Boerenblog

‘Pas op met een boze boerin’

De waslijn stort in, Luc ziet het en loopt snel weg in plaats van me te helpen.

‘Geen was meer in de droger, vanaf vandaag hang ik de was weer buiten’, zeg ik tegen dochter Mayke. Voordat ik de tuin inloop met mijn gevulde wasmand richting de waslijnpalen, heb ik de waslijnen weer uit het buitenkastje gehaald en neem ze mee.

We hebben het gras opnieuw ingezaaid en zo langzaamaan zien we een mooie groene gloed verschijnen. Vooral als je er vanaf een afstandje overheen kijkt. ‘Ik weet wel hoe het komt dat er op veel plekken geen gras komt’ vertelt Famke, ‘de duiven, mussen en merels eten al dat graszaad op.’

Prachtig weer

Het lukt wonderbaarlijk goed om de waslijnen aan de palen te bevestigen. Nog niet strak genoeg maar een kleinigheidje hou je altijd. Het is stralend weer en de vogels fluiten. De eerste koeien zijn al langs het koepad voorbijgelopen en een aantal staan soms stil om te kijken wat er zich in de tuin afspeelt. Om vervolgens ‘heanig an’ (rustig aan) weer verder te wandelen, het pad op, op zoek naar de kudde. De mussen zijn al flink aan het werk en maken een lawaai vanjewelste. Het belooft een fantastische dag te worden. Heerlijk om de was met dit weer buiten te kunnen drogen.

‘Pats’ hoor ik. De waslijn knapt en zo liggen er een tiental kledingstukken in het zanderige gras. ‘Potverdomme’ roep ik en zie iets verderop mijn boer Luc met de telefoon aan zijn oor verschrikt opkijken om vervolgens zo snel mogelijk de stal in te duiken. ‘Shit’, denk ik, ‘doet hij dat nu met opzet? Hij ziet me toch klungelen?’

Klungelig

Zo goed en kwaad als ik kan, pak ik het einde van de waslijn, dat op de grond ligt, en probeer met de andere hand de was op de andere lijn te hangen. Een oude broek van Naud, vol met zand en uitgebloeide bloemen. Nu uitschudden? Nee, denk ik, dat moet straks maar als het droog is want nu heeft het geen zin. Terwijl ik met één hand de waslijn omhoog houd, probeer ik met de andere de wasknijpers los te krijgen om vervolgens de werkbroek op de andere waslijn te hangen. De sokken en een oud T-shirt krijgen eenzelfde behandeling.

‘Waarom doe ik zo klungelig?’, denk ik. Ik laat de waslijn weer op de grond vallen, haal de was uit het zanderige gras, schud alles zo goed en kwaad als het lukt uit en hang het weer op. ‘Wil jij eens naar de waslijn kijken Mayke?’, vraag ik wanneer ik de keuken binnen kom.

Ik doe het toch niet goed

Even later tijdens het warme eten vertel ik Luc dat Mayke de waslijn heeft gemaakt. ‘Want jij!’, zeg ik tegen hem, ‘ging er vandoor!’ Waarop Mayke aan Luc vraagt of hij de waslijn strakker wil trekken want dat lukt haar niet.
‘Tja’, zegt Luc, ‘ik dacht, ik ga ervandoor, ik ga me er niet mee bemoeien. Of ik doe het toch niet goed of je wilt het zelf doen. Ik weet wel wanneer ik bij een hellige boerin* uit de buurt moet blijven!’

*Hellige boerin: Twents voor een boerin die een beetje boos is.

Of registreer je om te kunnen reageren.