Boerenleven

Achtergrond

1981: heel veel kalfjes met nieuwe techniek

Niet langer was 1 kalf per jaar de max. Met ET kon een goede koe veel meer kalveren krijgen.

Op de foto uit 1981 wordt een donorkoe gespoeld. Met behulp van hormonen was een superovulatie van eicellen in gang gezet. Die werden bevrucht, na enkele dagen uit de koe gespoeld en ingebracht in draagmoederkoeien. Daar groeide een embryo verder normaal uit tot een kalf. Een goede koe kon zo veel meer nakomelingen voortbrengen dan 1 kalf per jaar.

Begin jaren ’80 kwam een nieuwe techniek beschikbaar: embryotransplantatie. Eerst kon het alleen in een lab-omgeving, later ook in de stal. - Foto: Misset
Begin jaren ’80 kwam een nieuwe techniek beschikbaar: embryotransplantatie. Eerst kon het alleen in een lab-omgeving, later ook in de stal. - Foto: Misset

‘Echte fokkers’

Embryotransplantie, kortweg ET, nam begin jaren ‘80 een vlucht. Het was nieuw, het was modern en veel boeren die een goede koe hadden, maakten er gebruik van. Sommigen deden het vaker, anderen gewoon om eens te proberen. Bij visites werd er weleens over opgeschept, wie aan ET deed, hoorde voor het gevoel bij de ‘echte fokkers.’

Kritische vragen

Ethici stelden er echter kritische vragen over. Rijmde ET wel met de algemene christelijke waarden? Werd het dier niet nog verder teruggebracht tot een productiemachine? En was er nog wel grip te houden op de ontwikkelingen?

Het leek er niet op. In 1990 bleek bijvoorbeeld dat de verbetering van de veestapel nog sneller kon en wel met Ovum Pick Up, kortweg OPU. Eicellen werden, onder verdoving, rechtstreeks uit de follikels gezogen en in het laboratorium opgekweekt tot embryo’s. Koeien hoefden niet tochtig te zijn, eicellen winnen kon zelfs tijdens de dracht.

Voor fokprogramma’s worden beide technieken volop ingezet, de meeste ‘boerderijkalveren’ worden echter nog steeds geboren via ki.

Dit artikel is te lezen in Boerderij 25 van dinsdag 19 maart en is onderdeel van de rubriek Zo ging het toen

Of registreer je om te kunnen reageren.