2 reacties

‘Dit is waarom ik in New York studeer’

Ik hield niet van de VS, er is weinig agrokennis en ze spreken Engels. En dus… ging ik erheen.

Na de vele bureaucratische formulieren waarop ik tig keer het hokje heb aangekruist dat ik géén terrorist ben en dat ik niet van plan ben misdaden te plegen, ben ik begin januari met één backpack naar Amerika vertrokken. Waarom ik voor Amerika koos had 4 redenen:

Reden 1:

Amerika staat me totaal niet aan… Als er een land op de wereld was, waar ik géén behoefte had om naartoe te gaan, dan was het wel Amerika. Ik was niet zo geïnteresseerd in ‘The American Dream’, Trump, een of andere stereotype Amerikaan, of alle fastfoodketens. Ik zou er niet aan moeten denken. Dat was voor mij een van de redenen om juist wél naar Amerika te gaan. Hup uit je comfortzone Dirk-Jan!

Reden 2:

Van het ene uiterste, naar het andere. 2 jaar eerder heb ik al een ontwikkelingsprojecten in Nepal gedaan. 15 weken zat ik in een gebied met een aantal bergdorpjes die afgesloten waren van de beschaafde wereld. Zonder bereik, zonder elektriciteit, zonder stromend water, geen wc, koken op het vuur, en de beesten zelf slachten om aan vlees te komen. Een totaal ander leven als in Nederland, echt ‘back-to-basic’. Die tijd in Nepal heeft mij veel gebracht; ervaringen en nieuwe inzichten. Wat zou nou precies het tegenovergestelde zijn van Nepal?, dacht ik toen bij mezelf. Na wat denken kwam ik uit op New York. Van het ene uiterste, naar het andere.

Reden 3:

De meeste agrarische kennis is in Nederland te halen. Nederland staat bekend om haar agrarische kennis op techniek en teeltniveau. Om agrarische kennis op te doen hoef je niet naar het buitenland dacht ik. Maar wat wel interessant is aan New York, is dat New York op het gebied van ‘foodtrends’ en marketing één van de voorlopers is. Super interessant dus om daar de ontwikkelingen te gaan volgen.

‘New York is op het gebied van ‘foodtrends’ en marketing één van de voorlopers’

Reden 4:

Omdat ze er geen Nederlands spreken. Mijn Engels was slecht, barslecht. Toch is het een taal die je tegenwoordig, in de tijd van de globalisering, wel onder de knie moet hebben. De beste manier om een vreemde taal te leren is door een langere tijd in het betreffende land te verblijven. Wanneer je Engels dagelijks hoort en het moet spreken, leer je op een gegeven moment in het Engels te denken. Dan moet je de taal ook nog eens dagelijks lezen en schrijven, en zo leer je het al snel.

Voor technische kennis hoef je hier niet heen

Daarom ben ik een universiteit gaan zoeken in New York en kwam ik uit op de “State University Of New York for Agriculture and Technology”, afgekort “SUNY Cobleskill”. Hier heb ik agri-marketing en agri-business vakken gevolgd en daarnaast ook een technisch vak: ‘Vegetable Production’. Voor de technische kennis hoef je naar mijn mening niet naar de VS. Het vak ‘Vegetable Production’ viel mij dan ook behoorlijk tegen. De kwaliteit en de inhoud van de marketing en economische vakken vond ik wel goed; ieder land heeft zo haar eigen kwaliteiten.

Foto: Dirk-Jan Kloet
Foto: Dirk-Jan Kloet

In de agglomeratie van New York City zelf is dus geen agrarische universiteit of hogeschool. Géén in een gebied van 34.000 vierkante kilometer met 23 miljoen inwoners. Het bijzondere is dat Nederland bijna even klein is en maar iets minder inwoners heeft. Wij leven met ruim 17 miljoen mensen op slechts 41.000 vierkante kilometer. Hiervan ligt 26% onder het zeeniveau en bestaat 16% van het oppervlak uit water.

Voedsel komt ook uit Nederland

In New York wordt veel voedsel uit de binnenlanden gehaald, maar ook helemaal uit het even kleine Nederland. Vooral veel Nederlandse glasgroenten en bloemen liggen in de New Yorkse schappen. New York krijgt het niet voor elkaar zichzelf voor een groot deel zelf te voeden.

‘Veel Nederlandse glasgroenten en bloemen liggen in de New Yorkse schappen.’

Een winkel vol lokale producten. Hier mag iets echter al lokaal heten als het binnen een straal van 400 mijl (!) geproduceerd is. - Foto: Dirk-Jan Kloet
Een winkel vol lokale producten. Hier mag iets echter al lokaal heten als het binnen een straal van 400 mijl (!) geproduceerd is. - Foto: Dirk-Jan Kloet

Nederland is daarentegen de tweede grootste exporteur van agrarische producten. Die New Yorkers kunnen nog veel van de Nederlanders leren. Een opvallend verschil is dat we in Nederland op dit kleine oppervlak maar liefst 5 agrarische hogescholen hebben én 1 agrarische universiteit. Ik zie een verband!

Laatste reacties

  • el

    Amerika: love it or leave it!

  • WGeverink

    Amerikanen willen het werk niet doen en al helemaal niet voor niks. Nederlanders zijn gigantisch fanatiek en vinden het werk zo leuk dat ze het als het moet nog voor niks doen ook! Daar is erg moeilijk tegen te concureren. Wat export betreft wordt voor zover ik weet de doorvoer van landbouwproducten bij de Nederlandse export inbegrepen.

Of registreer je om te kunnen reageren.