. Alles bij elkaar heeft bijna twee derde van deze boeren zeker of zeer waarschijnlijk een opvolger die het bedrijf gaat voortzetten of die dit al doet.

Meeste animo voor opvolging in akkerbouw

Verreweg de meeste animo voor opvolging is er in de akkerbouw. Daar is maar liefst de helft van de 51-plussers zeker van een opvolger; 19% denkt dat er waarschijnlijk wel een opvolger zal zijn. Krap 17% heeft geen opvolger. Dat is veel minder dan in de varkenshouderij, waar liefst 42% zegt geen opvolger te hebben. In deze sector is 26% zeker van een opvolger en 19% denkt dat dit waarschijnlijk wel het geval is. Het beeld in de melkveehouderij is dat 65% zeker of zeer waarschijnlijk een opvolger heeft.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek onderzocht in 2012 hoe het zat met het aantal bedrijfsopvolgers in de landbouw. Toen had 34% van de bedrijven een opvolger, met als opvallende uitschieter de melkveehouderij, waar twee derde een opvolger had.

Onder Boerderij-abonnees blijkt de animo in de melkveehouderij nog steeds groot. Dat is ook het geval in de akkerbouw, waar liefst 67% van de bedrijven aangeeft waarschijnlijk wel een opvolger te hebben. "Mogelijk komt dat doordat het Boerderij-onderzoek een online enquête betreft,” denkt Sander Thus, vice-voorzitter bij het NAJK; hij heeft bedrijfsopvolging in zijn portefeuille. Thus: "Boeren zonder opvolger die aan het uitboeren zijn, hebben waarschijnlijk de vragenlijst niet ingevuld. Dat vertekent het beeld. Dat oogt optimistischer dan het in werkelijkheid is, vermoed ik.” Gevoelsmatig schat Thus dat gemiddeld de helft van alle bedrijven een opvolger heeft en de helft niet.

Ooit was het aandeel bedrijfsopvolgers zo goed als 100%. Wie vroeger als boerenzoon ter wereld kwam, wist al wat hij later zou worden: boer. Net als zijn vader, zijn opa en zijn overgrootopa voor hem zou hij de koeien melken, varkens voeren en het land bewerken. Vragen werden niet gesteld, wie liever timmerman wilde worden, had pech. Tenzij iemand alleen maar dochters had, had vrijwel iedereen vroeger een opvolger, of die nou wilde of niet.

'Als jongeren opvolgen, zie je ze er vol passie voor gaan'

Anno nu is het hebben van een bedrijfsopvolger niet meer vanzelfsprekend. Hiervoor zijn verschillende oorzaken aan te wijzen, zoals de eigen wensen van de beoogde opvolger. Wel of niet willen was vroeger geen vraag die gesteld werd, nu houden ouders daar wel rekening mee. Thus: "Jongeren op hun beurt zullen meer dan vroeger kritisch kijken of ze het bedrijf over willen nemen. Als ze besluiten het wel te doen, dan zie je dat ze er vol passie voor gaan. Maar ook als ze het niet doen, is daar goed over nagedacht.”

Klein bedrijf minder vaak opvolger

De meest genoemde reden om het bedrijf niet over te nemen is volgens ouders het hebben van 'andere interesses’. Andere redenen, zoals 'het bedrijf is te klein’ worden nauwelijks genoemd als oorzaak. Dat is opvallend, want de cijfers laten zien dat kleinere bedrijven veel vaker geen opvolger hebben dan grote bedrijven. Dat heeft alles te maken met het toekomstperspectief van grote bedrijven, dat in het algemeen als beter wordt gezien. Waarom wordt dan een te klein bedrijf niet aangegeven als belangrijkste reden?

"Dat is een kip-ei-verhaal”, denkt Truke Zeinstra. Zij heeft als mediator en coach veel te maken met opvolgers en overdragers. "Als boeren aangeven dat hun kinderen andere interesses hebben, dan kan dat best samengaan met een te geringe bedrijfsomvang. Als ouders namelijk al vroeg zien dat het bedrijf weinig toekomst heeft, beginnen ze al vroeg hun kinderen te stimuleren om ook andere interesses te ontwikkelen. Op bedrijven die wel toekomstperspectief hebben, ligt de focus meer op dat bedrijf en zal de interesse van de kinderen daar ook vaker komen te liggen.”

Omgekeerd stimuleren kinderen met interesse voor het bedrijf ook hun ouders om het bedrijf te blijven ontwikkelen, waardoor het weer interessanter wordt om over te nemen. Het is een wisselwerking.”

