Boerenleven

Achtergrond

Van Aartsen negeerde waarschuwing over diermeel

Vandaag 22 jaar geleden: waarschuwing over diermeel genegeerd.

Toenmalig landbouwminister Jozias van Aartsen negeerde 22 jaar geleden waarschuwingen en adviezen van zijn eigen diensten over de gevaren van versleping van diermeel in veevoer. Diermeel kon BSE veroorzaken ofwel de ‘gekkekoeienziekte’. Het eten van besmet vlees kon bij mensen leiden tot de ongeneeslijke en dodelijke Creutzfeldt Jacob Disease, kortweg CJD.

Kruisbesmetting

De Algemene Inspectiedienst (AID) waarschuwde de minister op 24 april 1997 voor de risico’s van kruisbesmetting van rundermengvoer met diermeel. Het was een tamelijk ingewikkeld verhaal. In de mengvoerindustrie was het gebruikelijk om na de productie van veevoer met meer dan 6% diermeel, een zogenoemde spoelcharge uit te voeren. Dat was nodig om te voorkomen dat resten diermeel in het voer zouden terechtkomen. De AID maande Van Aartsen hiernaar te kijken omdat de grens van 6% arbitrair leek te zijn, ofwel willekeurig.

Aanvullend hierop constateerde het Informatie- en Kennis Centrum IKC dat het meeste Nederlandse rundvee met diermeel vervuild voer kreeg. Er waren ’aanwijzingen van illegale praktijken’ bij de handel in diermeel.

Lees verder onder de foto.

Het eerste geval van BSE werd in maart 1997 gevonden op een bedrijf in De Wilp bij Deventer. - Foto: ANP
Het eerste geval van BSE werd in maart 1997 gevonden op een bedrijf in De Wilp bij Deventer. - Foto: ANP

Controle verbeterd

De waarschuwingen waren voor Van Aartsen geen reden de bestaande normen voor het risico op kruisbesmetting aan te scherpen. Hij verbeterde wel de controle op de aanwezigheid van diermeel in rundervoer. Dit na een rapport van de Europese Commissie over de handel in en verwerking van diermeel.

Pas toen er in 1998 en 1999 nieuwe gevallen van BSE opdoken, nam de toenmalige bewindspersoon, staatssecretaris Faber, maatregelen om kruisbesmetting van rundveevoer met diermeel tegen te gaan.

Dat Van Aartsen weinig tot geen maatregelen trof, had geen gevolgen voor zijn post. Hij bleef landbouwminister tot 3 augustus 1998, daarna werd hij minister van Buitenlandse Zaken.

Dit artikel is te lezen in Boerderij Vandaag van woensdag 24 april en is onderdeel van de rubriek Historisch.

Of registreer je om te kunnen reageren.