Boerenleven

Achtergrond 3 reacties

1953: Kooiwielen simpel en goedkoop tegen slippen

Op de trekkers die rond 1953 in Nederland reden zaten rubberbanden die gauw slipten. Kooiwielen waren de oplossing.

De foto hieronder is uit 1953. De mechanisatie boekte snel vooruitgang. Voor de oorlog waren er al wel bedrijven met trekkers maar niet veel. Het waren vooral de heel grote boeren die zich zo’n ronkende machine konden veroorloven, de kleinere hielden vast aan hun werkpaard. In de VS liepen boeren voorop met trekkers. Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog reden er aan de andere kant van de oceaan al 1,6 miljoen rond.
Lees verder onder de foto

Rupsbanden konden slippen en ingraven, maar rupstrekkers waren duur en onhandig tussen de gewassen. Kooiwielen waren simpel en elke smid kon ze tegen een schappelijke prijs maken. - Foto: Misset
Rupsbanden konden slippen en ingraven, maar rupstrekkers waren duur en onhandig tussen de gewassen. Kooiwielen waren simpel en elke smid kon ze tegen een schappelijke prijs maken. - Foto: Misset

IJzeren wielen groeven zich in

Cijfers geven aan dat er toen in Nederland zo’n 3.700 exemplaren rondreden, daarvan waren er 500 voorzien van rupsbanden. De rest had meest ijzeren wielen die bij nader inzien hoogst onpraktisch waren. Veel wegbeheerders verboden het om ermee over de openbare weg te rijden om te voorkomen dat de verharding eraan ging.

Bij gebruik op het land, vooral op slappe grond, bleek maar al te vaak dat de ijzeren wielen zich ingroeven, waardoor het geheel muurvast kwam te zitten. Geen wonder dat de kleinere boeren er niets van moesten hebben, met een paard had je zulke fratsen niet.

Doorbraak van de trekker

De grote doorbraak van de trekker kwam toen er een aftakas aan kwam te zitten, een hefinrichting én rubberbanden. Het ideale profiel voor dat rubber was er eerst nog niet. De banden waren smal en trekkers slipten nog steeds regelmatig als de profielen waren dichtgesmeerd met grond. Bij natte omstandigheden monteerde men er daarom kooiwielen naast. Met speciale snelsluitingen was het aan- en afmonteren een fluitje van een cent.

Dit artikel is te lezen in Boerderij 11 van dinsdag 11 december en is onderdeel van de rubriek Zo ging het toen

Laatste reacties

  • Abalo

    De banden waren smal en trekkers slipten nog steeds regelmatig als de profielen waren dichtgesmeerd met grond. Bij natte omstandigheden monteerde men er daarom kooiwielen naast. Ongelooflijk dergelijke onzin want kooiwielen werden niet gebruikt in natte omstandigheden maar verdeelden het gewicht van de trekker over een groter oppervlak en dit bij droge omstandigheden zodat de insporing veel kleiner was

  • breukers1

    Hoofdzaak was het gelijkmatig aandrukken van de bovengrond op zandgrond en het zo weinig mogelijk insporen op zwaardere grond. Het minder slippen en niet diep wegzakken onder moeilijkere omstandigheden was een aardige bijkomstigheid.

  • meerw.

    Aan- en afmonteren: dus gewoon monteren en demonteren!
    En kooiwielen werden uitsluitend gebruikt om structuurbederf te voorkómen, vergelijkbaar met de latere " dubbellucht" montage.

Of registreer je om te kunnen reageren.