Boerenleven

Achtergrond

Grondlegger Rombouts: bank vroeg ons wat we kwamen doen

In hun jeugd was het meeste werk nog handwerk. Toen ze zelf boer werden, gingen ze specialiseren, uitbreiden en mechaniseren. Ze werden zo de grondleggers van de huidige agrarische bedrijfsvoering. Zo ook Kees Rombouts.

Vlak en weids is het landschap, grote percelen staan er kaal bij. Het graan is er allang af, het aardappelloof is dood maar de knollen zitten nog in de grond. Het is te nat om te kunnen rooien, de vette kleigrond blijft overal aan plakken. En dus moet Kees Rombouts geduld hebben en dat heeft hij, want er is evengoed werk zat. “Repareren, opruimen, noem maar op. Als je het wilt zien, is er altijd werk.”

Lees verder onder de foto

Kees Rombouts (78) en echtgenote Corry Bouwmeester (74) wonen in Drieborg (Groningen). Ze hebben drie kinderen en zeven kleinkinderen. Twee gezinnen wonen in Canada, zoon Erik bleef met zijn gezin in Nederland. Hij zet het akkerbouwbedrijf voort. - Foto's: Jan Willem Schouten
Kees Rombouts (78) en echtgenote Corry Bouwmeester (74) wonen in Drieborg (Groningen). Ze hebben drie kinderen en zeven kleinkinderen. Twee gezinnen wonen in Canada, zoon Erik bleef met zijn gezin in Nederland. Hij zet het akkerbouwbedrijf voort. - Foto's: Jan Willem Schouten

Boerderij is zijn lust en zijn leven

Werken, hij heeft nooit anders gedaan. Het heeft hem gebracht tot waar hij nu is: in Noordoost-Groningen met een knap bedrijf waar hij trots op is. En hoewel hij de boel op zijn zeventigste overdeed aan zijn zoon, werkt hij nog fulltime mee. Het is zijn lust en zijn leven, hobby’s heeft hij amper.

Wel nam hij een paar jaar terug eindelijk les om accordeon te leren spelen. “Dat wilde ik vroeger altijd al maar er kwam nooit van, ik was altijd druk.” Hij constateert dat hij inmiddels een aardig deuntje kan spelen, maar dat hij te laat is begonnen om op feestjes even gezellig wat muziek uit het hoofd te kunnen spelen. “Jammer, maar ja.”

Groot gezin

Dat hij er niet eerder tijd voor vrijmaakte, kwam door het bedrijf dat hij aan het ontwikkelen was. Zijn wieg stond in Brabant, in Hoeven. Met dertien kinderen waren ze thuis, hij was de negende. Alles ging in het groot, van manden vol wasgoed tot teilen vol geschilde aardappelen. “Voor Oud en Nieuw bestelden we wel driehonderd worstenbroodjes bij de bakker. Het vlees leverden we zelf aan van een varken van eigen slacht, want we hielden zelf zeugen en biggen.” Daarbij waren er 20 melkkoeien, wat akkerbouw en zo’n 600 kippen in een betonnen hok. “Dat was toen heel modern, maar nu zie je ze niet meer.”

Je moet als boer ook zakelijk kunnen zijn

Al met al was het een heel behoorlijk bedrijf en Kees wilde niets liever dan er boer worden, net als zijn vader. Die overleed echter al jong; op zijn 58ste kreeg hij een hartstilstand. “Ik denk nog elke dag aan hem. Hij was een lieve man die zichzelf soms wegcijferde. Als een ander een machine wilde lenen, zei hij: neem maar mee, ik wacht wel met rooien. Kijk, dat is eigenlijk niet goed hè? Je moet als boer ook zakelijk kunnen zijn.”

Lees verder onder de foto‘s


  • Hij mag dat officieel uit het bedrijf zijn, Kees werkt er nog fulltime mee. Het bouwplan omvat poot- en consumptieaardappelen, gele en rode uien, suikerbieten, tarwe en luzerne. Ook zijn er vogelakkers: stroken met kruiden en bloemen bieden een schuilplaats voor muizen die weer als voedsel dienen voor de zeldzame blauwe kiekendief. “Wij boeren houden erg van de natuur.”

