‘Waarom toch al dat geploeter?’

Het boerenleven is heel stressvol en niet romantisch. Waarom gaan boeren dan niet wat anders doen?

“Nee, ik heb niet aan Boer zoekt Vrouw meegedaan en nee ik hoef niet iedere dag te melken.”

Ik laat mijn haar knippen en de kapster is erg geïnteresseerd in mijn leven op de boerderij. De vrouwen in de stoelen om me heen zijn verdacht rustig, dus ik vermoed dat ze meeluisteren.

“Ik werd toevallig verliefd op een man die boer bleek te zijn. En tegenwoordig is het niet meer vanzelfsprekend dat vrouwen automatisch meewerken. Al ben ik natuurlijk wel betrokken en help ik hier en daar een handje.”

“Het lijkt me heerlijk”, zucht de kapster. “Lekker buiten. Met de dieren. Relaxed.”

Relaxed?! Dat hoor ik vaak. Veel vriendinnen denken dat het boerenleven veel ontspannender is dan hun eigen kantoorbaan.

“Nou dat valt wel mee hoor”, zeg ik dan. “Heb je mijn columns wel eens gelezen?”

“Ja en als ik die lees, na een drukke werkdag, knap ik gewoon op.”

Gierende stress

Tja. Beeldvorming is hardnekkig, maar Yvon Jaspers doet haar best om daar verandering in te brengen. Haar programma Onze Boerderij gaat opvallend vaak over stress. Want dat hebben de meeste boeren waar ze op bezoek gaat. Gierende stress zelfs. Van de zorgen en het harde werken. Yvon vindt het maar zielig. Op haar onderzoeksvraag of het boerenleven echt wel zo romantisch is, luidt het antwoord dan ook heel duidelijk: nee.

‘Kunnen we de zaak niet eens wat luchtiger benaderen?’

En dat vind ik jammer. Want op zich is het boerenbedrijf natuurlijk prachtig. En als er te veel zorgen zijn en te veel stress, dan kun je toch altijd ophouden en iets anders gaan doen? Ik begrijp niet waarom dat in de boerenwereld zo’n probleem is. Mensen wisselen vandaag de dag zo vaak van baan. Dat zie ik niet als persoonlijk falen. Kunnen we de zaak niet eens wat luchtiger benaderen? Ik weet dat ik nu de knuppel in het hoenderhok gooi, maar soms denk ik echt: wat levert al dat geploeter op?

Kapitalen investeren

Laatst interviewde ik een bankman over de agrarische sector. “Ik blijf me verbazen”, zei hij, “in geen andere sector wordt zoveel kapitaal in ondernemingen gestopt, tegen zo’n laag rendement.”

Waarom doen we dat? Vinden we wat we doen zo leuk dat we, koste wat het kost, willen doorgaan? Of is het gebrek aan fantasie, want wat moeten we anders?

Mijn kapster heeft fantasie genoeg, plus een onverbeterlijk romantisch hart.

“Hoe is hij, jouw boer? Is hij leuk?”, vraagt ze dromerig.

“Hij is heel leuk.”

Dan klinkt er even niets anders dan het geknerp van scharen. Ik voel de koelte van het metaal in mijn nek. Mijn buurvrouw neemt een slokje van haar thee, slurpt een beetje. De kapster lijkt aandachtig door te knippen, maar kijkt me dan via de spiegel aan.

“Je hebt geluk gehad”, concludeert ze met een stralende lach.

Ik lach terug, want dat klopt. En daar draait het allemaal maar om.

Of registreer je om te kunnen reageren.