Redactieblog

‘Emigreren? Of toch maar niet’

Het lijkt aantrekkelijk: emigreren en opnieuw beginnen. Zonder fosfaatplannen en andere regels. Maar dan blijkt dat er toch veel is dat boeren hier houdt.

Er is iets met emigratie. Het spreekt tot de verbeelding om elders opnieuw te beginnen, schoon, fris en zonder problemen. En, als het om boeren gaat, zonder regelgeving. Heerlijk lijkt de horizon van verre landen, met eindeloze vlaktes vol mais en soja, met grote stallen vol varkens en koeien. En niemand die een kritisch vingertje heft en vraagt hoeveel fosfaat je eigenlijk produceert.

‘Niemand die een kritisch vingertje heft en vraagt hoeveel fosfaat je eigenlijk produceert’

Emigratiekantoren melden al een jaar dat de belangstelling voor emigratie stijgende is. Nu is zo’n melding meestal aangedikt, want makelaars hebben belang bij die boodschap. Misschien worden sommige boeren er wel door getriggerd en gaan ze serieus nadenken over emigratie. Zo ging het in elk geval in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. De overheid vreesde overbevolking, er waren al 10 miljoen Nederlanders en dat kon zo niet doorgaan. Wat volgde was een actieve promotie van emigratie en dat sloeg aan, zeker ook omdat veel Nederlanders zich onveilig voelden en er sprake was van werkeloosheid. Nogal wat boerenknechten waren door de komst van trekkers niet meer nodig. Ook boerenzoons die thuis niet terecht konden, waagden de sprong.

‘Een boer die wil emigreren, is vooral de bemoeienis van de overheid zat

De huidige drijfveren zijn deels vergelijkbaar. Wie weg wil, ziet elders een betere toekomst. Dat was toen zo en dat is nog zo. Verschil is dat toen de regelgeving nog niet zo’n rol speelde en nu wel. Een boer die wil emigreren, is vooral de bemoeienis van de overheid zat.

Maar weg willen en weg gaan, daar zit nog heel wat tussen. Als emigratiebegeleiders een toenemende belangstelling melden, wil dat nog niet zeggen dat er ook echt meer geëmigreerd wordt. In de periode van 2010 tot 2015 vertrokken 100 agrarische bedrijfshoofden. Daar komen wellicht nog wat niet-bedrijfshoofden bij, maar een echte hausse zou ik het niet willen noemen.

‘Maar weg willen en weg gaan, daar zit nog heel wat tussen

Dat er nu vaker gebeld wordt, zegt echter wel iets over de beleving van zaken als fosfaatreductieplannen. Ik zie het als stoom afblazen. Het gevoel hebben dat je het heft in eigen handen neemt met de veilige wetenschap dat je niet écht hoeft te emigreren. Want dat is de realiteit: de meesten doen het niet.

‘De realiteit is dat de meeste boeren toch niet emigreren’

Soms speelt de partner daar een rol bij. Voor vrouwen is emigratie veel heftiger. Mannen gaan voortvarend aan de slag met het nieuwe bedrijf. Ze werken aan hun droom en daar hebben ze geen social talk op het schoolplein bij nodig. De vrouwen staat veel meer een ander leven te wachten en niet iedereen ziet dat zitten. Maar als puntje bij paaltje komt, blijkt er ook voor de mannen veel te zijn dat ze toch hier houdt: familie, gezin, vrienden, en het bedrijf dat al generaties lang op de huidige plek staat. Dat alles opgeven, dat doet niemand lichtvaardig, ook al lijken fosfaatvrije horizonten nog zo aantrekkelijk.

‘Alles opgeven, dat doet niemand lichtvaardig, ook al lijken fosfaatvrije horizonten nog zo aantrekkelijk’

Of registreer je om te kunnen reageren.