    Hij mag dat officieel uit het bedrijf zijn, Kees werkt er nog fulltime mee. Het bouwplan omvat poot- en consumptieaardappelen, gele en rode uien, suikerbieten, tarwe en luzerne. Ook zijn er vogelakkers: stroken met kruiden en bloemen bieden een schuilplaats voor muizen die weer als voedsel dienen voor de zeldzame blauwe kiekendief. “Wij boeren houden erg van de natuur.”

  • Wat ooit begon met een éénrijig rooiertje groeide uit tot een heel machinepark.

    Wat ooit begon met een éénrijig rooiertje groeide uit tot een heel machinepark.

  • Het huis is al die jaren niet veranderd, de hoofdvestiging van de boerderij ligt nu 1500 m verderop, bij zijn zoon.

    Het huis is al die jaren niet veranderd, de hoofdvestiging van de boerderij ligt nu 1500 m verderop, bij zijn zoon.

Nadat vader overleed, zetten Kees en twee broers het bedrijf voort. “Een maatschap? Dat had je toen nog niet, de samenwerking was heel vrijblijvend.” Er kwam dan ook geen papierwerk bij kijken toen Kees, na zijn huwelijk met Corry in 1967, besloot om wat anders te gaan doen. Hij ging in loondienst als kraanmachinist en kocht een huisje buitenaf. In het schuurtje erachter hield hij wat stieren, er stroomde immers boerenbloed door zijn aderen.

Lees verder onder de foto‘s


  • Toen Kees de boerderij verliet en elders een huisje kocht, stonden er al snel wat stiertjes in de schuur erachter.

    Toen Kees de boerderij verliet en elders een huisje kocht, stonden er al snel wat stiertjes in de schuur erachter.

  • Kees hield wel van dieren, maar zijn hart lag bij de akkerbouw.

    Kees hield wel van dieren, maar zijn hart lag bij de akkerbouw.

Zelfgemaakt spuitboompje

Een paar jaar later konden hij en Corry een nieuwe boerderij bouwen in Zevenbergen, op grond van Corry’s vader. “De gebouwen zetten we zelf, we financierden zo min mogelijk. Het was dag en nacht werken, maar het lukte wel.” Zo begon het leven van Kees als zelfstandig boer. Hij koos niet voor vee maar voor akkerbouw, want daar lag toch zijn hart. Hij begon met 5 hectare en steeds als er wat te koop kwam, kreeg hij het voor elkaar om dat erbij te kopen.

Zo groeide het bedrijf stukje bij beetje tot 20 hectare. Ook investeerde Kees in machines en ging hij mee in de trend van gewasbeschermingsmiddelen. “Ik had een zelfgemaakt spuitboompje, daarmee ging ik ’s ochtends vroeg aan de slag als er nog dauw op het gewas zat. Dan hoefde ik namelijk niet zoveel water mee te nemen.”

Met je blote handen roerde je alles door elkaar tot je armen permanent geel zagen

Amper voorlichting

Alle middelen die toen gangbaar waren, heeft hij wel gebruikt: parathion, FOS, Dinoseb. “Met je blote handen roerde je alles door elkaar tot je armen permanent geel zagen, maar we waren ons niet zo bewust van de giftigheid. Er was ook amper voorlichting, je kreeg wat informatie van de verkoper en dat was het. Wat dat betreft zijn de jonge boeren van nu veel beter opgeleid dan wij toen.”

Misschien dat Kees op zijn zelfgebouwde boerderij door was blijven gaan als er niet een vuilnisbelt in de buurt was gepland. “Toen wilde ik er weg. Maar ja, wie wil er nou vlakbij een vuilnisbelt zitten? Verkopen was lastig, het lukte alleen door de prijs flink te laten zakken. Dat deed enorm veel pijn, want het is wel je eigen geld dat je achterlaat.”

Zes jaar wonen in prefab-units

Intussen waren hij en Corry al eens wezen kijken in de Flevopolder, maar omdat hun bedrijf relatief klein was en ze niet verplicht weg moesten, kwamen ze daar niet in aanmerking voor een bedrijf. Toen richtten ze zich op Groningen. De bank keek hen echter vreemd aan. Het ging begin jaren 90 niet goed met de landbouw, prijzen waren laag en het toekomstperspectief somber. “Bovendien had ik beperkt eigen vermogen door die slechte verkoop van het bedrijf. Ze vroegen ons letterlijk wat we kwamen doen.”

