Boerenleven

Achtergrond

1933: Zo ging het vroeger in de melkfabriek

De coöperatieve zuivelfabriek verwerkte op grote schaal melk, maar het hanteren van de bussen bleef lang handwerk.

De melkontvangst in 1933 bij coöperatieve zuivelfabriek De Goede Verwachting in het Brabantse Gilze. De fabriek was de opvolger van de stoomroomboterfabriek die – hoe toepasselijk – was opgericht door mijnheer J. Botermans. Die fabriek sloot echter in 1903 de deuren waarna boeren zelf een vereniging oprichtten. Ze huurden de fabriek van hun voorganger en gingen door met de verwerking van melk.

Op de foto worden volle melkbussen met 2 man opgepakt en leeg gekiept in een grote bak die verbonden was met een weegschaal. De lege bussen werden gespoeld en op de kop weggezet om uit te druipen. Daarna gingen ze terug naar de boeren. Op het bordje staat met krijt de prijs voor ondermelk: 60 cent per 100 liter. - Foto: Misset
Op de foto worden volle melkbussen met 2 man opgepakt en leeg gekiept in een grote bak die verbonden was met een weegschaal. De lege bussen werden gespoeld en op de kop weggezet om uit te druipen. Daarna gingen ze terug naar de boeren. Op het bordje staat met krijt de prijs voor ondermelk: 60 cent per 100 liter. - Foto: Misset

Uitbreiding assortiment

Net als mijnheer Botermans maakte de nieuwe vereniging boter, maar het assortiment werd aangevuld met kaas. Een jaar na de oprichting, betrok het bedrijf een eigen fabriek. De aandrijving gebeurde net als voorheen met stoomkracht. Elektriciteit was er in het begin nog niet, carbidlampen zorgen voor de verlichting. Pas in 1917 kwam er elektrisch licht. Jaren later veranderde de opzet in zoverre, dat het niet bij boter en kaas bleef. In 1921 kwam er consumptiemelk bij. Die werd door melkventers aan de deur verkocht.

Bom in Tweede Wereldoorlog

De Tweede Wereldoorlog liet flinke sporen na, een bom zorgde voor veel schade aan de fabriek. Maar alles werd hersteld en men zuivelde verder. Er kwam zelfs ruimte voor een noviteit: ijs. Het duurde een paar jaar voor de verkoop een succes werd.

Fusie in 1984

In 1984 fuseerde de fabriek met wat toen nog DMV-Campina heette. Daarna werden de werkzaamheden afgebouwd en verplaatst. In 1985 kocht Van der Valk het complex voor horecadoeleinden, acht jaar geleden is alles gesloopt om er woningen te kunnen bouwen.

Melkverwerking vroeger, van boerderij tot fabriek.

In de rubriek Zo ging het toen gaan we terug in de tijd. Boerderij bestaat al meer dan 100 jaar en aan de hand van foto's uit het archief kijken we naar de agrarische sector in de vorige eeuw. Benieuwd naar meer historie? Check het dossier Zo ging het toen.

Of registreer je om te kunnen reageren.