Boerenleven

Achtergrond

1990: zeugen onder de douche

Op de foto uit 1990 is een zeugendouche te zien. Daarin werden zeugen gewassen voordat ze het kraamhok in gingen.
Het advies was om hoogdrachtige zeugen minstens een uur te douchen om een zo schoon mogelijk effect te krijgen. Shampoo hoefde niet, dat liep er af en had nauwelijks extra effect. - Foto: Misset
Het advies was om hoogdrachtige zeugen minstens een uur te douchen om een zo schoon mogelijk effect te krijgen. Shampoo hoefde niet, dat liep er af en had nauwelijks extra effect. - Foto: Misset

Zo werd de infectiedruk laag gehouden. Aanvankelijk was deze manier van werken tamelijk populair, maar gaandeweg klonken geluiden dat groepsdouchen voor meer doodgeboren biggen zou zorgen. Dat was te verklaren door rangordegevechten. Zeugen stonden vrijwel altijd aan de band en hadden dan geen kans de rangorde te bevechten. In de douche was dat wel het geval, zeker als er veel ruimte per zeug was.

Gebrek aan zuurstof en snelle afkoeling

Behalve knokpartijtjes speelde een gebrek aan zuurstof een rol. Aangeraden werd om het douchewater fijn te vernevelen, maar als er niet goed geventileerd werd, kon de hoge luchtvochtigheid voor ademhalingsproblemen zorgen.

Ook douchen met koud water pakte negatief uit; de snelle afkoeling van de zeugen deed het aantal doodgeboren biggen stijgen, zo was de ervaring. Het advies was om douchewater van 30 à 35 graden te gebruiken en ’s winters de doucheruimte aanvullend te verwarmen.

Zeugen wassen

Wie alles goed voor elkaar had, hoefde niet te vrezen voor een hoger percentage doodgeboren biggen, zo wees onderzoek van het toenmalige proefbedrijf in Sterksel uit.

Zeugen wassen gebeurt nog steeds. Driekwart van de zeugenhouders doet dit. Van hen gebruikt 16% een zeugendouche; de overgrote meerderheid wast echter ter plekke in de kraamstal, meestal met een hogedrukspuit op lage druk.

Dit artikel is te lezen in Boerderij 30 van dinsdag 23 april en is onderdeel van de rubriek Zo ging het toen

Of registreer je om te kunnen reageren.