Nou, voor Kees was dat glashelder: hij kwam er om boer te worden. Hij kocht 60 hectare en ging aan de slag. “Er was nog geen huis, het eerste seizoen reed ik op en neer naar Zevenbergen en als het heel druk was, sliep ik in de schuur.” Van losse prefab-units bouwde hij een tijdelijk huis, daar zouden ze zes jaar wonen. “Ging prima”, zegt Corry nuchter.

Lees verder onder de foto‘s


  • De eerste jaren in Groningen woonden ze in een huis gemaakt van prefab-units.

    De eerste jaren in Groningen woonden ze in een huis gemaakt van prefab-units.

  • Zijn woonhuis metselde Kees zelf. Hij en zijn vrouw wonen er nog steeds.

    Zijn woonhuis metselde Kees zelf. Hij en zijn vrouw wonen er nog steeds.

  • Er stond eerst nog helemaal niks. Om kosten te besparen, bouwde Kees de schuur in eigen beheer.

    Er stond eerst nog helemaal niks. Om kosten te besparen, bouwde Kees de schuur in eigen beheer.

Blessure tijdens start nieuw bedrijf

Wat minder prima ging, was de start zelf. In juli 1992 waren ze verhuisd, drie maanden later scheurde Kees tijdens het strobalen stapelen de pezen van zijn linkerschouder. Aan de buitenkant was niks te zien, het duurde lang voor de diagnose was gesteld en hij geopereerd werd. Daarna volgde een half jaar revalidatie.

“En dat terwijl er thuis zoveel moest gebeuren. De oogst moest naar binnen maar het zat tegen omdat het een drijfnat najaar was, ze waren beton aan het storten voor een loods, er was van alles in gang gezet en ik kon niks. Familie kwam wel helpen, maar wat was het moeilijk.” En toch, het lukte en van lieverlee ging het beter. “Opgeven was ook geen optie, we konden immers niet terug.”

Lees verder onder de foto‘s


  • Het begin was moeilijk maar van lieverlee ging het beter in Groningen. Goede oogsten hielpen een handje.

    Het begin was moeilijk maar van lieverlee ging het beter in Groningen. Goede oogsten hielpen een handje.

  • Het resultaat van kei- en keihard werken: een zelfgebouwde schuur en dito woonhuis.

    Het resultaat van kei- en keihard werken: een zelfgebouwde schuur en dito woonhuis.

240 hectare in gebruik

Toen Kees 65 werd, stopte een boer vlakbij. Het lukte om dat bedrijf te kopen waardoor zoon en opvolger Erik een eigen plek zou hebben en er ineens 72 hectare bij kwam. “Dat wilden we graag, want we wisten ook wel dat we het met de 60 hectare die we hadden, niet zouden redden.”

Vijf jaar geleden deed Erik een nieuwe investering, waardoor het bedrijf nu 240 hectare in gebruik heeft.

De mechanisatie is pas het begin, er komen grote veranderingen aan

Officieel is Kees er allang ‘uit’, maar hij werkt nog alle dagen mee. Met verbazing ziet hij om naar de weg die is afgelegd. “Wij hadden vroeger thuis twee kleine trekkertjes en een eenrijige rooier. Die wipte de aardappelen uit de grond, waarna je ze alsnog zelf moest oprapen. En kijk nu eens. Er staat een zelfrijdende bunkerrooier, trekkers met gps, een pakkenpers, een spuitmachine met driftdoppen die heel precies zijn af te stellen... Een paar jaar geleden zei ik: jongens, dit kan zo niet doorgaan met die machines. Nu zeg ik: dit is pas het begin. Er komen grote veranderingen aan met drones en precisielandbouw. Het enige wat niet verandert, is dat je moet blijven investeren.”

Dit artikel is te lezen in Boerderij nr. 5 van 29 oktober en is onderdeel van de rubriek Grondleggers. Ook meedoen aan deze rubriek? Mail naar margreet.welink@misset.com

Of registreer je om te kunnen reageren.