Home

Achtergrond 2 reactieslaatste update:21 dec 2016

Inkomen varkensboer uit diep dal, telers in de min

Het inkomen uit bedrijf van melkveehouders is in 2016 30% lager dan in 2015. Het inkomen van akkerbouwers daalt ruim 14% volgens ramingen van Wageningen UR. Gemiddeld steeg het inkomen met 13%. Varkenshouders zagen hun inkomen in 2016 fors stijgen ten opzichte van 2015.

Voor zeugenhouders steeg het inkomen naar €131.000 per ondernemer, in 2015 was dat nog €60.000 negatief. Melkveehouders halen gemiddeld een inkomen van ruim €16.000 uit hun bedrijf in 2016, bijna 30% minder dan in 2015. Het inkomen op akkerbouwbedrijven daalde met 14% naar ruim €58.000. Dat zijn conclusies uit de inkomensramingen 2016 van Wageningen Economic Research Onderdeel van Wageningen UR (voorheen LEI).

Volgens de cijfers van WUR stijgt het gemiddelde inkomen in de totale land- en tuinbouw met 13% naar €52.500. De inkomensverschillen zijn net als in voorgaande jaren groot. Gemiddeld liggen de inkomens per ondernemer in de afgelopen 5 jaar op €45.000. De inkomens op bedrijven met melkvee en varkens liggen daar duidelijk onder, akkerbouwbedrijven scoren gemiddeld beter.

Varkenshouderij historisch hoog

De inkomens in de varkenshouderij vormen volgens de onderzoekers de positieve uitzondering binnen de veehouderij. Zowel de biggen- als de vleesvarkensprijs steeg in 2016. De biggenprijs is voor het hele jaar geraamd op €47,10 (plus 32%). De varkensprijs is gemiddeld €1,43 per kilo geslacht gewicht, dat is 8% meer dan in 2015. Verder is een deel van het hogere inkomen het gevolg van een hogere aanwas omdat de dieren op de eindbalans in 2016 meer waard zijn dan aan het begin van het jaar.

Lagere voerprijs hielp

Naast de hogere opbrengsten werkte de lagere voerprijs positief uit op het inkomen van varkenshouders. Gemiddeld daalden voerprijzen met 5%, vleesvarkensvoer was in 2016 gemiddeld 6% goedkoper dan in 2015. Daartegenover staan de gestegen kosten voor gebouwen en mestafzet. Vooral de prijzen voor de afzet van vleesvarkensmest zijn in 2016 fors gestegen tot €25 per ton. De afzettarieven voor mest zijn het hoogst sinds 2000. De totale mestkosten zijn in 2016 gestegen met 15% naar €52.000 per gemiddeld varkensbedrijf.

Leghennenbedrijven zien inkomen halveren

Leghennenbedrijven zien in 2016 hun inkomen halveren door lagere eierprijzen (-5%) tot €37.600 per ondernemer. Door een toename van het aanbod van eieren in de EU en het wegvallen van de incidentele vraag vorig jaar vanuit de Verenigde Staten, zijn de eierprijzen in 2016 gedaald. Het inkomen van het gemiddelde vleeskuikenbedrijf daalt in 2016 met €15.000 doordat de opbrengsten sterker dalen dan de kosten. De kosten zijn vooral gedaald door goedkoper voer. Ondanks de daling ligt voor de vleeskuikenbedrijven het inkomen boven het meerjarig gemiddelde van 2001-2015.

Meer melk voor lagere prijs

Het inkomen in de melkveehouderij is met €16.000 bijna €7.000 lager dan in 2015. Wel positief, maar het laagst in de afgelopen 16 jaar. Alleen in 2009 was het inkomen lager, toen speelde niet alleen de nog lagere melkprijs een rol, maar drukte ook de afschrijving van het melkquotum nog op het inkomen.

Melkprijs daalde 9%

De melkprijs daalde met 9% en is geraamd op €31,30 per 100 kilo. Dat is vooral te danken aan het aantrekken van de melkprijs in de laatste maanden van het jaar. De totale kosten op melkveebedrijven stegen met 3%, ondanks een krachtvoerprijs die gemiddeld 4% lager is dan in 2015. In 2016 is de bedrijfsgrootte net als in 2015 relatief hard gestegen vanwege het einde van het melkquotum. Het gemiddelde aantal koeien is inmiddels opgelopen naar 101, met een melkproductie van 860.000 kilo op 56 hectare cultuurgrond. Al deze factoren zijn in 2016 harder gestegen dan in voorgaande jaren.

