‘Ko(o)pziekte tijdens vakantie’

Tijdens vakantie mag de telefoon alleen gaan voor een noodgeval. Dat blijkt er te zijn. Ik hoor ‘koopziekte’. Dat blijkt anders te liggen. De koeien zijn ziek.

Ik word wakker in een zonnige hotelkamer. Net als thuis, is de plek naast me leeg. Mijn man ligt waarschijnlijk al vanaf een uur of zeven in de zee. Of hij heeft een berg beklommen, dat zou ook heel goed kunnen. Hij is niet gewend uit te slapen. Straks zullen we samen ontbijten en tegen de tijd dat ik mijn rugzak aandoe, klaar voor een nieuw avontuur, begint hij te gapen: tijd voor zijn dutje.

Telefoon gaat: iets met koopziekte en koeien

En zo gaat het ook vandaag. Ik laat hem lekker slapen en pak een boek. Dan gaat de telefoon. Mijn man schrikt wakker. Hij heeft met zijn medewerkers afgesproken, dat hij alleen in geval van nood gebeld zal worden, dus als dat ding dan gaat… Er volgt een zorgelijk gesprek. Ik hoor iets over koopziekte en koeien.

“Stom, stom, stom, stom”, moppert mijn man.

“Wie heeft er koopziekte?”, vraag ik nieuwsgierig.

Hij kijkt me geïrriteerd aan: “Waar heb je het over?”

“Koopziekte.”

“Geen koopziekte maar kopziekte. We hebben twee koeien met kopziekte.”

“Is dat erg?”

“Ja. Ze worden nerveus, vallen om, slaan met de poten, doen raar en gaan er vaak dood aan. De oorzaak is magnesiumgebrek. De jongens hebben per ongeluk de verkeerde brok gevoerd. De veearts komt zo om ze een infuus te geven.” Hij zucht weer: “Wat een stommelingen! Of ik heb het niet duidelijk genoeg uitgelegd, dat kan ook. Maar ik hoef ze verdorie toch niet alles voor te zeggen? Nou ja, het zij zo. Mijn dutje wordt niets meer. Ik ben klaarwakker. Laten we gaan. Wat wil je doen?”

“We hebben twee koeien met kopziekte. [...] Ze worden nerveus, vallen om, slaan met de poten, doen raar en gaan er vaak dood aan. De oorzaak is magnesiumgebrek. De jongens hebben per ongeluk de verkeerde brok gevoerd. De veearts komt zo om ze een infuus te geven.”

‘Vervelend van zieke koeien, maar we zijn nu op vakantie’

Ik vind het allemaal heel vervelend, maar we zijn nu op vakantie, dus ik antwoord: “Ik wil een nieuwe bikini kopen. Gisteren heb ik een heel leuke gezien, op de boulevard.”

Samen lopen we langs de rekken.

“Welke zou me leuk staan? Die rode of de blauwe? Ik kan ze ook allebei nemen. Heb je die prijzen gezien?”

Mijn man is bewonderenswaardig geduldig en probeert uit alle macht belangstelling op te brengen voor de frivoliteiten die ik hem onder de neus houd. “Nou, wat vind je?”, dring ik aan. Hij bromt iets. “Wat zeg je?”, vraag ik. “Niets.” Hij glimlacht verontschuldigend.

Mobiele telefoon kan een vakantie ruïneren

Ik weet bijna zeker dat ik hem het woord koopziekte hoorde zeggen. Onderzoekend kijk ik hem aan, maar hij is inmiddels verdiept in de WhatsApp. De mobiele telefoon is een zegen wanneer je je bedrijf achter moet laten, maar die kan een zuurverdiende vakantie ook ruïneren. “Ik heb zin in een ijsje”, zeg ik dan, in een poging de stemming luchtig te houden. En als ik even later aan een hoorntje met meloenijs loop te likken, prakkeseer ik nog steeds over de bikini’s. Mijn man heeft echter geen trek en besluit toch maar even naar huis te bellen…

De mobiele telefoon is een zegen wanneer je je bedrijf achter moet laten, maar die kan een zuurverdiende vakantie ook ruïneren.

Of registreer je om te kunnen reageren.