Redactieblog

‘Het ene muurtje is het andere niet, bij hoge nood’

Het is een van de vreugden van het leven op een boerderij: dat de kinderen zo lekker de ruimte hebben. Om te spelen. En ... om zindelijk te worden!

Een boerenerf is een gevaarlijk speelparadijs, schreef ik ooit. Het klopt nog steeds. Een erf is een terrein waar gewerkt wordt, waar grote machines rondrijden, waar linke mestputten liggen en waar olie, bestrijdingsmiddelen en slijptollen binnen handbereik zijn.

Natuurlijk snap ik ook wel dat al die ruimte ook door jonge kinderen gebruikt wordt. Immers: wonen en werken gaan op een boerenbedrijf naadloos in elkaar over.

Dus komt het vooral aan op goed uitkijken en voorkomen dat er iets misgaat. En als de kust veilig is, waarom zou je het erf dan niet gebruiken om rond te sjezen met je skelter? Of met je fiets of traptrekker?

Wipkip en trapveldje

Het is een van de meest genoemde vreugden van het leven op een boerderij: dat de kinderen zo lekker de ruimte hebben.

Vergelijk dat met de speelplekken in stedelijke gebieden, dat ziet er toch heel anders uit. Een wipkip en een trapveldje, dat is het wel zo’n beetje.

Onderzoekers van Universiteit Utrecht beschreven dat kinderen die speelplekken vooral saai vinden; Jantje Beton publiceerde in 2018 een onderzoek waaruit bleek dat 30% van de stadskinderen niet of nauwelijks meer buiten speelt. Deels door saaie speeltuintjes en deels door ouders die bang zijn dat hun kind buiten overhoop wordt gereden, ontvoerd of neergeschoten.

Zulke angsten hebben boeren en boerinnen niet althans, ik heb dat nooit gemerkt. Hun zorgen gaan meer over de onveilige plekken op het erf en … in mindere mate over de vraag hoe je je kinderen leert dat wat op een boerderij wel mag, in de stad niet wenselijk is.

Zindelijkheidstraining en winkeltoiletten

Neem nou de zindelijkheidstraining. Wie met jonge kinderen de stad in gaat, weet meestal precies welke winkels een toilet hebben. Je hebt amper de auto geparkeerd of daar klinkt het al: ‘ik moet plassen.’

Op een boerderij is het toilet meestal binnen handbereik en zo niet, dan is er in elk geval voor jongetjes een simpele oplossing: even buiten en dan liefst niet op de stenen in verband met gespetter. Ik sprak een boerin die haar zoontje duidelijk had gemaakt dat hij bij hoge nood buiten mocht plassen, mits het tegen de stalmuur was of op ‘iets groens.’

Het ging voortreffelijk. Tot ze met hem in de stad was.

Terwijl ze binnen stond af te rekenen, liep het ventje naar buiten en plaste tegen de buitenmuur van de winkel

Terwijl ze binnen stond af te rekenen, liep het ventje naar buiten en plaste tegen de buitenmuur van de winkel. Muur is muur, zal hij gedacht hebben, terwijl hij keurig zijn broek weer omhoogtrok.

Tja, hoe leg je uit dat de ene muur de andere niet is? En dat een pluk straatgras in een winkelstraat verboden terrein is, terwijl je er thuis overheen mag plassen (mits hoge nood).

Het mag duidelijk zijn dat ik me geweldig geamuseerd heb met dit verhaal. Ik zag het helemaal voor me.

De ruimte van een boerenerf heeft voor- en nadelen, zullen we maar zeggen. Maar met die zindelijkheid zat het duidelijk wel goed.

Illustratie: Margreet Welink
Illustratie: Margreet Welink

Of registreer je om te kunnen reageren.