Geen opvolger? Blijdschap overheerst

Bedrijven zonder opvolger geven in grote meerderheid aan dat ze daar blij om zijn. Opgelucht zelfs. Van schaamte is geen sprake, van verdriet een heel klein beetje. "Dat soort gevoelens is altijd lastig te duiden bij enquêtes”, vindt Zeinstra. Wat ze zelf merkt in de praktijk is dat een bedrijfsoverdracht erg complex is: "Eén kind wordt enorm bevoordeeld ten opzichte van de rest. Dat is altijd al zo geweest, maar nu bedrijven groter worden, kun je je afvragen: hoe ver wil je gaan? Wat kun je nog verantwoorden tegenover de andere kinderen? Als er geen opvolger is, hoef je je daar niet meer mee bezig te houden. Dat kan een opluchting zijn.”

Boerenbedrijf is hard werken in grillige markt

Andere verklaringen zijn dat het boerenleven niet alleen maar romantisch is. Het is hard werken in een grillige markt. "Van nature willen ouders kun kinderen behoeden voor teleurstellingen die ze zelf hadden. Als een kind het bedrijf niet overneemt, komt het ook die teleurstellingen niet tegen. Dat kan de ouders een blij gevoel geven.”

Een heel enkele keer is blijdschap over het niet hebben van een opvolger terug te voeren op geld. "Als ouders het bedrijf kunnen verkopen, hebben zij meer te besteden voor hun oude dag.”

In het algemeen geldt echter dat ouders vooral blij zijn als ze wél een opvolger hebben. Zeinstra: "Dat heeft te maken met zingeving. Een opvolger hebben betekent dat wat zij al die tijd gedaan hebben, niet zinloos was. Het gaat dóór. Ze hebben daarmee een bijdrage geleverd aan de toekomst van hun kinderen.”

Wedstrijd: wie wordt dé opvolger?

Er zijn jongeren die graag boer(in) willen worden, maar die thuis geen bedrijf hebben om over te nemen. Boerderij de Opvolger biedt hen die kans. Samen met een aantal partners worden kandidaten klaargestoomd om een eigen boerderij te runnen. Interesse? Ga naar www.boerderij.nl/opvolger en doe mee.

Laatste reacties

  • deB.


    Wie wil nu nog zo'n leven? ik snap het heel goed!
    Gewoon zielig is het

  • pinkeltje

    Je kunt het bekijken zoals je wilt. Voor de opvolgers alleen maar gunstig wanneer er weinig opvolgers zijn. Ook hiervoor geldt een soort van wet van vraag en aanbod die het evenwicht bepaalt. Stel je voor dat iedere boer gemiddeld 2,5 potentiële opvolger had die koste wat het kost het bedrijf wil overnemen? Kortom, de meeste problemen lossen zichzelf op en van boeren ga je niet rijk worden. Nu niet en nooit niet. Na een leven van hard werken en zuinig leven nog wat onroerend goed van de hand doen en het pensioen is weer veilig gesteld. Hoewel ook die lol niet voor iedereen even groot is.

  • landboer

    Tja, mn vader had 3 opvolgers. Persoonlijk lijkt me 1 meer dan genoeg...

  • farmerbn

    Slecht onderzoek en de resultaten niet serieus nemen. Zoals al gezegd doen boeren met een opvolger met de enquete mee en de anderen minder. Ook de reden van niet opvolgen is nooit eerlijk als je het de boeren zelf laat opschrijven. Daarnaast heb je altijd minder opvolgers als het tijdstip daadwerkelijk aangebroken is. Denk je een opvolger te hebben maar dan toch weer niet. Ik denk dat er over 15 jaar niet zo veel boeren meer zijn. Eindhoven had na de oorlog wel 200 boeren en nu géén meer. Steeds meer regio's gaan op die steden lijken dus ook het aantal boeren gaat dalen. Nederland is niet concurrerend meer met het buitenland. Je moet straks bv 200 koeien melken of 200 ha land bewerken. Als je nu de helft niet hebt dan gaat het niet gebeuren dat het overgenomen wordt. Wie kan er in 15 jaar meer dan 100 ha land bijkopen?

  • info519

    onzin....boeren zullen er altijd zijn....kostprijs en opbrengstprijs zijn bepalend

  • pinkeltje

    Ook buiten Nederland moet je inmiddels 200 koeien melken of 200 ha land bewerken om in de toekomst mee te blijven doen. Hoe je het rond gerekend krijgt om er substantieel grond bij te kopen is al tientallen jaren een raadsel. Maar ook dat is buiten Nederland niet beter. De frustratie van grond kopen is namelijk dat je meer moet betalen dan waar de rest van de kandidaten heil in ziet. Dus lekker betaalbaar gaat het ook niet nooit worden. Op dit moment negatieve rente bij het afsluiten van een staatslening en de beleggers staan in de rij. Schiet mij maar lek.

  • info36

    Grote bedrijven zijn bijna niet meer over te nemen. Pacht is geen optie, is wel veel hoger dan in het buitenland.

Laad alle reacties (3)

Of registreer je om te kunnen reageren.