Biologische melkprijs daalde veel minder dan reguliere

De biologische melkprijs daalde veel minder dan de reguliere melkprijs. Biologische melkveebedrijven zagen hun resultaten wel iets dalen, net als bedrijven met melkgeiten, maar veel minder sterk dan op de reguliere melkveebedrijven. Het inkomen op vleeskalverbedrijven bedraagt in 2016 circa €45.600, 1% meer dan in 2015.

De biologische melkprijs daalde veel minder dan de reguliere. - Foto: Peter Roek
De biologische melkprijs daalde veel minder dan de reguliere. - Foto: Peter Roek

Hogere aardappelprijs niet genoeg

De inkomens in de akkerbouw komen in totaal uit op €58.100. Dat is 14% minder dan in 2015. De totale opbrengsten raamt WUR iets lager bij een gelijkblijvend kostenniveau. De prijzen voor consumptieaardappelen stijgen in de raming voor 2016 met 20% en komen uit op €17,57 per 100 kilo, de zetmeelprijs is met een stijging van 2% vrijwel gelijk aan 2015.

De prijs voor zaaiuien is ingeschat op €14,22 en daalt met 10%. Ook de opbrengst van suikerbieten daalt, met 5%. Al met al maakt de hogere aardappelprijs de daling bij andere gewassen niet volledig goed. De prijzen voor akkerbouwproducten zijn een inschatting van het nog lopende verkoopseizoen.

De inkomensdaling is voor zetmeelaardappelbedrijven met 19% iets groter, deze bedrijven komen uit op een inkomen per ondernemer van €56.500.

Liquiditeitsprobleem op merendeel melkveebedrijven

In 2016 heeft 72% van de melkveebedrijven een liquiditeitsprobleem. Dat wil zeggen dat de uitgaven groter zijn dan de ontvangsten. In 2015 lag dat percentage nog lager, op 60%. Bij varkensbedrijven is de situatie omgekeerd. In dat slechte jaar had bijna 80% van de varkensbedrijven hogere uitgaven dan inkomsten. In 2016 is dat nog op ruim 20% in meer of mindere mate het geval. Wageningen Economic Research plaatst bedrijven in 4 categorieën op basis van hun kasstroom. Bedrijven met meer ontvangsten dan uitgaven hebben een positieve kasstroom. Is dat niet het geval dan zijn er drie categorieën met een negatieve kasstroom. In de eerste plaats bedrijven waar het tekort is op te vangen uit liquiditeiten zoals spaargeld of een halvering van aflossingen. Van de melkveebedrijven zit in 2016 ruim de helft van de bedrijven in deze categorie en van de varkensbedrijven 10%.

Is het tekort groter, dan is uitstel nodig van meer dan de helft van de aflossing op financieringen. 18% van de melkveebedrijven en 9% van de varkensbedrijven vallen in deze categorie. Op 3% van de melkveebedrijven en 1% van de varkensbedrijven zijn nog grotere aanpassingen nodig. Dan gaat het om beëindiging van het bedrijf of verkoop van delen van het bedrijf om geld vrij te maken.

Van de akkerbouwbedrijven heeft net als in 2015 circa 55% geen problemen met de liquiditeit. 36% heeft een klein tekort, dat is wel meer dan de 28% in 2015. Op 7% van de akkerbouwbedrijven is uitstel van meer dan de helft van de aflossing nodig, op 3% van de bedrijven zijn grotere aanpassingen nodig.

Op alle landbouwbedrijven heeft 47% een positieve kasstroom, een op de drie heeft relatief kleine tekorten. Op 13% is uitstel voor meer dan de helft van de aflossingen nodig en op 7% zijn grotere aanpassingen nodig.

Laatste reacties

  • ericvanzutphen

    leghennen en vleeskuikens staan niet goed tabel of klopt niet met tekst 2015 tov 2016

  • Wim Esselink

    Beste Ericvanzutphen,

    Heel scherp gezien. In de eerste grafiek staan de gegevens van 2015 en 2016 omgewisseld voor leghennen, vleeskuikens en het totaal. Mijn excuses, het wordt zo snel mogelijk aangepast.

    Wim Esselink

    NB: getallen zijn aangepast inmiddels

Of registreer je om te kunnen reageren.